GIBRALTAR
Start MALAGA STAD GRANADA GIBRALTAR


GIBRALTAR

Woensdag, 30 december 1987 - Dag IV

Om zeven uur op. Douchen en op weg naar het vertrekpunt van de bus. Het bleek een super-de-luxe touringcar te zijn die stipt om acht uur vertrok. De dubbeldeksbus (ik zat op het bovendek helemaal vooraan bij de panoramaruit) pikte vakantiegangers van allerlei nationaliteiten op in achtereenvolgens Torremolinos, Fuengirola, Marbella en Estepona. Een gezinnetje uit Brugge (België) nam naast mij plaats; hun Vlaamse dialect was voor mij praktisch onverstaanbaar. We reden langs de met stranden en moderne hotels (in Marbella met name architectonische hoogstandjes!) bezaaide kust. De rit duurde lang. Pas om 11.15 uur kwamen we in Gibraltar aan. De paspoortcontrole was minimaal. Over de startbaan van het vliegveld kwamen we de stad binnen die tegen de onderste hellingen van de majestueuze rots is gelegen.

Allereerst bezocht ik er het Museum van Gibraltar met als pronkstuk de schedel van een prehistorische homonoide (soort Neanderthaler). Onder het museum lag ook nog een gedeeltelijk uitgegraven Moors badhuis. De restanten ervan waren goed geconserveerd.

Tegen half een wipte ik bij de Tourist Information binnen. Ik besloot naar boven te gaan met de kabelbaan. Bovenop de rots was het uitzicht grandioos; jammer genoeg was het tamelijk heiig waardoor het maken van mooie foto’s bemoeilijkt werd. Ik wilde de top verder verkennen, maar ik kwam niet ver, omdat er overal militaire installaties stonden waar de toegang verboden was.

Zwetend en zwoegend ging ik dus maar op pad naar St. Michaels Cave. Onderweg wees ik een groepje Brabanders de juiste weg naar de apen. De grot was veel groter dan ik had verwacht! In de hoofd­hal had men zelfs een theater in­gebouwd! Ik zwierf een half uurtje door het gangenstelsel vol druip­steenformaties en stalactieten. Er heerste een aangenaam, maar vochtig klimaat. Herhaaldelijk gleed ik uit over de spekgladde bodem. Erg indrukwekkend tenslotte was het onderaardse meer. Er blij­ken meer van dit soort grotten te zijn in de rots.

Buiten de grot kocht ik een set kaarten en boekjes. Een stuk verderop lag de zgn. Ape's Den, een stuk rots waar zo’n 50 apen rondspringen. Ze worden daar ook door een officiële oppasser gevoederd. Ze lopen er vrij rond. Ik maakte er enkele foto’s van.

Op deze plek kwam ik een groep uit de bus tegen die de raad van de gids in de bus om een jeep te huren hadden opgevolgd. Met de kabelbaan ging ik weer naar beneden. Bij een Hindoestani sloeg ik een slof Gitane in. (Met filter! Foutje van mezelf.) De restaurants hebben Engelse, Indische, Chinese, Italiaanse en Spaanse keukens. Op straat was het druk. Er heerste een toeristische sfeer die ook in Engelse badplaatsen hangt. Op straat zag ik Ann -Kristin lopen met haar Spaanse bink.

Gibraltar's bevolking is een ware etnische smeltkroes. Naast Engels spreekt er ook iedereen Spaans. Peseta's worden er overal geaccepteerd als betaalmiddel. Eigenlijk is en blijft het een echt smokkelnest. Veel toeristen komen er alleen vanwege de belastingvrije koopjes. Er wordt hier dan ook druk gehandeld, vooral aan de Main Street liggen honderden winkeltjes, banken en handelskantoren.

De belangrijkste winkelstraat is Main Street met hotels, restaurants, cafés, bierhuizen, nachtclubs en tientallen winkels, waarin men waren uit alle delen van de wereld kan kopen. Van het museum uit betreedt men de zogenaamde 'Arabische baden' (Moorish Baths). Deze uit de 14de eeuw stammende badinrichting is de mooiste en best geconserveerde in zijn soort, buiten Marokko en Granada.

Om drie uur ging ik eten in een ongure tent, "Hello California" geheten. Ik bestelde ‘American Chop Suey' (soort Bami special) die door een Indiër in een smerig keukentje word toebereid. Ik dronk er 2 Engelse pints bij. Aan de bar zat een internationaal gezelschap van verlopen hippies en onverzorgde punks. Ze zopen tegen de klippen van Gibraltar op. Voor ik naar de bus terugkeerde wisselde ik snel via een EC ponden om in peseta's. In Spanje zouden de banken de volgende dag gesloten zijn, vandaar mijn haast. Om 16.20 uur vertrokken we. Bij de douane moest het hele gezelschap met de inkopen de bus uit, 20 meter lopen zonder controle ove­rigens en vervolgens weer de bus in. De terugreis verliep zonder noemenswaardige incidenten .

Om half acht was ik weer in Malaga. Het was inmiddels donker geworden. Ik dronk koffie en at tapa's in het restaurant van het busstation. Om 8 uur liep ik mijn hotel binnen, waar ik om negen uur weer vertrok om cafeetjes op te gaan zoeken. Tot half elf, dus in anderhalf uur tijd, liep ik café in, café uit. Overal dronk ik een pint en nam ik een tapa. Zo kwam ik terecht in een politiecafé (tegenover het hoofdbureau); in een duister hol waar getatoeëerde zeelui grof zaten te gokken met een spelletje domino; een établissement waar men een piramide van 96 blikjes bier van verschillende merken had gebouwd (42 van die merken had ik zelf wel eens gedronken);  een Arabische taveerne vol donkere, ongeschoren types die me dreigend bleven aanstaren; een herberg waar prostituees tussen het pezen door even gezellig kwamen uit­puffen; een marskramerkroeg; een café waar 5 blinden stonden te hijsen zonder ook maar één glas om te stoten; een tent waarin iedereen stoned als een garnaal rondliep.

Uiteindelijk belandde ik in een zaak die gedre­ven werd door een snort boekhouder met zijn nog schoolgaande zoon. Daar was het erg gezel­lig: er werd gezongen en er werden rondjes ge­geven. Ik raakte in gesprek met Paco, een veertiger die vol pathos met rauwe stem weemoedig klinkende flamenco - liederen zong. Ik werd gastvrij opgenomen in zijn vrienden­kring. Paco had een installatiebedrijfje in de stad; toen ik hem duidelijk had gemaakt dat ik les gaf aan installatietechnici werden we dus nog betere maatjes. Bij de groep hoorde ook een gladde advocaat, de bedrijfsjurist van Paco. Deze Felipe sprak wat gebroken Engels en fun­geerde zo nodig als tolk. De anderen waren ook zakenman of ambtenaar. Er werd heel wat afgetetterd en naarmate de drank vloeide werden de flamencoliederen steeds hartstochtelijker.

Om half een werden we met zachte hand door de waard op straat gezet. Ik sloeg een uitnodiging ergens anders door te gaan feesten af, want ik had al behoorlijk de hoogte en ik wilde de dag erna toch wel enigszins fit zijn.

 

MEER INFO GIBRALTAR

 De rots van Gibraltar

Hij is ongeveer 4,5 km lang en 1300 m breed. Zijn hoogte be­draagt 425 m, maar hij doemt steil uit de zee op en lijkt daar­om hoger en majestueuzer dan hij is. De rots is doortrokken met talrijke gangen en galerijen en gold lange tijd als onneembare Britse vesting. Vele van deze oorspronkelijk voor mili­taire doeleinden in de rotsen geslagen galerijen kunnen te­genwoordig als toeristische at­tractie worden bezichtigd. Van de natuurlijke rotsholen is de St. Michaelsgrot (St. Michael's Cave) het bezienswaardigst. Deze bezit prachtige druipsteenornamenten en is het toneel van romantische 'Geluid- ­en lichtspelen' met fantastische kleurige belichtingseffecten, van dans- en concertuitvoeringen zowel als van theaterop­voeringen.

De westzijde van de rots bezit een rijke vegetatie: aromatische kruiden, cactussen, olijfbomen en andere. Ook de vogelwereld is in grote verscheidenheid vertegenwoordigd. Karakteris­tiek zijn de ongeveer vijftig tot tachtig apen, die in het wild op de rots leven. Het zijn de enige in het wild levende apen in Europa. Men weet niet hoe ze op Gibraltar terecht zijn gekomen. Misschien wer­den ze in de 8ste eeuw ingevoerd door de Arabieren. Voor de Britten zijn de apen een symbool: 'Zolang er apen op Gibraltar zijn, zolang blijft Gibraltar Brits.' een goede autoweg en een kabelbaan met gondels leiden naar de top van de rots, van­waar men een erg mooi uitzicht heeft en de apen kan gade­slaan, voederen en fotograferen.

De stad Gibraltar

In 1706 werd Gibraltar een vrij­haven. De verheffing tot stad volgde pas in 1842. Indertijd had Gibraltar ongeveer 15.000 inwoners. In het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de gehele burgerbevolking (16.700 zielen) naar Groot-Brittannië geëvacueerd. De repatriëring volgde in de jaren 1944-1951. Tegenwoordig zijn er in Gi­braltar 25.000 inwoners, ongeVeer 5.000 Britse soldaten en hun familieleden en rond de 2.000 Marokkaanse gastarbei­ders.

Van hieruit leidt de Bomb House Lane naar de in 1838 in Arabische stijl gebouwde anglicaanse kathedraal The Holy Trinity en naar het Gibraltarmuseum. In het museum zijn talrijke archeologische vondsten uit de prehistorie te zien, onder andere de kopie van de 'Gibraltar -schedel', die hier in 1848 word opgegraven. Het origineel van de meer dan 40.000 jaar oude schedel van het Neanderthalertype is heden ten dage in het Natural History Museum van London te zien. Gibraltar was de eerste plaats in Europa waar een menselijke schedel uit deze tijd werd gevonden. Bovendien illustreert het Gibraltarmuseum de geschiedenis van de mensen die in Gibraltar hebben geleefd, van de Feniciërs, Carthagers, Romeinen, Westgoten, Moren enzovoort tot aan de huidige bewoners. Interessant zijn ook de verzamelingen met betrekking tot de fauna en flora van de Rots van Gibraltar, die oorspronkelijk was bedekt met dichte oerwouden.    

In het noordelijke stadsdeel vormt de Road de grens van Gibraltar met Spanje. Hier strekt zich ook het moderne vliegveld met de lange, tot ver in zee reikende landingsbaan uit. De Waterport Wharf is de plaats waar boot naar Tanger aankomt en vertrekt. Vanaf het vliegveld leidt de Winston Churchill Avenue naar de binnenstad, die men door de Caserrates Gate binnenkomt.  Schuin ertegenover verheft zich de rooms-katholieke kathedraal die in de 15de eeuw op de plaats van de vroegere hoofd moskee ontstond.       

Op de noordhelling van de rots verheft zich de Tower of Homaye, de enige bewaard gebleven rest van de vroegere Arabische burcht, die in 1333 werd gebouwd. Men heeft van hieruit een zeer mooi uitzicht. Van de oorspronkelijke Arabische vestingwerken uit de 8ste eeuw zijn alleen nog muurres­ten bewaard gebleven. Van hieruit leidt de bochtige bergweg langs verscheidene mooie uitzichtpunten naar de Galleries. De in de jaren 1782-1797 in de steile rotsen gehakte galerijen en tunnels hadden oorspronkelijk militaire bestemmingen; ze waren uitgerust met kanonnen. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de tunnelwerkzaamheden voortgezet. Tegenwoordig wordt de rots doorsneden door een net van in totaal 48 km tunnelstraten. Op de rots zelf bezichtige men het Queen's Gate Park met de beroemde rotsapen (Rock Apes), vlak bij  het tussenstation van de kabelbaan, de Queen's Lookout met een uitzicht­platform en de prachtige St. Michaels Cave in de nabij­heid van de top. Naast het bergstation van de kabelbaan (uitzicht dat de moeite waard is) bevindt zich een goed restaurant.


NOG MEER INFO GIBRALTAR

Het rotseiland Gibraltar (5,5 km2, 25.000 inwoners), beroemd als 'de sleutel van de Middellandse Zee', ligt vlak bij de zuidpunt van het Iberisch schiereiland. Het bestaat uit een uit zee oprijzende rots, (Arabisch: 'Djebel al Tarik', Engels: 'The Rock') die de baai van Algeciras aan de oostkant afsluit en die door een landengte met het Spaanse vasteland verbonden is, aan de terrasvormig oplopende westkant waarvan de stad Gibraltar ligt.

De Straat van Gibraltar, in de oudheid 'Fretum Gaditanum' of 'Fretum Herculeum' genoemd, vormt de verkeersgeografisch en strategisch bijzonder belangrijke verbinding tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.

Aan de oostkant van de Europe Road, een gelegen weg, die aan 4 oudheid werden de rots alpe' en het rots tussen landhuizer aan de Afrikaanse zijde liggende gebergte 'Abyla' tesamen als poort naar de oceaan de zuilen van Hercules genoemd.

GESCHIEDENIS. - In de Spaanse successieoorlog werd de Spaanse vesting in 1704 door de Engelsen overrompeld, die sindsdien het rotsschiereiland als hun grondgebied beschouwen. Spaanse pogingen om het gebied terug te krijgen, bleven tot nog toe zonder succes. Sinds 1969 is de grens bij La Linea gesloten zodat men slechts per vliegtuig of per boot via Tanger (Marokko) het eiland kan bezoeken. Gedurende de beide wereldoorlogen was de strategisch
gelegen rotspunt een belangrijke basis voor de geallieerden. Het bijgeloof zegt, dat de Engelsen het gebied zullen bezitten tot de apen zijn uitgestorven.

BEZIENSWAARDIGHEDEN. - De oude stad (North Town) begint aan de andere kant van het op de vlakke landengte gelegen Britse vliegveld met het Kazemattenplein (Casemates Square), ten oosten waarvan een Moors kasteel (Moorish Castle) uit de 14de eeuw oprijst. Vlakbij in noordwestelijke richting de markt (Market); verder aan de haven de in 1939 gebouwde Oude pier. - Vanuit het Kazematten-plein voert de Main Street, waaraan de meeste hotels, winkels en publieke gebouwen liggen, langs postkantoor en beurs met het aan de achterzijde aangrenzende stadhuis naar de katholieke kathedraal, een voorm. moskee (1502 gotisch gerenoveerd). Verder op de Cathedral Square de in 1821 in Moorse stijl gebouwde protestantse kathedraal (Church of England). Aan het zuideinde van de Main Street rechts het gouverneurspaleis, een in 1531 gebouwd voorm. franciscanenklooster. Daarachter door de South Port naar de Alameda, een park met rijke subtropische plantengroei en een open-
luchttheater; vlakbij kabelbaan naar het Signal Station (395 m), met restaurant.

Aan de oostkant van de Alameda begint de Europe Road, een 5 km lange hooggelegen weg, die aan de westkant van de rots tussen landhuizen en tuinen van de South Town steil omhoog gaat en daarna tussen de scherpgevormde rotsen van de Europa-pas weer afdaalt. - Men bereikt bij de zuidpunt van het schiereiland het Europe Point (Punta de Europa), met restaurant. Vuurtoren en oude kapel Nuestra Senora de Europa (prachtig uitzicht). - Aan de oostkant van de rots loopt naar het zuiden een weg over Eastern Beach en Catalan Bay Village onder de Water Catchments (regenopvanginstallaties) tot aan de Sandy Bay.

Vanuit de Main Street bereikt men door de Willis's Road langs het Moorse kasteel de op halve hoogte lopende Queen's Road. Meteen bij het begin links de Upper Galleries, onderaardse vesti ngsgalerijen. Ca. 12 km ten zuiden van de Upper Galleries komt men op de Queen's Road bij de apenrots (Apes' Rock), met de apenkooien (nog ca. 30 apen). Daarachter links een weg met trappen naar het Highest Point. Aan de Queen's Road verder links de toegangsweg naar de St. Michaels Cave, de grootste grot in de rots van Gibraltar, met mooie stalagmieten en stalactieten (in de zomer als concertzaal gebruikt). De Queen's Road komt in een bocht rechts naar beneden uit in de Europe Road.

Vorige Start


AL ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN