|
Dag 5: woensdag, 17 februari
Jos moest die nacht overgeven; de avond van te voren had hij iets te uitbundig
van die tapa's gegeten en zijn maag kon daar in combinatie met al die sloten
bier niet tegen. Robbert voelde zich echter weer kiplekker; bij het ontbijt
verorberde hij zelfs een extra portie "churro's" . Hij bedankte de ober Pepe
voor zijn getoonde medeleven met de onvergetelijke woorden: "Buonas dias por le
thé": (Goedendag voor het thee) Pepe begreep niet hoe Robbert het had geflikt om
zo ‘muy rapido’ beter te worden.
Jos at ondertussen alleen zijn eitje en las het A.D. (vorige dag gekocht),
waarna Robbert kaarten naar Nederland schreef. Om 10.00 uur sloten we de deur
van het hotel achter ons. We maakten een vergeefse gang naar het bijkantoor van
Real; de kaartjesverkoop was nog niet gestart. Daarna liepen we naar het Paleis
van de Communicatie, oftewel het hoofdpostkantoor aan de Plaza de Cibeles waar
Robbert moeiteloos 15.000 peseta's met een girobetaalkaart opnam. Het weer was
erg somber en daar er constant een druilerige regen uit de hemel neerviel
bewezen de parapluutjes ons weer goede diensten. Robbert postte zijn kaarten;
Jos bewonderde het overdadig versierde interieur.
Het eerste museum dat we bezochten was het Cason del Buen Retiro, waar we het
wereldberoemde werk van Picasso, de Guernica uit 1937. en een stel galerieën met
19de-eeuwse. Spaanse schilderkunst bekeken. We hoefden er alleen de paraplu's af
te geven. Jos vond er een briefje van 1.000 peseta's, waarschijnlijk verloren
door een van de talloze kunstminnende Japanse toeristen. Entree: 400 pts per
persoon. We moesten nogal lang wachten op wisselgeld.

Om kwart over elf konden we weer de uitgang opzoeken. Robbert werd er
gefascineerd door de oude vrouwtjes die er ongegeneerd zaten te eten. Om kwart
voor zeven namen we de métro naar het stadion San Bernabeu. We wilden op tijd
aanwezig zijn. De rit duurde 35 minuten en we moesten een keer overstappen voor
station Lima. Het was uiteraard erg druk, maar alles verliep ordelijk onder het
toeziend oog van bereden politie te paard, herdershonden en zelfs een boven het
stadion hangende helikopter. Verder stonden er tientallen kraampjes waar je
supportersattributen kon kopen. Zonder enige moeite vonden we ons vak, maar daar
was het al zo druk dat we maar naar boven liepen waar we meer plaats hadden. De
echte "socios" hadden plaats genomen achter de beide doelen. Wij stonden in een
gezelschap gemêleerde supporters. We konden over het hele stadion heenkijken en
de verlichte skyline van Madrid zo zo voor ons. Op reusachtige beeld schermen
werd reclame gemaakt en informatie verstrekt. Tegen half negen was het
gigantische stadion bijna volgelopen; later bleken er 90.000 bezoekers te zijn
geweest.
De match begon stipt om 20.30 uur. Real startte sterk, miste
enkele opgelegde kansen, liet de touwtjes wat vieren en werd toen hoe langer hoe
meer overvleugeld door de kien spelende Basken. Robbert maakte enkele foto's.
Bij het rustsignaal van de Catalaanse scheidsrechter werden er tientallen dik
belegde stokbroden te voorschijn getrokken en begonnen bier en wijn te vloeien.
Alleen de twee Hollandse kijkers hadden natuurlijk weer niks bij zich. In de
tweede helft sloeg Real Sociedad genadeloos toe. Binnen 20 minuten tijd werd het
0 – 4! In de rijen van Madrid aanhangers ging gemor op, maar na afloop hadden ze
toch een warm applaus over voor de terechte overwinnaar. Het stadion liep binnen
tien minuten helemaal leeg. We bleven nog wat treuzelen en maakten een actie van
de eerste hulp mee die onhandig met een 150 kilo zware man rondzeulde.
In het metrostation was het razend druk. In het gedrang om de trein binnen te
komen werd Robbert in de tang genomen door een vijftal onguur uitziende kerels,
Voor hij het in de gaten had was hij zijn beurs kwijt. Die had hij opvallend
genoeg in zijn kontzak zitten, een slechte plek waar ik hem al eens opmerkzaam
had gemaakt. de trein. De eendrachtig samenwerkende zakkenrollerbende was
helemaal niet ingestapt en bleef op het perron achter om het volgende
slachtoffer van hun vingervlugheid te zoeken. Robbert vervloekte zichzelf om
zijn onoplettendheid en de rest van de avond bleef een loodzwaar gevoel van
schuld boven hem hangen. De beurs bevatte overigens naast 3.500 peseta's tevens
de girobetaalpas, 'n donorcodicil en het toegangsbewijs voor Real. We besloten
om de volgende dag bij de politie aangifte te gaan doen, niet vanwege het geld
(want daarvoor waren we niet verzekerd), maar vooral vanwege de girobetaalkaart.
Plaza Mayor
Op dit enorme
plein vonden talloze feesten, religieuze ceremonies
en executies plaats
Madrids Plaza Mayor is een levendig, omsloten
plein met bars, cafés en winkels die zowel bij toeristen als bij de
inwoners populair zijn. Elk weekend wordt hier een curiosamarkt
gehouden en hier vindt ook het jaarlijkse festival van Sint-Isidorus
plaats, de patroonheilige van de stad. In de 16e eeuw werd het Plaza
Mayor, ooit een gewoon marktplein, omgetoverd tot een barok plaza,
dat met zijn 91 bij 109 meter een van de grootste openbare pleinen
in Europa is.
Het initiatief voor het plein kwam in 1580 van
de Spaanse koning Filips II, nadat hij in 1561 zijn hof had
verplaatst naar Madrid. De plannen werden uitgewerkt door de
architect Juan de Herrera. De Herrera realiseerde het eerste gebouw
langs het plein, het Casa de la Panaderia (voormalig verblijf van
het bakkersgilde), tussen 1590 en 1600. De allegorische
muurschilderingen die het gebouw nu sieren, dateren uit 1992. Zijn
leerling, Juan Gomez de Mora, voltooide het plaza in 1619 tijdens
het bewind van koning Filips III. Een bronzen ruiterstandbeeld van
de koning uit 1616 werd in 1848 naar het midden van het plaza
overgebracht. In 1631, 1670 en 1790 werd het plein door brand
beschadigd.
De reconstructie na de laatste brand werd ter
hand genomen door de architect Juan de Villanueva, die de omringende
gebouwen verhoogde tot de huidige vijf verdiepingen. Hij voegde ook
de vele ronde portalen toe. Het project werd na zijn dood voortgezet
en in 1854 afgesloten. Op het Plaza Mayor vonden stierengevechten,
gemaskerde bals, koninklijke huwelijken en kroningen plaats. Het
plein was echter niet uitsluitend een centrum van sociale
evenementen. Hier werden ook Teresa van Avila, Isidorus en
Franciscus Xaverius heilig verklaard, hier vonden executies plaats
en hier werden in de 17e eeuw de openbare processen gehouden van
degenen die de Spaanse inquisitie tot ketters had verklaard. |
Bij de halte Callao stapten we uit. We deden er een aantal cafés aan waar we al
eens eerder waren geweest. In een van die gezellige gelegenheden zag de kelner
ons binnenkomen, waarop hij ongevraagd al halve liters begon te tappen. Een
echte vakman, die vent. Robbert had honger en bestelde een grote portie
aardappelstukjes in heerlijke knoflooksaus. We dronken ook nog wat in een sjiek
café met een strakke, stijlvolle inrichting in heldere pasteltinten, iets wat
Jos wél en Robbert niét kon waarderen. In weer een andere kroeg kregen we als
tapa tot onze grote teleurstelling steeds weer olijven voorgeschoteld. Jos at er
wel wat van en zelfs Robbert probeerde ze uit, maar hij bleef ze afschuwelijk
vinden. De obers wierpen er hun fooi van grote afstand in een houten bakje,
hetgeen een opvallende, droge tik veroorzaakte. In elk Madrileens café hebben de
kelners zo hun eigen foefje en handigheidje.

 |