|
Dag 1: zaterdag, 13 februari
| Precies om 10.00 uur taxieden we op Schiphol de startbaan op.
Binnen 33 seconden waren we los van de grond en konden we het zo
waterrijke Hollandse landschap onder ons bewonderen. De KLM -service
was beter dan die van Alitalia naar Rome; we konden gratis kiezen
uit de landelijke dagbladen en we kregen een rondje koffie en een
rondje fris aangeboden. Onze lunch bestond uit: rijst met kip in
satésaus en maïs als groente, een reuzengarnaal “garni", een broodje
met kaas en koekjes, een bakje vruchtenkwark en tenslotte bier of
wijn naar keuze. We lieten het ons smaken (wie zou daaraan
getwijfeld hebben?), hoewel het eigenlijk pas op de valreep werd
geserveerd. Overigens, in het vliegtuig zaten meer Japanners dan
Westeuropeanen! Tot ons geluk was het erg helder weer, waardoor we
konden genieten van een enorm weids uitzicht over de Spaanse
hoogvlakte en de sneeuwbekapte bergketens. Het luchtverkeer boven
Madrid bleek zo intensief dat we een kwartiertje in een parkeerbaan
boven het Campo Real bleven rondcirkelen; tot ons genoegen want de
bonte, lappendekenachtig wereld onder ons had op ons een
fascinerende uitwerking. Bij de landing om kwart over twaalf
scheerden we vervaarlijk laag over de betonnen woonblokken van een
Bijlmer-achtige buitenwijk. |
 |
De afhandeling van de douaneformaliteiten op de luchthaven Barajas nam enige
tijd in beslag, maar om 13.10 uur zaten we dan toch in de "air terminal"-bus die
ons voor 175 peseta's per persoon naar het centrum van de metropool bracht. Daar
stapten we op de ondergrondse bushalte van Plaza Colon (het Columbus - plein)
uit, We bezichtigden er en passant het modernistische monument ter nagedachtenis
van de Spaanse ontdekkingsreizen, waarna we ons naar het metrostation Serrano
spoedden. Robbert kocht meteen een tienrittenkaart, waarbij hij en passant zijn
rudimentaire kennis van de Spaanse taal kon beproeven. We verlieten de metro na
een keer overstappen bij Calle Sevilla, waaraan ons hotel was gelegen.
Het personeel aan de balie van het twee sterrenhotel Asturias sprak gelukkig
Engels. We logeerden op de vierde etage in kamer 448 (quatrociente quarante oche,
dat kenden we na een dag al van buiten), een redelijk schoon verblijf zonder
echte luxe met een balkonnetje. De badkamer zag er degelijk uit. We pakten snel
onze tassen uit, en ons en om drie uur gingen we welgemoed en vol verwachting
het centrum van de stad maar niet nadat we eerst aan de balie geïnformeerd
hadden waar we kaartjes voor Real Madrid konden kopen. Dat bleek dicht in de
buurt hotel te zijn.
Op weg naar de Puerto del Sol (een centraal gelegen plein waar onder andere 3
metrolijnen elkaar kruisen en waarop 8 belangrijke straten uitkomen) deden we
allereerst het imposante Museo de Jamon (het Hammuseum) aan; dit was een snort
eetcafé, maar wel onberispelijk clean.
Hier dronken we onze eerste Spaanse pint. Later bleek overigens dat er in de
stad meerdere van dergelijke "musea" en "paleizen" waren! Op de Plaza del Sol
was het niet erg druk; het feit dat de beroemde siësta nog bezig was zal daar
wel niet vreemd aan zijn. Jos maakte een foto van een rij lotenverkopende
vrouwen. We vervolgden onze weg naar het harmonisch gebouwde Plaza Mayor. Ook
daar was het vredig en stil. Uit een aanplakbiljet bleek dat er in Madrid wel
degelijk karnaval werd gevierd; we besloten dan ook om hier 's avonds nog terug
te keren.
Het was lekker weertje, zo'n 16º C, dus niets lette ons om maar meteen een fikse
route door de binnenstad te lopen. We wandelden de Calle Mayor met veel banken
en cafés naar beneden. We passeerden het stadhuis (Ayuntamiento), een
16de-eeuwse toren en een kerk uit 1520. We vertoefden hier in de oude kern van
Madrid. We kwamen uit bij de zijkant van het Koninklijk Paleis, we besloten naar
links te gaan. Via een monumentaal seminarie en de kerk San Francisco (waar we
geen aandacht voor konden opbrengen) belandden we bij de San Andros -
koepelkerk. Daar maakte Robbert een foto van. Enkele kronkelende steegjes
brachten ons naar de theaterbuurt, waar we een half uurtje pauzeerden en een
broodje (sandwich) met kaas en ham verorberden.
 |
 |
| Ayuntamiento: het stadhuis |
Ons Hotel Asturias |
Om 5 uur bereikten we de Plaza Santa Ana waar men toen net een soort
rommelmarktje aan het opstellen was. We kochten er ingenieus in elkaar stekend
Tibetaans speelgoed. Uiteindelijk kwamen we uit bij het lelijke gebouw van het
Spaanse parlement, de Cortes genaamd. Ertegenover lag het veel fraaiere Palace
Hotel en Hotel Ritz. Honderd meter verderop prijkte de Neptunus - fontein, die
schuin tegenover het Prado - museum ligt. Dat laatste lieten we echter links
liggen. We richtten onze schreden naar de Plaza de Cibeles, passeerden
ondertussen nog wat standbeelden en een obelisk en stonden het volgende ogenblik
oog in oog met het Madrileense straatcarnaval. Het bleken voorbereidingen te
zijn voor een grote optocht die avond. Die grote "corso" zou plaats vinden op de
Paseo de Recoletos en de Castellani en op de Plaza de Cibeles ontbonden worden.
Uiteraard zouden we die avond ook hier van de partij zijn.
We maakten nog enkele foto's van het pompeuze hoofdpostkantoor en van de Cibeles
-fontein, een Griekse godin op een strijdwagen. Slalommend tussen de dranghekken
liepen we langs de zeer brede en drukke Calle de Alcala terug naar ons hotel.
Deze straat werd beheerst door de indrukwekkende bankgebouwen uit eind vorige,
begin deze eeuw.
Om half zeven listen we ons vermoeid op onze bedden zakken. Robbert nam een
douche, terwijl Jos een voetbad nam. Op weg naar boven bleef de lift tussen twee
stages steken, maar een ferme klap tegen de deuren loste het probleem op.
Om half acht waren we weer terug op de plaats waar het carnavaleske schouwspel
zou plaatsvinden. Robbert had zijn fototoestel meegenomen. Het was er tamelijk
druk; hier en daar liepen zelfs gemaskerden en gekostumeerde rond, meestal
jongeren. De optocht list op zich wachten, daarom liepen we hem maar tegemoet;
eerst achter de dikke hagen van toeschouwers om, maar later werden we zo brutaal
om vóór de rijen op te lopen opdat Robbert betere foto's kon nemen. Niet
iedereen nam ons dat in dankbaarheid af, gelijk hadden ze natuurlijk. De optocht
bestond voornamelijk uit grote groepen met hier en daar een wagen tussen. Een
veel voorkomend thema, vormden heksen, spoken en de dood. De stoet schoot niet
erg vlot op, maar echte gaten vielen er evenmin te bekennen. Na een klein uur en
een handvol opnamen van Robbert doken we het metrostation Ruben Dario in.
| Bij de halte "Opera" bereikten we het straatniveau
weer. In de buurt nuttigden we in een cafetaria broodjes met chorizo
(pittige knoflookworst) en aardappelomelet, weggespoeld met bier.
Vlakbij lag de Plaza Mayor waar het in deze avonduren vooral onder
de arcaden en poorten wemelde van jeugdigen die in verschillende
stadia van dronkenschap verkeerden. We kwamen er al gauw achter
waarom: voor ongeveer f 3,- kon je er een liter bier kopen,
weliswaar in een afschuwelijk "smakende" plastic beker, nou ja, zeg
maar liever emmer. Onze dorst evenwel bleek sterker dan de walging
voor plastic, dus even later stonden ook wij aan zo'n onhandige
liter te lurken. Onze verwachting dat er ook wel levende muziek zou
zijn kwam niet uit. |
 |
Echt gezellig was het er niet. De politie hield voor alle zekerheid wel een
onopvallend oogje in het zeil. Om 23.00 uur hielden we het voor gezien en gingen
we richting Puerta del Sol. Onderweg stilden we onze honger in een cafetaria,
waar we twee willekeurige, geëtaleerde gerechten bestelden. Een ervan bleek een
Madrileense specialiteit te zijn die bestond uit een soort goulash van pens,
hiel, vel, worst, vet en dergelijke, maar dat deerde ons als omnivore
consumenten niet echt. We werden daar bediend door een superzenuwachtige ober
met een norse blik die zich echter wel het vuur uit de sloffen rende.
Rond middernacht namen we tenslotte een afzakkertje in een café aan het pleintje
bij ons hotel. De prijs van een glas bier lag daar tot onze verbazing een stuk
hoger; zo chique was het er ook al weer niet.


|