|
Chronologie van de Spaanse geschiedenis
PREHISTORIE
25.000 - 10.000 v. Chr.: Op de rotsschilderingen van Altamira (nabij Santander)
beeldt de Cro-Magnon - mens jachttaferelen af.
Ca. 3.000 v. Chr.: Iberiërs, vermoedelijk uit Noord-Afrika, vestigen zich in het
zuiden en oosten van het schiereiland dat later hun naam zal dragen.
Ca 1.000 v. Chr.: Phoenicische handelaren stichten Gadir (het huidige Cádiz) aan
de Atlantische kust van Spanje.
800 - 700 v. Chr.: Keltische stammen trekken over de Pyreneeën Spanje binnen.
PHOENICIËRS EN ROMEINEN
Ca. 540 v. Chr.: De Phoenicische nederzettingen in Spanje komen onder het bewind
van het steeds sterker wordende Carthago, een vroegere kolonie van de Feniciërs
in Noord-Afrika.
237-228 v. Chr.: Rivaliteit met Rome zet de Carthagers aan tot verdere
gebiedsuitbreiding in Spanje.
218-201 v. Chr.: Rome verslaat Carthago definitief in de Tweede Punische Oorlog;
Spanje wordt vervolgens verdeeld in een aantal Romeinse provincies.
392 n. Chr.: De in Spanje geboren keizer Theodosius I maakt het christendom tot
staatsgodsdienst van zijn rijk.
VANDALEN EN GOTEN
409: Vandalen, Sueven en Alanen vallen Spanje vanuit het noorden binnen.
411: De West - Goten dringen Spanje binnen. Na jaren van strijd met de andere
Germaanse invallers krijgen zij uiteindelijk het hele Iberische schiereiland in
handen. Ze regeren vanuit de nieuwe hoofdstad Toledo.
589: Het Latijns christendom wordt verheven tot staatsgodsdienst van Spanje
wanneer koning Reccared het Arianisme, een ketterse vorm van het christendom,
afzweert.
Ca. 655: In de Libera Judiciorum worden de wetten van de West - Gotische staat
voor het eerst op schrift gesteld.
MOORSE OVERHEERSING
711-716: Naar Spanje gehaald door vijanden van koning Roderik, verslaan
mohammedanen uit Noord - Afrika de West - Goten en veroveren vrijwel het gehele
schiereiland. In de volgende zeven eeuwen bloeit de Moorse
beschaving in Spanje.
Ca. 720: De christenen van Asturië verslaan de Moren in de slag bij Covadonga,
het begin van de Reconquista, de herovering van het land op de mohammedanen die
700 jaar in beslag zal nemen.
1094: De Castilliaanse ridder El Cid Campeador, die later de nationale held van
Spanje zal worden, neemt Valencia in; na zijn dood in 1099 wordt de stad door de
Moren heroverd.
1137: De vorstendommen Aragón en Catalonië worden onder één kroon verenigd.
Ca 1140: Een onbekend schrijver vervaardigt het eerste grote werk van de Spaanse
literatuur: een episch gedicht over de daden van El Cid.
1236 - 1248: Córdoba, Murcia, Jaén en Sevilla worden door de christenen
heroverd. Alleen Granada blijft nog in Moorse handen.
1348 - 1351: Ongeveer een derde deel van de Spaanse bevolking wordt slachtoffer
van de Zwarte Dood - een pestepidemie die heel Europa teistert.
1391: De economische en maatschappelijke ontwrichting die een gevolg is van de
Zwarte Dood leidt tot
vervolging van de Spaanse joden.
1479: Aragón en Castillië worden verenigd onder het bewind van Ferdinand en
Isabella, de zogenoemde "Katholieke Koningen".
1481: De Inquisitie, ingesteld om de rechtzinnigheid van de conversos (bekeerde
joden) te onderzoeken, veroordeelt 16 personen tot de brandstapel. Het is een
voorproefje van de religieuze vervolging die in de volgende drie eeuwen zijn
hoogtepunt bereikt.
1492: Granada, het laatste Moorse bolwerk in Spanje, wordt door de christenen
ingenomen. Columbus plant na zijn oversteek van de Atlantische Oceaan het banier
van de Katholieke Koningen in de Nieuwe Wereld. Ruim 150.000 joden worden bij
decreet uit Spanje verdreven.
SPAANSE WERELDRIJK
1504: Koningin Isabella sterft.
1512: Ferdinand annexeert Navarra.
1516 - 1556: Ferdinand opgevolgd door zijn kleinzoon Karel I, heerser over de
Nederlanden en de eerste
Habsburger op de Spaanse troon. In 1519 als Karel V tot keizer van het Heilige
Roomse Rijk gekroond, werpt de nieuwe vorst zich op als "Vaandeldrager Gods" en
voert langdurige oorlogen tegen zowel protestanten als moslims. Onder zijn
bewind groeit Spanje uit tot een vooraanstaande maritieme mogendheid en begint
de kolonisatie van Amerika.
1521: Een Spaans legertje onder Hernán Cortes neemt de Azteekse hoofdstad
Tenochtitlán in, waarmee Mexico voor Spanje wordt veroverd.
1540: Ignatius van Loyola, een oud-militair uit het Baskenland, richt de
Sociëteit van Jezus op, al gauw een van de machtigste religieuze orden in
Europa.
1556: Karel wordt opgevolgd door zijn zoon, Philips II.
1561: Philips maakt Madrid tot zijn hoofdstad.
1563 - 1584: Nabij Madrid wordt het grote paleis El Escorial gebouwd.
1564: Begin van de kolonisatie van de naar Philips vernoemde eilandengroep der
Filippijnen.
1568 - 1648: Door de opstand van de grotendeels protestante Nederlanden raakt
Spanje verwikkeld in de
Tachtigjarige Oorlog.
1571: De gecombineerde vloot van Spanje, Venetië en de Kerkelijke Staat, onder
bevel van Philips halfbroer Don Juan van Oostenrijk, verslaat de Turkse vloot in
de slag bij Lepanto.
Ca. 1577: De schilder El Greco vestigt zich in Toledo.
1580: Philips annexeert Portugal en brengt zo het gehele Iberisch schier-eiland
tijdelijk onder Spaans gezag.
1588: De Grote Armada, uitgezonden om het protestantse Engeland te straffen,
wordt vernietigend verslagen.
1598: Na de dood van Philips II komt diens zoon Philips III op de troon, die het
regeren overlaat aan gunstelingen en meer tijd besteedt aan de jacht en het
theater dan aan bemoeienis met staatszaken.
1599 - 1600: Een pestepidemie eist in Castillië een half miljoen slachtoffers.
1605: Cervantes publiceert het eerste deel van zijn komische meesterwerk Don
Quijote, na de Bijbel het meest herdrukte boek ter wereld.
1609 - 1614: Ruim 275.000 Moriscos (tot het christendom bekeerde moslims) worden
uit Spanje verdreven.
1621 - 1700: Door Philips IV en Karel II gevoerde oorlogen doen de Spaanse macht
verder afnemen. In 1640 komt Catalonië in opstand en wordt Portugal voorgoed
onafhankelijk. Met Murillo en Velásquez maakt de Spaanse schilderkunst een
bloeiperiode door.
1700: Karel II sterft kinderloos en wordt opgevolgd door Philips V, een
kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV, en de eerste Bourbon op de Spaanse
troon.
1702 - 1714: In de Spaanse Successie - oorlog proberen de Oostenrijkers en de
Britten Philips V te vervangen door hun eigen kandidaat voor de Spaanse troon,
aartshertog Karel van Oostenrijk. Philips behoudt zijn troon, maar Oostenrijk
verwerft de meeste Spaanse bezittingen in Europa en de Britten krijgen Gibraltar
en het Balearen - eiland Menorca. Later geven zij Menorca op, maar Gibraltar
blijft Brits.
1767: De hervormingsgezinde koning Karel III gelast de uitwijzing van de
jezuïeten, die hij als een bedreiging van de koninklijke macht beschouwt.
1793: Als Lodewijk XVI door Franse revolutionairen wordt terechtgesteld,
verklaart zijn Spaanse bloedverwant Karel IV Frankrijk de oorlog.
NAPOLEONTISCHE TIJD
1793 - 1805: Franse troepen vallen Spanje binnen en dwingen het tot een
bondgenootschap tegen Engeland. De Britse vloot verslaat bij Trafalgar de
Fransen en Spanjaarden, waarmee de Spaanse maritieme macht ten einde komt.
1808 - 1814: Napoleon, nu keizer van Frankrijk, zet zijn broer Jozef op d
Spaanse troon, waarmee een verbeten guerrilla uitbreekt tegen de Franse
bezetters. Een Brits leger onder Wellington komt de Spaanse opstandelingen te
hulp en brengt de Fransen een nederlaag toe.
1810 - 1824: De meeste Spaanse koloniën in Zuid-Amerika worden zelfstandig.
1812: In Cádiz komt een Cortes (parlement) bijeen en kondigt een liberale
grondwet af die de macht der monarchie beperkt.
1814 - 1833: Na de aftocht der Fransen komt de troon weer aan de Bourbons, in de
persoon van Ferdinand VII. Hij blijkt een eigengereid en meedogenloos
voorstander van het absolutisme, trekt de grondwet in en probeert al zijn
liberale tegenstanders te vernietigen.
1833 - 1839: Een geschil over de troonsopvolging tussen Ferdinand’s minderjarige
dochter Isabella en zijn broer Don Carlos leidt tot het uitbreken van de eerste
Carlisten - oorlog. Don Carlos wordt verslagen en verlaat Spanje.
1839 - 1868: Door een opeenvolging van volksopstanden in de steden en militaire
staatsgrepen (de zogenaamde pronunciamientos) komt de ene na de andere regering
van liberale signatuur ten val.
1868: Isabella wordt door een pronunciamiento tegen haar wanbeleid gedwongen in
ballingschap te gaan.
1870 - 1874: Hertog Amadeo van Aosta aanvaardt de Spaanse kroon, maar doet na
drie jaar al weer afstand van de troon. Na verdere conflicten met de Carlisten
en een kortstondige Republiek komt Isabella's zoon Alfonso XII op de troon.
1898: Spanje verliest Puerto Rico, de Filippijnen en Cuba in de Spaans
-Amerikaanse Oorlog.
MODERNE TIJD 20E EEUW
1909: Een algemene staking in Catalonië leidt tot ernstige ongeregeldheden in
Barcelona. Het oproer wordt vervolgens bloedig onderdrukt.
1912: Spanje vestigt een protectoraat in Noordwest - Marokko.
1917 - 1923: Een poging om de monarchie te liberaliseren eindigt in een door de
socialisten georganiseerde algemene staking, die door het leger wordt
neergeslagen. Ook daaropvolgende anarchistische stakingen worden met geweld
gebroken.
1921: Optreden van het leger tegen een opstand in Marokko leidt tot het bloedbad
van Anual, waarbij in totaal 15.000 Spaanse soldaten sneuvelen.
1923 - 1930: Generaal Miguel Primo de Rivera zet de ernstig verzwakte
parlementaire democratie buitenspel en wordt met steun van koning Alfonso XIII
dictator van Spanje. Zijn bewind is echter impopulair bij het leger en bij de
vorst, waardoor hij tenslotte tot aftreden wordt gedwongen.
1925 - 1927: Spaanse en Franse troepen verslaan gezamenlijk de Marokkaanse
opstandelingenleider Abd el-Krim.
1931: Alfonso XIII gaat in ballingschap nadat een overweldigende meerderheid
zich uitspreekt voor de republiek. De Tweede Republiek wordt uitgeroepen en een
democratische, hervormingsgezinde regering ingesteld.
1933: José Antonio Primo de Rivera, de zoon van de vroegere dictator, richt de
Falange op, een fascistische partij.
1933 - 1936: Rechts komt bij de verkiezingen weer aan de macht en maakt alle
hervormingen weer ongedaan.
1934: Het leger slaat gewapende opstanden neer in Catalonië en Asturië.
1936: Het Volksfront, een coalitie van linkse partijen, behaalt bij algemene
verkiezingen een grote meerderheid.
1936 - 1939: Een staatsgreep door rechtse generaals leidt tot drie jaar
burgeroorlog. Generaal Francisco Franco, aan het hoofd van een opstandige
regering in Burgos, behaalt de overwinning met steun van Hitler en Mussolini.
FRANCO - BEWIND
1937: Het bombardement van Guernica door Duitse vliegtuigen inspireert Picasso
tot zijn beroemde werk.
1939 - 1945: Hoewel Spanje in de Tweede Wereldoorlog officieel neutraal blijft,
houdt Franco nauw contact met de As - mogendheden. Hij levert grondstoffen en
stuurt troepen die deelnemen aan de Duitse inval in Rusland.
1945 - 1946: Spanje wordt buiten de Verenigde Naties gehouden. Een diplomatieke
boycot wordt gevolgd door economische sancties.
1947: De wet op de opvolging maakt Spanje tot een monarchie. Franco zal
opgevolgd worden door een lid van het Spaanse vorstenhuis.
1953: In ruil voor ruime financiële hulp stemt Franco in met de vestiging van 4
Amerikaanse militaire bases in Spanje.
1955: Spanje wordt toegelaten tot de VN.
1956: Het Spaanse protectoraat in Marokko wordt opgeheven.
1959: De ETA (Euzkadi Ta Azkatasuna, Vrijheid voor het Baskenland) wordt
opgericht, een terroristische groepering die Baskische onafhankelijkheid
nastreeft.
1969: Franco wijst Juan Carlos, de kleinzoon van Alfonso XIII, aan tot zijn
opvolger.
1972: Spanje sluit een handelsverdrag met de Sovjet-Unie.
1973: Admiraal Carrero Blanco, pas door Franco als premier aangesteld, komt bij
een ETA - aanslag om het leven.
OPNIEUW KONINKRIJK / SPANJE BIJ EU EN NAVO
1975: Franco sterft. Juan Carlos wordt tot koning gekroond.
1976: De Wet op de Politieke Hervorming, die Spanje tot een democratie maakt,
krijgt in een nationaal referendum bijna 95 procent van de stemmen.
1977: Spanje houdt zijn eerste vrije verkiezingen in 40 jaar; er komt een
centrum-rechtse regering onder Alfonso Suarez. Madrid begint onderhan-delingen
over toelating tot de EG.
1978: Een nieuwe democratische grondwet, die de burgerlijke vrijheden garandeert
en de regio's autonomie verleent, wordt bij referendum goed-gekeurd. Aanslagen
door de ETA eisen meer dan 50 slachtoffers.
1979 1980: De Basken en Catalanen krijgen een grote mate van autonomie. Spanje
wordt in naam een federale staat met 17 autonome Gemeenschappen.
1981: Koning Juan Carlos helpt een militaire staatsgreep te verijdelen.
1982: Enkele maanden later behalen de socialisten onder leiding van Felipe
González bij verkiezingen een grote overwinning.
Wereldkampioenschappen voetbal in
Spanje. / Spanje lid van de NAVO.
1983: Semi-autonome regeringen ingesteld om Baskenland en Catalonië tevreden te
stellen.
1986: Spanje lid van de EEG (nu EU).
1991: Top Bush - Gorbatsjov in Madrid.
1992: Spanje viert dat Columbus 500 jaar geleden naar Amerika vertrokken is. / Olympische Spelen in Barcelona.
/ Expo '92 in Sevilla.
1993: Felipe González wint voor de derde keer.
1994/5: Corruptieschandalen brengen de regering in diskrediet.
1995: ETA probeert oppositieleider José María Aznar te vermoorden.
1996: González verliest de verkiezingen van een coalitie onder Aznar.
Uit: Spanje, door de Redactie van Time-Life Boeken, Amsterdam
1986.
Koningen en staatshoofden
Castilië
Oorspronkelijk een deel van het oudste christelijke koninkrijk Asturië –León ,
vervolgens een zelfstandig graafschap en vanaf 1035 een koninkrijk. Hoofdstad
Burgos, later Valladolid.
Fernando I el Magno (de Grote) 1035-1065
Sancho II el Fuerte (de Sterke) 1065-1072
Alfonso VI el Valiente (de Moedige) 1072-1109
Urraca 1109-1126
Alfonso VII 1126-1157
Sancho III 1157-1158
Fernando II 1157-1188
Alfonso VIII el Noble (de Edele) 1158-1214
Enrique I 1214-1217
Alfonso IX 1217-1230
Fernando III el Santo (de Heilige) 1217-1252
Alfonso X el Sabio (de Wijze) 1252-1284
Sancho IV 1284-1295
Fernando IV 1295-1312
Alfonso XI 1312-1350
Pedro el Cruel (de Wrede) 1350-1369
Enrique II 1369-1379
Juan I 1379-1390
Enrique III 1390-1406
Juan II 1406-1454
Enrique IV 1454-1474
Isabel I 1474-1504
Juana le LOca (de Waanzinnige)/
Filips de Schone 1504-1506
Fernando II 1516 (regent)
Spanje
Hoofdstad vanaf 1561: Madrid
Habsburgers
Carlos I (Karel V) 1516-1556
Felipe II (Filips II) 1556-1598
Felipe III 1598-1621
Felipe IV 1621-1665
Carlos II 1665-1700
Bourbons
Felipe V 1700-1724
Lodowigo 1724
Felipe V
(na dood van zoon opnieuw koning) 1724-1746
Fernando VI 1746-1759
Carlos III 1759-1788
Carlos IV 1788-1808
Fernando VII (afgezet door Napoleon) 1808
Huis Bonaparte
Joseph Bonaparte (broer van Napoleon I) 1808-1813
Bourbons
Fernando VII (opnieuw koning) 1813-1833
Isabel II (MaríaLuisa regentes tot 1846) 1833-1868
Francisco Serrano: na revolutie regent 1868-1870
Huis Savooie
Amadeo 1870-1873
Eerste Republiek 1873-1874
President: Francisco Serrano
Bourbons
Alfonso XII 1874-1885
Maria Cristina (regentes) 1885-1902
Alfonso XIII 1902-1931
Tweede Republiek 1931-1939
Alcalá Zamora (president) 1931-1936
Manuel Azaña (president) 1936-1939
Dictatuur van Franco 1939-1975
Bourbons
Juan Carlos 1975- heden
Uit: Hart van Spanje, Dirk
van Beek, Haarlem 1997.


|