|

Dag 7
Een wijnfabriek
Om negen uur ’s morgens verlaten we Skopje en rijden we het binnenland in.
In Tikves, het grootste wijnproducerend gebied van de Balkan, staat vervolgens een
rondleiding in een wijnfabriek met bottelarij op het programma. Daar pas ik
voor; samen met een andere dissident neus ik wat rond in de omgeving, onder
andere bij een modern theaterachtig gebouw dat een sporthal blijkt te zijn. Daar
hebben ze dus wel geld voor hier.
Die eeuwige gezamenlijke lunches
Een tweede stop volgt in de stad Prilep, het centrum van de Macedonische
tabaksindustrie. Daar gaat Darko ons voor naar een
volgens hem goed restaurant om de lunch te gebruiken. Als doorgewinterde
reizigers kennen we die praktijken onderhand: hoe groter de groep eters, hoe
meer commissie voor de aanbrenger, in dit geval de gids dus. Sommige chauffeurs
hebben hier ook een handje van. Enfin, ook hier pas ik voor. Honderd meter
verderop ligt een straatje vol knusse eettentjes en restaurantjes met koele
terrasjes, menu’s te kust en te keur en waarschijnlijk veel goedkoper ook.
Nauwelijks wachttijden, geen problemen met afrekenen, alle vrijheid om te gaan
en te staan waar en wanneer je maar wilt. Voor de luttele som van € 2,50 smul ik
van een pittig goulashsoepje en een pizzapunt op een gezellig terrasje.
Plattelandsstadje Prilep, de moeite waard
De resterende tijd neem ik te baat om het stadje in ijltempo te bekijken.
Het is best de moeite waard: mooie klokkentoren, sfeervolle markt, aardige
winkelstraatjes met beeldhouwwerkjes, groen parkachtig plein met fontein, ruïne
van een moskee en medresse (aardbeving of oorlogsgeweld, daar kom ik niet
achter; de minaret is wel gespaard gebleven). Samen met andere niet-lunchers ben
ik op tijd terug bij de bus, maar het duurt een half uur voor de grote groep
lunchers arriveert. Een doorn in mijn oog, want zo is dat al vaker voorgekomen
en ik reageer dan ook kribbig tegen de chauffeur. Daarna houdt men zich gelukkig
beter aan de afspraken. Waarschijnlijk ben ik te veel individualist om
probleemloos in dit soort groepsreizen te kunnen functioneren, het zij zo.
Orthodox klooster tegen berghelling
Na de lunchstop bezoeken we in Varos een orthodox klooster waarvan me de naam
ontschoten is, maar het heeft iets met Aartsengelen te maken. De bus mag de berg niet op, dus we moeten te voet naar boven.
Niet iedereen is daartoe in staat, daarom wordt er een drietal taxi’s
gecharterd. Vol goede moed begin ik aan de steile wandeling, maar halverwege
haak ik toch maar af met zere knieën en krakend heupgewricht. Ik maak foto’s van
de grillige rotsformaties van graniet en dwaal af naar het pastoraal aandoende dorpje met
balkende ezels en weggetjes vol koeienflaters en paardenvijgen. De agrarische
bevolking staart me niet-begrijpend aan: “Wat heeft die vreemde snuiter hier te
zoeken? Het klooster ligt daarginds, hier is niets te zien”, zie je ze denken.
Ik pauzeer bij een alleraardigst dorpskerkje.
Hotel Molika op de Pelister – berg
Na zessen bereiken we de plaats Bitola. We doorkruisen de stad en rijden het
natuurpark Pelister met bergtoppen tot 2600 meter hoogte binnen. Op ruim 1400
meter ligt ons hotel Molika, daar houdt tevens de weg op. Uitzicht over de al
schimmige vlakte onder ons. De hellingen zijn bebost en voortdurend horen we
vogels fluiten. Het hotel is van een goede standaard, hoewel het aan de
buitenkant wel eens een onderhoudsbeurt kan gebruiken. Vlakbij liggen
skihellingen, enkele maanden geleden beoefende men hier nog wintersport. Het
diner is van uitstekende kwaliteit. Daarna maak ik nog een korte avondwandeling
tot het avondduister invalt.


|