|
|
THE CITYVrijdag 19 oktober 1980 Jos stond niet op voor zijn ontbijt. De nacht van te voren had hij iets veel
warme moutwhisky achter de kiezen gekregen. Het kopje koffie bij de Italiaan
sloegen we over om de aldus verloren gegane tijd weer in te halen. Om half elf
vertrokken we naar het griezelmuseum The London Dungeon. Hier werden een aantal
werktuigen heel realistisch tentoongesteld, alsmede cachotten, galgen en ander
bloedig spul. Het was wel een beetje amateuristisch met zijn bloedstollende
kreten en gekreun op de achtergrond als goedkoop effectbejag. Het was trouwens
ook commercieel van opzet, want dit was het enige "museum" waar we entree
moesten betalen. Via London Bridge trokken we weer de City in. Het was middag geworden en The Monument (een hoge zuil waar je in kunt) was dicht. We liepen nu door het echte zakencentrum van London, de omgeving van de wereldbanken, van Lloyd’s, van de bolhoeden, van de Rolls Royces. Bij het gebouw van de voormalige Exchange hielden we halt. Tegenover ons lag Mansion House, waar we niet naar binnen konden. Rechts naast ons lag de Bank of England, ook daar werden we niet toegelaten, daar hadden we volgens de overigens beleefde bewakers niets te zoeken, tenzij we zakelijke transacties wilden uitvoeren. Nou, dat was niet het geval. Het oude gebouw van de Beurs gingen we wel binnen. Het was nu vol behangen met grote doeken à la Rembrandt en langs het grote betegelde en open middenvlak stonden kraampjes waar men kitsch voor een goed doel verkocht. Even later stonden we in een herenmodezaak. Jos kocht enkele overhemden, een
trui en een spencer. Clim nam een nieuw pak, maar geen driedelig, want dat was
hem iets te duur. Het kostuum moest nog vermaakt worden. 's Avonds konden we
terugkomen om het op te halen. Inmiddels begon de honger te knagen. In een
zijstraatje konden we terecht in een eethuisje dat in de middaguren bevolkt
werd door lager kantoorpersoneel. We aten er pizza. Het maal was niet zoals we
het zouden wensen, maar ja.. Het was vrijdag en veel banken zouden sluiten. We hadden nog Nederlands geld nodig voor de overtocht, maar in dit valutazakencentrum van de wereld had geen enkele Engelse bank genoeg Nederlandse valuta in voorraad! Een sterk stuk. De Amerikaanse Bank of Boston moest hier uitkomst bieden! Nou Brittannië, dit was beslist geen goeie beurt!
Naar de kleermaker Via een omweg liepen we terug naar de kleermaker. We kwamen nog langs de Guildhall, maar onze belangstelling voor historische toestanden was duidelijk tanende, bovendien restte ons niet veel tijd meer. De kleren c.q. het kostuum zat Clim als gegoten. De verkoper verwachtte ons weer terug als we ooit weer een bezoek aan Londen brachten. De metro bracht ons terug naar het hotel. We namen een bad, lazen nog wat en gingen weer op weg naar Victoria Station om inlichtingen in te winnen over het vertrek van de bus naar de boot in Sheerness. Restaurant “Chez Marcel” We gingen hierna duur uit eten in het Franse restaurant “Chez Marcel”. Erg uitgebreid, vooral de salade. De chef-kok was overigens Engelsman en had in 1945 nog in de Peel gevochten. Hij raadde onze afkomst en onze geboortestreek aan het accent van ons Engels, beweerde hij. Maar wij dachten dat hij gewoon ons onderling dialect herkend had. We legden nog aan bij onze stampub, waar we steeds Indian Pale Ale hadden gedronken. |