|

Dag 7 /
Vrijdag 20 juli 1984
De dag van ons vertrek uit Liverpool was aangebroken. Om half tien gingen we op
weg. Via Warrington bereikten we de M6, de autoweg naar het zuiden. Achter
Birmingham pauzeerden we om 13.00 uur in een restaurant. We aten friet met
hamburgers. Hub. voelde zich erg vermoeid. We tankten voor er voor een bedrag
van £ 10.
Om 15.00 uur kwamen we in Londen aan. Het was er ontstellend druk, maar Hub.
liet zich niet intimideren en reed zonder aarzelen rechtstreeks naar het
Victoria - station. In de buurt daarvan vonden we na enig zoeken een hotelletje
(Hotel Stanley in Belgrave Road); er waren niet veel "vacancies': We hadden
radio, televisie en een eigen badkamer. We rustten tot zeven uur uit. Hub.
Sliep, Jos las en nam een uitgebreid bad.
Die avond gingen we al direct uit. Bij Victoria wisselde Jos tegen zwaar verlies
een ‘traveller cheque" in; de "Hong Kong" Bank was de enige die nog open was.
Ook konden we enkele Nederlandse kranten op de kop tikken, nieuws van onze
jongens in de "Tour de France" was ons welkom. We reisden met de "underground”
naar Charing Cross en liepen van daaruit naar het uitgaanscentrum Soho (nu
voornamelijk sekstenten en peepshows) en de theaterwijk rondom Shaftesbury
Avenue. We wilden de musical "Evita" gaan bekijken, maar de entree van minimaal
£ 10.- (fl 43,-) en dat vonden we
toch wel wat aan de hoge kant. |
 |
We aten heel goedkoop bij een Italiaan: ox tail-soup, spaghetti, pasta, pizza,
bier en koffie voor ongeveer een tientje per man. Vanaf tien uur slenterden we
door de wijk. In de "Hippodrome", de bekendste en grootste disco van Londen,
werden we niet toegelaten. De andere disco's vroegen een exorbitant hoog
entreegeld. Het was erg druk in de straten. Hier en daar stonden wat muzikanten
te musiceren. Om 12.00 uur wipten we een pizzeria binnen om wat te drinken (de
pubs waren inmiddels allen gesloten), voor de schijn bestelden we een panpizza.
Helaas werd daar ook geen bier meer getapt.
Om 01.00 uur liepen we terug naar ons hotel. We wilden eigenlijk de "Night Owl"-bussen
gebruiken, maar steeds misten we de juiste lijn. Via Trafalger Square, White
Hall, Parliament Square en Westminster bereikten we eindelijk onze wijk
Belgravia. Jos had blaren onder zijn voeten.
Dag 8 /
Zaterdag 21 juli 1984
Omdat Hub. geen zin had in eten ontbeet Jos alleen. Per tube begaven we ons
daarna naar het Imperial War Museum in de buurt van het station "Elephant and
Castle”. Daar bleven we tot 12.00 uur. Bij een tentje dronken we cola en aten we
een “hot dog”. Daarna toerden we met bussen wat rond door de Zuidlondense wijk
Brixton, waar enkele jaren geleden hevige rassenonlusten woedden. Het
straatbeeld wordt er beheerst door West – Indiërs (zwarten dus) en Hindustani
(bruine Zuid-Aziaten uit onder meer Pakistan en India). Om 13.00 uur zaten we op
een terras bij Covent Garden. Het was er wel gezellig, er hing een vredige sfeer
zonder het koortsachtige verkeer van de City.
We doolden een tijdje rond in het nabij gelegen London Transport Museum (alle
historische transportmiddelen levensgroot aanwezig), bekeken het straattheater
en keerden tegen half vijf terug naar ons hotel bij het Victoria Station.
Die avond hielden we het rustig. We bleven in de buurt, slenterden door
Belgravia met zijn imposante herenhuizen en deden “en passant" het Buckingham
Palace aan. We dineerden bij Slater's, waar we met een coupon van de "underground-explorer"
korting kregen. Tussen 21.00 en 23.00 uur vereerden we een drietal pubs met een
bezoek. Om half twaalf legden we ons te ruste; althans Hub., Jos bleef op om
naar de film "Jeremiah Johnson" met Robert Redford op de televisie te kijken.
Hij ging om 2 uur slapen. |
 |
|
LONDON
"Sir, when a man is tired of London, he is tired of life" Dr. Samuel Johnson (1709-1784)
Hoofdstad van het Verenigd Koninkrijk, ofwel Groot -
Brittannië. De stad ligt 75 km
van de Noordzee af landinwaarts; Groot-London beslaat een oppervlakte van 1850
km2 en telt zo'n 9 miljoen inwoners. De snelweg rondom de stad wordt de "Orbital" genoemd en is meer dan 200 km lang.
Het historische London, de City, is slechts klein en telt enkele duizenden
inwoners; overdag werken er desalniettemin een half miljoen mensen, voornamelijk
in kantoren en winkels. Het is de City die in 1666 door de Great Fire bijna
volledig in as werd gelegd.
London werd gesticht door de Romeinse legioenen die in 54, 55 na Chr. Brittania
bezetten; het werd Londinium gedoopt. Reeds in de Middeleeuwen was het de
belangrijkste stad van Engeland. In die tijd ontstond ook Westminster, een
nederzetting ten westen van London, waar nu onder meer de
regeringsgebouwen gevestigd zijn |
We bezochten er de volgende bezienswaardigheden:
Imperial War Museum, gevestigd in een voormalig hospitaal. Uitgebreide
collectie voorwerpen en nagebootste situaties (loopgraven) m.b.t. de oorlogen en
het Britse leger. Modellen van oorlogsmaterieel (vliegtuigen), uniformen, ordes
en medailles, stafkaarten, bombardementsvluchtschema's en luchtfoto's van
verwoeste Duitse steden, kanonnen en ander wapentuig. In de voortuin: 2
gigantische kanonnen, afkomstig van een fregat.
| London Transport Museum, gelegen nabij Covent Garden. Bevat alle historische
voertuigen, installaties, affiches e.d. die betrekking hebben op de geschiedenis
van het Londonse openbare vervoer. Niet alleen op schaal, maar ook levensecht
(in natuurlijke grootte): trams, (trolley-)bussen, locomotieven, treinstellen,
paardenwagens. |
 |
 |
 |
Buckingham Palace
De officiële
Londense residentie van de koninklijke familie
Buckingham
House was oorspronkelijk gebouwd voor de hertog van Buckingham,
in 1703. In 1762 kocht George II het als woning voor hemzelf en
zijn gemalin, koningin Charlotte: een minder formeel verblijf
dan de officiële residentie in het paleis van St. James. Zijn
fraaie boekenverzameling en vele kunstwerken werden hier
ondergebracht.
In 1825
werd het huis omgebouwd tot een paleis. John Nash, de favoriete
architect van George IV, begon met de herbouw en ontwierp grote
staatsievertrekken en een monumentale trap – tegen enorme
kosten. Het werk werd voltooid door Edward Blore, die in 1847 de
oostelijke façade tegenover de Mall aanbracht: dit is de kant
die de meeste mensen te zien krijgen en vormt de achtergrond van
het wisselen van de wacht.
Toen
koningin Victoria in 1837 de troon besteeg, maakte zij als
eerste Buckingham Palace tot de voornaamste Londense residentie,
voor regeringszaken, maar ook voor haar privéappartementen. Hier
woonde zij samen met prins Albert; bijna al haar kinderen werden
hier geboren. De staatsievertrekken zijn sindsdien voortdurend
in gebruik geweest voor koninklijke ontvangsten en recepties.
ook zijn hier topstukken van de koninklijke kunstcollecties te
zien: schilderijen en beeldhouwwerken, meubilair en porselein,
verzameld door haar voorgangers, in het bijzonder Karel I en
George IV. Als de koningin in de stad is, wappert de koninklijke
vlag; zodra ze vertrekt, wordt de vlag gestreken.
"Pracht en
praal is iets voor buitenlanders, Engeland moge zich beroemen op
zijn eenvoud."
Politicus Joseph Hume over de kosten van het paleis |
Buckingham Palace, de Londonse residentie van de Engelse Konink1ijke Familie,
met een 16 ha grote tuin. Door John Nash in 1825 voor George V herbouwd. Op het
voorplein vindt dagelijks de "Changing of the Guard" plaats, een gebeurtenis die
duizenden toeristen trekt.
Queen Victoria Memorial, een voor de betreffende Koningin-Moeder in 1911
opgericht monument, ontworpen door Sir Aston Webb en Sir Thomas Broek.
Eros Statue, beroemd fontein van Sir Alfred Gilbert, ligt midden op Picadilly
Circus. Heet eigenlijk Shaftesbury Memorial, naar een Engelse filantroop uit de
vorige eeuw. Opgericht in 1892.
Beeld van Eros
(Londen)
Onbedoeld
symbool van de genoegens van het Londense uitgaansleven
De installatie
van dit bekende en geliefde beeldje met bijbehorende fontein werd
aanvankelijk niet alom met gejuich begroet. Critici vonden het
beeldje lelijk en het bekken van de fontein te klein, waardoor
voorbijgangers soms nat werden. De fontein is ontworpen door de
begaafde beeldhouwer Alfred Gilbert. Voor het beeldje gebruikte hij
aluminium, in die tijd nog een vrij nieuw materiaal.
De gevleugelde
figuur was eigenlijk niet bedoeld als verbeelding van de Griekse god
van de liefde (dat zou ook niet gepast zijn, want er liepen tal van
prostituees rond op Piccadilly Circus) maar de verzinnebeelding van
de christelijke naastenliefde, een eerbetoon aan de grote filantroop
Lord Shaftesbury. Oorspronkelijk richtte hij zijn pijl (of shaft) in
de richting van Shaftesbury Avenue, om het verband met Lord
Shaftesbury duidelijk te makers. Dit verband werd minder duidelijk
toen het beeld in de jaren ‘80 een andere plek kreeg. De fontein is
gedecoreerd met vissen en andere zeewezens.
Omdat het beeld
niet echt op een engel leek, kreeg het in de volksmond al snel de
benaming 'Eros'. Het was de bedoeling dat intekenaars aan de kosten
konden bijdragen, maar uiteindelijk draaide Gilbert zelf voor het
merendeel van de kosten op. Hoewel hij heel beroemd was en veel
opdrachten kreeg, werd hij in 1901 failliet verklaard en moest hij
naar het buitenland uitwijken. In 1923 ontwierp hij echter nog het
indrukwekkende monument voor koningin Alexandra bij Marlborough Gate,
naast het paleis van St. James.
Piccadilly
Circus werd in 1819 aangelegd door John Nash, als rond plein tussen
Regent Street en de winkels van Piccadilly. Sindsdien ziet het er
heel anders uit dan in de 19e eeuw: vanaf 1910 begonnen firma's als
Bovril en Schweppes hier hun grote advertentieplaten op te hangen.
Het plein geldt nu als het centrum van het Londense uitgaansleven en
is een van de beroemdste ontmoetingsplaatsen ter wereld.
"[..] het
contrasteert sterk met de doorgaans zo lelijke beeldhouwwerken in
onze straten."
Magazine of Art, bij de onthulling in 1893 |
London Heathrow Airport, de grootste en modernste Londonse luchthaven en
vliegveld (andere: Gatwick, Croydon en Luton) dat ten westen van London ligt.
Uitzicht op het vliegverkeer vanaf de zgn. Roof Gardens.
Nelson Column, een 56 m hoge gedenknaald (zuil van Devon-graniet) midden op
Trafalger Square. In 1840-1843 opgericht ter ere van de zeeheld admiraal Nelson
door E.H. Bailey. Het standbeeld is 5 meter hoog. Op de grond houden vier
bronzen leeuwen de wacht.
Zuil van Nelson
Nelson torent
hoog uit boven Londen, tegenover het regeringsgebouw Whitehall
'Als ooit iemand
roem had verdiend door zijn daden, dan was het wel de held van
Trafalgar."
Illustrated London News, 1843
De zuil van
Nelson is een monument voor de overwinning op de Fransen, ter ere
van de grootste Engelse zeeheld. Lord Nelson viel in 1808 in de Slag
van Trafalgar, waarbij de Engelse zeemacht 33 Franse en Spaanse
schepen uitschakelde zonder zelf een schip te verliezen. Lord
Nelsons 5 meter hoge standbeeld, geplaatst op een gecanneleerde zuil
van 52 meter hoog, ziet uit over Trafalgar Square. Enkele dagen voor
het standbeeld werd geplaatst, gebruikte een groep van veertien
mensen boven op de zuil een levensgevaarlijke biefstukmaaltijd. Aan
de voet van de zuil rusten vier leeuwen, in 1867 gegoten door Carlo
Marochetti naar een ontwerp van Sir Edward Landseer. Taferelen op
bronzen reliëfplaten, vervaardigd van buitgemaakte Franse kanonnen,
herinneren aan Nelsons overwinningen.
Hoewel het
Trafalgar Scare niet bepaald het fraaiste plein van Engeland is,
komen Londenaren en toeristen er graag, alleen al om de talloze
duiven te voeren (die het stadsbestuur een doorn in het oog zijn) of
te demonstreren. De geschiedenis van het plein voert terug tot 1812:
architect John Nash stelde toen voor de chaos van huizen op deze
plaats - waar vroeger de koninklijke stallen en weilanden hadden
gestaan - te verwijderen en een plein aan te leggen bij Charing
Cross, het exacte centrum van Londen. Dit plan zou pas na 1840
worden voltooid door Sir Charles Barry, die ook het Parlementshuis
had gebouwd. De fonteinen en de diverse andere beelden werden later
toegevoegd, maar het ruiterstandbeeld van Karel I, dat neerziet op
de plaats waar hij werd terechtgesteld, staat hier al langer en
dateert uit 1663.
De National
Gallery, aan de noordzijde van het plein, werd in 1838 ontworpen
door William Wilkins, enkele jaren voordat het monument van Nelson
voltooid was. De kerk van St.-Martin-in-the-Fields, in 1726
ontworpen door James Gibbs, beslaat de noordoostelijke hoek van het
plein en is beroemd vanwege zijn schitterende klassieke portico.
|
Speaker's Corner, een ruimte gelegen in een hoek van Hyde Park, waar vooral 's
zondags tal van sprekers en redenaars van alle soorten en gezindten hun meningen
aan de vele toehoorders verkondigen. Men noemt dit wel eens een voorbeeld van
Britse democratie. De sprekers mogen niet onderbroken worden, tenzij ze zelf met
het publiek in discussie willen treden. Laconieke bobbies op de achtergrond zien
hierop toe.
Petticoat Lane, London's drukste zondagmorgenmarkt. Nu iets op zijn retour.
Grote sortering goederen, echter geen vlooienmarkt meer.
Covent Garden, de voormalige bloemen-, fruit- en groentewijk van London. Nu
aangepast aan het toerisme. Gezellige arcades met veel smeedijzer in Jugendstil
en pastelkleurtjes. Groot assortiment aan kleine winkeltjes en boetiekjes, veel
terraswerk en straattheater, optreden van muziekgroepen. Vooral op zaterdag zijn
er veel attracties.
Blackfriar's City of London Tavern, een taveerne, zogenaamd in de sfeer van de
historische Inns, Pubs en Taverns van oud-London. Attracties: One Man Band, Jazz
Band, Sea Food Stall, Cellar Disco, Hot Pub Food, Cocktail Bar, Shoe Shine,
Sleight of Hand, Salad Bath, etc.
HYDE PARK
Dag 9 /
Zondag 22 juli 1984
Na het ontbijt kropen we opnieuw een uurtje in bed. Pas om half elf (het was
zondag, dus uitslapen geblazen!) togen we naar de bekende ochtendmarkt Petticoat
Lane, waar onze wegen zich voor een uurtje scheidden vanwege de drukte. Jos at
verschillende schelpdieren aan een stalletje.
Om half een waren we bij de Speaker’s Corner van Hyde Park aangekomen. Het was
er behoorlijk druk. Er waren dan ook een tiental sprekers, waaronder enkele héle
goeie! Om 3 uur hadden we er genoeg van en liepen we van Marble Arch dwars door
Hyde Park naar het Waterfront Café; daar wachtte een zoetigheid op ons. In een
kiosk bij Hyde Park Corner speelde een militaire kapel. We bleven er een
kwartiertje naar luisteren.
Vervolgens doken we weer de metro in en ging het richting Heathrow, het nieuwste
vliegveld / luchthaven in het westen van London Area. Het was daar een komen en
gaan van verschillende typen vliegtuigen, die we vanaf de zogenaamde Roof
Gardens konden aanschouwen. De reis terug naar het centrum duurde een half uur.
Om 19.00 uur konden we eindelijk een bad nemen; we waren daar beiden aan toe,
want het was een warme en eens te meer vermoeiende dag geweest. Helaas vonden we
toen enorme kakkerlakken in de badkamer. Tegen half negen bezochten we London
Tavern Pub in het wijkje Blackfriars. Dat was een bittere teleurstelling. We
aten er gaarkeukenkost, zaten er wat te niksen en waren dus vroeg weer terug,
om 12.00 uur.
TOWER BRIDGE
 |
 |
Tower Bridge
Beroemd
trekpleister en fraai staaltje van victoriaanse bouwkunst
Het ophalen
van beide ophaalbruggen (of bascules) van de Tower Bridge, zodat
de schepen op de Theems er onderdoor kunnen varen, en ze
vervolgens weer laten zakken, biedt altijd een spectaculaire
aanblik. Elk van beide ophaalbruggen weegt circa duizend ton en
het ophalen of neerlaten duurt anderhalve minuut. Oorspronkelijk
werd de brug met stoommachines bediend; sinds 1974 met
elektrische motoren.
De
ophaalbruggen, waarover vervoersmiddelen de rivier oversteken,
stonden vroeger twee uur per dag open bij hoogtij. Sinds de
Londense haven aan betekenis heeft ingeboet, is de brug vrijwel
permanent begaanbaar en wordt hij alleen nog of en toe geopend.
De brugdelen zijn opgehangen aan twee hoge, met staal
verstevigde torens, die bovenaan met elkaar verbonden zijn door
een voetbrug. Voetgangers werden met liften naar boven en naar
beneden gebracht. De voetbrug werd echter een ontmoetingsplaats
van dieven en prostituees en werd na 1909 gesloten. In 1982 werd
de voetbrug heropend als toeristische attractie: het uitzicht is
fantastisch.
De brug
overspande de upper pool van de Theems, tussen de Tower en de
Londense werven. Hij werd voltooid in 1894 en geopend door de
prins van Wales (de latere koning Edward VII). Verantwoordelijk
voor dit fraaie staaltje van victoriaanse bouwkunst waren de
ingenieur John Wolfe Barry en de architect Horace Jones.
Uitgangspunt moest zijn dat de brug zou passen bij de Londense
Tower, vandaar de neogotische stijl: het resultaat is
indrukwekkend, maar valt bij puristen niet in de smaak. Het
tijdschrift The Builder noemde het "het lelijkste en
krankzinnigste stuk neparchitectuur dat we ooit hebben gezien".
De meeste mensen vinden het echter prachtig; toeristen verwarren
de brug soms zelfs met de minder in het oog springende Tower
zelf. |
IMPERIAL WAR MUSEUM


|