|
Ga naar de FOTOCOLLAGE
LIVERPOOL

|
LIVERPOOL
Stad van 600.000 inwoners aan de rivier de Mersey, die uitmondt in de Ierse Zee.
Liverpool was vooral op het einde van de vorige eeuw een haven van grote
importantie, vooral wat betreft slavenhandel (17de eeuw) en het vervoer en de
handel in koloniale waren. Het kwam midden '60 opnieuw in de belangstelling, nu
als bakermat van de beat - muziek, gepersonifieerd in de popgroep "The Beatles".
In 1207 kreeg het plaatsje stadsrechten. Haar naam is afkomstig van de Liver -
vogel (een watervogel) en "the Pool”, een kreek in het estuarium van de Mersey.
De vogel staat nog in het stadswapen. De stad kende een trage ontwikkeling, ook
al had ze een gerenommeerde vesting. Toen men in de 17de eeuw handel ging
drijven met West-Indië en Virginia, nam de scheepvaart een hoge vlucht. In 1715
werd het eerste dock geopend. Na 1750 kwam de handel in zwarte slaven uit Afrika
tot bloei. In de laatste Wereldoorlog is de haven er zwaar gebombardeerd door de Duitsers.
Meer dan de helft van de huizen werd er min of meer ernstig beschadigd door de
talloze brandbommen. Vanaf 1942 was het de belangrijkste aanvoerhaven van
Amerikaanse troepen die de Invasie in Normandië voorbereidden.

De laatste decennia heeft Liverpool te kampen met een dramatische terugloop van
het inwoneraantal. Een illustratief lijstje: 1921: 803.000 / 1931:856.000 /
1941: 685.000 / 1951: 790.000 / 1961: 745.000 en in 1971 tenslotte slechts
607.000 inwoners! Behalve havenstad staat Liverpool ook bekend als industriecentrum. Er is dan ook
veel sociale problematiek, zeker tegenwoordig met de economische regressie.
|
AANKOMST LIVERPOOL
Vanuit Jodrell Bank was het nog 70 km naar Liverpool. Midden in het avondspitsuur kwamen
we daar aan, maar Hub. liet zich niet van de wijs brengen en reed regelrecht
naar het Station, waar de "tourist office" lag. Daar regelde men een hotel voor
ons. Het motregende inmiddels, echt Engels weer dus; in de stationsrestauratie dronken we bier temidden van onguur volk (zwervers, vino's, junks).
Ons hotel Hanover in de gelijknamige straat had geen eigen parkeerplaats, maar
de nachtportier beloofde een oogje in het zeil te houden op onze auto die voor de ingang
stond geparkeerd. Om half acht gingen we de stad in, aten bij een Pakistaanse
(uiteraard Moslim) Tandoori Chicken, bachi (uienkoek), kebab en köfte (gehakt). Op straat
werden we vaker benaderd door bedelaars. In de kroegen, we bezochten er zo'n
drie, bevonden zich veel zingende en lallende Ieren. Eigenlijk is Liverpool een
half Ierse stad. We gingen vroeg naar bed: 11 uur. Hub. sliep direct in, terwijl
Jos zoals gewoonlijk eerst nog een tijdje las.
De door ons bezochte bezienswaardigheden:
- Pierhead, het pierhoofd aan de Mersey dat door een drietal gebouwen wordt
beheerst:
- Royal Liver Building, in 1911-1914 gebouwd. Het eerste grote gebouw waarbij
gewapend beton werd gebruikt. De gevel is van graniet. The Liver Clock, in een
van de twee torens, is groter dan de Londonse Big Ben (diameter 25 inch tegen 23
inch van de Big Ben). Tot in de zestiger jaren was het Engeland's grootste
commercieel gebouw. Het telt 17 etages.
- Cunard Building, de kantoorgebouwen van de wereldbekende Cunard Scheepslijn,
geïnspireerd door het Farnese Paleis in Rome. Gebouwd in de eerste Wereldoorlog.
Huisvest momenteel Belastingkantoren (o.a. voor de VAT = BTW), de Franse
Ambassade, scheepsmakelaars, douanekantoren en ambtenarijen.
- Port of Liverpool Building, eveneens van paleisachtige afmetingen met een
groene koepel. Herbergt kantoren van assuradeurs, scheepsbevrachters en allerlei
overheidsinstellingen.
- Walker Art Gallery, een museum uit 1873, met een permanente schilderijen- en
beeldencollectie. O.a. Frans Hals, Rembrandt, van Ruysbroeck, Rubens. Tevens
werk aanwezig van enkele Franse impressionisten (Seurat, Degas, Cezanne). In de
hal is een kunstboekhandeltje gevestigd.
- The Art of The Beatles Exhibition, een tentoonstelling van tekeningen en
fotootjes van de 4 Beatles, vooral uit de tijd dat ze nog niet zo bekend waren.
Ook diaprojecties en eigen werk van de "golden boys". Een speciale afdeling van
de Walker_Art Gallery was hiervoor gereserveerd.
- The Cavern, de geboorteplaats van de beatmuziek, het Mekka van het popminnende
publiek: de kelder waar John, Paul, George en Ringo het eerst optraden. Is na
een brand nu uitgebreid en gerestaureerd. Ligt in Mathew Street midden in het
Centrum; ook wel eens "Beatle Street" genoemd.
- Beatle City, een audiovisueel spektakelmuseum, geheel gewijd aan de groep
muzikanten die Liverpool naambekendheid hebben gegeven. Lag vlakbij ons hotel.
Een expositie van vooral gebruiksvoorwerpen van de "fabulous four" en
uitvergrote foto's van historische momenten uit hun carrière. Uiteraard volop
gelardeerd met hun onvergetelijke sound!
- The Pubs, een viertal schitterende en bekroonde pubs:
Crown Hotel, Art Nouveau Café, gelegen naast Lime Street Station; volop bewerkt
mahoniehout, ornamentele gepleisterde plafonds, beeldschoon geslepen glas, etc.
- The Vines, eveneens schitterend interieur met zinken bar, veel koper en brons,
hoge Victoriaanse, hoge zuilen. Heeft zelfs een Throne Room met
muurschilderingen.
- Central Hotel, tegenover het Centraal Station van de Underground, iets kleiner
dan de andere pubs, maar met evenveel splendeur en grandeur; hier veel
spiegelwerk, een rijk geornamenteerd koepeltje en groene pasteltinten.
Voornamelijk een jeugdig publiek; lag in de buurt van ons hotel.
- Philharmonic Hotel, een superieur voorbeeld van Victoriaanse uitbundigheid.
Groot en zeer gerieflijk, kristallen kandelaars, geslagen koper, gepleisterde
friezen, glas-in-lood ramen, geslepen glas, marmeren toiletten, hangplanten voor
spiegels, mahoniehoutsnijwerk, beelden.
- International Garden Festival, een soort Floriade op een uitgestrekt
tentoonstellingsterrein aan de Mersey, even buiten het Centrum. Tevens allerlei
andere attracties zoals Laser Dome, Theater, Muziek e.d.
- Merseyside Maritime Museum, voor een gedeelte een openlucht museum bij en aan
een viertal dokken. Veel gebouwen waren gesloten en het Albert Dock was vanwege
renovatiewerkzaamheden niet toegankelijk. Botenhuis, informatie over scheepvaart
en scheepsbouw, maritieme geschiedenis, etc.
Ga naar de FOTOCOLLAGE
LIVERPOOL
Dag 5 /
Woensdag 18 juli 1984
's Morgens ging Hub. geld wisselen, terwijl Jos ontbeet en een praatje maakte
met de vrouw van de eigenaar (die in Nederland had gewerkt.) Vanaf 10.00 uur
dwaalden we rond in Beatle City, het speciale museum dat geheel en al gewijd is aan het
fameuze viertal.
Om 12.00 uur liepen we naar het havenhoofd aan de Mersey, maar eerst parkeerden
we onze auto in een parkeergarage. Op "Pier Head" bewonderden we de drie
monumentale gebouwen: Royal Liver Building, Cunard Building en Liverpool Dock
Building. Op het plein luisterden we een tijdje naar een plaatselijke brass
band.
Om 14.00 uur bezochten we het nabijgelegen Maritieme Museum met zijn dokken en
andere bezienswaardigheden. Het geheel viel wat tegen, de helft van het museum
was niet toegankelijk vanwege renovatie - werkzaamheden. Te voet doorkruisten we
de stad naar de Walker Art Gallery, waar een tijdelijke exhibitie was van The
Art of the Beatles. We bekeken ook de rest van het Museum. Buiten gekomen aten
we gebakken vis bij een Griekse "fish and chips"- shop.
Vervolgens bezochten we de mooie en klassieke art-nouveau pub The Crown Hotel,
die naast het station lag. De avond te voren hadden we reeds haar "sister pub"
The Vines bezocht. Rond 18.00 uur trokken we ons terug in ons hotel om uit te
rusten.
Albert Dock (Liverpool)
Een triomf van industriële architectuur met omsloten
pakhuizen
Liverpool kwam
in de 18e eeuw tot bloei dankzij haar gunstige ligging aan de
noordelijke oever van de Mersey, enkele kilometers landinwaarts
vanaf de Noordzee, en ook dankzij de slavenhandel. Weliswaar werden
hier noch elders in Engeland slaven verhandeld, maar vanuit
Liverpool werden ijzeren en katoenen goederen verscheept naar
West-Afrika, alwaar Afrikanen werden gekocht van de plaatselijke
stamhoofden en per schip vervoerd naar Amerika. Van daaruit keerden
de schepen terug met ladingen tabak, rum en ruwe katoen. De
wereldhandel breidde zich steeds verder uit. Tegen het einde van de
19e eeuw strekten de havengebouwen zich uit over een afstand van 11
km.
Albert Dock,
genoemd naar Victoria's gemaal, bestond uit pakhuizen van vijf
verdiepingen met zuilen, opgetrokken uit rode baksteen en bestemd
voor de opslag van zijde, thee en tabak uit het Verre Oosten. De
ontwerper was Jesse Hartley, die 36 jaar lang de voornaamste
ingenieur van de haven was en tevens een systeem van kanalen
introduceerde, zodat de schepen bij elk getij van het ene naar het
andere dok konden varen. De slavenhandel was in die tijd voorbij,
maar tussen 1830 en 1930 zouden negen miljoen mensen vanuit
Liverpool emigreren naar Amerika. Later zou de stad de thuishaven
worden van de lijnschepen van Cunard en White Star.
In de loop van
de 20e eeuw boette de haven aan betekenis in. In 1972 werd het
Albert Dock gesloten. Na 1990 werden de gebouwen hersteld en
heringericht als kantoren, chique restaurants, winkels en Tate
Liverpool, ontworpen voor wat in gidsen voorzichtig wordt aangeduid
als 'gedurfde' kunst.
De stad en de
haven van Liverpool getuigen van de geschiedenis van de zeehandel in
de 18e en 19e eeuw, waardoor het Britse Rijk tot grote bloei kwam,
en geven een beeld van de vroegste ontwikkeling van de wereldhandel
en de globalisatie.
“Ik had gehoord
dat Liverpool een prachtige stad was, maar de werkelijkheid
overtreft alles."
Prins Albert bij de opening van Albert Dock, 1846 |
Na achten dineerden we bij de Chinees om de hoek (Foe Yang Hai en "mixed grill)
en zochten we het beroemde Philharmonic Hotel op. Het was er razend druk en er
speelde een bandje. Het interieur was er magnifiek. Om 10.15 uur gingen we te
voet op zoek naar het "red light district", uiteraard uit pure
nieuwsgierigheid. We konden dit echter niet vinden en
langs de Anglicaanse Kathedraal keerden we terug naar de binnenstad.
We versierden ons toegang tot een besloten discotheek (je moest eigenlijk "member"
zijn, maar wij als “foreigners" mochten toch naar binnen) in een grote
kelderruimte. Daarna kwamen we terecht in een "gay club" en een andere immense
disco (waar het overigens niet druk was). De homojongetjes verwezen ons naar de
"She - club", waar we om kwart voor een arriveerden. Ook dit was een
gigantisch uitgaanscomplex, met veel zalen, bars, restaurants en aparte ruimten.
Er was life
music. De sfeer was prima. Tegen sluitingstijd leerden we twee jonge vrouwen uit
Liverpool kennen, Mary en Maureen. We trokken met hun per taxi naar een Chinees
restaurant, waar opnieuw werd gegeten (haaienvinnensoep en ribjes). De
roosdharige Maureen was
een typische Ierse; ze
raakte ladderzat. Hub. zat echt met haar in zijn maag. Mary , waar Jos zich
voornamelijk mee bezig hield, was best aardig. We besloten hen niet naar het
hotel mee te nemen (vanwege die beschonken Maureen) en maakten voor de volgende
avond een afspraak. Jos betaalde de taxi naar huis voor de meiden. Om half vijf
lagen we in bed, met een behoorlijk aantal halve liters "lager" achter de
kiezen.
Dag 6 /
Donderdag 19 juli 1984
Om half tien stonden we met een fikse kater op; vooral Jos was er slecht aan
toe. We waren te laat voor het ontbijt, maar kregen toch thee e.d. geserveerd.
Jos kotste later op straat die thee weer uit.
Het was mooi weer die dag; dat kwam goed uit, want we zouden het Garden Festival
bezoeken. We kochten tickets met korting bij de "underground". Met de metro
bereikten we om kwart voor elf het tentoonstellingsterrein dat aan de oever van
de Mersey lag. We wandelden aan één stuk door en bezochten praktisch alle
attracties, zoals de Laser Dome, het Gezondheidscentrum, de tientallen
landenpaviljoens, de vijvers, de heuvels, de siertuinen, de modelwoningen, de
toneelvoorstellingen, etc. Slechts één keer rustten we uit en dronken we een
lauwe pint.
Om 17.00 uur waren we weer in het hotel. Jos kroop direct in zijn nest; Hub.
ging kranten kopen en een bad nemen. Om 19.00 uur gingen we met de auto bij een
Spanjaard eten. Na het diner gingen we opnieuw, ditmaal rijdend, op zoek naar
het befaamde zeemansuitgaanscentrum: ook nu vergeefs.
Om kwart voor negen waren we op de afgesproken plaats (een zogenaamde Club
Cygnet in Oost-Liverpool) om Mary en Maureen te ontmoeten. We wachtten enige
tijd vergeefs. We stapten toen maar op om naar de legendarische "Cavern Club" in
Matthew Street te gaan. Er speelde een jazzbandje. De Club werd door een brand
totaal verwoest, maar is inmiddels uitgebreid en hersteld. Het was er erg
slapjes. Minder slapjes was het in de "She-Club", waarheen we ons na 11.00 uur
(op dat tijdstip ging die pas open) spoedden. Om 12.00 uur kwam Maureen met een stel
meisjes uit de sloppen binnenstappen. Zij en Mary waren te laat geweest op de
afspraak, beweerde ze. Mary was nu bij haar kinderen. De brutale Maureen misdroeg zich in
onze ogen opnieuw en wij lieten haar links liggen. Zij had er flink de pest over
in dat we haar negeerden.
Ga naar de FOTOCOLLAGE
LIVERPOOL
TIPS VAN DIRK KUYT VOOR LIVERPOOL
Uit: De Kampioen, mei 2008
Ga naar de
FOTOCOLLAGE LIVERPOOL


|