|
GA DIRECT NAAR DE FOTOPAGINA

21. METROSURFEN
Op de laatste dag heb ik oorspronkelijk een bezoek aan het gigantische klooster
van Mafra op het programma staan. Voorlopig heb ik echter genoeg cultuur gezien.
Ik besluit om Mafra, dat bedoeld was als antwoord op het indrukwekkende Escorial
van Philips de Tweede nabij Madrid, te laten vervallen. Toch heb ik nog een
fotopagina van het klooster in dit verslag opgenomen; alleen om te laten zien
wat ik heb gemist. Ik richt me daarentegen meer op de nog niet bezochte
bezienswaardigheden van de stad Lissabon zelf. Daarbij kan ik optimaal gebruik
maken van mijn vrij reizen. De meeste stukken leg ik af per metro. Aangezien ik
in de passagiersluwe periode van de dag reis, heb ik overal snel aansluiting en
is het reizen comfortabel en eenvoudig. Bovendien heb ik de tijd aan me zelf,
geen gehaast, geen stress. Met deze "Niets moet, alles kan" - houding struin ik
een groot gedeelte van Lissabon af, voornamelijk met de ondergrondse. Af en toe
stap ik op een tram of een bus, al naar gelang het zo uitkomt.
 |
 |
|
Metrostation |
Tramhalte |
Een minutieus verslag van dat kris kras "cruising" door de stad is hier niet aan
de orde, dus ik zal me beperken door een en ander in vogelvlucht aan te stippen
en vooral de foto's hun verhaal te laten vertellen. Ik schiet nog een heel
rolletje van 36 op, met als thema's standbeelden en monumenten, oude herenhuizen
in classicistische of art deco - stijl, verweerde azulejos, indrukken van
lommerrijke parkjes, stadsgezichten en zo voort. Mijn zwerftocht voert me langs
het Technisch Instituut het Museum Calouste Gulbenkian (met een moderne
collectie die ik in 1988 heb bekeken) en het Parque Eduardo VII.
|
MUSEUM
GULBEKIAN
wordt tentoongesteld die deze magnaat, die eind
19de eeuw in Istanboel werd geboren en vanaf 1942 in Portugal
leefde, bij elkaar gebracht heeft. Het museum werd in 1969 ingewijd
en bevat bijna 5.000 kunstwerken, van antieke oriëntaalse en
Romeinse stukken en werken uit de renaissance en barok tot schilder-
en beeldhouwkunst uit de 19de eeuw. Alle grote namen uit de wereld
van de schone kunsten zijn hier bijeengebracht. Enkele van de
belangrijkste werken: beeldhouwwerk van Auguste Rodin (De lente,
Gevleugeld genie, Twee broers), schilderijen van Corot (Uitzicht
over Venetië), Degas (Zelfportret, Man en marionet), Monet (stille
ven), Renoir (Madame Monet), en Burne-Jones (De spiegel van Venus,
Het bad van Venus). Evenzeer te bewonderen zijn De heilige Catharina
van Van der Weyden, Het kanaal van Giudecca van Guardi, en de
Heilige familie van Carpaccio.
Ernaast ligt het Centrum voor moderne kunst, een gebouw van drie
verdiepingen van de Engelse architect Leslie Martin. Op de begane
grond worden eerste drukken en andere boeken tentoongesteld, de
eerste verdieping is aan Portugese kunstenaars gewijd en op de
tweede verdieping is een collectie kunst uit de hele wereld te zien.
Op weg naar het centrum komt men langs het Parque Eduardo Vll met de
beroemde Estufa fria (een "koude" serre) uit 1930. Het park is in
drie delen verdeeld, waarin zich bomen, planten, cactussen en
kruiden uit de hele wereld bevinden. |
 |
 |
| |
|
 |
 |
| Overal in de stad: |
azulejos |
Daar ligt het Historisch Museum (prachtige azulejos die ik in een aparte
fotokatern heb opgenomen). Voort gaat het naar het Monument van Pombal aan de Rotunda (nogal pompeus, maar mooi beeldhouwwerk aan de sokkel), de
stierenvechterarena van Campo Pequeno (rozerode impressie in het
ochtendzonnetje), een fonteinenensemble in het oosten van de stad (nogal
verwaarloosd, ligt zeker te ver van het centrum af om goed onderhouden te
worden), de Praça de Espanha (met een markt in de buitenlucht, ik eet er een
kabeljauwkroket en een belegd broodje bij een stokoud vrouwtje).
 |
 |
|
Brug over de Taag |
Museu Militar |
Daar rust ik een poosje uit in een cafeetje om te bekomen van de vermoeienissen.
Ook in deze buurt is de boel een beetje opgeknapt, de wijk Rato (waar ik maar
even verblijf, er is niets noemenswaardig te bekijken), de Alto do Moinhes (een
metrohalte bij de buitenwijk Benfica, waar ik me plotseling bevind tussen de
snelwegen en viaducten), de zeventiende-eeuwse waterleiding in de vorm van een
Romeins aquaduct. Vanaf het aquaduct wend ik me tijdelijk van de stad af en
begeef ik me naar Belem met de bus (de metro komt daar niet). Ik stap uit bij
het op een heuvel gelegen Ajuda – paleis. Het paleis is bijna dicht. Er huizen
tegenwoordig kantoren van de gemeentelijke ambtenarij in, maar er zijn toch nog
enkele zalen en kamers van de voormalige koninklijke familie voor bezichtiging
geopend. Heel snel loop ik er doorheen. Zo langzamerhand heb ik al tientallen
van dit soort paleizen in mijn leven gezien, verspreid over heel Europa en
daarbuiten ook nog. Dit is er een van twaalf in een dozijn.
|
AJUDA - PALEIS
Het Palacio Nacional da Ajuda werd na de aardbeving
van 1755 opgericht, toen koning José I besloot zijn residentie naar
dit deel van de stad te verplaatsen. Ofschoon er nog steeds
officiële ceremonies plaatsvinden, kan het paleis bezichtigd worden.
In de hal staan verschillende allegorische marmeren standbeelden van
Machado Castro. Links bevinden zich enkele zalen, waar allerlei
bezienswaardigheden tentoongesteld worden als antieke meubels,
originele wandtapijten, Perzische tapijten, gobelins naar ontwerp
van Goya, porselein, kristal enzovoort. Vervolgens steekt men de
classicistische binnenhof over naar de botanische tuin. Deze is in
tweeën gedeeld door een met planten behangen muur en een trap.
|
Te voet daal ik af naar het waterfront aan de Taag, maar onderweg spring ik toch
nog op een voorbijrijdende bus. Waarom zou ik lopen als ik vrij kan reizen?
Bovendien spaar ik zo tijd uit, want tijdens deze korte wandeling is niet veel
te zien.
Na een tijdje rondgehangen te hebben in het park van Alfonso de Albuquerque en
in dubio heb gestaan of ik weer het Koetsmuseum bezoek (al eens eerder bezocht
in 1988), keer ik terug naar het centrum. In de havenwijk Santos stap ik uit,
omdat ik weet dat hier nog mooie muurschilderingen tegen de blinde muren van
oude loodsen en havenopslagplaatsen te bewonderen zijn. In het voorbijgaan met
de bus heb ik die eergisteren 'gespot'.
De laatste foto's tenslotte maak ik bij de Casa de Bicos en van het standbeeld
van koning Joao aan de Praça de Figeiras, met tegenlicht van de ondergaande zon
om een silhoueteffect te verkrijgen. 's Avonds eet ik uitgebreid bij de Chinees
om de hoek (credit card afrekening een week later: achttien gulden, goedkoper
clan bij ons). De goedlachse jonge Chinese die me bedient is sexy gekleed in een
splitjurk en vertelt me dat de zaak eigendom is van een Chinees uit Rotterdam.
Hij komt aar een keer per maand langs, "to take the money with him', zegt ze
veelbetekenend. Ik help een oudere man uit Connecticut die niet met Portugees
uit de voeten kan. Hij zit om een praatje verlegen en komt aan mijn tafeltje
staan om te vertellen dat hij ook in Holland is geweest. Een stadje dertig
kilometer van Amsterdam, daar is hij geweest. Of ik misschien niet de naam ervan
weet? Ik help hem uit de droom en leg hem uit dat er wel tientallen stadjes op
dertig kilometer van Amsterdam liggen. “Holland is a densely populated country",
en dat moet hij beamen. Het is trouwens een goed Chinees restaurant, want er
zitten nog tal van andere Chinezen smakelijk (dat betekent bij hun: al smakkend
en keel schrapend) te dineren. Op de valreep probeer
ik nog een Cd-rom over Lissabon of Portugal als geheel op de kop te tikken,
vergeefs. In bed lees ik het boek "Katzwijm"uit van een van de vrouwelijke Californische "private eye" schrijvers. Tot drie maal word ik gestoord door een
luidruchtig verliefd Frans stelletje op de kamer naast me.
 |
 |
|
Parque Pombal |
Ajuda - paleis |
22. TERUGVLUCHT
Om half zes sta ik al naast mijn bed. Uit angst om me te verslapen en natuurlijk
vanwege het liefdestumult van het stelletje naast me heb ik bijna geen oog dicht
kunnen doen. Mijn tas heb ik al de avond van te voren ingepakt. Om kwart over
zes staat er een taxi voor de deur, daar heeft de receptionist voor gezorgd. Ik
geef hem wat fooi voor zijn dienstverlening. Een kwartier later sta ik, een half
uur eerder dan gepland, bij de luchthaven. Nog vóór zeven uur, de officiële
meldingstijd, zit ik achter een kop dure koffie achter de douanecontrole. Het
vliegtuig moet dertig minuten wachten voor het kan opstijgen, oorzaak onbekend.
Hoe dan ook, na een korte, tussenlanding in Porto ben ik om half twee weer terug
in Nederland. Het regent er en het is guur weer, ik heb eigenlijk niets anders
verwacht van ons kikkerlandje. De terugreis naar Roermond verloopt zoals altijd.
Om half vijf stap ik bij Clim aan de Herderstraat binnen om me present te
melden.

 |