|
GA DIRECT NAAR DE FOTOPAGINA
1. DE HEENREIS
De morgen van vertrek hoef ik me niet te haasten. Pas om kwart voor twee gaat
mijn vliegtuig en ik word slechts een uur van te voren verwacht om in te
checken. Samen met, kan ik zelfs mijn ontbijtkoffie gebruiken, iets wat bepaald
uitzonderlijk is, behalve op onze gezamenlijke vakanties. Om kwart voor elf
bereik ik Duivendrecht, even voor Amsterdam, waar ik moet overstappen. Het staat
er zwart van het volk, want rond de hoofdstad is een belangrijke lijn gestremd.
Ik ben niet van plan om hier lang te wachten, dus ik pers me met veel moeite en
enige brutaliteit naar binnen. "Ik moet het vliegtuig halen", is mijn excuus.
Honderden reizigers blijven teleurgesteld op, het perron achter, op de volgende
trein wachtend. Even later ben ik op Schiphol.
De vlucht zelf is niets bijzonders, maar het vertrek heeft weer eens heel wat
voeten in de aarde. Een uur lang zit het volk in het vliegtuig te wachten op
toestemming om op te stijgen. Een verontschuldiging of een uitleg kan er niet
van af. Na een korte tussenstop in Oporto komen we uiteindelijk om 17.30 uur in
Lissabon aan. In Portugal is het een uur vroeger dan in Nederland, het ligt veel
verder naar het westen.
2. ALONSO, TAXICHAUFFEUR
Rap wissel ik voor 100 dollar travelers cheques in en vervolgens stap ik in een
taxi. Het is dan inmiddels half zeven geworden. De chauffeur heet Alonso en is
achter in de vijftig. Moeizaam onderhoud ik me in mijn rudimentair Portugees met
hem. We komen vast te zitten in de avondspits waarvoor hij zich uitgebreid
verontschuldigt. De rit wordt hierdoor duurder, vandaar. Als hij het woord
'bananenrepubliek' last vallen, waarmee h het oude Portugal bedoelt, kom ik er
achter dat hij Duits spreekt. En ja, hoor hij heeft achttien jaar in Keulen en
Dortmund gewerkt. We gaan over tot het Duits en nu kunnen we pas echt
communiceren. Zijn twee kinderen zijn met Duitsers getrouwd en wonen nog in
Duitsland. Hijzelf woont al weer tien jaar in Lissabon.
Alonso blijft onderweg voortdurend afgeven op zijn landgenoten, die hij maar
achtergebleven vindt. Dat kun je aan hun beestachtige rijgedrag in het verkeer
zien, beweert hij. Misschien wil hij mij een plezier doen door Portugal in een
ongunstig daglicht te stellen. Hij toont zich erg trots op zijn M bouwjaar 1977
die hij uit Duitsland heeft meegenomen. Eigenlijk is hij afkomstig uit een
armoedig dorp in de buurt van Castelo Branco, dat is een iets grotere plaats
nabij de Spaanse grens. In de jaren vijftig is hij met zijn boerenouders naar
Lissabon getrokken. Hij vertelt smakelijk hoe hij door voortdurend domheid en
slechtziendheid te simuleren aan uitzending naar de koloniale oorlogen in o.a.
Angola en Mozambique heeft weten te ontkomen. Zo kon hij door voor te wenden
niet te kunnen schieten de clans ontspringen,. Veel van zijn kompanen zijn nooit
meer uit de oorlogshaarden in de tropen teruggekeerd, althans niet levend.
Portugal mag van geluk spreken, zo beweert hij, dat ze zo genereus door de
Europese Unie zijn bedeeld, want anders zou het land nog steeds grotendeels
onderontwikkeld zijn. De rit duurt bijna drie kwartier (normaal nog geen
vijftien minuten), dus we hebben heel was of te praten. Op het laatst is zijn
aanvankelijk haperende Duits bijna vloeiend geworden. Op het centrale plein van
de stad zet hij me af. Dit plein ken ik nog goed van vorige bezoeken aan deze
stad. Hier in de buurt liggen de talloze goedkope pensions en hotelletjes
waarnaar ik op zoek ben.
3. PENSAO NORTE
Na vijf minuten in de zijstraatjes rondgeneusd te hebben, is het al prijs bij
het eerste de beste pension dat ik binnenstap. Voor veertig gulden krijg ik een
erg schone tweepersoonskamer met balkon, badkamer en televisie bij Residenciao
Norte Alleen de wc moet ik op de gang delen, maar dat is geen probleem. Het
sanitair, ook het gemeenschappelijke, is uiterst hygiënisch. Elke dag wordt er
door een aantal poetsvrouwen fanatiek geschrobd en geboend. Ik moet vooraf
betalen en ontvang daarvan geen kwitantie. Het personeel lijkt me door de wol
geverfd, maar spreekt desondanks geen enkele vreemde taal. Een ander voordeel is
de centrale ligging van het pension in een levendige wijk vol restaurants en
winkels, met vlakbij de metro-ingang en een grote halteplaats voor de
stadsbussen. Voor mijn situatie is het kortom ideaal gelegen. Ik at er op de
vierde etage - gelukkig is er een lift aanwezig, zodat ik niet al te veel last
heb van verkeerslawaai. Helaas wordt een van de kamers aan de overkant van de
straat bewoond door een beginnende muzikant, elke avond rond tien uur begint hij
op zijn trompet te oefenen. In mijn ogen heeft de jongeman weinig talent, een
Louis Armstrong zal hij nooit worden.

De enige keer dat ik op een andere manier geluidshinder ondervind is de laatste
avond als er op, de kamer naast me een amoureus Frans koppel tot drie maal toe
luidruchtig de liefde bedrijft. Vooral de vrouw gaat zo fel te keer dat ik er
bijna opgewonden door raak. Het bed kraakt hevig onder al dat geweld. Ik
verwacht dat het elk moment kan bezwijken, maar dat gebeurt jammer genoeg niet.
Als het over Fransozen gaat is enig leedvermaak me niet helemaal vreemd.
Mijn avonden breng ik volledig door op de kamer. Met behulp van mijn dompelaar
ik direct na terugkeer van mijn dagelijkse uitstapjes (meestal tussen zeven en
acht uur) koffie, thee of soep. Ook zorg ik altijd voor een voorraadje lekkere
fruitsapjes. Zo rond half elf neem ik het eerste van de drie blikjes bier die ik
op het balkon koud heb staan. Soms kijk ik wat tv (bijvoorbeeld naar NBA -
basketball), maar meestal bereid ik de volgende dag voor of lees ik thrillers.
Op het einde van de vakantie heb ik er dan ook drie uit. Voor één uur lig ik te
pitten, want ik sta iedere dag op tijd op, twee keer zelfs voor zes uur!



|