|
GA DIRECT NAAR DE FOTOPAGINA
14. ÉVORA
Haastige spoed...
06.00 uur Mijn wekker loopt af, eerste sigaret van de dag (Gauloise) en zonder
dralen opstaan.
06.01 uur Water voor koffie in dompelaar. Rolluiken open. Het is nog donkey
buiten.
06.03 uur Wake up call van receptie. Altijd dubbele zekerheid inbouwen!
06.04 uur De koffie is klaar. Capsule voor maag slikken. Pyjama uit
06.05 uur Douchen
06.10 uur Afdrogen, scheren en aankleden. Tweede sigaret van de dag (van Nelle).
06.14 uur Koffie is op. Glas afwassen, kamer opruimen.
06.15 uur Kamer luchten en afsluiten.
06.16 uur Poepen op gemeenschappelijk toilet op de gang.
06.20 uur Naar beneden, sleutel afgeven aan receptie. Praatje met
nachtreceptionist afwimpelen.
06.22 uur Loop de straat op. Koud en winderig. Ik ben de enige.
06.28 uur Duik metro in; moet wachten op eerste trein tot
06.33 uur Eerste trein naar Rotunda - halte.
06.37 uur Overstappen andere Lyn bij station Pombal.
06.41 uur Tweede trein tot halte Saldanha halverwege traject.
06.44 uur Aankomst Saldanha. Naar boven en wandelen naar busstation 300 m
verderop.
06.48 uur Aankomst busstation. Zoeken naar juiste bus. Later gewoon vragen.
06.55 uur Instappen in juiste bus; er zijn slechts zes reizigers.
07.00 uur Bus vertrekt precies op tijd! Buiten is het nog steeds donker.
07.05 uur Ik ga slapen, tot acht uur wanneer het licht wordt.
 |
 |
| ALENTEJO |
Olijven en eikenbomen |
Zoals je ziet, er moet niets onverwacht tussen komen, want dan loopt de zaak in
het honderd!
Om kwart over acht hebben we een korte russenstop in Montmar o Norte. De wegen
zijn uitstekend, verkeer is er nauwelijks op dit voor Portugezen blijkbaar
vroege tijdstip. Mij valt op dat de bevolking hier pas laat op gang komt, zeker
als je dit vergelijkt met landen als Duitsland, de States en landen in de Derde
Wereld. We komen mooi volgens plan aan. Bij een sjofel loket bevestig ik het
tijdstip van mijn terugreis naar Lissabon. Dan loop ik regelrecht het centrum
uit richting buitenwijken. Door de laagstaande zon liggen er prachtige schaduwen
op straat Achter een enorme parkeerplaats ligt een middeleeuwse kerk, met torens
op iedere hoek zoals bij een kasteel. Pas tegen tien uur raak ik echt verzeild
in het centrum van het historische stadje. Het is te vergelijken met zijn
witgeschilderde huizen met het Midden-Limburgse Thorn of met Stellenbosch in
Zuid-Afrika. Hier is duidelijk sprake van een georganiseerde netheid die
ondersteund wordt met overheidssubsidie, waarschijnlijk geput uit de vleespotten
van de Europese Unie. Maar hoe dan ook, het ziet er allemaal mooi en authentiek
uit.
Beenderenkapel
Opmerkelijke
kapel gedecoreerd met beenderen
De Capela dos
Ossos (Beenderenkapel) is een lugubere kapel gebouwd door
franciscanen om mensen te herinneren aan de kortstondigheid van het
leven. De kapel is een van de bekendste monumenten van het
historische centrum van Evora, dat op de Werelderfgoedlijst van
Unesco staat
De kapel grenst
aan de grote gotische Sint Franciscus - kerk, gebouwd tussen 1475
en 1550. De Capela dos Ossos is 18,7 meter lang en 11 meter breed en
heeft drie raampjes en acht pilaren. De kapel is gedecoreerd met
menselijke beenderen en schedels, bijeengehouden met cement. Er zijn
ook twee uitgedroogde lichamen, waarvan een van een kind. Het is
niet bekend van wie de lichamen zijn. Het gerucht gaat echter dat ze
van een overspelige man en zijn zoon zijn, vervloekt door zijn
vrouw.
Naar schatting
zijn de botten van zo'n vijfduizend lichamen gebruikt om de muren en
de pilaren te bekleden. Vermoedelijk werden ze weggehaald van
plaatselijke kerkhoven, hoewel de legende beweert dat ze van
pestslachtoffers kwamen of van soldaten die omkwamen bij een
veldslag. Het plafond is van witte baksteen, beschilderd met
motieven van de dood.
De inscriptie
boven de ingang herinnert aan de reden waarom de kapel werd gebouwd:
Nos ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos ('Wij
beenderen wachten hier op uw beenderen'). De beenderen van de
monniken die de Capela dos Ossos bouwden, zijn bijgezet in kleine
witte kisten in de kapel.
De Capela dos
Ossos lijkt op het eerste gezicht misschien gruwelijk, maar hij werd
gebouwd met een religieus doel voor de franciscanen die hier kwamen
bidden. In de 16e eeuw was de levensverwachting kort en de dood kon
plotseling toeslaan. De Capela dos Ossos vormt een markante en
grimmige getuigenis van het religieuze leven in de 16e eeuw. |
| De hele dag zwerf ik door de rustige straatjes, die nauwelijks worden bevolkt Ik
heb de indruk dat hier wel veel mensen wonen, maar dat die niet echt leven. Het
is vandaag carnavalsdinsdag en mijn gedachten gaan of en toe uit naar mijn
oudste broer, die vandaag door de Aad Prinse van de carnavalsvereniging gelauwerd zal
worden met de Zilveren Kaketoe. Dit vanwege zijn verdiensten achter de schermen
als sentefoekser (penningmeester) van het gemeenschapshuis. En dan te
bedenken dat hij helemaal geen carnavalist is! Overigens wordt er in Portugal
ook wel Karnaval gevierd, maar voornamelijk door kinderen en pubers. Ik maak nog
een foto van een stel verklede meisjes in een park. Ik heb geen plattegrond van
de stad, maar gelukkig zijn die gratis beschikbaar in de tourist office aan het
centrale plein. |
 |
| |
|
Évora stamt uit de Romeinse tijd en heette toen Liberalitas Julia. Later werd
het een bisschopszetel van de Visigoten, een handelscentrum van de Moren en de
koninklijke residentie in de zestiende eeuw. Tegenwoordig is het de hoofdstad
van de provincie Alentejo. De stad is het knooppunt tussen Noord- en Zuid -
Portugal, tussen Spanje en Lissabon. Met 50.000 inwoners is het de belangrijkste
stad tussen de Taag en de Algarve, waar volgens vele Portugezen Afrika al
begint. De historische stadskern bevindt tussen de veertiende-eeuwse muren en is
door de UNESCO op de wereldmonumentenlijst geplaatst. Zij is iets meer dan een
kilometer in doorsnee. Op het hoogste punt bevindt zich de kathedraal (die ik
overigens niet bezoek, tenminste niet van binnen) en de ruïnes van een Romeinse
Diana - tempel uit de derde eeuw na Christus. Het Convento dos Loins in manuelo
- stijl is nu een pousada (een luxe hotel in landelijke entourage, meestal in
historische gebouwen en fraai gelegen) en alle andere oude gebouwen rondom de
kern zijn ingrijpend gerestaureerd en zien er als nieuw uit.
De kathedraal 'Se de Santa Maria' is in mijn ogen een lomp gotisch gebouw;
inderdaad oorspronkelijk gebouwd als weerkerk, vandaar die lompheid dus. Hij
schijnt na die van Alcobaca de grootste van Portugal te zijn. Tegenover de
kathedraal ligt het oude bisschoppelijke paleis dat nu als gemeentemuseum wordt
gebruikt. Natuurlijk liggen er tal van andere kerken verspreid over het stadje,
maar het aantal paleizen, herenhuizen, kloosters, kapellen en conventen is ook
niet te veronachtzamen. Ik geniet van het fraaie lenteweer en ga nergens naar
binnen, of het moeten kroegjes zijn waar ik de plaatselijke hap, genaamd "porco
a la Alentejano' (knoflookaardappelen, varkenspoulet en mosselen!) bestel en
koffie drink.
In Évora gaan ze met de tijd mee, het historische stadhuis is aangekocht door de
Banco de Portugal en dient nu als hoofdkantoor voor de hele provincie. Met het
bedrijfsleven als mecenas ben je er zeker van dat oude gebouwen opgeknapt,
nauwkeurig gerestaureerd en in ere hersteld worden. Het stadje kent natuurlijk
ook de Juderia (de oude Jodenwijk) en de Mouraria (de oude Morenwijk), net zoals
alle historische plaatsjes uit Zuid-Spanje en Portugal. De Moren hebben tijdens
hun 7 eeuwen durende verblijf op het Iberisch Schiereiland hun sporen op vele
plaatsen nagelaten. Niet alleen in architectuur, maar ook in taal en cultuur. De
oude Moorse wijken zijn labyrintisch van opbouw, met vele kronkelige straatjes
en doodlopende steegjes. De sfeer is hier heel apart, ook al omdat men voor een
groot gedeelte het autoverkeer uit de stad heeft weten te verbannen. Aan de
Porte do Mouro staat een fontein uit de renaissance, waarvan de marmeren randen
zijn uitgesleten door de schurende touwen waarmee eeuwenlang zware emmers water
werden geput Het fontein wordt gesierd door een veel te grote wereldbol die
ieder ogenblik van zijn smalle sokkel dreigt te vallen.
Ik zie hier ook tal van interessante ramen en balkonnetjes, maar ik kan me
bedwingen om niet opnieuw (net zoals in Nepal) een fotoserie "Ramen" te
beginnen. Heel bijzonder is de koninklijke kerk van Sao Francisco. De kerk bezit
namelijk een zijkapel die helemaal opgebouwd is uit knekels en schedels. Een
macabere versiering die de mentaliteit van de vijftiende eeuw weerspiegelt.
Boven de deur van dit ossuarium verkondigt een inscriptie dat alle hier
aanwezige botten op die van ons stervelingen liggen te wachten. In Évora zouden
zich veel azulejos moeten bevinden, maar de kerken waar die aan de muren hangen
zijn bijna allemaal gesloten. Het toeristenseizoen is nog lang geopend. In de
zomer loopt het hier storm met toeristen die het bruinbakken aan de kust van de
Algarve moe zijn en via een dagtrip wat cultuur komen opsnuiven in het
binnenland. De infrastructuur is duidelijk gericht op massale bezoekersstromen.
Daar heb ik nu geen last van; ik ben een van de weinig toeristen die er
rondlopen. Zeker is er geen sprake van busladingen dagjesmensen die hier voor
een hapje en drankje worden gedropt. In de taveernes ben ik steeds de enige niet
- autochtoon. Men schenkt nauwelijks aandacht aan mij, vreemdelingen zijn ze
hier gewend.
Na de middag maak ik een rondje langs de hier en daar goed bewaard gebleven
stadsmuren. Zo stuit ik ook op het zeventiende-eeuwse aquaduct, dat nog in zeer
goede staat is, hoewel het geen water aan de stad meer levert Op een van de
tinnen is een parkje aangelegd, daar blijf ik een uurtje op een bankje zonnen.
Ik maak een laatste ronde door het centrum en bezoek alsnog de oeroude
universiteit, die ooit een centrum van wetenschap en kunst is geweest. Nu is het
een middelbare school die door de Jezuïeten gedreven wordt. Vanaf het plein voor
het Colegio de Espirito Santo heb je een weids panorama over het licht golvende
landschap van de Alentejo. In deze streek liggen nog de vroegste getuigenissen
van menselijke beschaving: menhirs en dolmen. Die zijn hier even oud als die van
Carnac, Menorca, Malta en Stonehenge, daterend uit drie- tot tweeduizend jaar
voor Christus dus. Het past niet in mijn reisschema om die te bezoeken. Met het
openbaar vervoer ben je wat landelijke zijsprongetjes betreft tamelijk
hulpeloos. Maar goed, als je beurs dat toelaat kun je altijd nog een taxi voor
een halve dag huren.
Mijn bus vertrekt om half zes. Een uur van te voren zit ik in het park naast de
garage in de ondergaande zon al te wachten. Ik heb het gevoel Évora nu wel
gezien te hebben. Het is hier wel slechter geregeld dan in Lissabon. Mensen die
naar Santarem moeten (een handvol) worden bij ons in de bus gestopt, zodat wij
meer dan een uur langer onderweg zijn. Dat moet je in Nederland de reiziger niet
flikken, maar zoiets kan hier allemaal. Niemand die tegen deze gang van zaken
protesteert, ook ik niet trouwens. Pas om negen uur zijn we terug in Lissabon.
De terugreis heeft twee keer zo lang geduurd als de heenreis. In Évora heb ik al
'gedineerd' (ik heb zelfs nog vlees over, dat heb ik in een doggy bag gestopt om
het 's avonds op mijn eenzame kamertje op te peuzelen...), dus ik spoed me zo
snel mogelijk per metro terug naar mijn pensao / residencao. Onderweg sla ik
bier in bij mijn favoriete kroeg. Hij ligt bij mij in de straat en wordt
gefrequenteerd door het menselijke wrakhout van de Portugese maatschappij. 's
Morgens drink er wel eens een kop koffie, waarbij ik dan een kabeljauwkroket
neem; daar ben ik namelijk gek op! De zaak wordt gedreven door een tweetal
oudere broers die hun klanten emotieloos bedienen en hun verhalen zonder al te
veel commentaar lijdzaam aanhoren.
MEER INFO ÉVORA
Évora, de ommuurde hoofdstad van Alentejo, heeft een lange en
kleurrijke historie. De Romeinen, West - Goten en Moren hebben er allen hun
sporen achtergelaten. De tempel uit de 2e eeuw is een van de mooiste Romeinse
monumenten van het 1and. Al zijn er geen grote Moorse bouwwerken overgebleven,
toch kenmerkt de stad met haar blinkend witte huizen, nauwe straatjes met bogen,
hangende tuinen, terrassen en verrukkelijke betegelde patio's zich door haar
Moorse sfeer. Vele fraaie paleizen en kerken dateren uit de 15e en 16e eeuw,
toen Évora een trekpleister voor allerlei kunstenaars was. Indien men van
macabere bouwstijl kan spreken, dan is de Casa dos Ossos hier een goed voorbeeld
van: langs de muren en pilaren van deze kapel liggen de schedels en het gebeente
van duizenden franciscaner monniken opgestapeld.
MEER INFO ALENTEJO, ALGARVE
Als er in de Algarve geen amandelbomen stonden, zou men moeilijk
het verschil tussen voorjaar en winter kunnen zien, want het is er maar zelden
onder de 15°. In januari of begin februari is het land overdekt met tere witte
bloesem en dit moet, volgens een legende, het nog altijd bestaand bewijs van een
grote liefde zijn. Een jonge Moorse emir trouwde met een prinses uit het noorden
die heimwee had naar de sneeuw van haar geboorteland. Om haar plezier te doen
liet hij amandelbomen planten, zodat eens per jaar haar hele omgeving met een
wit bloemtapijt bedekt zou zijn. De Algarve was het laatste gebied dat de
Portugezen heroverden op de Moren wier invloed nu nog te zien is aan de
donkerogige mensen, hun witte huizen met platte daken en de vijgen en
sinaasappelgaarden. Afgesloten door bergen die de kust tegen noordenwind
beschutten, vertoont de A1garve een groot verschil met de rest van het land.
Blijkbaar erkenden de Portugezen zelf dit verschil ook, want na de victorie
namen de heersers de titel 'koning van Portugal en de Algarve' aan.
De hoteleigenaren in de Algarve kennen elkaar bijna allemaal en vaak maken ze
onderlinge arrangementen zodat u terwijl u in de ene plaats in een bepaald hotel
logeert in andere plaatsen in hotels van uw keuze kunt eten. Dit is een
uitstekend idee, want u moet in deze paradijselijke streek niet aan uw eigen
strandje vast gekluisterd blijven.
Achter de bergen ligt de provincie Alentejo die bijna een derde van het
totaaloppervlak van het land beslaat. De golvende zondoorstoofde vlaktes, bekend
als de voorraadschuur van Portugal, zijn bedekt met enorme graanvelden,
olijfgaarden, eiken en kurkeikenbossen en rijstvelden. Deze vlaktes zijn niet
altijd zo productief geweest. Door dit gebied liep eens de logische weg voor
invallen uit Spanje en daarom zijn er veel steden met vestingwerken en afgelegen
versterkte burchten.

 |