|
|
|
|
Ga direct naar de Fotocollage!
|
De vorige dag heeft gids Mohsen ons enigszins paniekerig op de hoogte gesteld van de aardbeving in Bam. Dit kan geen grap zijn, dat blijkt al snel uit de schokkende beelden die we vervolgens op de Iraanse televisie te zien krijgen. De eerstkomende week zal Bam nieuwsitem nummer één vormen. We zouden de volgende dag naar deze prachtig behouden, unieke woestijnstad op excursie gaan. Dat feest gaat dus niet door. In Kerman zullen we ons beraden over een aanpassing van ons reisprogramma.
|
|
Ga naar onze BAM - PAGINA |
|
De hele nacht hebben we het gehuil van de sirenes van ziekenauto’s gehoord. Deze ambulances kwamen van de luchthaven waar ze slachtoffers van de aardbeving hadden opgehaald. Shiraz is met Kerman de grootste stad die in de buurt van Bam ligt. De ziekenhuizen daar zijn al overvol, zodat zwaar gewonden nu per vliegtuig en helikopter naar andere ziekenhuizen in geheel het land worden overgevlogen. Enkele dagen later is er in veel winkels geen mineraalwater meer verkrijgbaar; alles is naar Bam versleept, waar een ernstig tekort aan drinkwater heerst. Onderweg zien we in veel plaatsen een soort EHBO – posten waar geld en goederen (vooral kacheltjes en kleren) voor Bam worden ingezameld. Vaak is het lokale moskeebestuur de initiatiefnemer. Ook in onze bus wordt een keer gecollecteerd. Ik denk dat wel eens misbruik wordt gemaakt van de situatie, want veel van die weldoeners zien er onguur en onbetrouwbaar uit. Ik vrees dat ze de opbrengsten wel eens in eigen zak zouden kunnen steken. Wie controleert dit eigenlijk? (Navraag bij Iraanse leerlingen in mijn klas geven me hierin gelijk.)
We vertrekken vanochtend vroeg, want ons wacht een lange rit door het Zagros – gebergte. Aanvankelijk rijden we door een vruchtbare vallei, maar naarmate we stijgen wordt het landschap kaal. Echt spectaculair zijn de bergen hier niet. De droogte wordt gesymboliseerd door de verschillende zoutmeren en –vlaktes die we passeren. Af en toe word de kaalheid van de omgeving doorbroken door akkertjes en plantages met olijven- en vijgenbomen (of zijn het vijgenstruiken?). De lunch gebruiken we in een iets groter plaatsje (gebakken vis, heerlijk); ook maken we een stop in een stadje met een waterval. De namen ervan willen me even niet te binnen schieten. Als we de bergen verlaten en weer op de hoogvlakte belanden, is het duidelijk dat we ons in woestijngebied begeven. Na het invallen van het duister bereiken we pas Kerman.

Aan de rand van de stad ligt ons
Akhavan -
hotel, dat door een hele familie wordt geleid. De eigenaar heet ons welkom met
thee en koekjes. We ontmoeten er andere reizigers: Amerikanen, Japanners. Het
hotel kan bogen op uitstekende kamers en andere voorzieningen, zoals een ruime
eetzaal (ontbijt met echte broodjes en zacht gekookte eitjes), Internet -
aansluiting, souvenirwinkeltje, koffielounge. Je kunt er zelfs internationaal
bellen voor een halve euro per minuut of zoiets, onvoorstelbaar goedkoop dus. Ik
geloof dat de hele groep van de telefoon gebruik heeft gemaakt om bezorgde
achterblijvers in Nederland gerust te stellen: met ons is niks gebeurd, we waren
net niet in de buurt van Bam, dus maak je niet druk. Ook ik bel tegen mijn
gewoonte in naar huis; mijn broer Clim is blij dat ik hem toch bel met de
mededeling dat alles ok is. Ik mail en passant een groot aantal vrienden en
kennissen om hen gerust te stellen.
|
|
|
|
Als ik ’s avonds de duistere stad inloop merk ik dat het in deze stad van 450.000 inwoners (waar zitten die allemaal?) weer beduidend kouder is. We zitten hoger hier, op 1755 meter, en de woestijn is nabij. Ik ontdek een soort Iraanse versie van Mc Donalds, waar ik kip en zowaar patat eet. Er zitten alleen jongeren om me heen. De verliefde stelletjes staren elkaar dromerig in de ogen en aaien heel teder elkaars wangen en handen, erg zedig allemaal. Zijn dat die beruchte pornokijkers? Ik kan het niet geloven. Ik word heimelijk door hen bekeken, maar niemand durft in het openbaar contact met mij te zoeken. Ik spreek zelf ook niemand aan, ik wil niemand in verlegenheid brengen. De kans dat je in winkels en op straat aangesproken wordt is groter naarmate er minder mensen in de buurt zijn, dat is me nu wel duidelijk geworden.
Oosterse sfeer in hamamVoor we uit Kerman vertrekken krijgen we eerst de gelegenheid om de bazaar te bezoeken. Je kunt hier stalletjes zien met indrukwekkende hoeveelheden welriekende kruiden, veel glanzende accessoires voor de waterpijp, zachte stoffen en kunstige keramiek. Ik ben niet zo kooplustig en daarom ook niet zo kapot van bazaars, dus ik geniet op een nabij pleintje van het zonnetje en bekijk de passerende bewoners. Rond bazaars bevinden zich altijd veel sloebers, mijn indruk van het volk is dan ook niet overheersend positief. Wel valt op dat in Iran bedelen in het openbaar praktisch niet bedreven wordt. Alleen in de buurt van moskeeën heb ik wel eens mensen om aalmoezen horen vragen. Het laatste half uur van deze winkelpauze (want dat is het in mijn ogen) zoek ik een Turkse hamam op die tot theehuis / restaurant is verbouwd. Ik vind dit badhuismuseum ofwel Ganj-Ali Khan er prachtig uitzien en voel me er bijzonder op mijn gemak. De oosterse sfeer is er met zijn tapijten, mozaïeken tegen de muren en waterpijpen bijzonder goed getroffen. Hoewel, westerse decadente kunstfanaten zouden het waarschijnlijk als kitsch afdoen... |
|
|
|
|
|
|