|
|
|
|

Ga direct naar de Fotocollage!
Ik heb weinig nachtrust gehad. Mijn kamergenoot is niet op komen dagen, waardoor ik ongerust wakker ben gebleven. Pas tegen half twee belt hij op dat hij niet meer komt. We vertrekken om half negen. Via enkele lage passen trekken we het Zagros - gebergte over. We kunnen een van de hoogste bergtoppen zien liggen, de met sneeuw bedekte Karkas van meer dan 4.000 meter. Hij lijkt niet zo hoog omdat we zelf al op een hoogte van meer dan 2.000 meter zitten. We stoppen om het systeem van khanats te bekijken. Dit zijn ondergrondse kanalen die vanaf de bergen water de droge vlakte invoeren, waar ze onder meer voor irrigatiedoeleinden worden gebruikt. Om de paar honderd meter is een heuveltje aarde opgeworpen, daarnaast ligt dan een put die voor onderhoudswerkzaamheden wordt gebruikt. Deze vorm van waterhuishouding wordt hier en daar nog steeds gebruikt in Iran. In Marokko heb ik dit trouwens ook al eens gezien. Ook stoppen we nog in een dorpje dat gedomineerd wordt door een lemen citadel die boven een stil meertje uittorent. Vlakbij is een dorpsbakkerij in vol bedrijf.
Interessanter is onze volgende stop. Het betreft het stadje Natanz waar we een enigszins vervallen moskee uit de tiende eeuw bezoeken. De hoofdpoort is fotogeniek (zie hierboven) en als enige onderdeel van het complex redelijk onderhouden. Er staan indrukwekkende populieren voor. We vereren de plaatselijke pottenbakker met een bezoek. Aanloop krijgt hij zo te zien vaker van toeristen, want even verderop drijft hij een shop. Voor de deur staat een nieuwe Peugeot, dus ik denk dat hij goed boert. Ik kan me echter niet herinneren of iemand er iets heeft gekocht. Voor de demonstratie is echter wel voldoende belangstelling.

Als we in de zoveelste woestijnstad aankomen, Kashan geheten, lunchen we eerst bij restaurant “Jane & Reza”. Een bedrijvige gesluierde vrouw bedient ons uiterst efficiënt en spreekt vloeiend Engels. Het blijkt Jane zelf te zijn, een Engelse die met de Iraniër Reza is getrouwd en al 12 jaar hier woont. Ze zwaait met zwier de scepter over de keuken en het restaurant en heeft zichtbaar alle touwtjes in handen. Haar westerse invloed is onmiskenbaar: de spijskaart is uiteraard ook in goed Engels gesteld en de bediening is vlot en voorkomend. Het verbaast me niet dat dit tevens het duurste restaurant is waar we onderweg geluncht hebben. Alles heeft zijn prijs, niet dan? De onderneming loopt als een lier, het zit er vol redelijk doorvoede en welgestelde Iraniërs.
![]() |
![]() |
Er
volgt een rondrit door de stad. Er is best veel te zien hier, maar jammer genoeg
zit het weer ons tegen: het is kil en het motregent vaak. De
stadsmuren zijn
niet echt de moeite waard; de ernaast gelegen
ijskelder evenmin, hoewel die
natuurlijk historische betekenis heeft. Hij wordt gevormd door een diepe kuil,
afgedekt met een lemen koepel. Omdat iedereen tegenwoordig sinds de jaren zestig
een koelkast thuis heeft staan, wordt het zo nutteloos geworden gat door de
lokale bewoners als stortplaats van afval en vuilnis gebruikt. In de buurt staat
een groepje jongeren te lanterfanten; vanaf hun hangplek wordt naar mij geroepen
en gelachen. Het is de eerste keer in Iran dat ik het gevoel heb niet welkom te
zijn.
Dit stadsgedeelte lijkt trouwens wel getroffen door een bombardement of
aardbeving: overal staan ruïnes, veel
lemen woningen zijn half ingestort of door
weer en wind vergaan en staan leeg. De opengevallen plekken liggen bezaaid met
zwerfvuil of worden gewoon gebruikt als vuilnisbelt. Opmerkelijk is dat tussen
die puinhoop gloednieuwe huizen van baksteen en beton staan, men heeft zich
alleen niet de moeite getroost de oude troep op te ruimen.
Bekijk ook onze slide show:
We
betreden even later een geheel door hoge muren omgeven complex, een burgerpaleis
zoals er in deze stad meerdere liggen. Het entreehalletje is al magistraal, maar
als we de cour en zeker de zalen en vertrekken aanschouwen stokt de adem ons in
de keel: wat een schoonheid! Schitterende plafonds met sierlijke ornamenten van
dieren en mensen, iets wat heel onislamitisch overkomt. De vroegere eigenaar was
dan ook een seculiere moslim die als specerijenhandelaar zijn schaapjes op her
droge had weten te krijgen. We mogen weer eens het dak op, een kans die niemand
zich laat ontgaan. Van daaruit kunnen we
de koepel en de windtorens goed
bekijken.
Even later staan we in het centrum voor de Jame - moskee die ons als heel speciaal wordt aanbevolen. De groep is na veertien dagen toch wel een beetje moskeemoe geworden en draait zich op de drempel om. Mohsen weet niet wat hem overkomt. Bezoeken aan andere als bijzonder bestempelde islamitische bouwwerken slaan we dan ook maar over. Omdat Kashan al heel oud is kan het bogen op een groot aantal moskeeën en medresses. Men zegt dat de Drie Koningen uit het Nieuwe Testament uit deze stad afkomstig waren, maar of dat historisch juist is waag ik te betwijfelen.

Kashan heeft ook een tuin die tot de drie mooiste van Iran behoort. (Een van die andere hebben we in Mahan bij Kerman bezocht). Als we er aan komen staat hij op het punt gesloten te worden. We worden er overspoeld door vertrekkende schooljeugd die er op excursie is. Sommige meisjes (bijna nooit jongens, altijd meiden) spreken ons in het Engels aan. We besluiten de tuin te laten voor wat hij is (in het donker zie je er toch niets van) en gaan thee drinken in een van de talloze theehuizen die bij de ingang liggen. We zitten amandelkoekjes te peuzelen op lage, leuningloze banken die met tapijten bedekt zijn. Langs de straat staan veel kraampjes met fruit, snoep en snuisterijen die de bezoekers moeten bedienen, een teken dat hier klandizie genoeg moet zijn. Het is inderdaad een geliefde bestemming voor uitstapjes. Zeker vandaag, want het is vrijdag. Moslims hebben dan een vrije dag, vergelijkbaar met onze zondag.
![]() |
![]() |
Ons hotel ligt op 6 km afstand van de stad en heeft een imposante hal, de kamers zijn er evenwel beduidend kleiner en van mindere kwaliteit: de gordijnen gaan niet meer open, over de indeling van de badkamer is niet logisch nagedacht en de verwarming deugt niet. Er is hier sprake van gedwongen winkelnering, want om te eten kunnen we door de geïsoleerde ligging van het hotel nergens anders heen dan in het hotelrestaurant. Niet dat dit zo erg is, het restaurant is niet eens zo slecht, maar wij Nederlanders hebben graag een keuze.
De
volgende morgen staan we al vroeg in de labyrintachtige bazaar die in het begin
gedomineerd wordt door goudhandelaren. Later komen er meer antiekzaakjes in
beeld. Het oudste gedeelte met zijn
enorme hallen vind ik echt sfeervol. Ik
drink er thee op een lage bank (in India zou men dit een charpoi noemen) en maak
een praatje met een jonge handelaar. Hij bezweert me dat Iraniërs vredelievende
en gastvrije mensen zijn en niet bloeddorstig en oorlogszuchtig zoals de wereld
- vooral in het westen - wil geloven. Ze willen hier graag iedereen uit de hele wereld verwelkomen. De bazaari’s staan erom bekend dat zij wat ruimdenkender zijn dan de serviele en
godsvruchtige plattelands-bevolking, een versoepeling van het strenge regime zou
hun economisch gezien goed uitkomen. De groep heeft zich verspreid om inkopen te
doen. Het is onze laatste volle dag in Iran, dus dit is de laatste kans om
souvenirs en cadeautjes voor het thuisfront aan te schaffen.