|
|
|
|

Ga direct naar de Fotocollage!
|
|
We
blijven twee volle dagen in Isfahan. Excursies voeren ons naar de volgende
bezienswaardigheden:
Een van de oudste en grootste islamitische complexen in Iran. Mooie geglazuurde tegels. Een maquette toont de verschillende bouwfasen van de moskee. Architectonisch gezien inderdaad een interessant gebouw. Ook hier zijn weer cisternes en onderaardse gewelven. We blijven er bijna een uur hangen, waarna tot mijn ergernis een onverwacht bezoek aan een tapijtwinkel volgt. “Geen tijd, geen tijd”, beweert Mohsen steeds, maar voor dit soort commerciële activiteiten gaat dit argument blijkbaar niet op. Nou ja, hij brengt het onder het motto ‘even wat gratis thee drinken’. Ik blijf mokkend buiten staan kleumen, de temperatuur ligt rond het vriespunt en er staat een koude oostenwind. Ik bekijk in deze marktwijk de conservatieve bevolking die gebukt tegen de wind in voorbijloopt. In het centrum van de stad zien de mensen er beter verzorgd en heel wat moderner uit, met name de vrouwen. We bezichtigen in een zijstraat nog een kleinere moskee annex medresse met een vrijstaande minaret. Klein maar fijn, dat is onze conclusie.
|
|
Jameh MoskeeDit is een soort architectonisch museum, voor de liefhebber tenminste. Oorspronkelijk een hallenmoskee in de Seldsjoekische stijl, verwoest door de Mongolenhorden van Djengis Khan, een eeuw later deed Timoer Lenk het nog eens dunnetjes over. Tussen de vijftiende en achttiende eeuw in verschillende stijlen herbouwd. Hij heeft 2 slanke minaretten en de iwan is werkelijk schitterend. De hele moskee beslaat een oppervlakte van 30.000 meter² en is de grootste van Iran. In de oorlog met het Irak van Saddam is hij door bommen getroffen. Hoewel de schade aanzienlijk was, is hij weer geheel hersteld. Vlakbij ligt de Bozorg Bazaar, een kilometerslange overdekte markt die stamt uit de 16e eeuw. |
Armeense Vaank – kathedraalOp de valreep doen we nog even de Armeense wijk Jolfa ten zuiden van de rivier aan. We hebben maar vijf minuten tijd om het schitterende interieur van de christelijke Vaank – kathedraal (1606 - 1655) te bewonderen. Het doet me sterk denken aan Russisch-orthodoxe kerken met al hun iconen, fresco’s en gouden koepels. Een klokkentoren staat apart. De ‘book shop’ houdt wel voor ons open, in tegenstelling tot de kerk die achter onze hielen wordt dicht gegooid. In de stad woont nog een minderheid van enkele duizenden Armeniërs. Ze genieten bepaalde voorrechten die moslims niet hebben, bijvoorbeeld het verbod op sterke drank geldt niet voor hen. Van huis uit waren Armeniërs kooplui en ondernemers. De meeste zijn geëmigreerd naar Frankrijk of de USA (vooral Californië). In Isfahan zijn nog dertien kerken overgebleven, waarvan de Bethlehem Kerk (door kunstkenners hoger ingeschat dan de Vaank kathedraal) en de Maria-Kerk er enkele zijn die een bezoek waard zijn. |
|
Ik sla de middagexcursie over en zwerf tot diep in de avond alleen langs de brede avenues en smalle straatjes van deze intrigerende stad. Allereerst wandel ik beide oevers van de Zayandeh rivier af, foto’s makend van de oeroude bruggen (er zijn 11 bruggen, waarvan er 5 uit de middeleeuwen stammen), moderne beelden en rustige parkjes.
![]() |
![]() |
Ik drink thee in een sfeervol theehuis bij een brug, waar ik de enige ben die geen waterpijp voor zich heeft staan. Alle mannen – vrouwen zijn er niet te bekennen – zitten of liggen verzaligd aan hun pijp te sabbelen. Het mierzoete aroma van de tabak blijft een tijdje in mijn kleren hangen. Het lijkt hier wel een soort opiumkit. Een tijdje later zit ik van echte koffie te genieten in de lounge van een vijfsterren-hotel, nog later drink ik warme cola in een onguur studentenhol waar je voor een luttel bedrag toegang tot het Internet hebt. Daar tref ik weer eens onvervalste porno op het beeldscherm aan. Door de trage verbinding gaat alles met horten en stoten, wat een komisch effect geeft.
Ik heb geluk wat het weer betreft. Tussen vier en vijf uur ’s middags gluurt zowaar de zon om de wolken heen, wat de stad direct een stuk aantrekkelijker maakt. Ik haast me om nog wat extra foto’s te maken. Als het duister definitief over de stad neerdaalt, verlaat ik de rivieroevers en loop het centrum in. Ik kom uit bij een ziekenhuis waar het een drukte van belang is. Om de hoek liggen tientallen apotheken waar de patiënten meteen hun begeerde medicijnen kunnen afhalen. Het fenomeen huisarts kent men in dit soort landen nauwelijks. Ik rust uit in het donkere Hasj Beheshti Park, waar een kleurig verlicht fontein als een fonkelend juweel ligt te pronken. Via het fraai geïllumineerde Emam – plein bereik ik uiteindelijk mijn hotel. De groep zit ondertussen al aan het feestelijk diner, iets waarvoor ik niet zo veel voel. Vanavond ga ik wel naar de Oud op Nieuw - viering die in een van onze hotelkamers plaatsvindt.

Kamergenoot Frans en ik hebben om elf uur met de rest van de groep afgesproken, maar iedereen is onvindbaar. We gaan hen zoeken, misschien zitten ze nog in de lobby. De lift werkt niet, daarom nemen we maar de vier trappen naar beneden. Maar ook daar blijven ze spoorloos. Een monteur, bijgestaan door twee receptionisten, staat aan de liftdeur te morrelen, blijkbaar gaat die niet meer open of is hij ergens door geblokkeerd. We keren terug naar onze kamer en wachten verder gewoon af.
Een tijdje later horen we rumoer op de gang, een klop op de deur en ja hoor, daar staan onze reisgenoten. Ze hebben veel lol, maar sommigen hebben ook nog de schrik in de benen. Wat is er namelijk gebeurd? Ze zijn met zijn vijven de lift ingestapt, een kooi die maximaal 300 kilo kan dragen. Het overbelaste ding wilde daarom niet meer omhoog, maar zakte als het ware door zijn poten. Bijna vijftien minuten lang hebben ze tussen twee verdiepingen in gehangen, waarna ze ontzet konden worden en via de kelder de liftschacht konden verlaten. Opgelucht waren ze, dat zeker, maar ook uitgelaten dat ze er goed vanaf waren gekomen.
![]() |
![]() |
Het feest wordt in een hotelkamer voortgezet. Een van onze dames heeft een fles Beerenburger meegesmokkeld (zij wel, ik stommeling niet), Mohsen doet er een schepje bovenop door daar wodka en ander alcoholisch spul uit de Armeense wijk aan toe te voegen. En zo wordt het dan toch nog gezellig, niet in de laatste plaats door al deze alcoholische versnaperingen. Na de nieuwjaarswensen worden cadeautjes uitgewisseld. Onze Friese reisgenoten bieden Mohsen een beeldje van een kussend boerenpaartje aan; deze op zijn beurt heeft voor ons allen een aparte verrassing in petto. We krijgen van hem een kleinigheid in een verpakt doosje, zoals kostbare steentjes of oude muntjes; ook ontvangen we ansichtkaarten.
INFO IN HET DUITS:
Isfahan, Spiegel des ParadiesesNach den Paradiesvorstellungen des Korans wollte Schah Abbas Ende des 16. Jahrhunderts Isfahan zu einer modernen Stadt umbauen. Isfahan wurde zu einem wichtigen Handelszentrum, in dem Religiosität und Kommerz die tragenden Säulen waren. Die Verbindung von Geistigem und Weltlichen, von Glauben und Architektur wird auf dem Königsplatz Medan-e Schah deutlich, auf dem sich Moschee und Basar gegenüber stehen. Mit 500 m Länge ist dieser Platz der größte der Welt. Der Film möchte die Botschaft der Erbauer entschlüsseln. Mit Bildern der heutigen Handwerker und Händler wird die Geschichte der Stadt und seiner Bauwerke erzählt. Daten & Fakten Kulturdenkmal: Meidan-e Schah in Isfahan UNESCO-Ernennung: 1979 um 900 Bau der Masdjed-e Djomeh 1088 / 89 Erweiterungen der Freitagsmoschee 1092 Bau von Südportal und Mihrab der Freitagsmoschee 1598 Isfahan wird Hauptstadt Persiens 1612-30 unter Schah Abbas I. Hauptbauzeit der Masdjed-e Imam 1612-16 Bau der Masdjed-e Lotfollah 1619 Anlage des Basars 1638 Vollendung der Masdjed-e Imam 1803 Restaurierung der Freitagsmoschee |
Ik begin het nieuwe jaar zonder hoofdpijn. Na een lange periode van geheelonthouding had ik wel een kater verwacht na de relatieve uitspatting vannacht. Eigenlijk staat er een wandelexcursie op het programma, maar de groep geeft de gids vrijaf. Isfahan is een ideale stad om op eigen houtje te verkennen en dat doen we dan ook. Onderweg kom ik verschillende reisgenoten tegen, maar uiteindelijk gaat iedereen zijns weegs. Achtereenvolgens bezoek ik:
(Vroeger Plein van de Sjah). Een enorm groot plein uit 1612 dat 500 bij 160 meter meet. De bazaar komt er op uit, er liggen twee mooie moskeeën aan iedere zijde en de laatste zijde wordt bekroond door het Ali Qapu – paleis. Van buiten vind ik het niet fraai, maar het interieur mag er wezen met zijn gedetailleerde handwerk. Er staan paardenkoetsen op de toeristen te wachten; souvenirwinkels zijn er ook genoeg, maar de winkeliers en handelaars klagen steen en been omdat de grote massa’s toeristen al jaren wegblijven.
|
Imammoskee (Isfahan, Iran) Subliem meesterwerk van Perzische architectuur Het Imamplein en de omringende gebouwen vormen het sublieme onderwerp van het Perzische spreekwoord: 'Isfahan is de helft van de wereld.' Het Imamplein was het piece de resistance van Isfahan; het werd gebouwd in opdracht van de machtige Safawidische sjah Abbas I en uitgebreid door opvolger Abbas II. Het ontwerp beoogde architecturale en symbolische perfectie, een weerspiegeling van de spirituele en wereldlijke macht van de Safawidische dynastie. Het rechthoekige plein wordt aan alle vier de zijden geflankeerd door een dubbele galerij. Aan de westzijde staat het rijkelijk versierde Ali Kapoe-paleis, een licht en luchtig paviljoen waaruit de elegantie van het Safawidische hof spreekt. Tegenover dit paleis bevindt zich een van 's werelds meest verbluffende voorbeelden van islamitische architectuur: de Sjeik Loetfoellah - moskee. Het zuiden van het plein wordt gedomineerd door de meesterlijke Imam - moskee, die zowel het plein- als stadssilhouet bepaalt. De moskee werd gebouwd in achttien jaar tijd en voltooid in 1629, het laatste levensjaar van sjah Abbas I. Alleen latere toevoegingen aan het interieur doen afbreuk aan de functionele eenheid die de sjah voor ogen stond. Het zevenkleurige tegelwerk op de vier iwans (gewelfde hallen met een open zijde) die de centrale binnenhof omlijsten, is spectaculair. De architecten brachten, uit nederigheid ten aanzien van God, lichte afwijkingen in de symmetrie aan. De noordzijde van het plein wordt onderbroken door de ingang tot een bazaar die nog altijd fungeert als hoofdmarkt voor de moderne stad. De kleinere oostbazaar is vooral bedoeld voor de vele Iraanse toeristen die naar de stad trekken. Het plein, oorspronkelijk ontworpen als een poloveld, vormt het publieke hart van Isfahan en moet ervaren worden bij het vallen van de avond, wanneer de zon de gebouwen in een magische gloed hult. |
Ligt aan het Emam – plein. Voor ik deze betreed moet ik klantenlokkende jochies
van me afschudden. Niet dat ze zo agressief zijn, maar lastig vind ik ze toch.
Ze doen hun best om aardig te zijn, spreken redelijk Engels en zijn hardnekkig.
Mooie moskee, kleiner dan de Emam – moskee (zie hierna), maar hier en daar
delicater. Mooi lichtspel in de koepel, zie foto hiernaast.
Deze moskee wordt als een van de mooiste ter wereld beschouwd. Ik weet niet of dit waar is, per slot van rekening heb ik lang niet alle moskeeën ter wereld bezocht. Bepaalde onderdelen ervan maken indruk op me: de kalligrafieën op de tegels, de bloemmotieven in marmer gehouwen, de schitterende deur bij de ingang en de stalactietenplafonds. Ernaast liggen voorhofjes met vijvers. Er groeien bloemen en enkele bomen waarvan de kale takken grillig afsteken tegen de geometrische vormen van de minaretten en daken. De moskee heeft vier ivans en de overheersende kleur is het blauw van de geglazuurde tegeltjes.
Ziet een beetje ongewoon uit met zijn overdreven groot balkon of terras, wat het ook zijn mag. De Troon Kamer en de Muziek Kamer zijn een bezoek beslist waard. Ook de houten plafonds trekken mijn aandacht.
Dit verfijnde paleisje ga ik niet binnen. De vorige avond heb ik in de nabijheid wel thee gedronken. Het was toen verrassend kleurig verlicht. Het heeft een terras met houten pilaren; binnen kun je aardige fresco’s en mozaïeken bewonderen. In het park dat erbij hoort zijn alle schaarse bankjes bezet, zodat ik besluit koffie te gaan drinken in het exclusieve Abbasi Hotel een steenworp verderop.
Ik kijk mijn ogen uit hier. Dit is een van de duurdere hotels van heel Iran, maar een cappuccino kost er nog geen euro. In de lounge waar ik koffie drink zitten louter mooie, welgestelde Iraniërs en hier en daar een plukje westerlingen. Ik erger me een beetje aan een volkomen veramerikaniseerde familie van Iraanse komaf (emigranten dus) die zich hier gedragen alsof het de eerste de beste Mac Donald’s is. Ze maken ook alleen foto’s van elkaar, de artistieke omgeving is niet aan hen besteed.
Deze voormalige karavaanserail is schitterend gerestaureerd en biedt ook onderdak aan theehuisjes, een museumpje, een overdekt zwembad en een moskeetje. De tuinen in de binnenhof zijn een oase van rust in deze levendige stad. De diverse eetzalen doen me de adem inhouden, zo ben ik ervan onder de indruk. Je kunt er ongestoord de zaak bekijken, niemand die je met lastige vragen bestookt zoals in sommige vijfsterrenhotels in het westen. Ik besluit om mijn reisgenoten dit hotel aan te bevelen.
Deze koranschool of theologische faculteit van de universiteit wordt gememoreerd
als een van de mooiste voorbeelden van medresses in zijn soort. Hij is maar één
dag per week voor bezoekers geopend en dat is net vandaag. Ik raak er aan de
praat met enkele opvallend verlichte studenten die goed Engels spreken. Zijn dit
toekomstige imams of mullahs? Een ervan heet Mostafa, hij wil perse mijn
Travel
Survival Kit van Iran lenen om te lezen wat het westen over zijn land te
vertellen heeft. Hij heeft al veel gehoord over deze ‘traveler’s bible’. Maar
daar trap ik uiteraard niet in, ik heb dat boek zelf hard nodig.
Het complex dat tussen 1704 en 1714 is gebouwd, is inderdaad nog steeds dagelijks in gebruik. Voor de kamertjes van de studenten staan hun sandalen en slippers. Zo kun je zien wie er thuis is. Veel waterpartijen hier en eeuwenoude bomen op het binnenhof. Ook de mihrab mag er zijn, net zoals de ranke minaretten.
In de namiddag zwerf ik nog enkele uurtjes rond. In een broodjeszaak bestel ik falafel bolletjes, maar men begrijpt mij verkeerd (of ik hen…), waarop ik een hele zak meekrijg, genoeg voor een heel peloton. Als ik in de buitenwijken beland valt me direct de rust op: hier geen koortsachtig verkeer, hoogstens een kat die oversteekt of een peuter die over straat huppelt. De straten zijn er net zo schoon als in de binnenstad, maar de woningen zien er verwaarloosd uit. Sommige staan gewoon op instorten. Om de paar honderd meter ligt wel een moskee of medresse, maar de glorie is hier ver te zoeken. Aan een van de grote doorgaande avenues ligt een excentriek gebouw, nogal futuristisch zo te zien. Volgens Mohsen moet het worden afgebroken omdat het de mullahs niet bevalt. Ik maak er enkele foto’s van.
’s Avonds krijg ik buikpijn, een aankondiging van een kortstondige uitbraak van diarree. Zouden die falafel de oorzaak zijn? Voorlopig drink ik alleen thee, het avondeten sla ik over. Als ik ergens aan het internetten ben maak ik kennis met een jong Nederlands stel. Ze reizen al anderhalf jaar dwars door Azië en zijn nu op weg naar huis. Dat wil zeggen: via de Emiraten, Egypte, Jordanië, Syrië, Turkije en zo voort. In mei hopen ze in Nederland terug te zijn, ze zijn dan bijna twee jaar onderweg geweest. Iran vinden bevalt hen niet zo bijzonder, vooral het gebrek aan alcohol stoort hen. Waar heb ik dat eerder gehoord?