In alle vroegte op, om zes uur vertrek. Ik ga in de bus direct pitten en word
pas wakker als het tegen acht uur licht wordt. We zitten midden in ruraal India.
urenlang kijk ik mijn ogen uit. Niet dat ik verbaasd ben door die (wan-) toestanden,
nee, ze intrigeren mij sterk. Ouwehoeren met Jan over politiek en school. Hij
heeft ook kinderen van 'die louche' in zijn klas gehad (van Ruud Lubbers). Niet
briljante, maar wel bovengemiddelde studenten. Als we ergens voor de lunch stoppen
hebben we veel bekijks. Het leger van belangstellenden groeit aan en we voelen
ons zo langzamerhand opgelaten. Tot Mirzapur, waar we de heilige rivier de Ganges
oversteken, is de weg slechts half verhard. Juist in dat gedeelte zitten de
gaten en scheuren. Na Mirzapur krijgen we een soort autosnelweg (de eerste die
ik in India zie) en jakkeren
we door naar Varanasi, waar we een uur eerder dan gepland aankomen. De groep
van het vliegtuig is nog niet aangekomen, hoe kan dat? We fronsen onze wenkbrauwen
als we horen dat de betreffende vlucht geannuleerd is. De hele dag is het stralend
weer geweest! De gestranden komen nu met 2 gecharterde taxi's onze kant op.
Ik weet dat ze alle zes een beetje ziek zijn of een kwaaltje hebben; die rit
wordt zeker geen pretje.
HEILIGE STAD
Varanasi is een van de meest heilige
plaatsen in India, zo niet de allerheiligste. Op de ghats, de
trappen langs de rivier de Ganges, is het altijd druk. Mensen nemen
een reinigend bad, kleren worden geboend, koeien schoon geschrobd en
overledenen gecremeerd; een onvergetelijk schouwspel dat je
wandelend langs het water of vanuit een bootje kunt gadeslaan. Na
het fascinerende Varanasi is het hoog tijd voor wat rust en kun je
het Indiase platteland opzoeken. De kennismaking met het lokale
dorpsleven is een hele belevenis, niet alleen voor ons reizigers,
maar ook voor de "locals"!
Verkenning in het donker
Ikzelf loop vanaf het hotel direct de chaotische stad
in. Het is al donker en regelmatig valt het licht uit. Mijn zaklamp verleent
me goede diensten. Overigens, goede shops hier hebben verlichting die op aggregaten
werkt. Ik koop fietsbellen, water en bier. Bij een apotheek sla ik een voorraad
Saridon en Zovirax in (tegen de koortslip). Hier en daar wat gesprekjes
voeren over koetjes en kalfjes. Ja, ik zie een koe met een geamputeerde poot.
Er loopt zelfs een kalfje achteraan.
Loeiend hete soep bij een straat-Chinees,
tevens Bengaalse aardappelkoekjes. Met de riksja terug, ik moet de stakker zelf
de weg naar het hotel wijzen. Wat schrijven en lezen. Pas tegen 12 uur hoor
ik gestommel op de gang: gebroken komen onze getrouwde reisgenoten aan.
DAG 15
VARANASI - EXCURSIE - VARANASI
Stank bij de crematieplaatsen
Om negen uur neem ik een riksja naar de oevers van de Ganges, de Ghats. Het
is mistig, de hele dag blijft de hemel potdicht zitten en vaak motregent het.
Het is niet druk op de Ghats, op mijn gemak kan ik de baders, wassers en zwemmers
gadeslaan. De ontspannen sfeer bevalt me wel. Hier en daar ligt een goeroe of
een sadhoe te suffen, hoewel hijzelf het waarschijnlijk mediteren zal noemen.
Ik blijf lang hangen bij de 'Burning Ghats', waar lijken worden verbrand. Vreemde
geur; aangebrand mensenvlees vermengd met heerlijk zoet ruikend sandelwoodhout.
De rouwende families laten zich lachend fotograferen voor de brandstapel van
hun geliefde. Naast mij valt een half verkoolde vrouwenvoet uit een vuur, ik
hoor botten knappen. Ikzelf durf geen foto' s te maken, bang om iemand te beledigen.
De interesse is groot, mij lijkt vooral voor de aangename warmte voor de vuren.
Vlakbij ligt een op volle toeren draaiend crematorium waar de armen op staatskosten
de hemel worden ingejaagd naar de eeuwigheid. Jochies spelen enthousiast cricket
tussen de koeienstront en het wasgoed dat op de zanderige ghats ligt te drogen.
Bahram de student
Daar spreekt een jonge student me aan. Hij heet Bahram en laat mij een deel
van de volksrijke binnenstad zien, hij kent de weg. Hij studeert 'banking'.
Na een uurtje neem ik afscheid van hem. Nabij het hotel heb ik allerlei adresjes
voor water, Guru-bier en goedkoop westers eten, want daar ben ik weer aan toe.
Die middag hebben we een bustour. Eerst naar de Relief Map of India (ook al
in Jaipur gezien), dan de Universiteit en monumentale regeringsgebouwen. In
de Durgatempel, geterroriseerd door uitgebreide apenfamilies, worden we niet
toegelaten (dat komt zelden voor in dit religieus zo tolerante klimaat). Ik
koop bij een sloebermeisje primitieve figuurtjes van afvalhout. We stoppen ook
nog bij een Handicraft Empodium, 2 rozenhouten beelden (duur) aangeschaft. Het blijft ruig weer. Iedereen blijft 's avonds op zijn kamer. Alleen ik ga
naar buiten en zoek mijn "western food"-tentje op. Voor een knaak
eet ik friet met cutlets, tomatensoep en 2 koppen heerlijke espressokoffie.
In het hotel heeft de groep voor veel geld weinig voedsel gekregen. Ik verpats
2 fietsenbellen aan Ron.
DAG 16
VARANASI - SARNATH - VARANASI - NACHTTREIN DELHI
Boottochtje langs de ghats
's Ochtends nog een excursie. Om zes uur naar de Ghats, waar we een boottocht
maken. Ik zie er niets nieuws. Het is moordend koud; de ontheemden hebben vannacht
beslist geen oog dicht kunnen doen. Smekend strekken zij hun verkleumde klauwen
naar ons uit. Ik heb de groep geadviseerd kleingeld te wissen bij de professionele
wisselaars om zodoende toch regelmatig aalmoezen te kunnen geven. Bezoek aan
de Gouden Tempel, waar een bedwelmende geur van bloemen hangt. Daarnaast ligt
een moskee die door een groot peloton M.E.-strijdkrachten wordt bewaakt tegen
mogelijke aanslagen van Hindoe-extremisten. Om negen uur ontbijt in hotel, waarna
tocht noordwaarts naar Sarnath, de geboortegrond van Boeddha.
Sarnath, boeddhistisch bedevaartsoord
Tempels en de
Grote Bodhiboom waaronder de grote man placht te mediteren en te onderwijzen.
Hier liggen ook stokoude stoepa's. Opvallend veel devote Chinezen en Japanners.
Dankzij hun ruime giften is het complex on-Indiaas goed onderhouden. Er heerst
ook een streng rookverbod, met boetes! Als ik binnen het terrein een sigaret
draai, krijg ik onmiddellijk een bewaker op mijn nek. Ik ga in discussie, per
slot van rekening ben ik niet aan het roken, maar de oppasser houdt voet bij
stuk; ook tabak is taboe. Onze gids sust de beide partijen.
Terug naar hotel.
Spullen inpakken. Ik heb een extra tas gekocht om al die pas verworven souvenirs,
voornamelijk beeldjes in alle soorten, maten en kwaliteit, te kunnen opbergen.
Ik ben als eerste klaar en wacht buiten in de hoteltuin, terwijl een baardige
slangenbezweerder mij mysterieus zit aan te staren.
Wachten op de exprestrein
Om twee uur bij station.
Onder het wachten laat ik mijn schoenen poetsen (toen wilde de rest van de groep
het ineens ook), speel ik wat met de bedelaarskinderen en een tweetal mismaakte
maar toch goedgemutste jongens. Afscheid van de gids, die ooit 1 jaar in Leiden
bij de familie de Wit inwoonde tijdens zijn studie daar. Intelligente vent,
een literator en reisboekenschrijver. Thuis stuur ik hem een foto en een briefje.
De trein is redelijk, ik heb een 'hard sleeper' - plaats. Hij vertrekt te laat.
Ik haal stiekem bij mijn reisgenoten geld voor Caroline op. Naast mij slaapt
een moderne, uitdagende Hindoe-meid met een diamantje in haar linkerneusvleugel.
Jan en Leo gaan zich te buiten aan neutjes en liggen om negen uur al zwaar te
ronken. Ik eet een goede vegetarische thali, wijs alle aanboden van de handelaars
van de hand en ga tevreden op het tjoektjoek - ritme slapen.
Op de trappen naar de Ganges
Varanasi of Benares is bekend om de ghats, brede trappen aan de oever van de
heilige rivier.
Benares, nu weer bekend onder de historische naam Varanasi, is een stad in Noord
- India, aan een bocht in de Ganges gelegen. Volgens het hindoegeloof is
Varanasi de religieuze landshoofdstad: het dagelijkse pelgrimsbezoek varieert
van 100 tot 150.000 mensen en de belangrijkste feestdagen op de hindoekalender
trekken zelfs meer dan een miljoen gelovigen. Aan de voet van merendeels
vervallen paleizen en tempels strekt zich een honderdtal ghats uit, trapvormige
terrassen die in het water uitlopen. De ghats beginners bij de samenvloeiing van
de Varuna met de Ganges en eindigen bij Asi Ghat, waar de Asi in de Ganges
stroomt. Van de vroege ochtend tot zonsondergang baden pelgrims en stedelingen
in het bruine rivierwater voor een lichamelijke en geestelijke loutering, in de
hoop op een betere reïncarnatie in een volgend leven. Men komt ook naar de
heilige stad om er te sterven en crematies zijn op de rivieroevers aan de orde
van de dag. De binnenstad bestaat uit een netwerk van nauwe en bochtige
straatjes, waar de woonhuizen met veranda's afwisselen met tempels en
gebedsruimten. Hier ligt ook de Chawk, de bedrijvigste bazaar van Benares, met
kleurrijke winkeltjes en kramen. Buiten het krioelende stadscentrum liggen de
meer recente wijken met industrieën en winkels voor de plaatselijke luxe
kunstnijverheid.
WETENSWAARDIGHEDEN
Stad in de deelstaat Uttar Pradesh
Taal: Hindi / Munteenheid: Indiase roepie
Godsdienst: hindoeïsme, Islam
CIJFERS
Bevolking: 925.960 inwoners District: Bevolking: 4,8 miljoen inwoners
Oppervlakte: 5091 km2 / Bevolkingsdichtheid: 942 inw./km2 / Hoogte: 81 m
Duizendjarige stad
Varanasi, de religieuze hoofdstad van India, is al duizenden jaren bewoond en
geldt als de oudste stad ter wereld.
Pelgrimsoord.
In de Atharvaveda, de hindoese geschiedschrijving, is Varanasi vermeld met de
naam Kashi, "het Uht", naar de Indo-Europese Kashiastam uit noordelijk India.
Varanasi is een van de zeven heilige steden van de Hindoe - leer. Volgens de
Vedische geschriften van de Purana, zou de eerste Hindoe - keizer Yayati hier in
het begin van het eerste millennium voor onze jaartelling zijn hoofdstad
Varanasi hebben gebouwd, vernoemd naar de twee zijrivieren van de Ganges die de
stad omstromen, de Varana en de Asi. De Kashia werden verdreven door andere
volksstammen en vervolgens viel Varanasi in handen van koning Bimbisara (6e-5e
eeuw v.Chr.), die te boek staat als de eerste boeddhistische heerser. In die
tijd hield de Boeddha zijn eerste prediking in de omgeving van de stad. Later
maakte het Maurya-volk zich meester van de stad en keizer Ashoka verhief Sarnath
(op 10 km van de stad) tot het belangrijkste boeddhistische pelgrimsoord.
Varanasi werd een prachtige hoofdstad met talrijke tempels, maar viel ten prooi
aan islamitische invasies. In 1194 plunderde Kutub Uddin, stichter van het
sultanaat Delhi, de stad en verwoestte alle religieuze beelden en monumenten.
Eeuwenlang bleef Varanasi onder het gezag van islamitische vorsten en behoorde
tot 1775 tot de bezittingen van de Nababs van Aoudh. Maar Varanasi wist zich te
handhaven als een bloeiend centrum van cultuur en religie, vooral onder de
grootmogol Akbar en zijn zoon Jahangir. De godsdienstvervolgingen begonnen
opnieuw onder Aurangzeb, die het merendeel van de tempels sloopte. In de 18e
eeuw werd Varanasi door de radja onder Brits protectoraat geplaatst en herdoopt
in Benares. Op 11 oktober 1950 werd de stad door zijn laatste maharadja, Vibhuti
Narain Singh, overgedragen aan de Unie van India.
KLIMAAT
Warm en droog, behalve tijdens de moesson van half juli tot eind september.
Gemiddelde temperaturen: januari, 18° C; juli, 29° C.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
De ghats (stenen trappen), de Chawk (bazaar), de moskee van Aurangzeb, de gouden
tempel (Vishvanath), de tempels Annapurna, Bhairao, Bharat Mata Mandir, en Durga.
In de omgeving: Sarnath (boeddhistisch bedevaartscentrum).