|
|
Dag 20 JodhpurNOG STEEDS
GEVELD
|
| Om 11.00 uur vindt Jos het nietsnutten welletjes. Hij gaat de straat op, koopt water en voedsel en drinkt zelf nog ergens thee. Clim slikt zijn medicijnen, o.a. Imodium tegen diarree, en eet wat banaantjes. Nog geen 5 minuten later kotst hij alles weer uit. Hij voelt zich zo beroerd, dat hij direct maar weer onder zeil gaat. Jos puzzelt heel wat af vandaag. Ook houdt hij zijn reisnotities uitvoerig bij. Later op de middag gaat hij nogmaals de stad in. Hij koopt een tweetal roestvrij stalen bekers, een fles aanlenglimonade en doet de brief en de laatste ansichtkaarten op de post. Hij ontdekt nieuwe frisdrankjes ("fruit beer") en proeft van de plaatselijke lekkernij, de zgn. Makania‑lassi. Die laatste is te zoet naar zijn smaak. In de Hindustan Times treffen we een foto aan van Jelle Nijdam die de 4e Touretappe zegevierend afsluit: het eerste nieuws dat we van de Tour vernemen. De sportpagina's staan hier bol van cricket, tennis, polo, etc. |
|
‘s Avonds is Clim in zoverre opgeknapt dat hij in staat is om een uurtje mee te gaan theedrinken. Eten is vooralsnog voor hem taboe. Jos heeft ook geen trek; het is niet de honger, maar de dorst die hem kwelt. Onze kamer heeft een ruim balkon, van waaruit we het leven op straat kunnen gadeslaan. We maken van die mogelijkheid ruimschoots gebruik, ook deze avond. Jos gebruikt vanaf deze plek vaak zijn zoomlens om allerlei interessante figuren te fotograferen.
's Morgens krijgen we ons wasgoed retour. Het is netjes gestreken. Met onuitwisbare inkt zijn er op alle kledingstukken herkenningstekens aangebracht: streepjes, puntjes, kruisjes, etc. Het wordt weer tijd dat we geld wisselen. In de buurt van het station worden we van het kastje naar de muur gestuurd en Jos zijn bloeddruk stijgt naarmate het langer duurt. Uiteindelijk komen we met een riksja terecht bij de State Bank in India, dat in het stadspark is gelegen. Clim wordt ontvangen in een apart kantoor. Hij wisselt TC $ 200.‑ en vergeet het reçu mee te nemen. De procedure neemt een half uur in beslag, in welke tijd Jos buiten foto's gaat maken, o.a. van het High Court of Justice en de Brandweerkazerne.
![]() |
![]() |
Na harde onderhandelingen met de riksja ‑ wallahs komen we een prijs van R 30 voor het Mehrehangar Fort overeen. Halverwege de berg lessen we onze dorst bij een blinde goeroe. De chauffeur blijft op ons wachten, anderhalf uur is afgesproken, bij de prijs inbegrepen. We passeren de 7 toegangspoorten en worden ingehaald met inlandse muziek. Op een terrasje zit een stel Hollandse toeristen, voornamelijk vrouwen, sodawater te drinken. Vlakbij heeft de plaatselijke fanfare repetitie. Allereerst bestijgen we de wallen met de tientallen kanonnen. We hebben een overweldigend uitzicht op de stad, die van drie kanten blauw glanzend aan onze voeten ligt. Veel foto's van het fantastische panorama. Het museum, d.w.z. het interieur van het paleis, bezoeken we onder leiding van een gids. Inhoudelijk verschilt dit museum niet veel van al die andere die we in Rajasthan's paleizen hebben bezocht. Clim maakt een foto van een gier. Zowel de gids als de chauffeur krijgt fooi. Met de laatste wisselen we adressen uit. Gelukkig heeft Clim getoond aan de beterende hand te zijn.
|
In de late namiddag gaan
we inkopen doen. Dat is nodig, want Jos zijn horlogebandje is stuk en de zool
van zijn rechtersandaal is losgeraakt. We kopen stof bij een winkel (1.20
meter) en stappen bij een kleermaker binnen. Deze doft zich eerst op voor hij
ons te woord staat. Hij neemt Jos de maat. We kiezen voor een zelfde snit als
die van de broek die Jos aanheeft.
We kopen even verderop een horlogebandje, alsmede water, sigaretten en pruimtabak. Voor dit laatste hebben we een vast stalletje. We eten bij restaurant Kalinka, dat ook in de reisgidsen wordt aanbevolen. Hier komen veel westerse trekkers. We nemen plaats in het Indische (goedkope) gedeelte, maar de kelner wil ons alleen in het chique Europese (dure) gedeelte achter in de zaak bedienen. We weigeren resoluut. |
|
Als Clim dreigt met de manager is alles ineens weer in orde. Ons maal is naar Indische begrippen zowel kostbaar als uitgebreid: mutton cutlets (schapevlees‑"kroketten"), tandoori‑chicken (heerlijk gekruid uit de oven, wel kleine boutjes), egg dosa (dikke eierkoek met aardappelen en groente gevuld) en rijst (veel te veel). De prijs voor dit alles: een luttele f 15,‑: Bij het afrekenen hebben we eveneens problemen. We zitten al 20 minuten te wachten, waarop we besluiten te vertrekken zonder te betalen. Er ontstaat lichte paniek onder de kelners en binnen een minuut is alles in kannen en kruiken.
|
|
|
|
|
We maken een wandeling
door de stationswijk, waar bedden buiten staan die je per uur of veelvoud
daarvan kunt huren. Bij een boekstalletje treffen we zachte, Indische porno
aan. In de Times lezen we dat Pascal Richard de 18e etappe van de Tour heeft
gewonnen. Clim ziet hoe twee kolossale stieren, de een wit en de ander zwart,
elkaar op de horens nemen. De Hindoes proberen met stokken het stierengevecht
te beëindigen. Op de stoep ligt iemand te zieltogen. Met een boogje loopt men
er omheen, sommige stappen gewoon over het menselijke wrak heen. Aan een kruispunt drinken
we vers geperst sinaasappelsap en ouwehoeren we met de jongelui. Het zijn
knapen van voor in de twintig die al een hele kinderschare thuis hebben. Bij
een winkelier die ons warm water aansmeert (en ook nog te duur) trappen we een
scène. Op hoge toon eisen we ons geld terug, hetgeen ook geschiedt. Om tien
uur stromen de straten leeg en zoeken landlopers, goeroes, bedelaars en
daklozen een schamele slaapplaats op de stoep. Iets later dan normaal gaan we
naar bed.
's Morgens zit de hemel potdicht, 's nachts heeft het geregend. Elke dag opnieuw betalen we het hotel bij de eigenaar, een ambtenaartype die op elke vraag ja‑nee knikt. Zeer verwarrend voor ons, want hij zei er niets bij. Overigens werd de kamer nooit gepoetst, noch werd het beddengoed verschoond. Dat gebeurde alleen als je er uitdrukkelijk om vroeg en moest met een extra baksjies worden beloond. Bij Kalinka eten we als ontbijt een koppel eieren.
|
Met de riksja
gaan we naar het
gigantische, overkoepelde Umaid Bhawan Paleis, gelegen op een lichte heuvel
net buiten de stad en gebouwd in de crisis van de jaren dertig als een soort
werkgelegenheidsproject. Ook hier woont, net als in Bikaner, een moderne
maharadja. We krijgen weer eens een privérondleiding en bewonderen naast de
luxe en de enorme afmetingen ook een inpandig theater en de siertuinen. De
helft van dit immense gebouw wordt gebruikt als exclusief hotel.
Op het terras drinken we ons duurste drankje in India: f 3,30 voor een soda met lime (spa‑citron). Het is ontzettend benauwd, alles aan Jos zijn lijf is met zweet doorweekt, zelfs de sigaretten en zijn riem. Ons bezoek duurt tot 2 uur en het is ons goed bevallen. |
|
We laten ons naar de Sardar Markt bij de Klokkentoren brengen. Een bijzonder kleurrijk gewoel met opvallend veel tonga’s (paardenkoetsjes). Jos (later ook Clim) laat bij een analfabete schoenlapper zijn sandaal repareren. Clim zoekt vergeefs een shoe shine boy met de juiste kleur voor zijn grijze schoenen. Aan een kruidenstalletje kopen we wierook bij twee zwaar behaarde broers. Ze denken dat wij een tweeling zijn.Aan een stalletje drinken we thee. Jos koopt bij een exotisch geklede vrouw citroentjes voor in de thee. Een vrouw bedelt om onze horloges; zij blijkt hiertoe door de theeboer te zijn aangezet. Veel kindertjes lopen hier rond in hun blote kontje. Het begint te regenen, maar gelukkig niet al te hard. We belanden bij een groot waterreservoir, waar we in een mum van tijd omringd worden door ongure types. Wegwezen dus. In de regen steken we een brug over en komen terecht in een volkswijk met veel blauw geverfde huizen. Hier wonen dus verarmde Brahmanen. Veel toeristen zullen deze wijk wel niet bezoeken, want we baren veel opzien; uit alle hoeken en gaten duiken nieuwsgierigen op, vooral kinderen. Al die ongezonde belangstelling werkt langzamerhand beangstigend op ons. Clim maakt een praatje met een ploeg steenhouwers. Hij bewondert de resultaten van hun werk in een nabij gelegen woning. Wat een ondankbaar slavenwerk.
|
Om 4 uur zoeken we het hotel op. Clim wast zijn hoofdhanddoek die onderweg in de prut is gevallen. We proberen te slapen, maar dat lukt niet vanwege de talloze vliegen in de kamer. We gaan daarom maar op het balkon zitten, waar we uren doorbrengen met het ongemerkt observeren van het straatgebeuren onder ons. Tussendoor lezen we in Newsweek (gisteren gekocht), de Indian Statesman en andere kranten. De crypto's komen te voorschijn. Jos molt bij het wisselen van een rolletje zijn fototoestel, het terugspoelmechanisme breekt af. Met wat kunst‑ en vliegwerk blijft de camera gelukkig toch nog bruikbaar. |
|
's Avonds voeren we eveneens weinig uit. We dineren copieus bij Kalinka, waar veel buitenlanders ons voorbeeld opvolgen en in het goedkopere en eenvoudigere Indische gedeelte blijven zitten. De bediening is er thans naar behoren. De meeste Europese toeristen zijn jonger dan ons, zo tussen de 20 en de 35 jaar. Verder valt op a) het grote aantal alleen of met zijn tweeën reizende vrouwen, en b) het grote gemak waarmee zij zich in India bewegen. Zij worden bijna nooit lastig gevallen; wij daarentegen des te meer.
| Tijdens onze avondwandeling drinken we weer jus d'orange. Jos geeft de jongens daar wat Nederlandse muntjes die hij heeft beloofd. Clim maakt een foto van een kleine kudde koeien die midden op het drukke kruispunt ligt. Niemand waagt het om de heilige beesten daar te verdrijven. Jos hoort Clim voor de zoveelste keer schreeuwen: "Don't touch me! Go away!", dit om hardnekkige bedelaars af te schrikken. Ditmaal was een vervuild kind het onderwerp van zijn toorn. Als we in een theehuis zitten worden we door een onbekende jongeling zo maar uitgenodigd om bij hem thuis op visite te komen. Jos trekt daar echter niet zo aan. |
|
Tot tweemaal toe valt de stroom uit. De tweede keer gebeurt iets vreemds: als het licht weer aanfloept, is plotseling driekwart van de oorspronkelijke clientèle verdwenen. Zouden die lui eigenlijk wel betaald hebben? We slaan water en bier in (in volgorde van belangrijkheid). Om half tien zijn we terug op onze kamer.
We zijn nog niet goed en wel op straat of we worden al hinderlijk gevolgd door een sadoe (religieuze bedelaar die van aalmoezen leeft), die volgens ons volslagen krankzinnig is. Op het station oriënteren we ons op de treinenloop (dienstrooster) naar Udaipur, onze volgende bestemming. We willen een rondreis maken en voeren daarom onderhandelingen met verschillende riksja‑rijders. We spelen ze tegen elkaar uit en dingen aldus af van 100 R naar 50 R.
![]() |
|
De rest van de middag houden we ons op in de oude binnenstad. Midden op straat staat een koe te kalven. We maken een foto van een verkeersagent, kopen aanlenglimonade. Al slenterend komen we uit bij een tempelcentrum. De Krishna‑tempel is voor ons gesloten (om 7 uur terugkomen, zeiden ze), de andere tempels laten we daarop links liggen. We rusten langdurig tegenover een theestalletje, waarvan de bedienden ons op onze wenken bedienen. Een sjouwer krijgt tot zijn niet geringe verbazing gratis thee van ons.
We weten niet meer precies waar we zijn, bovendien zijn we moe. Reden genoeg om een riksja naar het hotel te pakken. We halen bij de kleermaker de broek van Jos af. Ze past perfect. Ze is gemaakt van een zijdeachtige stof. We feliciteren de "snijder" met zijn vakmanschap. In het hotel lukt het ons opnieuw niet om te slapen, te veel jeuk. De volgende uurtjes brengen we daarom door op het balkon. We hebben een goed uitzicht op de dreigende moessonluchten. In de "ontvangsthal" van het hotel zit het vol tv.‑kijkers: het is zondag en dan kijkt iedereen er gefascineerd naar het (eindelijk verfilmde) 3.000 jaar oude Hindoe‑epos Ramayana, dat in 50 afleveringen wordt uitgezonden. De Mahabharata , een gelijksoortig mythisch verhaal, is inmiddels in de maak. Clim houdt zich een tijdlang bezig met het schoonmaken van de douchekop; in alle hotels waar we verbleven moest hij dit doen. Pas daarna hadden we lekkere volle stralen.
![]() |
![]() |
We hebben een nieuw en
veel goedkoper restaurant gevonden, een Sikh. Hij heeft zelfs gebakken vis op het
menu! Aangevuld met spinazie met kaas, rijst met ei, gemengde groente en soda
een godenmaal voor de luttele som van f 7,50, p.p incl. fooi. We hebben onze
buikjes vol. Op het station kopen we alvast kaartjes voor een dagreis naar
Udaipur. De hal ligt stampvol uitgeteerde lijven. Jos weegt zich en blijkt 5
kg te zijn afgevallen. Hij wantrouwt de machine. Even later wordt Clim op
straat onverhoeds geattaqueerd door een koe. Het beest had een kalfje dat ze
wilde beschermen, vandaar die agressiviteit. Clim kon zich bijtijds afwenden,
waardoor hij zijn edele delen redde. Nu werd hij aan zijn heup geraakt.
Geagiteerd begon hij op het beest te schelden. Hij richtte zich in onvervalst
plat Remunjs tot een schare omstanders: "Sjlachte
móste ze die, allemaol! En daonao opaete, of neet?" De
Hindoes knikten allen braaf van ja. Ze moesten eens weten wat Clim hun
nationale heiligdom toewenste... Dit intermezzo werd onmiddellijk gevolgd door
een geweldige wolkbreuk. Schuilen in een theestalletje. De bedden die buiten
stonden werden haastig naar binnen gesleept. Arme zwervers die in zo'n
hondenweer moeten slapen zonder dak boven hun hoofd. Het was slechts een
kortstondige stortbui, dus geen overstromingen. In het hotel werkt Jos zijn
reisaantekeningen verder uit, terwijl Clim een laatste brief naar Jeanine
schrijft. Die nacht
slapen we belabberd. Er huizen onder anderen sprinkhanen en ander ongedierte
in onze kamer; gelukkig geen luizen en vlooien.
|
|
|
|
|
We maken er bewust een lanterfantdag van. Pas om half twaalf gaan we ontbijten. We betalen de hotelbaas met een gescheurd briefje van honderd, dat pas na lang aarzelen wordt geaccepteerd. We houden ons nog een tijdje op het station op, waarna we naar het park anderhalve kilometer verderop wandelen. De best beschaduwde plekjes daar zijn bezet door groepen kaartende Indiërs. We worden er regelmatig aangesproken. Een drietal gesprekken zijn het vermelden waard. Clim legt een student "engineering" uit Jaipur uit hoe het studiesysteem in Nederland in elkaar steekt. De student geeft te kennen dat hij maar wat graag naar NL wil gaan studeren. Clim is eerlijk en geeft hem weinig kans. Ondertussen heeft Jos een moeizaam gesprek met een eenvoudige automonteur die hevig geïnteresseerd is in tennis. Als blijkt dat wij eigenlijk dicht bij Boris Becker en Steffi Graf wonen, wil de tennisser allerlei nadere bijzonderheden over die twee super‑Ariërs weten, welke Jos ter plekke verzint. Na een tijdje zijn we de gesprekken beu en zoeken we de dierentuin op. Het is eigenlijk een klein vogelpark met papagaaien, parkieten, pelikanen, ooievaars, fazanten, duiven, etc. Clim koeioneert een van de weinige zoogdiertjes, een wasbeertje, och arm.
|
|
In de buurt van een soort vrouwentrefcentrum (blijkt gewoon een tempel te zijn waar het vrouwvolk zich in zang en dans kan uiten) volgt een gesprek met een student "electronics" uit Barmer, een woestijnstad. Een clevere knaap die wist waar hij het over had. Hij heeft zijn studie bijna beëindigd. Hij spreekt beschaafd en goed Engels (wel met een koddige uitspraak) en ziet er met zijn brilletje ietwat schlemielig uit. Onderwerp van gesprek is voornamelijk politiek en ethiek, resp. het Bofors‑schandaal (staan de kranten vol van: corruptie binnen de Ghandiregering bij een wapendeal met de Zweden) en euthanasie. Ook de onmiskenbare relatie tussen automatisering en werkgelegenheid komt aan bod. Ook ‘s avonds hebben we niets op ons programma staan. In een theehuis eten we gepaneerde Spaanse pepertjes (hoe komen ze op het idee), best wel lekker. We drinken koolzuurwater met citroen en ijs in kogelflesjes (ter plekke afvullen), jus d'orange, mineraalwater en weer thee. 's Avonds maken we een inventarisatie van alles wat er in onze kamer kruipt en vliegt: mieren, muggen, muskieten, teken, vliegjes, torretjes, kevertjes, onzelieveherenbeestjes, duizendpoten en sprinkhanen. We missen nog: vlooien, luizen en de alom gevreesde knaagdiertjes zoals muizen en ratten. Om 11 uur breekt een noodweer uit. Hoewel we op de tweede etage zitten, stroomt het water er met bakken naar binnen. We moeten hozen en zelfs erg ons best doen om onze bagage droog te houden! |
Om 10 uur waren we op het station. Onze namen waren op het prikbord van de reserveringen aangegeven. Clim werd tureluurs van een tweetal jongetjes die hem wel honderdmaal vroegen: "Shoeshine, shir?" In onze coupé zaten verder twee hogere ambtenaren die tot Meawar Junction meereden. De trein vertrekt om 10.30 uur.
De eerste uren doodden we de tijd met dutjes, puzzelen en naar buiten kijken. Dit laatste ging al gauw vervelen, want we tuften door een saai, savanneachtig landschap, waaruit zo nu en dan een kegelvormige berg oprees. We stopten bij elke dikke boom. De stations waren kraakhelder. Om half vier namen de beide beschaafde heren afscheid en hadden we het rijk alleen. Onze coupé had een eigen toilet en was afgesloten van de 2e klasse wagons. We hadden 8 slaapplaatsen ter beschikking. Bij elk stationnetje hingen er bedelaarsters aan de tralies voor de raampjes; vaak werden die door de spoorwegpolitie verjaagd. Er zaten ook andere toeristen in de volgepakte 2e klas rijtuigen, o.a. een Engelsman die ogenschijnlijk de tropenoutfit van zijn opa aanhad, inclusief helm.
De reis werd pas echt interessant toen we de bergen introkken. Vaak moest de stoomlocomotief water bijvullen. We stopten bij een stationnetje met een uitgebreide apenkolonie. Clim zat uren in de deuropening om foto's van bruggen, afgronden en de trein in een bocht te maken. Later bleek hij helemaal onder de fijne roetdeeltjes te zitten. Tussen de bergtoppen door konden we soms de onafzienbare vlakte van Rajasthan zien schemeren. Op stations was altijd wel iets te zien: meutes vechtende honden, tussen de rails wroetende varkens en kleurige plattelandsbewoners en buitenlui. De handelaars dreven hun prijzen voor ons op. Bij het vallen van de avond kregen we voor een schappelijke prijs een bord vegetarisch eten met brood en thee. Eigenlijk hadden we verwacht te worden getild; viel dat even mee. De coupé was slecht verlicht, hetgeen een tamelijk luguber effect gaf aan allerlei voorwerpen en gebeurtenissen.
![]() |
![]() |
Om half elf kwamen we in
het verlaten Udaipur City‑station aan. Ook de slecht verlichte stad scheen
uitgestorven. Wij gingen in de motregen onmiddellijk op zoek naar accommodatie. Een brutale
riksjarijder wilde ons perse naar het luxueuze Lake Palace Hotel brengen. Hij
verspert ons de weg en staat agressief aan ons te trekken.
Clim
foetert hem uit, maar hij blijft klieren. Toen we zijn kar in elkaar dreigden te stampen, verdween
hij schielijk. Ja, af en toe is Clim niet bepaald diplomatiek in zijn
uitlatingen, vooral als hij moe is en barst van de slaap. Niet lang daarna
vonden we een goedkoop logement voor f 4,50 p.p. De baas was begiftigd met een
reusachtige snor. Eindelijk een echt koude douche, maar eerst moest Clim de
verstopte douchekop schoonmaken. Geen cooler aanwezig.
|
ONZE ANDERE REISVERSLAGEN ALASKA / ARGENTINIË / AUSTRALIË / AVONTUREN / BALKANREIS / BELGIË / BELIZE / BULGARIJE / CANADA / CALIFORNIË / CHILI / CHINA / CUBA / CURAÇAO / CYPRUS / DENEMARKEN / DUITSLAND / ECUADOR / EGYPTE / ENGELAND / ESTLAND / FILIPPIJNEN / FINLAND / FOTOSITE / FRANKRIJK / GRIEKENLAND / GUATEMALA / HONGARIJE / INDIA / INDONESIË / IRAN / ISRAËL / ITALIË / JORDANIË / KRETA / KROATIË / LETLAND / LITOUWEN / MADEIRA / MALEISIË / MALLORCA / MALTA / MAROKKO / MEXICO YUCATAN / MEXICO / NEPAL / NEW YORK / NOORWEGEN / OEKRAÏNE / OEZBEKISTAN / OOSTENRIJK / PARAGUAY / PERU / POLEN / PORTUGAL / REISFOTO'S / ROEMENIË / RUSLAND / SCANDINAVIË / SICILIË / SINGAPORE / SLOVENIË / SLOWAKIJE / SPANJE / SRI LANKA / SYRIË / THAILAND / TSJECHIË / TUNESIË / TURKIJE / UNESCO - SITE / URUGUAY / USA / WERELDERFGOED / ZUID-AFRIKA / ZWEDEN |