AJMER


Start AANKOMST DELHI AGRA EN TAJ GWALIOR ROZE JAIPUR BIKANER JODHPUR UDAIPUR TREINREIS AJMER INTERCITY VERTREK DELHI INHOUDSOPGAVE


 
 
 
 
 
 
 
Dag 29 Udaipur Chittor - Ajmer

41 SPOORWEGSTATIONSHET  HEILIGE  MEER

Om 07.00 uur werden we wakker dankzij ons eigen wekkertje, de wekservice van het hotel is zoals gebruikelijk pet. Een uur later waren we op het station waar Clim inderdaad probleemloos kaartjes kreeg en Jos zorgde voor thee, voedsel en lectuur, o.a. de thriller  Spycatcher. De trein stopte langdurig op een voorstation en pas om 09.30 uur waren we definitief onderweg. We hadden gezelschap van twee mannen die ons voortdurend aanstaarden. In Chittorgarh (met het befaamde fort op de tafelberg) stapten ze uit en zaten we de rest van de reis ongestoord.

 

De reis voerde ons door een vlak, redelijk vruchtbaar landschap. Er was eigenlijk niet veel te zien. Clim ging uit verveling stationnetjes tellen (zie resultaat op andere pagina), terwijl Jos in zijn Engelse spionage­thriller las. Om beurten gingen we pitten. In Chittor rende een bedelknaapje met zijn hand uitgestoken naar ons langs de trein op, ondertussen met zijn andere hand zijn broekje ophalend. Hij keek niet uit en liep pardoes tegen een ijzeren paal van de bovenleiding aan, och arm... Een drietal dronken zwartrijders maakten het ons moeilijk. Clim wilde ze verjagen, maar ze reageerden furieus: verwensingen slakend, dreigend op de tralies bonzen en "Heil Hitler" roepend. Dachten ze soms dat we fascistische Duitsers waren?  In Bhilhara maakte Clim een foto van Jos in gesprek met Kalyan, een politieagent. De agent kwam een tijdje bij ons zitten. We wisselden adressen uit. Ook een spoorwegbeambte kwam een poosje buurten. Buiten regende het af en toe. Om kwart over negen 's avonds kwamen we aan in Ajmer, een in een kom gelegen Moslim‑centrum.

We zochten een hotel, bij de tweede poging was het al raak. We kregen een gloednieuwe kamer, glimmend schoon maar toch met beestjes. Het balkon beviel ons ook best. De diarree van Jos was intussen een stuk verergerd. Clim maakte traditiegetrouw de douchekop schoon. Samen haalden we bier en verkenden we een beetje de omgeving. Daarna verbleven we tot half één op het balkon.


Dag 30  Ajmer

PELGRIMSSTAD

Eerste vermeldenswaardige feit: Clim staat als eerste onder de douche! We vinden een non‑vegetarische Sikh, waar we ontbijten; omelet met vlees. Daarna dringen we de gore, oude binnenstad binnen. De sloppen en steegjes liggen vol stront en modder en loslopende zwijnen flitsen tussen je benen door. We kopen stof voor een broek voor Clim, de verkoper kan ons tevens aan nieuwe fotorolletjes helpen (Konica 100 Asa). Vervolgens worden we naar een kleermaker begeleid, die snel Clim's maten opneemt. Over twee dagen zal de broek klaar zijn.

Via slingerende steegjes bereiken we het centrum voor de moslim bedevaartgangers, de Dargah, een complex moskeeën en mausolea waar de heilige Chisti (12de eeuw) ligt opgebaard. Het verstrekken van aalmoezen is een plicht voor moslimpelgrims, waarmee de massa's bedelaars in deze grote stad van 200.000 inwoners verklaard zijn. We betreden het complex via een drooggevallen waterreservoir. De moslims zijn fanatiek hier, dus vooral niet vergeten je schoenen uit te trekken. Gezangen weerklinken. De vele bloemenstalletjes geven het geheel een kleurige aanblik. De meeste pelgrims liggen op tapijten uit te rusten of te mediteren. Toeristen zijn er nauwelijks. Als we de 2 grote calderons (rijstketels met een doorsnede van 2,5 m) hebben bekeken, verlaten we het complex. Een fundamentalistisch Islamietje (Isla‑mietje) volgt ons hinderlijk.

 

In de bazaar zien we voor het eerst vlees in de winkels hangen, weliswaar inclusief 1 ons vliegen, maar toch.... Door de vette baas van een theehuis worden we opgelicht, waartegen we luidkeels protesteren. We betrekken er omstanders en voorbijgangers bij en wijzen de vetzak jouwend met een vinger na. We beklimmen een rotsachtige heuvel met hier en daar trappen om een moskee op de top te bereiken. Het traject blijkt gezien de in slagorde opgestelde bedelaars onderdeel uit te maken van de pelgrimsroute. Er zitten zelfs wisselaars voor kleine muntjes, bestemd voor de tientallen verplichte aalmoezen. Wij laten ons niet graag dwingen en geven dus niemand iets, wat ons vernietigende blikken en scheldpartijen van de bedelaars oplevert. Een jonge zogende bedelares sist ons toe: “You must pay!” Waar heeft zij nou Engels geleerd, vragen wij ons af.

Eenmaal boven hebben we vanaf de moskee uitzicht over de gehele stad. Tegen een helling een km verderop zien we de ruïne van de "Tweeëneenhalve Dag Moskee" liggen, ons volgende doel. Mooie inscripties daar, met een grote poort en allemaal verschillend bewerkte zuilen.

Verder kun je er nog wat onaanzienlijk archeologisch spul bekijken. Buiten op de toegangstrappen geeft Clim uit eigen beweging een arme donder een roepie. Wat bezielt hem nou? Jós is doorgaans degene die de aalmoezen uitreikt, niet Clim ...

Met de riksja-scooter begeven we ons naar het Subagh Bash‑park, aan de rand van het kunstmatige meer. Waterpartijen zonder water en een lijk op het tuinpad. Aan de oever van het meer staan drie marmeren kiosken uit de tijd van Sjah Jahan (16e eeuw), die volop schaduw bieden. Het is weer zondag, dus het krioelt er van onder de bomen picknickende families die voor ons, vreemde wezens uit het verre westen, een ongezonde belangstelling aan de dag leggen. Boven het meer scheren reigers en andere grote, ons onbekende vogels. Met de tonga (de paardenkoets) laten we ons vervolgens naar het station brengen, waar we na enig overleg met de vriendelijke loketbeambte plaatsen reserveren voor de trein naar Delhi. Aan de stationsweg drinken we thee met koekjes. Jos maakt een praatje met een dealer van Philips‑lampen. We bezoeken een oud‑koloniaal Guesthouse met o.a. slaapzalen (dramatisch lage prijzen voor de backpackers!) en zijden stoffenwinkel.

Terug in het hotel laten we ons koffie brengen. Urenlang observeren we vanaf het balkon het straatgewoel. Het kleurrijke spektakel blijft voor ons altijd fascinerend. We gebruiken het avondmaal bij de Sikh; Jos smikkelt o.a. van gebakken hersens. We hebben al een vast theestalletje, waar we aangesproken worden door Alex, een uit Goa gevluchte rooms-katholieke Indiër die een zwervend bestaan leidt en in Ajmer bij de Dargah van aalmoezen leeft. Jos voelt zich niet helemaal "kip" en laat de helft van zijn bier over aan Clim. Voor het slapengaan bekijken we het lossen van een vrachtwagen met zakken kokosnoten. Veel nutteloze toekijkers en opzichters. Toezien hoe anderen zwoegen en ploeteren is heel interessant in dit land.


 

Dag 31 Ajmer -   Pusjkar

HET HEILIGE DORP

Direct na het ontwaken lieten we ons thee en fris mineraalwater brengen. Voor het eerst in India was onze urine normaal geel en scheidden we de normale forse straal af. Een eerste teken dat de temperatuur niet meer zo hoog was. Vandaag zou het slechts 28 graden worden. Clim had een vuiltje in zijn oog, waarvan hij last had. Jos had inmiddels spuitdiarree.

Om half elf namen we de lijnbus naar Pushkar, een bedevaartsoord, dit maal voor Hindoes, 12 km verderop aan de andere kant van een bergrug. Het dorp (15.000 inwoners) is rondom een heilig meer gelegen waaraan 40 Ghats (getrapte bad‑ en wasplaatsen) zijn gesitueerd. Verder zijn er 400 tempels. Het is er toeristisch ingesteld, een graadmeter hiervoor was het feit dat we werkelijk overal Bisleri mineraalwater konden krijgen. Omdat het een hippiecentrum is, zijn er veel goedkope onderkomens; ook de andere prijzen liggen er absurd laag. We gebruiken een "brunch" bij een "rooftop"‑restaurant. Het is buiten het toeristenseizoen (dat begint hier in november met de kamelenmarkt) en de Ghats zijn uitgestorven.

We bezoeken er één (schoenen uit), maar blijven er niet lang vanwege een al te bekeringsijverige Hindoe van wie Jos vreselijk baalt. Hij wil ons dat smerige water laten drinken, stel je voor.  In het dorp drentelen de varkens geheel vrij rond. Daar het niet druk is, zijn we een opvallend doelwit voor de bedelaars. Clim bezoekt in zijn eentje de grote Brahma ­ tempel (met tegeltjes van dankbare gelovigen, vergelijk met de Kapel OLV in ’t  Zand in Roermond), terwijl Jos zich onder een boom onledig houdt met het afwimpelen van verkopers, snuisterijenslijters, muzikanten en ondernemende kinderen. We kopen er flesjes parfum (amber en jasmijn), een Ganesh‑beeldje, ansichtkaarten en een Travel Survival Kit van Maleisië (Robbert en Jos gaan daar hun vakantie in 1990 doorbrengen). Onder het theedrinken maken we een praatje met een oude Rajasthaan over het beeldje. Hij schenkt ons de Hindustan Times van vandaag. We ergeren ons een beetje aan de "verindischte" westerlingen, die India en zijn inwoners het Paradijs op Aarde vinden.

Om half vier nemen we de bus terug. Vanaf de bergpas zien we onder ons Ajmer als een groene oase  liggen, ingeklemd tussen de berg(jes). Bij aankomst lopen we rechtstreeks naar het hotel, waar werklieden zeer arbeidsintensief bezig zijn met het schuren van marmer. We hebben problemen met het licht. We ontdekken nóg meer beestjes op de kamer (kakkerlakjes). Jos is erg vermoeid en valt onmiddellijk als een blok in slaap. Het avondeten gebruiken we weer bij de Sikh, Jos drinkt alleen koffie. De gebruikelijke avondwandeling, veel tonga's op straat, thee drinken, bier inslaan, in stront trappen, om half elf terug in hotel. Jos duikt onmiddellijk onder de wol. Clim ledigt de bierflessen op het balkon, van waaruit hij een soort burgerwacht / nachtpatrouille in actie ziet. 's Nachts zijn de schurftige hondenmeutes heer en meester op straat. Onderling vechten zij complete, bloederige veldslagen uit. Overdag liggen zij hun wonden te likken. Gelukkig zijn ze dan wel bang voor mensen.

 


Dag 32  Ajmer

DE GOUDEN JAINTEMPEL

De gehele morgen blijven we op onze kamer. Wel laten we ons koffie brengen. Om half een ontbijten, nou ja, lunchen we. Te voet gaan we op zoek naar Akbar's Fort, nu een museum. Na een omweg komen we uiteindelijk op de juiste bestemming. Viel dat even tegen: slechts 3 galerijen waren open, niks wapens, niks munten. Wij protesteren bij de manager, maar die was toevallig net aan het lunchen, beweert men. We luchten ons gemoed, laten woorden als "oplichterij" en "misleiding" vallen, dreigen met inschakeling van het Ministerie en eisen het klachtenboek op. Alles vergeefs. Er lopen 10 à 15 personeelsleden rond. We hebben er niemand kunnen betrappen op werken of zelfs maar een bezigheid die daar op leek. Wat een geldverslindende verspilling. Bureaucratie? Overheid? Of gewoon luiheid en gebrek aan toezicht?

In de Openbare Bibliotheek lezen we de krant. Wrakke stoelen en vernielde zittingen, maar gelukkig wel stilte en rust. Op straat wordt Clim nét niet geschept door een roekeloze scooterrijder. Jos is laaiend,maar de de scooter is al te ver weg om nog enige actie te kunnen ondernemen.

Tenslotte bezoeken we de Gouden Tempel van de Jain‑sekte. Aan de ingang krijgt Clim het aan de stok met de schoenenbewaakster. Binnenin staat een enorme maquette (10 m bij 10 m) van het Jain‑wereldbeeld: heelal, steden en torens, oceanen, veel olifanten; alles verguld in drie etages opgebouwd. Vanachter glas kunnen we het kunstwerk aanschouwen, het was eigenlijk gewoon een expositie. Het echte bedehuis mochten we niet in.

Met de tonga terug. Het paardje was traag en later bleek waarom: het was zwaar gehavend aan de achterpoten en liep in feite op zijn tenen. We ontdekken toevallig een plek waar we Bisleri mineraalwater kunnen kopen, eindelijk. Zonder betrouwbaar water ben je nergens in dit land.

Om half zes gaan we naar de kleermaker, maar die blijkt gesloten. Op de koopbon staat duidelijk "dinsdag afhalen", vandaag is het dinsdag; Jos spuit zijn gal aan wie het maar horen wil. Tot half acht op een pleintje in een volkswijk gezeten en het komen en gaan bekijken van dieren, mensen en voertuigen. Echt arm zijn ze hier niet. Alleen jonge meisjes tonen interesse voor ons, de oudere keuren ons geen blik waardig. Een boel varkens hier. Een vlieger verstrikt in telefoonkabels biedt afleiding. We kopen lekkere cake aan een duwkar. De prijs van de thee gaat ineens voor ons omhoog van 1 naar 1,5 roepie. Jos wil meteen in het geweer, maar Clim sust hem. Vandaag is Jos degene met de lange tenen. In het hotel installeren we ons op het balkon. Jos maakt notities. Clim zorgt voor bier (3), pakjes sigaretten (3) en hard gekookte eieren (6); bovendien lost hij achter elkaar 2 cryptogrammen op. Hij heeft nog steeds last van irritatie aan zijn oog, uiterlijk was er overigens niets van te zien. Vandaag is de dag met een record­aantal geconsumeerde Imodium‑tabletten: samen slikken we er 9. Jos is India inmiddels goed beu: hij droomt van biefstuk en karbonade en serene rust. Het moet niet te lang meer duren voor hem...

 

 

 

Vorige Start Volgende 


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN