|
|
Dag 5 Nieuw Delhi - Agra
|
|
|
Jos zoekt uitgeput en uitgedroogd beschutting bij een theeshop. De eerste weken van onze reis lopen de temperaturen elke dag op tot tegen de veertig graden. De moesson laat namelijk op zich wachten. Pas na veertien dagen barst die in alle hevigheid los...Tegen de middag bereiken we Agra. De stad doet nogal dorps aan en het verbaast ons dan ook zeer te vernemen dat ze méér dan 1 miljoen inwoners telt. (We geloven het nog steeds niet...) Allereerst bezoeken we er de hoger gelegen citadel, het Oude Fort van Akbar, dat we veel mooier vinden dan het Rode Fort in Old Delhi. We krijgen er een rondleiding in zowel het Hindi als het Engels. Tot onze groep behoren Indiërs uit alle windstreken van het schiereiland; ze komen naar onze inschatting vrijwel allen uit de gegoede middenklasse. We besluiten het Fort de volgende dag opnieuw te bezoeken, maar dan in onze eigen tempo. De zon brandt eens te meer onbarmhartig. Bij navraag blijkt het 37 graden te zijn. In dergelijke omstandigheden moet je eigenlijk alles rustig aan doen, de eerste dagen in India hebben we dat beslist niet gedaan. Integendeel, we handhaven ons jachtige West-Europese ritme, hetgeen ons misschien nog zal opbreken. |
|
Fort van Agra (Agra) Mooi mogolfort en paleiselijk complex In 1558 verplaatste mogolkeizer Akbar zijn hoofdkwartier van Delhi Haar Agra, de nieuwe hoofdstad van het mogolrijk. Als symbool van zijn macht lief hij een groot fort bouwen bij een strategische bocht in de rivier de Jumna; de bouw ervan begun in 1565 en werd voltooid in 1571. Door het rode zandsteen dat werd gebruikt kreeg het bouwwerk al snel de bijnaam 'het rode fort'. Het fortis een uitzonderlijk mooi voorbeeld van mogolarchitectuur en een van de oudste resterende gebouwen uit Akbars regeerperiode. In de tijd van Akbar was het sterke fort vooral een militair gebouw, maar tegen het bewind van zijn kleinzoon Sjah Djahan was het uitgegroeid tot een luxe koninklijke residentie, groot genoeg om onderdak te bieden aan de omvangrijke hofhouding van de monarch. De schoonheid en immense omvang van dit monumentale fort zijn heel indrukwekkend. De muren omvatten een aantal gebouwen, zoals de schilderachtige Jahangir- en Akbaripaleizen, die het islamitisch paradijs symbolisch reproduceren, met binnenhoven gescheiden door waterelementen. Het fort had publieke en privéruimten, inclusief twee magnifieke moskeeën, talrijke gebedshallen, prachtig versierde kamers en de zenana, een afgesloten gedeelte met de vrouwenvertrekken. Het grondplan van het fort was asymmetrisch, ontworpen als een halve cirkel om aan te sluiten bij de rivierbocht, en had drie hoofdingangen: de Water-, Akbari- en Delhi-poort. Het vestingwerk bestond uit een omringende dubbele verdedigingsmuur tot een hoogte van 20 meter. De mix van hindoe- en mogoldecoratie verleent het fort een unieke sfeer. Mythische wezens, paviljoens, overwelfde mogolbogen, balken, platte daken, borstweringen, marmeren ornamenten en terrassen zijn allemaal harmonieus verwerkt in de architectuur en maken dit tot een van de allermooiste historische locaties in India. |
![]() |
![]() |
Na het Fort bezoeken we een
Handicraft Empodium, een soort winkel waar rechtgeaarde toeristen hun hart kunnen ophalen aan souvenirs
en curiositeiten, waaronder veel kitsch. Veel maquettes van de Taj en marmeren
voorwerpen. Onder een schaduwrijke boom maken we kennis met een
scooterchauffeur, Cham geheten. We vinden hem bescheiden en sympathiek en we
spreken met hem af dat hij ons na het bezoek aan de Taj komt oppikken en ons
naar een middenklassenhotel brengt. Om 14.00
uur strijkt het hele gezelschap neer in een restaurant, waar de obers het in
eerste instantie vooral op ons, westerse toeristen, hebben gemunt. Het eerste dat
ze ons opdringerig aanbieden is "cold beer". We houden het echter bij "cold
coffee” en "cold lassi" (een soort karnemelk), verder bestellen we mutton
‑ omeletten. Er rijzen echter problemen met de
bediening (te laat of vergeten) en de betaling (lang wachten op rekening, geen
wisselgeld). Clim voelt zich behoorlijk gepikeerd en stelt op hautaine wijze
orde op zaken. Jos amuseert zich ondertussen kostelijk met het gedrag van
zijn opgewonden broertje....
![]() |
![]() |
Om kwart voor drie betreden we het prachtige en prima onderhouden complex van de Taj Mahal. De entreeprijs is naar onze begrippen belachelijk laag, slechts enkele dubbeltjes. Het is er tamelijk druk. De vele westerse bezoekers vallen er in het niet bij de Indiase bezoekers. De Taj Mahal zelf maakt een verbijsterende indruk op ons. Het is inderdaad een schitterend wereldwonder van onvergelijkbare schoonheid. Het ongenaakbare marmer van het monument is zó wit dat je er pijn aan de ogen van krijgt als je er te lang naar kijkt. We rusten even voor een van de beide belendende moskeeën. We gaan de Taj niet in, dat bewaren we voor de volgende dag. Het is er moordend heet en de blakerende vuurbol aan de hemel drijft ons naar buiten, waar Cham temidden van agressieve "hawkers" (verkopers van o.a. zwepen, ansichtkaarten, beeldjes) ons al staat op te wachten. Een man van de klok waar we nog plezier van zullen hebben. Bij de bus laden we onze bagage in en geven we nog wat fooi.
|
Taj Mahal (Agra) India's beroemdste gebouw werd uit liefde opgericht door keizer Sjah Djahan Sjah Djahan, de keizer van India, bouwde deTaj Mahal voor zijn lievelingsvrouw Mumtaz Mahal Alleen de grootste cynicus zal niet ontroerd raken door de schoonheid van de Taj, ook al is het een van 's werelds meest gefotografeerde monumenten. Zo'n 20.000 arbeiders werkten bijna twintig jaar om iets voort te brengen dat niet alleen een waar wereldwonder is, maar ook een belangrijke expressie van de Indiase cultuur en een eerbetoon van een man aan zijn favoriete vrouw. Met die man bedoelen we de Indiase mogolkeizer Sjah Djahan. Hij ontwierp het weelderige Taj Mahal-complex als een mausoleum voor zijn geliefde vrouw, Mumtaz Mahal, met wie hij twintig jaar was getrouwd en die stierf bij een bevalling. Het gebouw is toegankelijk via een monumentale poort van rood zandsteen die een voorproefje geeft van de schatten die komen - een inscriptie verwelkomt gelovigen in het paradijs. Het bekoepelde mausoleum staat aan het eind van siertuinen en wordt prachtig weerspiegeld in een centraal geplaatste waterloop. Dit massieve visioen van wit marmer lijkt te zweven tegen de hemel erachter - een opzettelijk effect. Het marmer is in de hete middagzon verblindend wit, gloeit rood op bij zonsondergang en oogt blauw in het maanlicht. De vier bijna identieke zijden, de reusachtige centrale koepel, vier kleinere hoekkoepels en vier omringende minaretten vormen een proeve van harmonieuze symmetrie. De muren van het mausoleum glimmer vanwege het pietra dura - ongelofelijk verfijnde decoratie, overtrokken met sierstenen als lapis lazuli en amethist - en de speciale akoestiek van de hoofdkoepel laat elke muzieknoot vijf keer weergalmen. Binnen staan de valse tomben van de sjah en diens vrouw, geplaatst boven de echte graven eronder. De architectuur, decoratie en Arabische kalligrafie maken dit complex tot het mooiste voorbeeld van mogolkunst, met een samensmelting van Indiase, Perzische en islamitische invloeden. Ook bezienswaardig zijn de identieke moskeeën en de tuinen. |
|
Cham brengt ons
geroutineerd naar hotel "MAYUR TOURIST COMPLEX", waar we voor Hoe dan ook, we vergastten ons op een tweetal flessen gekoeld bier tegen een exorbitant hoge prijs. Het bier maakt ons slaperig en we zakken weg in een weldadig middagdutje, totdat de fan het weer eens begeeft en we badend in het zweet wakker worden. Gelukkig kan een koude douche ons soelaas bieden. |
|
's Avonds wandelen we in de buurt van het hotel. langs onze straat wordt door een legertje armoedzaaiers allerlei ambulante handel gedreven. Ze leven en wonen ook op straat. Aan één stuk door worden we door opdringerige riksjas lastiggevallen, totdat Clim uit zijn slof schiet en de ergste boosdoener luid schreeuwend wegjaagt. Zijn krachtig stemgeluid trekt de aandacht van de halve straat, maar zijn actie sorteert wel het beoogde effect: we worden verder met rust gelaten. We eten bij een geïmproviseerd straatrestaurant. We bestellen er van alles door middel van pottenkijker en kiezen 6 gerechten met water en brood uit. Het is vegetarisch eten, maar ja, honger maakt rauwe bonen zoet. Nee, dat klopt toch niet: we eten toch vlees, want Clim probeert met de botjes van de schapenboutjes scharminkelachtige honden te lokken. Even verderop ontdekken we tot onze vreugde een verkooppunt van bier dat we uiteraard onze klandizie gunnen.
De rest van de avond blijven we in en bij onze bungalow. Onze kamerjongens blijken voor iedere scheet fooi te verwachten, hoewel zij eigenlijk niets presteren. Bij de receptie kan men onze sleutel niet vinden, hetgeen Jos in woede doet ontsteken: de gelukkige vinder van die sleutel zou ons hele appartement kunnen leegroven. Tot onze geruststelling komt hij uiteindelijk toch boven water. Clim zet zich aan het schrijven van de tweede brief aan Jeanine; het resultaat mag er zijn: Ondertussen ergert Jos zich aan het gedrag van onze Indisch‑Amerikaanse buren. Te beoordelen aan hun botte luidruchtigheid schijnen ze in de USA al behoorlijk geaccultureerd te zijn.
Jos stond op met pijn in
zijn rug. Hij had die nacht buiten op een rotan stoel geslapen, volledig gekleed
in pyjama en zijn gezicht met Autan tegen de venijnige muggen ingesmeer . Tot 02.00
uur had hij het in een erg ongemakkelijke houding volgehouden, toen werd hij
uiteindelijk toch door de muggen naar binnen gedreven. Temidden van hongerige
honden aten we gekookte eieren bij een theestalletje langs de weg. Precies om
10.00 uur verscheen Cham met zijn ronkende karretje. Cham was afkomstig uit
Gwalior, was getrouwd, had twee kinderen en woonde al zo'n jaar of tien in Agra.
Hij had al op tal van andere manieren zijn brood proberen te verdienen, o.a. als
zwart geldwisselaar en videotheekhouder (!). Nu deed hij dus dienst als
privé-chauffeur van twee Hollandse toeristen. Dankzij zijn kennis van de stad
konden we onze boodschappen snel afwerken.
|
|
![]() |
Om half twaalf gingen we in
eigen tempo het sterke fort verkennen. Erg veel inheemse bezoekers; westerlingen
zijn er
in de minderheid en meestal ook alleen en niet in groepsverband zoals de
Indiërs. Temidden van weinig schuwe, ronddartelende Indische eekhoorntjes
liggen we een tijdje doelloos te mijmeren in de schaduw van een oeroude boom. Na verloop van
tijd kreeg Jos weer pijnscheuten in zijn lendenen en rug. Een geheimzinnig, 10‑jarig
meisje achtervolgt ons langdurig. We namen ook kijkjes op plaatsen die niet
voor toeristen waren bedoeld. In de kiosk met het schitterende uitzicht op de Taj Mahal (dezelfde waar ook Sjah Jahan zo lang gevangen heeft gezeten) vlijen
we ons op het koele marmer neer om visueel te genieten.
![]() |
![]() |
Terug in het hotel zorgt Cham ervoor dat we een kamer kregen met een air cooler die het wél deed. Gedurende ons middagdutje kreeg Jos een hernieuwde aanval van lage rugpijn te verduren, nog heviger dan voorheen. Voor het eerst waagden we ons ook aan het drinken van plaatselijk water. De kamer was namelijk voorzien met een vaatje gefilterd water, waaraan we ons na lang aarzelen tegoed deden. We ondervonden er gelukkig geen onaangename gevolgen van.
|
|
![]() |
In de late namiddag bracht Cham ons naar de Taj, die tegen het vallen van de avond een extra dimensie aan schoonheid krijgt. Terwijl Clim met volle teugen geniet, loopt Jos te creperen van de pijn. Hij kreunt en steunt, slingert op zijn benen en het zweet breekt hem overal uit. Clim moet zelfs zijn tas dragen. In het binnenste van het mausoleum, waar de tombe staat, is het zeer duister. Een gids met een zaklampje schijnt ons bij. Jos ziet niets van dit alles en gaat buiten zijn pijn verbijten. Op de terugweg kocht C1im ansichtkaarten van een scheel ventje, waarna de trouwe Cham ons linea recta naar ons hotel bracht. Clim rekende daar met hem af; 70 roepie, hetgeen hij zonder morren accepteerde. Achteraf bleken we hem schromelijk onderbetaald te hebben, wat ons nu nog spijt.
Jos moest al gauw kotsen en
bleef beroerd tot 5 uur 's nachts. Pas toen kikkerde hij op met behulp van
aspirine en anti‑braak pillen. Clim ging ‘s avonds aan een stalletje eten en een
biertje drinken. Hij stootte op een luidruchtige bruidsstoet, de feestgangers
liepen met tl‑buizen op hun hoofd. Er was ook een kleurig uitgedoste feestkar en
een soort "huisorkest". De
nacht was "long, hot and sweaty".
![]() |
| Als het heeft geregend zijn dit soort straten bijna onbegaanbaar. |
Een uur of tien was het toen we opstonden. We waren niet van plan erg actief te zijn, tenslotte is iedere zevende dag een rustdag. We lieten ons een uitgebreid ontbijt op de kamer brengen. Pas tegen het middaguur slenterden we de stad in. We dronken voor een luttel bedrag het zoete, stroperige sap dat door een jongen uit een suikerrietstengel werd geperst. Interessant om te zien. Onderweg probeerden we trouwens van alles uit: Limco (een gesuikerd soort bitter lemon), Thumps Up (dropwaterachtige cola) en Maasa (een mango‑abrikozen tweedrank). Een begrafenisstoet passeerde ons. De overledene lag gewikkeld in een doek op een plank en werd naar de oevers van de rivier de Yamuna gebracht waar het lijk ceremonieel op een brandstapel zou worden gecremeerd. Soms kun je in rivieren wel eens half verbrande lijken zien drijven. Niet zo hygiënisch, want dat water doet tevens dienst als drinkwater.
Op zoek naar het centrum belandden we onverwacht in een wildernis en dat in een miljoenenstad, ongelooflijk. We konden ons alleen maar in de open felle zon ophouden, nergens een schaduwrijk plekje. Een jonge bouwvakker wilde met zijn meetlint onze maat opnemen, vooral onze omvangrijke taille scheen zijn interesse te hebben. Vanaf een gehucht werden we achtervolgd door een horde kindertjes die een praatje met ons probeerden te maken. We verstonden alleen woorden als "cricket" en "hockey". De kinderen voerden ons naar een bos, waar een groep donkerogige en graatmagere mannen lag te nietsnutten in de koelte. De hoofdman (de enige met een dikke pens) begroette ons vriendelijk, we namen plaats en wisselden sigaretjes uit. De kinderen werden er op uit gestuurd voor een emmer fris water uit de plaatselijke put. Jos durft het aan en slokt gretig het kostbare vocht naar binnen; Clim daarentegen neemt het zekere voor het onzekere en gooit het spul over zijn hoofd.
|
Na
een kwartiertje zwoegden we verder, het bos uit, een dorre met doornachtige
struiken begroeide heuvel op en af. Toen ontwaarden we eindelijk weer tekenen
van een bewoonde wereld. Het bleek een Moslimdorpje te zijn. De varkens
wentelden zich er in de prut en ossen en ezels hadden alle schaduwrijke plekjes
in beslag genomen. De meeste mensen zaten binnen. Bij de dorpsput heerste wel
enige bedrijvigheid; gesluierde vrouwen liepen er af en aan met kruiken water.
We gingen in de buurt op een steen zitten en sloegen het tafereeltje gade. Al gauw waren we omringd door een groeiend groepje schaamteloos nieuwsgierige kinderen. Schitterende kindertjes waren daarbij, met name de meisjes. Na een tijdje verscheen de dorpsoudste (wie had hem eigenlijk gealarmeerd?), die ons in het Engels de weg wees naar het centrum. |
|
Van een pezige oude man huren we een fietstaxi tot de Sadar Markt. Daar eten we nog wat en drinken we gepeperde thee. We zijn getuige van een woordenwisseling die ontaardt in een massale vechtpartij: het volk gaat elkaar met stokken te lijf. Het zouden best wel eens godsdiensttwisten tussen Hindoes en Moslims kunnen zijn. Na veel moeite vinden we eindelijk een fietstaxi bereid om ons naar het hotel te brengen. De riksjarijders in het toeristisch ingestelde Agra zijn erg prijsbewust.
In het hotel verzorgt Clim ons wasgoed in de badkamer, terwijl Jos dit verslag bijhoudt. We hebben een nieuwe kamerjongen, die denkt dat we van Sindbad (reisorganisatie uit Ned.) zijn. Gedienstig vult hij onze cooler bij. 's Avonds eten we bij een verzorgd restaurant. We worden speciaal aangetrokken door de non‑vegetarische kant van het menu, maar ook hier blijkt vlees "not available" te zijn. We houden het op lassi, fris en vegetarische kost zoals kaas, eieren, rijst en spinazie. Achter ons staan kinderen ons door de spleten van de schutting te begluren, terwijl voor ons op de tv Mc. Enroe het aan de stok heeft met Edberg (en de umpire uiteraard !) Op de gesausde muren flitsen gekko's heen en weer. Clim krijgt weer eens last van krampen in zijn buik. Op straat kijken we toe hoe een teef in de goot staat te jongen, geen hond die daar aandacht aan schenkt. Leven en dood liggen vlak bij elkaar in dit land. Een drankprobleem heeft men er ook, hoewel alcohol door het Hindoeïsme streng is verboden. Vlakbij de bios treffen we een onguur drankhol aan waar inlandse "liquor" uit het vat wordt verkocht. Tientallen handen strekken zich begerig door de tralies van het uitgifteloket heen. We besluiten daar niet aan mee te doen. De kamerboy Chanla wordt vrijmoediger en begint te bedelen. Jos scheept hem af met een pen. De aansteker waarop hij zijn zinnen had gezet kreeg hij echter niet. We pakken onze spullen in, want de volgende dag vertrekken we al vroeg in de morgen.
