|






| |
Meer info Belfast? Ga naar
CitySpotters
Belfast
|
 |
Belfast, stad in staat van beleg
Samen met Uwe ging ik met de trein naar Belfast, de hoofdstad van Noord –
Ierland, ook wel Ulster genaamd. De helft van het station aldaar was uitgebrand
na een bomaanslag, houten keten vervingen de kantoren. Het zag er luguber uit,
over een onaantrekkelijk visitekaartje gesproken. Al na vijf minuten werden we
bij een road block aangehouden en op barse wijze door getatoeëerde Engelse
soldaten gefouilleerd. Er zouden nog vele keren volgen.
De straten rondom de
City Hall behoorden tot een controlled area en waren allemaal afgezet en door
poorten hermetisch afgesloten. We waren dergelijk manhaftig wapengekletter niet
gewend, maar het bleek wel nodig te zijn. s Nachts werden we regelmatig opgeschrikt door geweervuur en ontploffingen.
Overdag was het in de stad redelijk rustig en veilig. |
|
Britse IRA - bestrijders |
|
Enige toeristen in de stad
We vonden een pension in een kalme en statige protestantse wijk, vlakbij de
Queens Universiteit. We kregen er de beschikking over een ruime en toch
goedkope kamer. Volgens onze hospita (in haar hele doen en laten Engelser dan de
Engelsen zelf) waren we de enige toeristen in Belfast: Wat kwamen we hier
eigenlijk zoeken? Een soortgelijke vraag werd ons ook herhaaldelijk gesteld in
de kroegen die we ’s avonds bezochten. Ook vond men het vreemd dat wij samen zo
vriendschappelijk met elkaar optrokken: Hollanders en Duitsers waren immers
gezworen vijanden? Hadden zij op het WK van 1974 elkaar niet op leven en dood
bevochten? Wij vonden dat maar zwart – wit denken en hadden moeite om hen uit te
leggen dat je sport met het maatschappelijk leven niet moet vermengen. We konden
ons voorstellen dat in dit soort milieu en denkwereld het hooliganisme goed kan
gedijen. En dan de steeds weerkerende vraag:" Wie vind je beter: Georgie Best of
Johan Cruyff?" Ik hield me wijselijk op de vlakte en antwoordde dat Best in
ieder geval "best" was als het op zuipen en hoereren aankwam. Dat vonden ze erg
grappig en zorgde voor enige hilariteit. Het verhaal ging de pub rond, wat ons
weer enige gratis pints aan lager opleverde.
 |
 |
| Belfast |
City Hall |
Hele sloten Guinness
Toch vond men ons dapper dat we het aangedurfd hadden hun stad te bezoeken.
We kregen dan ook uit alle hoeken en gaten gratis Guinness–bier aangeboden, we
waren duidelijk een bezienswaardigheid in de pub. Die enorme pullen sloegen we
niet af, hoewel de smaak ons niet echt beviel. Op een gegeven moment spoedde Uwe
zich naar het toilet. Na enige tijd keerde hij terug, lijkbleek en met
vertrokken gezicht. “Ik heb een maagbloeding. Ik heb bloed moeten kotsen”,
vertrouwde hij me paniekerig toe. Toen de Ierse omstanders dit hoorden, moesten
zij lachen. “That’s the Guiness in your stomach, you stupid!” Wat een
opluchting.
 |
 |
| Kleren drogen |
Schamele hotelkamertjes |
Engelse ijzervreters houden niet van bastards
Echt goed bekeken hadden we de stad niet. Hier en daar vielen de stalen
staketsels van uitgerookte gebouwen ons op en in veel straten lagen de
trottoirs nog vol glasscherven van ruiten die aan diggelen waren gegaan.
Inderdaad een stad in oorlogstoestand, niet voor niets was er de staat van beleg
afgekondigd. In de afgezette binnenstad was fotograferen verboden, maar enkele
Engelse soldaten knepen voor ons een oogje toe, wat ons wel enige sigaretjes
kostte. Ze vertelden ons dat de vorige dag een sniper – sluipschutter - een
kameraad van hun door het hoofd had geschoten, halve kop eraf. Die
“bezettingstroepen’ gingen er in onze ogen ruw met de bevolking om. Zij spraken
niet over Ieren of burgers, maar van those bastards. Ik hoorde de ene soldaat de
andere toeroepen: “Attention, catholics!” Na een dag waren we de vele visitaties
door de “law and order”- mensen gewend. Vrouwen mochten uiteraard alleen door
vrouwelijke militairen gefouilleerd worden. Wel werd je steeds bedankt voor je
begrip voor de disconvenience. Opvallend waren ook de vele waarschuwingen: “Cars
may not be left unattented”.
MARY, HET IRA – LIEFJE
In die tijd schuwde ik het uitgaansleven bepaald niet.
Onderstaand relaas begint dan ook in een van de kroegen waar Ierland zo rijk
aan is.
Gezellig kroegleven
Uwe en ik zaten in een katholieke kroeg, vlak bij de Docks. Het was er
best gezellig en de kastelein schonk veel aandacht aan ons. Hij gaf ons
nuttige inlichtingen over Belfast en vertelde over de 'troubles' daar.
Vooral de willekeurige bomaanslagen baarden hem zorgen. Erg slim vond hij
ons niet, want anders waren wij wel ergens anders op vakantie gegaan. Maar
goed, buitenlanders in zijn café waren een zeldzaamheid, vandaar die
belangstelling. Ook voor de rest van de clientèle waren we vreemde eenden in
de bijt.
Weer open na sluitingstijd
Om 11 uur was het sluitingstijd en moest iedereen de zaak verlaten. De
eigenaar gaf ons een knipoogje toen hij in de gaten had dat wij weinig zin
hadden om te vertrekken; hij adviseerde ons om een kwartiertje buiten te
wachten. Hetgeen geschiedde. We waren trouwens niet de enigen, want overal
verspreid liep volk rond. Na een tijdje ging de cafédeur weer open. In een
mum van tijd stroomde de gezellige gelagkamer weer vol, waarna de deuren
door de portier werden gesloten. (Elke winkel of horecagelegenheid in Ulster
heeft een portier die gerechtigd is om personen te visiteren en hun zonder
opgaaf van redenen de toegang te ontzeggen.) Toen werd het pas echt
gezellig. We kregen aansluiting bij een groep vrolijke dertigers, mannen en
vrouwen.
Zware van Nelle, dus Nederlander
Vanwege een of andere reden werd er gratis bier geschonken en serveerde
men er hartige hapjes. Opeens werd ik van achteren omarmd door een
vrouwenarmen en vroeg een aangeschoten stem mij om een sjekkie voor haar te
draaien. Het vrouwtje in kwestie bleek een ongeveer 25 jaar oude Ierse te
zijn, zij was in Ulster op vakantie. Zij zag er ouder uit, een beetje
verlept zou ik zeggen als ik haar niet beter had leren kennen. Zij had mijn
pakje Van Nelle op tafel zien liggen. Daaruit had zij geconcludeerd dat ik
Nederlander was, een reden om met mij een gesprek aan te knopen. Ze begon
over een verhouding die ze twee jaar lang met een zekere zeeman Jaap, dus
een van Nelle - roker, gehad had. In haar dronkenschap werd ze erg
vertrouwelijk, ikzelf ook trouwens. De alcohol was mij naar het hoofd
gestegen. Geen wonder, want het kleppen van die levensgrote pinten voltrok
zich in een afgrijselijk hoog tempo.
Een soort Bloody Mary
Zij dronk wodka en heette Mary. Tot 2 uur zaten wij te keuvelen,
vervolgens te smoezen, daarna alleen maar aan elkaar te frunniken. Haar
geschiedenis sprak me erg aan en ik liep over van medeleven en wilde dit ook
tonen (wat misschien haar bedoeling was). Haar life story kwam op het
volgende neer: geboren en getogen in de fanatieke katholieke wijk Falls,
zonder opleiding of wat ook had ze op haar zeventiende moeten trouwen met de
buurjongen, ene Patrick. Inmiddels moeder van twee kinderen; een jongen en
een meisje. Haar man is eervol gesneuveld in de katholieke strijd tegen de
repressieve protestanten door toedoen van de Ulster Volunteers Defense (UDA).
Mary leverde daarna haar twee kinderen af bij haar moeder.
Haar vader zat toentertijd vast in de interneringsgevangenis van Long Kesh,
voor onbepaalde tijd uiteraard. Zelf vertrok ze naar Engeland waar zij in
Hull een baantje als kelnerin aannam. Daar had zij ook haar minnaar Jaap
leren kennen, die haar overigens als een stuk vuil behandelde en haar louter
en alleen als minnepoes beschouwde. Nu was ze in Ulster op vakantie en
logeerde ze bij haar moeder en haar eigen kinderen.
Falls, de katholieke arbeiderswijk
Ondertussen was het al erg laat geworden. Het lag voor de hand dat ik
met haar mee naar huis zou gaan om daar te overnachten. Uwe, die zich
ondertussen aan een andere tafel best geamuseerd had, kon tot zijn grote
spijt niet mee. Toen ik naar buiten ging, waarschuwde de kastelein me nog om
goed uit te kijken, maar ik sloeg zijn raad in de wind en vergezelde Mary.
Tien minuten later bevond ik me midden in Falls, de armoedige arbeiderswijk,
die precies beantwoordde aan het idee dat wij Nederlanders van een èchte
achterbuurt hebben. We gingen een klein huisje uit een rij ‑ van - tien
binnen. Eenmaal binnen was haar eerste gang naar de fles.
Bij de IRA - spionne thuis
Ikzelf dronk niets, want de volgende dag had ik geboekt voor de
overtocht met de car ferry naar Glasgow. Ik luisterde alleen maar. Met
dubbele tong vertelde ze me over internationale spionnen waarvan de UDA (de
protestanten) gebruik maakte. Vooral Nederlanders schenen zich daarvoor te
lenen, had ik enkele dagen eerder in een tijdschrift gelezen, fanatieke
Nederlandse Calvinisten zouden dat zijn. Mary zelf werd min of meer geprest
om in Hull voor de IRA te spioneren, maar dat ging haar niet zo goed af. Uit
haar woorden kon ik opmaken wat in Ulster het lot van verdachte spionnen
was: kidnapping, afranseling, marteling, knieschoten, brandmerken en in het
ergste geval executie. Het angstzweet brak me uit, nu pas werd ik mij ervan
bewust wat de kastelein bedoelde en welke afschuwelijke gevolgen mijn gedrag
kon hebben. En ik had ook nog een legerjack aan dat door de aartsvijand UDA
werd gedragen. In bed kwam er weinig meer van minnespel terecht, Mary viel
als een blok in slaap. Ik kon niet slapen, want ik was op slag nuchter
geworden.
Overhaaste vlucht
Tegen zes uur, ik had geen oog dicht gedaan, kon ik het niet langer meer
uithouden. Ik wist echt niet meer wat ik moest doen, hoe ik mij moest
gedragen. De beste oplossing leek mij om er zo snel mogelijk tussen uit te
knijpen om zo alle risico's te vermijden. Ik stond op, pakte mijn boeltje
bij elkaar en sloop muisstil de huiskamer uit (we hadden op de divan
geslapen). In de gang kwam ik toch nog haar moeder tegen, een wrak van een
mens en door haar dialect bijna onverstaanbaar. Ik maakte haar met
schaamrood op de kaken duidelijk dat ik bij Mary hoorde en nu helaas moest
vertrekken zonder afscheid van haar te kunnen nemen, omdat zij niet wakker
te krijgen was. Dit klopte, want ondanks herhaalde pogingen van moeder bleef
zij doorpitten. Even overwoog ik om geld achter te laten, maar dat zou wel
eens verkeerd opgevat kunnen worden. Daarom liet ik dat idee maar varen en
vertrok ik. Zo snel mogelijk liet ik het wespennest waarin ik me gestoken
had achter me. Met kloppend hart haastte ik mij door de straatjes die in het
ochtendgloren nog grauwer leken dan overdag.
 |
 |
| Jos in kamer Belfast |
Jos op gazon in Glasgow |
Op weg naar Schotland
In het centrum nam ik een taxi naar mijn pension, waar ik tot 11 uur kon
uitslapen. De boot van Sealink vertrok pas om 12.30 uur. Ik voelde me leeg van
binnen, beschaamd en een rotzak, omdat ik het als een dief in de nacht geknepen
had en Mary daardoor erg lomp in de steek gelaten had. Uwe was jaloers. Hij
dacht dat ik een fijne erotische nacht had gehad. Ik heb hem maar in die waan
gelaten. We zouden nog enkele dagen bij elkaar blijven om samen Glasgow te
verkennen. Daar beleefden we een nieuw avontuur. Deze keer was Uwe er wel direct
bij betrokken.

 |