|






| |
Meer eten over Dublin? Ga naar
CitySpotters Dublin
Reisgenoot Uwe uit Karlsruhe
Op weg naar Ierland ontmoette ik in de trein naar Fishguard een Duitse jongeman, Uwe geheten.
Deze zeventienjarige drukkersleerling uit Karlsruhe bleek nogal avontuurlijk van
aard en had dezelfde interesses en plannen als ik. Ook hij was op weg naar
Dublin, waarna hij Belfast als volgende doel had. We besloten een tijdje samen
te reizen. Met zijn vrolijke gemoed en zijn sappige Bargoens en plat Duits
maakte hij me regelmatig aan het lachen. Hij noemde me gekscherend “Stirnglatze”,
iets waarmee ik geen moeite had, hoewel ik in die tijd toch behoorlijk ruig
behaard was.
Als echte Duitser had hij zijn reis grondig
voorbereid; zo had hij een walkman met tientallen cassettes in zijn enorme back
pack zitten. In die tijd was een walk man nog tamelijk uniek en modern. In
havenstadje Fishguard staken we met de car ferry (autoveerboot) de Ierse Zee over. Eenmaal
op Ierse bodem moesten we vanaf Rosslare nog een dik uur sporen voor we de
hoofdstad Dublin bereikten. |
 |
Groen, groen landschap
We genoten van het weidse uitzicht, golvende heuvels in alle schakeringen van
groen. Het is inderdaad een groen eiland, “The green, green grass of home” van
Tom Jones is hier een realiteit. De luchten waren er grijs, dreigend en het weer
onberekenbaar, wat ons deed denken aan de onmetelijke Atlantische Oceaan die dit
vruchtbare eiland omspoelt. De kusten aan de westkant van het eiland zijn het
mooist: hoge, ruig kliffen, spaarzaam begroeid, altijd winderig en stormachtig.
We reisden evenwel aan de oostkust en konden ons dus niet vergapen aan dat
fraaie stukje natuur. Ik nam me voor in de toekomst zeker deze westkust eens te
gaan bezoeken.
 |
 |
| Landschappelijk groen |
Fraaie kusten |
De Ierse hoofdstad Dublin
In Dublin vonden we vlakbij het station en de hoofdstraat O’Connell Street
onderdak in een eenvoudig pension. Nadat we ons geïnstalleerd hadden, was het
eerste wat we deden de kroeg induiken. Ook verkenden we de stad, die een
kleinsteedse en provinciale indruk op ons maakte. Vergeleken met de Engelse
steden was hier opvallend weinig gemotoriseerd verkeer. We hadden echter vooral
oog voor de Ierse meiden die volgens Uwe zeer “Anschlussfreudig” waren. Inderdaad
maakten we op straat kennis met een tweetal chicks, allebei roodharig met
roomkleurige huid en kortgerokt. We boden hun in een nabijgelegen kroeg iets te
drinken aan. Tot verdere kontakten kwam het echter niet, er werden bij het
afscheid geen adressen uitgewisseld. Hun Iers - Engels konden we maar met moeite
verstaan.
| |
|
Af en toe bommeldingen
Een paar keer maakten we in Dublin “bomb scare” mee. In een kantoor had dan
een bommelding plaatsgevonden, waarna het voltallige personeel geëvacueerd moest
worden. Aan de overkant van de straat stonden ze dan rustig te wachten tot het
sein “veilig!” gegeven werd. Ik had de indruk dat zo’n doodgemoedereerd groepje
“vluchtelingen’ die bommeldingen wel een welkome afwisseling van de werkdag
vonden. Ondertussen wordt het gebouw snel en grondig door de veiligheidsdiensten
en politie uitgekamd. Meestal is het vals alarm (negen van de tien keer, volgens
de kranten), maar met name in Belfast hebben we genoeg ruïnes van gebouwen
gezien waar wel degelijk sprake was van echte, vernietigende bommen. |
 |
Engelse doelwitten
Doorgaans zijn alleen gebouwen en instellingen van kapitalistische en
koloniale doelen het mikpunt van de IRA – terroristen (volgens de Engelsen en de
protestanten) of – vrijheidsstrijders (volgens de Noord - Ieren of katholieken):
banken, makelaarskantoren, verzekeringsgebouwen. Die symbolen van bezetting zijn
over het algemeen in handen van Engelse concerns. Ook als het alarm vals is,
wordt het doel toch als bereikt beschouwd. Immers, het bedrijf wordt voor enkele
uren platgelegd, wat een gevoelig verlies aan arbeidsuren betekent. En dan nog
niet eens te spreken over de psychologische schade die het bij het onschuldige
personeel aanricht. Fabrieken en werkplaatsen werden bijna nooit bedreigd door
de IRA.
Levendig volksaard
Dublin is de stad van James Joyce, een groot schrijver die met zijn
vuistdikke Ulyssus een meesterwerk afleverde. (Ik heb het niet helemaal gelezen,
dat werd me te machtig...) Het openbare leven scheen zich
vooral af te spelen in de talloze bars, lounges, cafés en restaurants. De pub
staat zowat centraal in het leven van de doorsnee Ier. Hoewel de meeste straten
in de steden er net zoals in Engeland grauw en eentonig uitzien, is het de
bevolking van Ierland die heel anders is dan de Engelse. Terwijl de Engelsman
ietwat afstandelijker en laconieker is, leeft de Ier met zijn hart en geeft hij
ongehinderd lucht aan zijn gemoed.
De stad zelf heeft geen grotestads - allures, verre van dat, maar het
is er toch aangenaam vertoeven door de bijna mediterrane sfeer die er
hangt. Dat komt natuurlijk door de levendigheid van de bewoners die geen
blad voor de mond nemen, welbespraakt zijn, emotioneel reageren en gastvrijheid hoog in het vaandel hebben staan. |
 |
En natuurlijk, zij leven er ook wel een beetje van de hand in de
tand en zuipen als ketellappers, iets wat zij overigens met de enigszins
verwante Schotten gemeen hebben. Daarvan hebben we ons zelf kunnen overtuigen.
We waren destijds stevige gebruikers, maar tegen de dorstlust van de Ieren,
zowel jong als oud, waren we in het geheel niet opgewassen. Aan de muren van
veel cafés hangen bordjes met grappige one liners, zoals “If you need glasses,
see an optician; don’t take ours!”

Brouwerij Guinness
(Dublin, Ierland)
Volgens
sommigen smaakt het bier beter naarmate je dichter bij de
brouwerij woont
Guinness
neemt een speciale plek in de geschiedenis van Dublin in. De
kleine brouwerij van Rainsford's, ten zuiden van de rivier de
Liffey, werd in 1759 verworven door Arthur Guinness, die het
gebouw voor negenduizend (!) jaar huurde: de firma heeft dus nog
even te gaan. Guinness startte met het brouwen van ale (licht
bier) maar ging omstreeks 1770 ook over dry stout in Londense
stijl, een bruinzwart bier (de donkere kleur is te danken dan
geroosterde gerst) met een romige schuimkop en een heel aparte
smaak. Dit bier was zo'n doorslaand succes dat de productie van
ale gestopt werd.
Arthur
Guinness bouwde een woning in Thomas Street, vlak bij de
hoofdingang van de brouwerij. De stuwende kracht achter het
bedrijf was echter zijn zoon, Benjamin Lee Guinness, die tot
baronet werd verheven en bij zijn overlijden waarschijnlijk de
rijkste man van Ierland was. Hij legde de grondslagen van het
moderne bedrijf en maakte de Dublinse brouwerij tot wat
toentertijd de grootste brouwerij ter wereld was. Het bedrijf
had zijn eigen spoorlijn en zijn eigen schepen in de haven van
Dublin om het bier te exporteren. Omstreeks 1935 werkten zo'n
vijfduizend man op de brouwerij: dit was dan ook de grootste
werkgever van de stad. De Guinnesses waren inmiddels opgenomen
in de Engelse aristocratie als de graven van Iveagh en stonden
bekend als ruimhartige filantropen.
In het
Guinness Storehouse, geopend in 2000 in het hart van de
brouwerij, wordt de geschiedenis van het bedrijf verteld. Er is
een afdeling met de beroemde reclamekunstwerken van John Gilroy
("My Goodness, My Guinness"). De hooggelegen Gravity Bar met
zijn glazen muur biedt een prachtig uitzicht over Dublin bij "de
beste pint die je ooit zult proeven".
Guinness
bier is niet alleen de populairste alcoholische drank van
Ierland,
maar ook elders ter wereld zeer geliefd. |
 |
 |

 |