Dag 9
Donderdag 12 juli
Carcassonne - Narbonne - Port Leucate – Barcarés: |
We gingen pas om half twaalf weg, niet alleen omdat we van een lange nachtrust
hadden genoten, maar ook omdat onze tent 's nachts nat was geworden en enige
tijd nodig had om weer te drogen. We zelf lummelden in die tijd maar wat
nutteloos rond. Een goede weg door een dor landschap bracht ons al spoedig bij
de kust van de goede Middellandse Zee, la Méditerrannée. In Narbonne sloegen pre
af naar het Zuiden. We konden twee wegen kiezen, de snelle autoroute
rechtstreeks naar Perpignan en het Spaanse toeristen El Dorado, of de iets
kleinere R.N die lag op de landstrook tussen de "étangs" (ondiepe zoutmeren met
een uitgebreid vogelbestand) en de zee. We kozen de laatste mogelijkheid.
In Port Leucate pauzeerden we en gingen we op onderzoek uit. Het was een van de
vijf of zes door de Fransen in recordtempo uit de grond gestampte
vakantiecentra. Hiermee wilden ze het hoofd bieden aan de zuigkracht van de
Spaanse costa's. Het strand was er breed, en de bebouwing modern. Op de kust lag
een oude passagiersboot die tot vermaakcentrum was omgebouwd. Om je er te
vermaken kostte echter onnoemelijk veel geld% bovendien moest je er op en top
gekleed zijn, anders werd je de toegang geweigerd. Het was dus duidelijk iets
dat niet aan ons besteed was. Verschillende campings in de buurt bleken
"complet". Gelukkig vonden we een kleine camping iets landinwaarts, waar alle
standplaatsen omheind waren met biezen matten, om de eeuwige mistral te breken.
Als campinggasten hadden we korting bij het nabijgelegen hotel; de plat de jour
kostte maar f 8, . Helaas moesten we er zelf borden meenemen, bleek het troep te
zijn, ook nog koud. Bovendien dienden we een en ander buiten te consumeren. Ons
gevloek was niet van de lucht. Gelukkig was er een gokhal bij de hand, waar we
onze agressiegevoelens de vrije loop konden geven!
In de avonduren aten we iets beters in het dorp Barcarés. Een viszaak bereidde
speciaal voor ons friet, mosselen en één varkenslapje voor Jos M, onze
fijnproever. De eigenaar was een tiran voor zijn kinderen, commandeerde als een
Pruis en bleek achteraf inderdaad met een Duitse koe getrouwd te zijn. Hij kende
slechts één woord Duits en dat was "schnell!". We doodden de tijd verder door
wat rond te hangen in een tweetal bar restaurants, waar het typische
strandvakantie publiek bleek rond te hangen. Op de terugweg gingen we voor de
eerste keer echt de mist in wat betreft het vinden van de weg. De plaatselijk
ingewikkelde situatie en de afwezigheid van enige vorm van straatverlichting was
daar ook wel een beetje debet aan. Het duurde in ieder geval een half uur
voordat we onze camping weer gevonden hadden. We hadden een tiental flesjes
Kronenbourg gekoeld in onze afwasteil, zodat we voor te gaan slapen toch nog
iets te drinken hadden. Jos M. had blijkbaar te weinig gedronken, want in het
holst van de nacht werd hij door Sjaak betrapt, terwijl hij op zijn buik het
water uit de afwasteil aan het opslurpen was! Hij zou dit hondse gedrag in de
nacht nog vaker vertonen.
|
HET VERKEER
La circulation
Over het algemeen gaat het er in het verkeer in Frankrijk
hetzelfde toe als in Nederland. De Fransman rijdt meestal wel
pittiger en is bij misverstanden iets gauwer aangebrand (kloppende
vinger op voorhoofd!). In Parijs is het een heksenketel, zeker voor
minder ervaren chauffeurs. Zondagsrijders moeten maar met de trein
naar Parijs gaan. Het is er zeer druk, maar men kan er goed vooruit
komen, mits men iets durft te wagen, niet onzeker is en de weg
bekend is. Het éénrichtingsverkeer in het centrum is er erg
verwarrend, terwijl de boulevard périferique soms op een rodeo
lijkt.
Het rijden in de bergen is een chapiter apart. Voorzichtigheid is de
eerste eis, met name bij de afdalingen. We namen vooral de meestal
goed berijdbare "routes nationales" Deze zijn tolvrij en bieden veel
meer natuurschoon en dorpsschoon dan de dure, maar overigens in
goede staat verkerende autosnelwegen. Buiten de reeds bekende
internationale verkeersborden dient men kennis te hebben genomen van
de volgende aanduidingen:
- chaussée déformée (slecht wegdek); accôtements non
stabilisés (zachte berm)
- déviation (wegomlegging); interdiction de stationner
(parkeerverbod)
- passage protégé (voorrangskruising); á péage (tolheffing)
- ralentir (langzaam rijden); risque de verglas (slipgevaar);
acces interdit (verboden toegang)
- serrer á gauche / droite (links, rechts houden); sortie de
camions (uitrit vráchtauto's)
- véhicules lentes (langzaam verkeer); attachez vos ceintures
(autogordels bevestigen)
- feux clígnotants, rouges, tricolores (knipperlichten,
stoplichten, verkeerslichten)
- attention piétons (pas op, voetgangers!); syndicate
d’initiative (VVV kantoor, toeristenbureau)
- sens unique (éénrichtingsverkeer); cul de sac (doodlopende
weg)
- défendre de surpasser (inhalen verboden); chutes de pierres
(vallend gesteente)
Deze "code de la route” kan soms van belang zijn, maar een goede
chauffeur heeft zo iets meestal rap in de gaten. De maximumsnelheid
in de bebouwde kom bedraagt 60 km, op buitenwegen 90 km en op
';autoroutes', 130 km. Over het algemeen wordt er echter harder
gereden. Bij het inhalen worden veel risico’s genomen. Bekendheid
met het terrein is hierbij van eminent belang. Jos Manders, onze
chauffeur, had geen last van het verkeer. Hij kent zijn Ford Capri
goed en weet wat je van hem kunt eisen. Ook in de bergen kende hij
weinig problemen, hoewel hij als niet autochtoon soms harder reed
wenselijk. Met de "links rechts" aanduidingen van de bijrijder had
hij beduidend meer moeite. |
Dag 10
Vrijdag 13 juli: Barcarés - Perpignan - Port Barcarés
90 km. |
We begonnen deze dag met een bezoek aan Frankrijk’s meest zuidelijk gelegen
stad Perpignan. Hier snuift men pas echt de Zuid-Europese sfeer op: donkere
mensentypes, stiekeme bedelaars, zigeuners, drommen mensen die voor een etalage
t.v. kijken, smalle steegjes met vuil plaveisel, bruine natuurkinderen
blootsvoets en luidruchtig, hoge gesloten huizen met grauwe muren, massa's
loslopende straathonden, burenruzies, bochtige straatjes die op sfeervolle en
schaduwrijke pleintjes uitkomen, een met exotische aroma's en benzinedampen
bezwangerde grote stadslucht, rumoerig en wanordelijk verkeer, enzovoort.
Tijdens onze wandeling waanden we ons in Spanje of Italië. Het eigenlijke
centrum is wel mooi, een met groen omzoomde gracht, kleine uitnodigende parkjes
en oude patriciërshuizen. Jos S. kocht vlees in een volkse charcuterie waar men
geen Frans, maar het aan Latijn verwante Catalaans sprak. De vrouw van de slager
was heel mooi; een vurig ogende tzigane die met haar welige vlees wel raad wist.
BRAND IN DE TENT
Terug op de camping aten we echte champignonsoep, witte bonen in tomatensaus,
côte de porc en yoghurt na. Tijdens het koken voltrok zich echter een waar
drama. Vanwege de sterke wind had Jos S. zich met het komfoor in de tent
teruggetrokken. De beide anderen verveelden zich; Sjaak lag bok voorbaat al
watertandend van het kokende voedsel voor te genieten, terwijl Jos M. achteloos
onze gaslamp op een nieuw gastankje aansloot. Terwijl hij de lamp er draaiend op
bevestigde, stoof er een sproeiregen van vloeibaar gas door de gesloten tent. In
een oogwenk vatte alles met een loeiend geluid vlam. Sjaak bevond zich midden in
de brandhaard en baande zich achter de bij de uitgang geposteerde brandstichter
Jos M. met geweld een weg naar buiten. Jos S., die het verste van de laaiende
vuurtongen verwijderd was en die niets overkomen was, werd in zijn vlucht voor
het verzengende inferno door Sjaak met brute kracht de tentwand ingedreven. Jos
M. was inmiddels al buiten, met het corpus delicti, de nu goed aangesloten
gaslamp met tank, in zijn handen.
Buitengekomen dachten we dat alles in lichterlaaie stond, maar het vuur bleek
inmiddels gedoofd. Alleen het luchtrooster van de tent was weggeschroeid. Het
eten stond nog vrolijk pruttelend op het vuurtje. Terwijl Sjaak met een van pijn
verwrongen gezicht zijn wonden stond te likken (hij was deerlijk gehavend,
vooral zijn dijbeen zag er uit als rauwe biefstuk!), namen de twee anderen de
verdere schade in ogenschouw. Buiten het gesmolten roostergaas bleek er nog een
scheur en een ontwrichte tentopening te zijn. De baardharen van Jos M. (of was
het Sjaak?) waren aan één kant weggeschroeid. Jos S. had een bloedend scheenbeen
opgelopen, toen hij in zijn blinde hindernisloop naar de bevrijdende openlucht
tegen een geparkeerde auto opknalde. Provisorisch herstelden we de schade.
Op deze dag waren we op het strand ook al door brand geteisterd en wel
zonnebrand. We hielden het er maar een uurtje uit, dit vanwege de harde wind die
met het fijne zand alle lichaamsopeningen toestopte. Zelfs de blote borsten van
de badende Françaises weerhielden ons niet van een overhaaste terugkeer naar
onze veilige (dachten we toen nog) tent.
's Avonds gingen we naar de kermis die t.g.v. het Franse Nationale Feest de
volgende dag (le Quatorze Juillet) in Barcarés gehouden werd. Jos M. liet zich
daar weer eens uit bij de schiettenten. Daar waren er zo'n tien van, dus hij kon
zijn lol wel op. Verdere attracties bestonden uit vogelpiktentjes,
touwtrekstands, hot dogkraampjes en suikerspinverkoopsters. Om tien uur vond er
een vuurwerk plaats. Hoewel de “aaah's en de oooh’s” niet van de lucht waren,
vormde dit als een grootse manifestatie aangekondigde schouwspel voor ons weinig
kijkgenot. Daar het in de nabij liggende brasseries te druk was en het bier er
in onze armoedzaaiersogen te duur geprijsd was, reden we naar een rustig
cafeetje tien kilometer verderop. Het ding werd door een Belg beheerd en ik
dacht dat het er wel gezellig aan toe ging.
Die nacht sliepen we geen van allen goed. Jos M. had zelfs last van een
afgrijselijke nachtmerrie, waarin verkoolde lijken en rode hanen kraaiend de
hoofdrol vertolkten. Maar ja, het was dan ook Jos zijn geweten dat knaagde en
niet dat van Sjaak of de andere Jos. Sjaak kon overigens niet slapen vanwege de
schrijnende pijnen aan zijn talloze wonden, terwijl Jos S. de slaap niet kon
vatten vanwege een door al dat zand droog geschuurde keel.

|