Dag 11
Zaterdag 14 juli: Barcarés - Narbonne - Béziers – Cap d’Agde - Montpellier
- Sète - Lunel - Arles – Aix-en-Provence
317 km. |
Een lange, hete dag lag voor de boeg. We zouden een stuk langs de kust rijden
om het “strandplezier” te kunnen beloeren. De kustweg is daar echter steeds zo
overvol, dat we maar besloten de meer noordelijk, parallel aan de kust lopende
RN te nemen. Jos S. was platzak, d.w.z. dat hij geen contant geld meer had. Alle
banken waren op deze feestdag gesloten, zodat hij met zijn travelers's cheques
nergens terecht kon. Hij leende 100 frank van Jos M. en 30 van Sjaak. Om de twee
á, drie dagen werden de onderlinge rekeningen gepresenteerd. De rekeningen van
Jos S. (die alle inkopen en campingkosten betaalde) en Jos M. (die alle kosten
van benzine en onderhoud op zich nam) vielen meestal tegen elkaar weg. Sjaak,
die geen algemene uitgaven had, was voortdurend degene die moest bloeden. We
rekenden altijd alles om in Franse francs. Alleen de rekeningen van de laatste
twee dagen werden in guldens opgemaakt.
Het was een lange en nogal saaie rit. De koperen ploert stoof ons in ons
gloeiende blik meedogenloos gaar. We waren erg murw en melig. Alleen Jos M. kon
de gemoederen in de wagen nog wel eens in beweging brengen door walgelijke,
stiekeme scheten te laten die langdurig bleven hangen. Hij wachtte hier speciaal
mee totdat we in de auto waren. Waren we weer eenmaal op weg, dan begon zijn
gasoorlog weer. Tot op de laatste dag duurde zijn anale activiteit onverminderd
voort. Over uithoudingsvermogen gesproken… Het traject langs de kust, van Cap
d’Agde naar Sète, was weinig interessant, temeer omdat de begerig loerende
jongeren van ons gezelschap slechts op afstand en in een flits een blik van
ontblote vrouwenbovenlijven konden opvangen.
|
 |
In Lunel pauzeerden we een uurtje en aten we kaas met brood. Jos S. had aan dit
stadje een leuke herinnering. Na een copieus maal genoten te hebben met twee
Franse vrienden, stapten ze er vier jaar geleden op de nachttrein naar Parijs.
Nu was er feest in het stadje. Het was er erg druk en gezellig. Het leek er wel
karnaval: veel drank en vrolijkheid, muziek en zang en dans alom. Ja, ons
Koninginnefeest verbleekt er bij. Andere steden waar we door of langs reden, deden we niet aan.
Omdat we weinig
opschoten, lieten we ons geplande bezoek aan 1a Grande Motte (de futuristische
vakantiekolonie), Aigues Mortes (de historische, ommuurde stadsvesting) en de
Camargue (de uitgestrekte en moerassige Rhône delta, waar nu de muskieten zijn
uitgeroeid en waar zich nog zigeunerkampen, kuddes wilde paarden en
flamingokolonies bevinden.) maar vervallen. Om vijf uur kwamen we in Aix en
Provence aan. We waren eerst wat te ver doorgereden, maar in de
enige kroeg van een schamel dorpje werd ons vriendelijk de weg
gewezen. Opvallend in dit café; vrouwen en kinderen binnen, de
mannen buiten op het koele terras. En zelfs hier ook al: een
flipperkast. |
In Aix vonden we de camping pas na tweemaal de stad te
zijn rondgereden, letterlijk! De op de meest onoverzichtelijke en dus
onverwachte plekken geplaatste richtingsborden veroorzaken bij buitenlanders in
Frankrijk vaak grote verwarring. Eigenlijk was de camping “pleine”, maar met een
beetje brutaliteit vonden we nog een plekje op een heuvelrugje. De camping lag
trouwens tegen een helling en het stijgingspercentage was er hoog. Het stikte er
van de Nederlanders.
| Toen Jos S. de volgende morgen in keurig Frans om de rekening vroeg, gaf de
receptioniste hem in onvervalst Hollands antwoord! Het was een Nederlandse
werkstudente en zij had de paspoorten herkend. We aten buiten op het terras van
het goede campingrestaurant. Menu: Entrecote, salade Niçoise (hmmm...), frites
en “plat de fromage” na. Sjaak vond de fromage, Jos S. de salade en Jos M. de
friet en de serveerster het lekkerste. Prijs; frs. 30. Daarna gingen we de
festiviteiten in de stad bijwonen. Heel de stad was op de been vanwege het
vuurwerk, dat o.i. beter was dan de rotjes en de vuurpijltjes van Barcarés. Om
de storm op de terrasjes te mijden, gingen even vóór het einde een
geschikt plaatsje zoeken. |
 |
Ons instinkt had ons niet bedrogen, want 5 minuten later liep het inderdaad
storm. We bekeken er langdurig de mensen, hetgeen erg interessant was. Niet
alleen de jonge meisjes, maar ook de oude vervallen kerels die tegen het
bestaansminimum leven (sociale voorzieningen in Frankrijk? Ho maar, kom daar
niet om!) hadden onze levendige belangstelling. In een ander kroegje werd
geflipperd, want het terras deed een aanslag op onze beurs. Terwijl
brandweerauto's zich met gillende sirenes naar verschillende fikkies spoedden,
keerden wij tegen twaalf uur tentwaarts.

 |