|
|
PARIJSMeer weten over Parijs? Ga naar CitySpotters Parijs
De dag voor ons vertrek hadden we gezamenlijk nog eens alles volgens de opgestelde lijst na gecheckt. Toen alles in orde bevonden was, gingen we te voet bij onze stamkroeg iets ten afscheid drinken.
Woensdag 4 juli
Eenmaal ontwaakt bruisten we van energie. Bij de camping vertrok op geregelde
tijden een minibusje naar het metrostation aan de rand van de Bois, lopend zou
dit een afstand van 4 kilometer zijn. In de metro bestudeerden we het systeem.
Jos S. had een metrokaartje van een kennis geleend, hetgeen nu bijzonder goed
van pas kwam. Onze eerste stop zou ETOILE zijn (nu PLACE CHARLES DE GAULLE
geheten), een groot verkeersplein waarop 8 avenues uitkomen. De blikvanger hier
is wel de ARC DE THRIOMPHE, die in het midden staat te pronken, als een
standvastige rots het hoofd biedend aan de ogenschijnlijke verkeerschaos. We
troffen het; gelijk met ons bezoek werd de Arc afgezet door "flics" (agenten) om
plaats te maken voor een ceremoniële herdenking van de gevallenen onder de
Amerikanen tijdens de bevrijding van Frankrijk in W.O. II. Politici, oud
verzetsstrijders en generaals vormden de hoofdmoot. De belangstelling leek ons
te bestaan uit toevallige passanten, zoals wij. Jos S. informeerde in het Frans
naar e.e.a. bij een oudere dame. Na enige minuten ontmaskerde ze hem als
Nederlander vanwege zijn Hollands accent. Zijzelf was ook Nederlandse, maar
woonde zes van de 12 maanden per jaar in Parijs. Jos had nog een heel gesprek
met deze gedistingeerde, kosmopolitische dame, ooit getrouwd met een Amerikaanse
officier. Op de Arc zelf waren we gauw uitgekeken. We slenterden de befaamde
Champs Elysées af. Het was er vrij druk en de terrasjes waren bijna allemaal
bezet, ondanks de exorbitant hoge prijzen! Jos S. betaalde 58 francs voor 6
pilsjes, zo'n f 30, .
CENTRUMOm 08.30 stonden we op. Jos M. en Sjaak gingen zich douchen, terwijl Jos S. mondvoorraad ging inkopen. Daarna hadden we als ontbijt sterke koffie en de resterende belegde broodjes van thuis. Een half uurtje na het ontbijt kreeg Sjaak weer een onweerstaanbare honger. Hij maakte direct een ovenverse stokbrood half soldaat, tot grote verbazing van de twee anderen. Op dit moment werd de kiem gelegd voor zijn latere, weinig vleiende bijnaam: (Holle Bolle) Gijs. Vooral het stokbrood moest het ontgelden: schrokkend en met een begerig brandende blik in zijn ogen verzwolg hij deze broden in een mum van tijd, als ware het een lekkernij waarvan de voorraad onbeperkt was. Jos M. en Jos S. (toch ook niet mis op dit gebied) zagen een en ander met stijgende verontwaardiging aan en kwamen zo langzaamaan tot de conclusie dat ook bij Sjaak als Nederlander zijnde de ware aard pas in het buitenland komt bovendrijven... Hoe dan ook, Sjaak at 5 maal per dag, terwijl de beide Jossen het met hoogstens drie keer moesten stellen.
Om 11.00 uur vertrokken we met de minibus naar het centrum. Opvallend in het Parijse verkeer is de afwezigheid van getoeter en claxongejank: het is dan ook verboden. Voorts laat de doorsnee automobilist zich niets gelegen liggen aan de internationale regels van voorrang. Van rechts komend verkeer is vogelvrij en wordt niet ontzien. Een half uurtje later kwamen we bij het Louvre. We kochten eerst alvast een aantal ansichtkaarten en postzegels bij de nabijgelegen Seine oever. We betraden het wereldbekende museum via de achteringang. Twee uur lang doolden we door de grote en kleine zaaltjes, wierpen een blik op de Mona Lisa, bekeken enkele Hollandse meesters en bewonderden beeldhouwwerken. We gingen er in een rap tempo doorheen. De omstandigheden waren niet ideaal voor museumbezoek: het was er druk en drukkend. Het Louvre dien je in twee á drie dagen op je gemak te bekijken, zoniet dan blijven je ervaringen het niveau van impressies niet overstijgen. Vanaf het Louvre liepen we daarna noordwaarts. We wisselden geld bij een "Crédit Lyonnaise". In een café dat een steenworp van de vroegere Hallen lag, schreven we kaarten, dronken bier en aten we "croques monsieur" (een soort tosti) en "sandwiches au jambon et au fromage”. We kregen er ook nog een rondje van de kastelein.
We gingen te voet verder. Als je het Parijse straatleven echt wil leren kennen moet je steeds te voet reizen. Is dit fysiek niet mogelijk, dan kun je het beste de bus nemen. De metro gebruik je alleen om ergens snel heen te gaan. We moesten. bijna een half uur lopen voordat we goed en wel in Mont Martre waren. Aan de voet van de befaamde hoge trappen tegen de heuvel die toegang geven tot o.a. Place du Tertre, werden we lastig gevallen door een onverstaanbaar menselijk wrak, een bedelaar. We gingen er niet op in en lieten aldus deze kans op onze dagelijkse goede daad in rook vervliegen. Op de Place krioelde het van kunstenaars en kunstenmakers, omringd door gretig toekijkende toeristen. Een kunstenares begon ongevraagd het silhouet van Jos M.. te knippen. Hoewel Jos bleef staan, kocht hij het eindresultaat niet. Te duur vond hij. Sjaak maakte foto's. Vanuit deze sfeervolle, maar al te would be artistieke markt was het niet ver naar de schitterende Sacré Coeur. Deze witte koepelkerk is schitterend gelegen en dominerend over geheel Parijs, samen met de Eifel - toren en het moderne hooggebouw Tour de Montparnasse. Helaas konden we niet het interieur van de kerk bekijken. We zegen dan ook maar vermoeid neer op de brede trappen die naar de roerige volksbuurten beneden leiden. A1 rustende bekeken we de nering van de met Afrikaanse kunst leurende zwarte Moslims uit de Sahel - landen. Erg zielig, die knapen. De spoeling was dun voor hen, want ze zijn met duizenden in Parijs. Blonde meisjes hadden trouwens meer hun belangstelling dan potentiële kopers.
Op onze terugweg naar de camping kochten we nog vlees. We aten die avond
tomatensoep, yoghurt, gemengde groente, stokbrood en kotelet. Om half tien waren
we terug in de stad en wel in de rosse buurt van Saint Denis (Saint Penis zeggen
sommigen). We vonden er de lichte meisjes open en bloot tegen de gevels en
deurposten geleund staan, pruimenmondjes trekkend en zoete woordjes fluisterend.
Er waren erg mooie, erg sexy, erg voluptueuze en erg modieuze meiden bij. De
versleten gevallen staan elders in een achterafbuurt, waar hun twijfelachtige
klandizie voornamelijk bestaat uit Noord-Afrikaanse gastarbeiders en seksueel
geperverteerden. Overigens heeft Parijs zo’n 7 prostitutiewijken. Het oudste
beroep wordt er door zowat 10.000 vrouwen en meisjes beoefend, dat wil zeggen
dat er zijn 10.000 geregistreerd staan. Waarschijnlijk zijn het er meer. We
waren nog getuige van enkele interessante gebeurtenissen: een politieoverval die
mislukte, geilbaardende Jappen die even gemakkelijk nummertjes maakten als
foto's knipten, andere Japanners die wél foto's maakten werden door een stel
feeksen belegerd en moesten het filmrolletje inleveren (een staaltje van
beroepstrots van die hoertjes). Hoewel we wel geld hadden (je kunt toch altijd
je vakantie inkorten! )om een gokje op het glibberige pad der liefde te wagen,
misten we hiertoe de courage. Trouwens, we zijn kuise en vrome jongelingen, wat
denkt U wel van ons...
VERSAILLES 's Morgens uitslapen geblazen. Om half elf genoten we een uitgebreid ontbijt, waarna we douchten en wat rondlummelden. Om 12 uur vertrokken we naar Versailles, waar we een half uur later zonder mankeren aankwamen. Het was zonnig weer. In het paleis zelf zijn we niet lang geweest, veel kamers waren gesloten, in ieder geval niet toegankelijk voor toeristen, in verband met een opknapbeurt. (Kunnen ze daar geen toeristisch gezien slappe periode voor uitkiezen?) We dwaalden een uurtje door de uitgestrekte en indrukwekkende tuinen van wijlen de Zonnekoning. Jos M. en Gijs maakten ondertussen herrie over de noodzakelijke instelling van hun beiderlei fototoestellen. Jos M. won, hij is dominanterdan de zachtaardige Gijs. Een leuk voorval was het volgende: Jos S. had zojuist verteld over de vermeende voorkeur van Japanse vrouwen voor corpulente mannen. Wat wil het toeval? Juist de twee dikkerdjes van ons trio werden spontaan door een poppedeintje uit het land van de Rijzende Zon uitgenodigd samen met haar op een foto te poseren! Haar echtgenoot stond er grijnzend bij en schoot uit alle hoeken en standen een rolletje op. Leuk zoiets, zeg. Gijs bleek achteraf jaloers te zijn, maar het is zijn eigen schuld! Moet hij maar meer eten, dan wordt ook hij vetter ....
Op de terugweg reden we een stukje om, midden door de Region Parisienne. We tankten nog even vol en dat was nodig ook. Thuisgekomen aten we mislukte rijst met matige kippenragout . Gelukkig kon de voortreffelijke tomatensoep met echte tomaten erin verwerkt veel goed maken. Gijs at hier overigens stokbrood bij zoals een echte Fransman betaamt. ‘s Avonds zochten we onze weg naar Pigalle, een toeristisch uitgaanscentrum. We zaten lang op een nogal duur terras de voorbijgangers te bekijken. Bij de Moulin Rouge wilden we niet naar binnen. Voorts lag er ook nog de Folies Bergères in de buurt, ook niets voor ons. We begaven ons naar de speel- en gokhallen en gingen ons te buiten aan flipperen en andere aanverwante spelletjes: één franc per spel. Jos M. maakte furore met zijn vaste hand en zijn adelaarsblik bij het hanteren van de “karabijn"; hij won vele vrije spelen. We liepen weer verder. De portiers van de seksclubs en de pornobioscopen bleven aandringen. Vooral Sjaak, die steeds treuzelde, werd tot zijn grote ongenoegen opdringerig benaderd. Eigenlijk was er die avond niet veel loos. Om 12.00 uur scheurde Jos M. met oorverdovend lawaai de in volslagen rust gedompelde camping op. Vlak voor onze tent werden we staande gehouden door een woedende nachtwacht op een door de achtervolging amechtig puffend Mobyletje. Jos kreeg van hem in verre van vlekkeloos Engels een geduchte uitschrobbering, en terecht natuurlijk. Hoewel, die Fransozen zijn aan hun eerste overdrijving nog niet gestorven. We gingen laat slapen, omdat we nog een en ander na te praten hadden. Een van ons kauwde ondertussen zonder onderbreking op een taaie homp oudbakken stokbrood...
|