|
|
LOIRE - DAL
Vanwege de hitte in de tent (het was stralend weer) en vanwege de vroege ochtendactiviteiten van onze buren waren we al vroeg uit de veren. Jos S. ging eerst naar de Duitser om zich voor ons nachtelijk lawaai te verontschuldigen. Deze was stomverbaasd en beweerde niet gestoord te zijn. Wie was het dan wel geweest die om stilte gemaand had? Was het de andere buurman, een Franstalige Zwitser met zijn twee opgroeiende dochters die voortdurend de handstand oefenden zonder acht te slaan op hun onzedig neerhangende rokjes? We kwamen er niet achter. Het bleef een mysterie.
Bij het ontbijt aten we veel Franse kaas. Jos kocht iedere dag weer twee
verschillende soorten kaas (blauw dooraderde, groen dooraderde, roomkaas,
stinkende, rottende, beschimmelde, peperkaas, kruidenkaas, geitenkaas,
schapenkaas, Alpenkaas, Gruyère, volvette, notenkaas, Gorgonzola, Brie, Bleu,
Camembert, etc.) voor hemzelf en Gijs. Terwijl Gijs steeds met speeksel op zijn
kin verlekkerd toehapte, keerde Jos M. zich steevast van dit walgelijke tafereel
af, al kokhalzend. Hij kreeg dan meestal apart broodbeleg, bijv. jonge Edammer
en boerenmetworst. Patés vond zelfs hij eetbaar. Gijs en Jos S. vonden die patés
natuurlijk een overheerlijke streling voor de tong.
Na een uur en vier pilsjes “à la pression”zetten we onze tocht voort. We reden nu door het brede en vlakke dal van de Loire en zijn zijrivieren, de Indres en de Vienne. De rivier stond praktisch droog in zijn brede bedding. Dit door velen geroemde dal viel ons echter bar tegen. Vroeger moet het veel aantrekkelijker zijn geweest gezien de zeer talrijke kastelen, paleizen en lusthoven. In. Seaumur kwamen we weer bij de echte Loire. De op een hoge rots gelegen vestingburcht overheerste de omgeving. Een stuk verder stopten we bij het kasteel van Azay le Rideau. Dit kasteel wordt in alle reisgidsen geprezen, dus we waren erg benieuwd. We konden nog net met de laatste rondleiding mee. Het werd een grote teleurstelling; de gids was niet te verstaan en kasteel was niet meer dan een aangeklede bunker. Hoogstens de met zwanen bevolkte slotgracht en de brede, met platanen van voor 1700 omzoomde oprijlaan waren interessant.
We besloten in deze buurt een camping te zoeken. Het bleek een klein, spotgoedkoop en dus weinig luxueus kampeerplaatsje te worden. We bleven een tijdje liggen lezen en rusten en melig doen. Jos en Jos gingen elkaar symbolisch te lijf met slap neerhangende stokbroden. Het werd dus tijd om iets te gaan eten. Het plaatsje, Savonnières geheten, had echter niks te bieden. We doken daarom maar de kroeg in. Daar bleek echter het croque monsieur ijzer kaduuk te zijn, zodat we ons maar tot louter bier drinken beperkten. Een stel hooghartige Fransen daagden ons uit voor een spelletje pool biljart. Hadden ze het maar niet gedaan: ze werden op de ene beschamende nederlaag na de andere getrakteerd. Met name Sjaak en Jos M. konden de 6 gaten blindelings vinden. Ook op de flipperkast bleven zij heer en meester. Om een uur of elf ging de kroeg dicht. Alvorens te gaan slapen, stilden we ons hongergevoel enigszins met stokbrood.
|