Dag 12
Zondag 15 juli: Aix en Provence - Saint Raphaël - Cannes - Nice -
Monaco / Monte Carlo - Menton – Sospel
241 km. |
‘s Morgens deden Sjaak en Jos S. allereerst inkopen. Bij het vertrek bleek deze
camping wel erg duur te zijn. We reden direct naar de Blauwe Kust toe, de Côte
d'Azur. In Saint Raphaël konden we kiezen uit drie kustwegen, de Corniches
genaamd. Ze lopen op verschillende hoogten. De hoogste Corniche heeft het beste
uitzicht en is al 2.000 jaar oud. Ze werd namelijk door de Romeinen gebouwd (ja,
gebouwd, in deze streken kun je geen weg aanleggen, maar moet je er een bouwen
met bruggen, egaliseringen, tunnels, viaducten, etc.) om hun legioenen snel het
weerbarstige Gallia in te kunnen sturen om er de orde te herstellen. Astérix en
Obélix zullen deze weg wel gebruikt hebben op weg naar het Rome van Caesar...
Aanvankelijk kozen we de onderste Corniche om meer van het boulevard gebeuren in
Cannes en Nice te kunnen genieten. Het was er overal mooi, maar wel modieus op
het mondaine af. We reden op ons gemak, erg veel sneller had trouwens niet
gekund vanwege de drukte. In de buurt van Cannes stopten pre en aten we friet en
dronken bier op een parkeerplaats. Daar maakten we een achtervolging mee van
ettelijke flics achter een tweetal kerels aan. De kerels verdwenen in het
strandgewoel. Aan de kust wordt trouwens ook veel illegaal gekampeerd, meestal
niet ver uit de buurt van de grote verkeersweg, maar wel aan het oog onttrokken
door bosschages en struikgewas. Verder tjilpt de krekel (cicaden) in deze
streken dag en nacht, lijkt het wegdek in de verte steeds kletsnat en trilt de
lucht overdag voortdurend in de subtropische hitte.
NICE
De Promenade des Anglais is een van 's werelds beroemdste
wandelwegen langs de zee. Maar het is beter het bezoek aan Nice te
beginnen met de oude stad met haar levendige, drukke straten. Place
Rossetti, kathedraal SteRéparate, koele classicistische bouwstijl
uit de 17de eeuw; rue Droite: paleis Lascaris, 17de eeuw
(opmerkelijk interieur in Genuese stijl, 17de-18de eeuw; monumentale
trap en weelderig geoecoreerde ontvangstsalons). Daar vindt men ook
het museum voor Volkskunde. De kerk 'du Jésus', toegewijd aan St
Jacques, overdadige barokdecoratie. In de kapel 'de la Miséricorde',
midden 18de eeuw, een rijke barokke decoratie en een meesterwerk van
de school van Nice, 15de eeuw: de retabel van de Maagd van
Barmhartigheid door Jean Miralhet. De bloemenmarkt wordt gehouden op
de Cours Saleya. De oude stad loopt op tegen de slotberg (lift, zeer
mooi uitzicht); aan de voet de haven, waarboven de Mont Boron
uitrijst; vanhier lijndienst op Corsica. Op de 'promenade des Arts'
(Esplanade du Paillou) bevinden zich de Acropolis (congressenpaleis,
ook voor kunst en toerisme) en de nieuwe stadsschouwburg: nieuw
museum voor moderne en hedendaagse kunst. |
 |
 |
In Monaco hielden we een lange rustpauze. We parkeerden onze Ford Capri in een
ondergrondse parkeergarage en gingen wandelen. In een verzorgd parkje rustten we
eerst uit, waarna we heuvelopwaarts togen. We kwamen uit aan de achterkant van
het beroemdste Casino van de wereld, de plek waar naar verluidt tientallen
zelfmoorden zijn gepleegd. Het Casino was schitterend wit en kostbaar. Het werd
bewaakt door flics en waarschijnlijk bodyguards. Het stikte er van de dure
automobielen. Op een terrasje namen we een en ander in ogenschouw. Toen wilden
we zelf gaan gokken, en wel in een hal die vol éénarmige bandieten stond, het
casino van de Volkswagen - toeristen. Tot onze grote verbazing werd ons de
toegang geweigerd. We hadden badkleding aan (een korte broek dus) en dat was ten
strengste verboden, want ze moesten over de goede zeden waken. Over hypocrisie
gesproken! Verontwaardigd keerden we op onze schreden terug en zochten weer onze
auto op.
Voor we Monte Carlo binnenreden (M. C. is de stad, Monaco is het
Vorstendom van prins Rainier), hadden we samen met een bus Thaise toeristen
foto's gemaakt van het prachtige uitzicht op de Rivièra bij een uitspanning op
Cap d'Ail. Dit panorama wordt nu nog steeds gebruikt in aardrijkskundeboekjes in
Nederland! Via Menton, minder bekend, maar met zijn bloemen en palmen zeer zeker
de moeite waard, reden we naar boven, de Alpes Maritimes in. Dit voorgebergte
van de Alpen is niet hoog, maar wel oud en grillig. Jos M. nam met gemak de ene
na de andere col met haarspeldbochten. In het oude stadje Sospel (nou ja, dorpje
maar, slechts 5000 inwoners. Het heeft vroeger wel een universiteit gehad, dat
zou je niet verwachten. Bovendien staat er voor zo'n gat een immense
kathedraal!) wilden we de nacht doorbrengen, maar helaas waren de beide campings
vol. Vooral Nederlanders hadden er hun tenten opgeslagen.
 |
 |
| MENTON |
SAINT TROPEZ |
We reden het gebergte in, waar we een geschikt plekje op een vooruitspringende
rotspunt vonden. We doopten deze minikampeerplaats voor één nacht camping "Bellevue".
Daarna gingen we weer het dorp in. We bezochten een paar brasseries en maakten
een "stads" wandeling. Ook trachtten we tevergeefs naar huis te telefoneren. In
een cafeetje hadden we nog een gesprek met de patron. Het ging over de
Nederlandse journalist Mathieu Smedts, die 6 maanden per jaar in dit dorp
vertoeft. Hij was er bij de bevolking goed bekend. Misschien dat er daarom wel
zo veel Nederlanders in dit dorp waren, want Smedts heeft een boek over
Frankrijk geschreven, waarin hij herhaaldelijk Sospel memoreert. We aten weer in
een restaurant, een doorsnee menu voor 28 francs, hetgeen geen prijs was voor de
hoeveelheid en de kwaliteit van het gebodene. Er was ook een dansfestijn, maar
de feesttent beviel ons niet, er was geen hond. De muziek was er bovendien te
hard en te slecht. Voor we naar ons "Bellevue" gingen, ontdekten we nog een
telefooncel. Daar konden we gratis bellen, er was nl. een muntje blijven steken!
We kregen Lies Kessels enkele keren aan de lijn. We sliepen slecht die nacht.
Het was heet en de muziek van het bandje weerklonk nog lang na in onze oren.

 |