|
Dag 8
woensdag 11 juli
Albi ‑ Castres – Carcassonne: 110 km |
Om een uur of negen werden we pas wakker. We namen geen
ontbijt, alleen Sjaak at wat oud stokbrood. We wasten de auto voor we
vertrokken. Dat was wel nodig. Het weer was voor het eerst niet al te best. Het
was bewolkt en er stond een straf briesje, dat alle warmte verdreef. Tegen elf
uur gingen we weer op weg. In Albi kochten we de Telegraaf en De Volkskrant voor
onderweg. We deden het op ons gemak, we hoefden vandaag geen lange afstanden te
overbruggen. De huilende mistral werd steeds sterker en rukte met vlagen aan
onze wagen.
In de historische stad Carcassonne aangekomen, begaven we
ons direct naar de camping. We installeerden ons vlakbij de omheining en de
toiletten. Om 2 uur gingen we te voet de wel erg toeristische kern van de stad
bezoeken. De burcht en de wallen zijn nog volledig in de oorspronkelijke staat.
Ook veel huizen zijn nog intact. We slenterden enige uurtjes door het centrum,
maakten foto's, lieten het museum links liggen en dronken cola op een terras: f
2,50 per glas. Het was inmiddels begonnen een beetje te regenen. Op weg terug
naar de camping deden we nog enige inkopen bij de slager. Na een omweg bereikten
we pas onze camping, die op het plaatselijke sportpark gesitueerd was, vlak
naast het rugby ‑ stadion. We aten warm: ossenstaartsoep, steelkoteletten,
ratatouille en pudding na (Mona‑toetje). Jos S. ging 's avonds in de armzalige
kantine zijn aantekeningen bijhouden. Sjaak en Jos M. kwamen later na. We
dronken enige biertjes en gingen voor ons doen erg vroeg naar bed: half twaalf.
In de verte rommelde een onweer en de wind woei gestaag door. We werden echter
al snel door slaap overmand. 0 ja, nog een scène vergeten. Reeds in Pontorson,
Parijs en Villandry hadden we geprobeerd telefonische verbinding met Roermond te
krijgen. Het lukte steeds min of meer gedeeltelijk. Vooral Jos M. was tuk op
bellen. Ook nu stond hij luidkeels zijn boodschappen naar Holland te schreeuwen,
toen een Fransoos in een grauw onderhemd nogal bars om "silence" gebood.
Gelachen dat we hebben.....
Ommuurde stad Carcassonne
(Languedoc, Frankrijk)
Prachtig gerestaureerde vesting die dateert uit de
Romeinse tijd
De op een
heuvel gelegen stad Carcassonne in de zonovergoten Languedoc in
Zuidwest - Frankrijk ligt aan diverse oeroude handelsroutes tussen
de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Hij was vermoedelijk
al in de 6e eeuw v.Chr. een belangrijke handelspost. De Romeinen
versterkten de plek in 100 v. Chr. en in 462 n. Chr. werd het
omringende koninkrijk Septimania overgedragen aan de Visigotische
koning Theodorik II, die verdere fortificaties liet bouwen.
De stad was
economisch en militair van strategisch belang en ging daarom vaak in
andere handen over. In 1067 kwam de familie Trencavel aan de macht
en bouwde het Château Comtal en de basiliek SaintNazaire. Veel van
de huidige 53 torens, zoals de functionele, maar ook fraaie gotische
Tresau-toren en de Narbonne-poort, werden in de 13e eeuw gebouwd op
de fundamenten van oudere torens. In dezelfde periode werd
Carcassonne berucht om zijn prominente rol in de Albigenzische
Kruistocht, geleid door Simon de Montfort. Hij versterkte de stad
verder tot een grenscitadel tussen Frankrijk en het koninkrijk
Aragon.
Samen met een
aantal kastelen in de streek, zoals Peyreperteuse en Queribus, bleef
de stad van militair belang tot de grens in 1659 naar het zuiden
werd verlegd tot de Pyreneeën. De bolwerken raakten geleidelijk in
onbruik en de stad werd een centrum van de wolindustrie. Het bestuur
en de rijke burgers verhuisden naar de Ville Basse (lage stad) en de
oude stad raakte meer en meer in verval. Nadat Napoleon hem
officieel had opgegeven, zou de ooit zo trotse stad worden
afgebroken, maar hij werd gered door heftige plaatselijke
tegenstand. In 1853 begon de architect Eugene Viollet-le-Duc met de
restauratie — vandaar de niet-authentieke, maar sprookjesachtige
puntdaken, die zeer geliefd zijn bij filmmakers en kunstenaars.
“Een manier om
een gebouw terug de brengen in de staat die wellicht nooit echt
heeft bestaan."
Eugene Viollet-le-Duc, over het doel van restaureren |
|