MeerInfo    
Start Manilla Banaue Boracay Terugreis Fotopagina MeerInfo

 

MEER INFO FILIPPIJNEN

EEN SLIERT VAN EILANDEN

Deze bergachtige archipel van 7107 eilanden bevat 46 vulkanen, waaronder op het eiland Luzon enkele bijzonder gevaarlijke.

 

De Filippijnse Archipel, ten oosten van het Aziatische continent gelegen, is versnipperd in 7107 eilanden, waarvan er 880 bewoond zijn. Tussen Luzon en Mindanao, de twee grootste eilanden, strekt zich de Visayasarchipel uit, met Mindoro, Masbate, Negros, Ilokanos, Hiligaynons, Bicolano, Cebu, Bohol, Leyte, Panay en Samar, terwijl Palawan en de Sulu-archipel richting Borneo in het zuidwesten lopen. De archipel sluit aan op de vuurring van de Grote Oceaan en maakt deal uit van de vulkanische "binnenboog" van Indonesië. Het land heeft een overwegend bergachtig landschap met ketens die hoofdzakelijk in lengterichting lopen. Deze ketens bestaan uit slecht gefundeerde lagen sedimentgesteente (kalksteen uit het primaire tijdperk, graniet uit het Mesozoicum en zacht gesteente uit het Tertiair). De archipel bevat 46 vulkanen, waarvan er nog 13 actief zijn. De gevaarlijkste bevindt zich op Luzon: de Mayon (2462 m) ten noorden van Legaspi en de dicht bij Manila gelegen Taal. Door het geaccidenteerde reliëf is er weinig ruimte voor vlakten. De enkele vlakten die het land kent, zijn dan ook smal, zoals de belangrijkste, die van Manila. De archipel is groten­deels bedekt met dicht schaduwrijk bos, dat op de hoogvlakten plaats maakt voor savannebos dat ontstaan is door de grote ontginningen.

 CIJFERS

Oppervlakte: 300 439 km2 (8,2 x Nederland)
Lengte: 2000 km   Breedte: 1300 km  / Bevolking: 88 miljoen inwoners
Bevolkingsdichtheid: 218 inw./km2  /  Kustlengte: 22.000 km  /  Hoogste punt: Apo, 2954 m 

BEZIENSWAARDIGHEDEN

Manila, Luzon (Baguio, Vigan, Banaue), Mindanao (Zamboanga, Basilan, Sulu-archipel), Cebu, Bohol, Palawan, Mindoro (Puerto Galera, Apo-rif, Naujan, Bulalacao, Mansalay).
 

WETENSWAARDIGHEDEN

Officiële naam: Filippijnse republiek

De archipel omvat 7107 eilanden, waarvan er 2773 een naam hebben en 880 bewoond zijn

Hoofdstad: Manila

Talen: Tagalog, Engels, Spaans (officials). In totaal 87 talen en dialecten

Munteenheid: Filippijnse peso

Godsdiensten: katholicisme (76%), Islam (10%), Aglipayan (onafhankelijke kerk van de Filippijnen, 7%)

Belangrijkste steden: Quezon City, Davao, Tarlac, Cebu, Iloilo, Bacolod, Zamboanga

Belangrijkste luchthaven: Ninoy Aquino (Manila)

Ernstige economische en sociale problemen

Na de Spaanse overheersing en het daarop volgende Amerikaanse gezag, hebben de  Filippijnen moeite de stabiliteit te bewerkstelligen die noodzakelijk is voor de economische ontwikkeling.

 

In 1521 ontdekte Magellan deze geïsoleerde archipel, die niettemin contacten onderhield met China, India en het Arabisch schiereiland. In 1543 gaf de Spanjaard Ruy Lopez de Villalobos dit land de naam Filippijnen, als eerbewijs aan de toekomstige Philips 1I van Spanje. De archipel, die tot dan toe door Arabische handelaars gewonnen was voor de islam, wordt dan een Spaanse kolonie en grotendeels bekeerd tot het Christendom. In 1896 roepen Filippijnse nationalistische bewegingen de onafhankelijkheid van het land uit. Twee jaar later annexeren de Verenigde Staten echter de gehele archipel. In 1916 bewerkstelligt Manuel Quezon, die in 1935 president wordt, de autonomie van het land. In 1941 vallen de Japanners de archipel binnen, en in 1946 verkrijgen de Filippijnen uiteindelijk de volledige onafhankelijkheid, waarbij echter nauwe banden met de Verenigde Staten worden aangehouden. Ferdinand Marcos blijft van 1965 tot 1986 aan de macht. Na de moord op haar man, Benigno Aquino, de leider van de oppositie, komt Corazon Aquino aan het bewind. Na een onrustige periode, wordt in 1992 Fidel Ramos tot president gekozen. Sinds de jaren '80 maakt het land een crises door die een tekort op de buitenlandse handelsbalans, een aanzienlijke werkloosheid en grote armoede met zich meebrengt. Het land heeft niet alleen te kampen met sterke sociale, politieke en etnische spanningen, maar wordt ook geconfronteerd met een dualistische identiteit, het staat namelijk midden tussen westerse en Aziatische invloeden in.

KLIMAAT

Warm en vochtig subequatoriaal klimaat. Gemiddelde temperaturen: 25,5° C in januari, 27,5° C in augustus. Regenseizoen van juni tot november, vooral veel neerslag in het noorden; koel seizoen van november tot februari; droog seizoen in april - mei.

BRONNEN  VAN INKOMSTEN

Landbouw (maïs, rijst, maniok, suikerriet, tabak, bananen). Bosbouw. Veeteelt. Industrie: textiel, elektronica, auto's, chemie en kunststof. Cementfabrieken, rubber. Aardolie, steenkool, koper, chroom, nikkel, zilver. Toerisme.

 

NB Tekst uit 2000.


FILIPPIJNEN (Economisch)

 

Noodzakelijke industriële ontwikkeling

Ondanks een actieve traditionele agrarische sector biedt de industrie de vaste vooruitzichten.

 

De landbouwsector is goed voor 25% van het bruto nationaal inkomen en omvat 45% van de actieve bevolking. Ondanks de toepassing van nieuwe methoden en een intensivering van de rijstbouw blijft de opbrengst achter bij de verwachtingen. Een structurele handicap is het grootgrondbezit, een erfenis uit de Spaanse koloniale tijd, die ondanks hervormingen in 1963 en 1972, nog niet geheel is weggewerkt. De veeteelt is ook achtergebleven, maar dankzij een zeer actieve visserijsector is de balans van landbouw en visserij over het algemeen toch positief. De Filippijnen beschikken over belangrijke natuurlijke rijkdommen, zoals delfstoffen en tropische houtsoorten, maar weinig olie en aardgas, zodat 65% van de energiebehoefte afhankelijk is van invoer. De voornaamste energiebronnen zijn waterkracht en vulkanische geothermie. Voor een betere levensstandaard is het land aangewezen op industriële ontwikkeling, met als speerpunt de voedingsmiddelensector, gevolgd door chemie, textiel, elektronica en olieraffinaderijen. Industriële producten, vooral voedingsmiddelen, dragen bij tot 25% van het BNI en 78% van de export. Ondanks energieke pogingen het toerisme to stimuleren, zijn de Filippijnen in dit opzicht minder succesvol dan Indonesië.

WETENSWAARDIGHEDEN

Officiële naam: Republiek der Filippijnen  /  Hoofdstad: Manila

Bevolking: 88 miljoen inwoners  /  Oppervlakte: 300 .000 km2 (8,2 x Nederland)

Munteenheid: Filippijnse peso  /  Talen: Pilipino, Engels (in totaal 988 geregistreerde talen)

Bevolkingsgroei: 2,10% (1994)

 CIJFERS

BNP (1994): 58,4 miljard dollar BNP/inw. (1994): 870 dollar BNI (1995): 56 milliard dollar BNI/inw. (1993): 2660 dollar Groei BNI (1994): 3,5% Werkloosheid (1995): 25% Inflatie (1994): 9% Groeicijfer (1994): 3%

Het systeem van grootgrondbezit werkt afremmend op de agrarische sector

Onzekere economische perspectieven

 

De economische groei blijft achter bij de nationale behoeften, ondanks de recente opbloei van de industriële sector. Hardnekkige problemen als een te sterke bevolkingsgroei (bevolkingsdichtheid: 221/km2) en het eindeloze conflict tussen de katholieke meerderheid en een militante islamitische minderheid op het eiland Mindanao, belemmeren de ontwikkeling van de archipel op economisch gebied. Tegenover een bevolkingsgroei van meer dan 2% per jaar is het BNI de laatste 15 jaar met 20% teruggelopen en de werkloosheid treft nu bijna een kwart van de actieve bevolking. De agrari­sche sector blijft sterk afhankelijk van de termijnmarkt voor producten als kopra, suiker en tabak.

Werkgelegenheid is aangewezen op industriële ontwikkeling, maar daarvoor zijn meer buitenlandse investeringen nodig en een modernisering van de infrastructuur. De economie is sterk gebonden aan import, waardoor de handelsbalans permanentnegatief is. Reeds voor de recente economische crisis in Zuidoost-Azië beliep de schuld van de Filippijnen 31 miljard dollar, oftewel twee derde van het BNP De regering van president Fidel Ramos heeft de laatste jaren met een marktgericht beleid meer buitenlandse investeringen weten aan te trekken, waardoor in 1993 de recessie plaatsmaakte voor een verheugende groei in de industriële sector. Met een lening van 683 miljoen dollar van het Internationale Monetaire Fonds kwam toen een driejarenprogramma voor economische ontwikkeling van de grond.

BRONNEN VAN INKOMSTEN

Landbouw:  rietsuiker, kokosnoot, rijst, maïs, bana­nen, kopra, maniok

Veeteelt kippen, varkens, eenden, buffels, geiten

Visserij  /  Hout   /   Delfstoffen: koper, chroom, nikkel, zout, goud, zilver (30,9)

Energie:  aardolie, steenkool

 

NB Tekst uit 1998


EEN BEETJE GESCHIEDENIS

 

Spaanse overheersing

De Portugese ontdekkingsreiziger Fernão Magalhães bereikte op 16 maart 1521 als eerste Europeaan de Filippijnen, iets wat hem nog zou gaan berouwen. Op 27 april van datzelfde jaar werd hij namelijk gedood door vijandig gezinde Filippino’s onder leiding van de eerste Filippijnse volksheld Lapu - Lapu. Toch eisten de Spanjaarden het bezit op van de ‘Archipelago de San Lazaro’, zoals de Filippijnen in die tijd genoemd werden. Ze kwamen hierdoor in conflict met de Portugezen, die de Filippijnen eveneens claimden. Uiteindelijk werd in het Verdrag van Zaragoza geregeld dat de Filippijnen binnen de invloedssfeer van Portugal viel. Toch bleven de Spanjaarden expedities naar de Filippijnen sturen. In 1542 werd de naam van de archipel door Ruy Lopez de Villalobos omgedoopt tot ‘Islas Filipinas’.


In maart 1565 bereikte een expeditie die geleid werd door Miguel Lopez de Legazpi de Visayas, een eilandengroep in het centrum van de Filippijnen. Ondanks verzet van de lokale bevolking werd eerst het eiland Cebu veroverd en daarna verschillende andere eilanden. Op het veroverde eiland Luzon werd in 1571 de latere hoofdstad Manilla gevestigd en in 1572 was weer een groot deel van de Filippijnen in Spaanse handen. Alleen delen van het zuiden bleven in moslimhanden.


Spaanse missionarissen speelden vervolgens een belangrijke rol, niet alleen bij de kerstening van de inlandse bevolking, maar ook bouwden ze onder andere scholen, kerken en huizen. Spaanse gouverneurs stonden bestuurlijk aan het hoofd van een provincie.
Manilla werd in de tweede helft van de 16e eeuw en de eerste helft van de 17e eeuw aangevallen door Chinezen, Japanners en daarna door de Hollanders. Pas in 1646 wisten de Spanjaarden de Hollanders definitief te verslaan tijdens de ‘Zeeslag van Manilla”. In 1762 werd Manilla dan toch uiteindelijk veroverd, maar dit keer door de Britten. De bezetting duurde echter niet lang; in 1764 werd de stad weer door de Spanjaarden heroverd.


Nationalistische ideeën

Tot in de eerste helft van de negentiende eeuw werden de Spanjaarden ook regelmatig aangevallen door de inlandse bevolking, maar die aanvallen wisten de ze gemakkelijk te pareren. In deze tijd maakte het handelsmonopolie van de Spanjaarden plaats voor vrij handelsverkeer. Met name agrarische producten vonden gretig aftrek en de landpachters en handelaren werden hierdoor steeds welvarender. Deze bevolkingsgroep bestond ondertussen voor een groot gedeelte uit mestiezen van Filippijns - Spaanse afkomst, die zich in de negentiende eeuw tot een nieuwe elite ontwikkelden. Eind 19e eeuw was men zelfs zover dat de kinderen van deze groep konden studeren aan buitenlandse universiteiten. Zij namen bij terugkomst ideeën en gevoelens van vrijheid mee naar hun vaderland.

De nationalisten werden enigszins ‘geholpen’ door een incident in 1872. Een muiterij van militairen liep uit de hand en als vergelding voor de oproer werden drie priesters terechtgesteld en daarna uitgeroepen als martelaren van het Filippijnse verzet. Filippijnse studenten in het buitenland grepen dit aan om de ‘Propaganda-beweging’ op te richten. De belangrijkste leider van deze beweging was dr. José Rizal. Hij richtte na een tijd in het buitenland gewoond te hebben, de ‘Liga Filipina’ op. Hoewel niet eens extreem van karakter was dit voor de Spanjaarden voldoende om hem samen met andere hervormers naar Dapitan aan de noordkust van Mindanao te verbannen. In datzelfde jaar werd door Andres Bonifacio de wat gewelddadiger, geheime afscheidingsbeweging Kaitipunan opgericht.


In augustus 1896 barstte uiteindelijk de bom; er werd een oproep gedaan tot de onafhankelijkheidsstrijd, waarna er in Luzon een opstand uitbrak die zich als een olievlek over het hele land verspreidde. De Spanjaarden reageerden fel en vele Filippino’s werden gevangengezet en geëxecuteerd, waaronder op 30 december 1896 José Rizal. Ook Bonifacio vond de dood en in 1897 werd de nieuwe leider van de revolutie Emilio Aguinaldo geëxecuteerd.

TWINTIGSTE EEUW

Onder Amerikaans bewind
In 1898 brak er een oorlog uit tussen Spanje en de Verenigde Staten, met grote consequenties voor de Filippijnen. De Amerikanen steunden de onafhankelijkheidsstrijders aanvankelijk in hun strijd en op 1 mei 1898 werd de Spaanse vloot in de Manillabaai verslagen. De Filippino’s riepen op 12 juni de onafhankelijkheid uit maar kwamen er al snel achter dat de Amerikanen op dat moment een dubbele agenda hadden. Geheime onderhandelingen tussen de Spanjaarden en de Amerikanen leidden ertoe dat de Filippijnen in december werden overgedragen aan de Amerikanen.
Onmiddellijk braken er gewelddadigheden uit tussen de Filippino’s en de nieuwe kolonisator. In 1901 werd Aguinaldo gevangengenomen en in 1902 kwam er een einde aan de Filippijns - Amerikaanse oorlog, die 220.000 vooral Filippijnse burgers het leven kostte. De Amerikanen pakten het vervolgens slim aan door mensen uit de bovenste laag van de bevolking (‘illustrados’) op hoge posten te benoemen en in zaken als onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur veel te investeren. Zoals zo vaak profiteerden de arme landarbeiders hier nauwelijks van en in de jaren dertig braken er plaatselijk dan ook oproeren uit. De Amerikanen probeerden hier verandering in te brengen door land dat eigendom was van de katholieke kerk te verdelen onder de bevolking. Ook nu echter profiteerden de grootgrondbezitters het meest.


In 1916 kregen de Filippijnen een grote mate van autonomie en op 15 november 1935 kregen de Filippijnen de gemenebeststatus met een eigen regering en Manuel L. Quezon als nieuwe president. In het Congres van de Verenigde Staten werd tevens een wet aangenomen waarin opgenomen werd dat na een voorbereidingsperiode van 1935 tot 1946 de Filippijnen onafhankelijk zouden worden.


Tweede Wereldoorlog
De Filippijnen kwamen niet ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog. Op 10 december 1941 landden de eerste Japanse troepen op de noordkust van Luzon en op 2 januari 1942 werd Manilla ingenomen. Op 6 mei gaven de Filippijns - Amerikaanse troepen zich over. De Japanners zetten in de figuur van José Laurel een stroman neer, maar riepen door hun keiharde beleid tegen de bevolking, verzet op. Met name de organisatie Hukbong Bayan Laban sa Hapon (Huk = Volksleger tegen Japan) verzette zich hevig tegen de Japanners, en tevens tegen de grootgrondbezitters.
De eerder gevluchte Amerikaanse generaal Mac Arthur keerde op 20 oktober 1944 weer terug op Filippijnse bodem. De invasie werd ingezet op de oostkust van het eiland Leyte en van daaruit werd, met behulp van Filippijnse guerrillastrijders, de Filippijnen heroverd op de Japanners.
 

Vorige Start


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA  /  ANDALUSIË   / ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALI   /  BELGIË  /  BELIZE   /   CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /   GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA -NOORD   /   INDIA -ZUID   /   INDIA -RAJASTHAN   /   IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JAVA   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN     /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   /  RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJESPANJE   /   SRI  LANKA   /   SUMATRA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /   ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN