|
|
De vlucht
| |||||||||||||||||||||||
|
|
We
hebben gelukkig een nachtvlucht. Dat betekent dat we laat in de avond vanaf
Schiphol vertrekken en vroeg in de morgen in het land van bestemming Ecuador aankomen. 's Nachts moeten we overnachten in de nauwe zeteltjes van het
vliegtuig. We vliegen met KLM.
Jos met zijn voorraadje drank en rookwaar uit de taxfree shop |
Om te beginnen hebben we al direct een half uurtje vertraging, maar dat maken we onderweg weer goed in de lucht. Bij het inchecken maken we kennis met onze groep van Boabab. Die bestaat uit 20 personen, eigenlijk het maximum dat voor dergelijke reizen wordt gesteld. We staan niet op de groepsinchecklijst, hetgeen voor enige verwarring zorgt. Nadat we onze tickets getoond hebben wordt een en ander snel rechtgezet.
| Tijdens de vlucht dwars over de Atlantische Oceaan slapen we slecht. Gelukkig vliegen we met de tijd mee, zodat we minder last hebben van een mogelijke jet lag. We hebben twee tussenstops: op Aruba en in Guayaquil. Op het eerstgenoemde eiland maakt Clim van de mogelijkheid gebruik om de aankomsthal te bezichtigen. Jos blijft achter om de bagage te "bewaken". In Guayaquil ruiken we sinds lang weer eens de frisse tropische ochtendwind die door de achteruitgang van onze MD 11 binnendringt. |
|
We maken kennis met twee vrouwen uit Ecuador die achter ons zitten. Een van hen woont al 20 jaar in Duitsland, waar zij getrouwd is. Zij spreekt vloeiend Duits, dus Jos hoeft tot zijn opluchting zijn hakkelende Spaans niet te gebruiken. Vroeger was ze 'Krankenschwester' in het havenziekenhuis van Guayaquil. Daar kwam op een gegeven moment een doodzieke Duitse matroos binnen die zij maandenlang ter zijde heeft gestaan. Dit langdurige contact resulteerde in een huwelijk. In Duitsland heeft zij steeds gewerkt, waardoor zij financieel onafhankelijk is geworden. Haar geld heeft zij geïnvesteerd in een soort naaiatelier in een stadje aan de kust. Zij vliegt nu terug om haar personeel te controleren. "Als de kat van honk is, dansen de muizen op tafel", iets dergelijks suggereert ze. En inderdaad, "het oog van de meester maakt het paard vet". Het laatste stuk richting Quito moeten we over het Andes-gebergte heen.
Binnen een kwartier dringen we de eerste wolkenvelden rondom de bergketens binnen en laten we de bloemkoolachtige laaglanden achter ons. Hier en daar steken vulkaankegels met toppen van eeuwige ijs en sneeuw door het wollige wolkendek heen. Het vliegtuig tilt ons over een berg van 4500 meter heen en dan zien we de vallei van Quito in stralend zonlicht onder ons liggen. Direct daarna zet de piloot een abrupte duikvlucht in, terwijl hij een uiterst scherpe bocht maakt om recht voor de landingsbaan uit te komen. De passagiers liggen letterlijk op hun zij. De machine is nauwelijks rechtgetrokken of we raken met een harde klap de grond.
Dit is de meest spectaculaire landing die we ooit meemaakten, zeker omdat we alles in het daglicht zo goed kunnen volgen. Met het klamme angstzweet nog in onze handpalmen horen we hoe de Nederlandse piloot zich via de intercom verontschuldigt voor de capriolen in de lucht en de al te bruuske landing. "Sorry, dames en heren, de landing is positief te noemen, maar daar is dan ook alles mee gezegd!" Heel laconiek besluit hij: "Neem me niet kwalijk dat ik mijn dag niet heb…"
Bij het uitstappen treuzelen we een beetje. We gaan als laatste door de douane. Aangezien het zaterdag is zijn de banken gesloten; voor ons reden genoeg om alvast op dit kleine vliegveld midden in de stad geld te wisselen. We krijgen dikke pakken sucres in de handen gestopt, de inflatie heeft hier de laatste jaren hard toegeslagen. Enigszins verwarrend is de afkorting voor Ecuador's nationale munt, namelijk een S met een verticaal streepje erdoorheen. Dat lijkt verdacht veel op het dollarteken, zoals bekend met twee streepjes erdoorheen , althans officieel. Op deze tekstverwerker heeft de echte U.S. Dollar ook maar één streepje: $.
|
|
De nationale geldeenheid in Ecuador wordt SUCRE genoemd. Generaal Sucre was een nationale held uit de bevrijdingsstrijd tegen de verre kolonisator Spanje in de negentiende eeuw. |
Buiten de aankomsthal staat de groep ongeduldig op ons te wachten, enkelen tonen zich zichtbaar geïrriteerd. Toch zal later blijken dat wij met onze beslissing om vroeg te wisselen het enige juiste hebben gedaan. We maken en passant ook kennis met onze reisbegeleidster, Erna Goossens uit Deurne (NB). We stappen in onze privé-bus en rijden door de verlaten straten naar het oude koloniale stadscentrum.
|
QUITO Quito, de hoofdstad van Ecuador, ligt op 2.850 meter hoogte in een brede bergvallei en heeft daardoor een prettig klimaat. De stad valt onder te verdelen in een nieuwe en een oude stad, van elkaar gescheiden door twee grote parken. De oude stad heeft zijn koloniale karakter goed weten te bewaren. De kathedraal uit de 16e eeuw is maar een van de vele kerken die naast grote paleizen aan grote pleinen staan. De gezichten en de kleding van de mensen in dit deel van de stad verraden dat Ecuador een van de meest Indiaanse landen van Latijns Amerika is. De nieuwe stad heeft een moderner karakter. Hier vindt u talloze restaurants, terrasjes en souvenirwinkels. Een populaire excursie voert naar ‘het midden van de wereld’. Een paar kilometer ten noorden van de stad zijn op de plaats van de evenaar een groot monument en een museum neergezet. |
Al voor tien uur 's morgens zit de hele groep in het rooftop-restaurant voor een kennismakingsbijeenkomst en een nadere introductie van en briefing over de reis. De kern van de groep bestaat uit gegoede dertigers. Clim en ik zijn de oudsten, samen met een koppel oudere vrouwen die ons tijdens de hele reis geen blik waardig keuren. Wij vinden het wel goed zo en mijden zo mogelijk hun gezelschap.
Normaal zit in een dergelijke zomerreisgroep veel volk
uit het onderwijs, maar dat is nu niet het geval. Wel hebben we een klein
contingent Belgen van Vlaamse origine in ons midden. Er zijn slechts vier
rokers, onszelf inbegrepen. Gelukkig roken reisleidster Erna en haar
Ecuadoriaanse vriend José ook, dat maakt het voor ons nicotineparia's een
stuk gemakkelijker. Getalsmatig blijven we tegenover de antirookfanatici in de
minderheid.
De groep gaat de volgende dag al met de bus de
Amazonejungle in, aan de voet van de oostelijke Andes-hellingen. Daar verblijft
ze vier dagen om met bootjes de
maagdelijke regenwouden te verkennen. Ze slapen er in bamboehutten bij een
authentiek Indianendorp. We benijden hun niet; het is daar nat en smerig en er
huizen horden steekgrage muskieten, met name de gevreesde malariamuggen. En
uren ingespannen naar de groene muren van de ondoordringbare oerbossen turen
om wat schaars wild te bespeuren gaat ten langen leste ook vervelen.
In Quito hebben ze dus maar een dag om de stad te verkennen. Daarvoor hebben ze geld nodig, maar in het hotel kan men nu niet wisselen omdat de bodem van de kas bereikt is. Dus komen ze maar bij ons geld lenen om in ieder geval de bus te kunnen betalen. We hebben tijd zat en blijven met Erna nakletsen. Zij trekt al vier jaar rond in Ecuador en spreekt vloeiend Spaans. Dat haar vriend José hier woont speelt natuurlijk ook een rol. Regelmatig zal die José haar hele stukken van het traject vergezellen. Hij is van gemengd Spaans en Indiaans bloed en draagt een karakteristiek staartje in zijn haren; niet omdat het momenteel zo modieus staat, maar omdat die haardracht al eeuwen bij zijn volk gewoon is. We vinden hem wel aardig. Hij is goedlachs en behulpzaam. Hij heeft jarenlang met zo'n "El condor pasa"-zanggroepje door Europa gezworven. Volgens ons profiteert hij een beetje van die smoorverliefde Erna, maar wie zijn wij om daar over te oordelen. Enkele maanden in het jaar wonen ze in Nederland samen. Ze genieten dan een uitkering.
Op het ogenblik is Erna free lance reisleidster, nadat
haar vorige werkgever Cross Country Travels failliet is gegaan.
Zij is een prototype van de zelfbewuste Nederlandse jonge vrouw zoals
die overal in het buitenland staan bekend. Niet op hun mondje gevallen,
behoorlijk hun vreemde talen sprekend, krachtig gebouwd en met een sterke
persoonlijkheid, avontuurlijk ingesteld en,
wat in dit soort landen een erg nuttige eigenschap kan blijken, zelfbewust en
voor de duvel niet bang. We spreken met haar af dat we ons over vijf dagen melden
op de luchthaven als zij met de groep terugkeert van Lago Agrio, een
vliegveldje in de Oriente (de Ecuadoriaanse benaming voor de laaglandjungle
van het immense Amazone-gebied).
Na de bijeenkomst gaan we een dutje doen om de gemiste slaap in te halen.
Quito bevindt zich op een hoogte van 2800 meter boven de zeespiegel in een vallei die zich 200 km lang uitstrekt tussen twee machtige rijen vulkaankegels. Alexander von Humboldt, een achttiende-eeuwse Duitse filosoof en botanicus die dit gebied onderzocht, noemde deze vallei treffend de Avenido de Volcanos. In deze hooggelegen omgeving zullen we de eerstkomende drie weken vertoeven.
Het duurt een aantal dagen voor we echt aan deze opmerkelijke hoogte zijn gewend. Vooral Jos heeft in het begin veel last van licht zeurende hoofdpijn, druk op de schedel, versnelde ademhaling en slapeloosheid. 's Nachts wordt hij regelmatig wakker om naar adem te happen. Door het gebrek aan zuurstof in de lucht zijn we ook merkbaar eerder vermoeid. Vooral bij het trappenlopen lijken we wel amechtige ouden-van-dagen! Maar je lichaam gaat zich na verloop van tijd automatisch aanpassen aan de omstandigheden; zo laten we ongemerkt ons wandeltempo behoorlijk vieren. Alleen de nachtelijke ademhalingsproblemen van Jos houden aan. Door die ijle lucht zal hij de hele reis een slechte nachtrust hebben.
Op de hoge vulkaan Cotopaxi bijvoorbeeld blijken we geen last meer te hebben. Clim bereikt zelfs probleemloos de 4800 meter, Jos blijft op een veilige 4200 meter steken. Enkele dagen eerder hebben we met de groep de Chimborazzo beklommen. De groep was pas anderhalve dag eerder vanuit het laagland aangekomen en was derhalve verre van geacclimatiseerd. Bijna iedereen kreeg klachten zoals schele hoofdpijn en braakneigingen. Overigens verdwijnen die klachten naarmate je daalt steeds sneller. Als voorzorgsmaatregel tegen hoogteziekte wil een ouderwetse aspirine nog wel eens werken!
|
We logeren in het beste hotel van de oude koloniale stad, gelegen aan het centrale plein Plaza de Santo Domingo met de handige haltes voor trolleybussen. Het driesterrenhotel heeft zijn beste dagen gekend rond de eeuwwisseling. Uiteraard zijn de kamers aangepast aan de eisen van de moderne tijd, met name het sanitair voldoet aan onze wensen. Er is alleen slecht licht, dus lezen kost ons enige moeite. Helaas behoort een lift er niet tot de voorzieningen. Aangezien onze kamer op de derde etage ligt kost het ons menige zweetdruppel om boven te komen; de zuurstofarme lucht eist al gauw zijn tol hier. Het personeel is vriendelijke en behulpzaam, maar blinkt niet uit in talenkennis. Waarschijnlijk denken ze hier dat Engels leren niet nodig is omdat Spaans immers ook een wereldtaal is. Gelukkig kan Jos met zijn bescheiden kennis van de Spaanse taal (hier Castilliaans genoemd) redelijk goed met het personeel communiceren. Pas na enkele dagen komen we erachter dat in het souterrain een casino is gevestigd. Maar wij zijn toch al geen gokkers, dus aan ons hebben ze weinig kunnen verdienen. Wel maken we gebruik van de extra service van een kluisje om onze passen en cheques veilig op te bergen. |
|
Elke ochtend gebruiken we een uitgebreid ontbijt in het
panoramarestaurant, dat een mooi uitzicht biedt op het bedrijvige Santo
Domingo-plein en op de Panecillo-heuvel met zijn gigantisch Virgen de Quito
beeld (beeld van de Heilige Maagd). De laatste dagen voor ons vertrek naar
Curaçao zullen we in ditzelfde hotel verblijven.
FOTOGALERIJEN |
|||
| INDIGENAS | NATUURSCHOON | MARKTEN | STEDEN |
|
|
|
|
|