Als
we 's morgens uit Cuenca vertrekken stappen twee jonge vrouwen de bus in. De
jongste heet Laura en is afgestudeerd als agronome (landbouwkundige), vers van de universiteit
van Quito zogezegd. De oudere is Marie-José Akkermans uit Brabant, zij is de
coördinatrice in Ecuador van Foster Parents Plan. Laura is haar plaatselijke contactvrouw
en tevens de terzake kundige op het gebied van land- en bosbouw en
dierhouderij. Ze gaan een project van FPP, dat in Zuid-Amerika Plan
Internacional wordt genoemd, in het hoogland van Cañar bezoeken. Wij mogen
mee als potentiële donors.
Het bedoelde project betreft een onooglijke nederzetting
, die gebouwd is op onvruchtbare hellingen. Het is er guur en kil en er waait
een schrale wind; we hebben weer eens de 3500 meter bereikt. We krijgen een
rondleiding door het dorp. Het kerkje is het stevigste en best onderhouden
gebouw, daarna volgt het schooltje met 2 lokalen. De kinderen hebben momenteel
vrijaf en zijn op de velden aan het ploeteren, nemen we aan. Het project
beoogt de algemene toestand van het dorp te verbeteren: goede
drinkwatervoorziening, zo mogelijk elektriciteitaansluiting, onderwijs bieden, een
betrouwbare basisgezondheidsdienst op poten zetten en vooral het inprenten van vaardigheden en
inzichten op het gebied van hygiëne. Zo wordt sinds kort het vetmesten van
varkens in de woningen zelf sterk afgeraden, al het loslopende vee moet in
kooien en stallen. Poepen moet je ook niet meer in de vrije natuur of in het
plaatselijke beekje (waaruit gedronken wordt), maar in de pas aangelegde
latrine.
Marmotten voor de slacht fokken
|
Het is allemaal nogal primitief, paden en weggetjes zijn
er nauwelijks en we moeten door de modder baggeren. Er is een fokprogramma
voor cuy's, dit zijn marmotten die voor consumptie zijn bestemd. Het bouwen
van kooien en zo is een probleem, want we zitten boven de boomgrens en er is
gebrek aan hout. Dat en ander bouwmateriaal moet dus gekocht worden. Volgende
probleem; er is ook gebrek aan geld. Dat moet dan maar extra gegenereerd
worden door het telen van groente die voor de verkoop op de markt is bestemd.
Natuurlijk wordt het overgrote deel van de geldelijke noden voor rekening van
FPP genomen, maar niet alles. Tien procent van de kosten dienen door de
bewoners zelf te worden gefourneerd.
|
 |

|
 |
Hoge kindersterfte
Een verhaal apart is de gezondheidszorg. De Indianen
leven op een eenzijdig dieet van vooral aardappelen en maïs, met als gevolg
endemische ondervoeding en allerlei specifieke ziekten. De kindersterfte is er
opvallend hoog.
Eenmaal per week komt een soort wijkverpleegster om
de analfabete vrouwen voorlichting en instructie over voeding en
verzorging van zuigelingen te geven. De kleintjes worden dan ook globaal onderzocht en
gewogen. Dat gebeurt in een barak met een groot uitgevallen EHBO-kist als
trots bezit.
|
Mannen werken tegen
Al met al een interessant bezoek, weer eens iets anders
dan al dat gapen naar monumenten, dat gaat ons wel eens de keel uithangen. Zo zie je maar weer dat FPP niet alleen het school-
en kledinggeld betaald voor derde wereldkinderen. We missen in het hele project
de inbreng van de mannen; alles wordt er gedragen (letterlijk en figuurlijk)
door de vrouwen uit de gemeenschap. Vaak mislukken dergelijke projecten door
het macho-gedrag van de mannen die hun vrouwen verbieden te participeren of
anderszins de zaak saboteren. Voorts wordt er over het belangrijke issue
geboortecontrole en familieplanning met geen woord gerept. Volgens Marie-José
is dat in deze diep religieuze gemeenschap nog een te heikel onderwerp en
bovendien, de mannen zijn daar een fervent tegenstander van. Zij geeft toe dat
er op dit gebied nogal wat te verbeteren valt.
|

|
Het team van de lokale vrouwen die het project van
Foster Parents Plan op de hoogvlakte van de provincie Cañar moeten
dragen.
Rechts staat Laura, de Ecuadoriaanse landbouwkundige die de zaak
iedere maand komt inspecteren.
|