Otavalo
Start Heenreis Quito Banos Cuenca Plan Internacional Atacames Cotopaxi Otavalo Vertrek


OTAVALO

Logeren  bij  Mieke

Eigenlijk voert onze weg opnieuw naar Quito, maar de chauffeur kiest een weg die met een grote boog eromheen voert. Onderweg stoppen we regelmatig, onder meer voor het ontbijt. We zien nog enkele hoge vulkanen langs de route liggen, zoals de Antisana en de Sanguay, allebei met sneeuw bedekt.

Bij de evenaar houden we een half uurtje pauze. Aan deze weg ligt slechts een klein gedenkteken, maar er bestaan al plannen om er een pretpark omheen te bouwen. Gonzalo vertelt ons dat; hij praat vaak met ons omdat Jos wat Spaans kan lullen.

Hostal Aya Huma in Peguche

's Middags komen we aan in het pure Indianendorpje Peguche dat op een afstand van 5 kilometer van de provinciehoofdstad Otavalo is gelegen. We logeren hier bij het hostal Aya Huma, dat door een Nederlandse wordt gerund. Mieke, zo heet ze, is al tien jaar getrouwd met een lokale Indiaan. Ze heeft haar hotelletje van de grond af aan met eigen handen opgebouwd.

 

OTAVALO

Otavalo ligt in een schitterend gebied even ten noorden van Quito. Op zaterdag speelt zich hier de grootste Indianenmarkt van Latijns-Amerika af. Deze markt is een van de grootste en kleurrijkste van Latijns - Amerika. Op een deel van de markt staan kraampjes met allerlei soorten souvenirs. Het aanbod varieert van wollen truien en prachtige wandkleden, tot panfluiten en keramiek. Op de rest van de markt handelt de lokale bevolking in gebruiksvoorwerpen en landbouwproducten. Vrijwel iedereen op de markt is Indiaans en gekleed in traditionele kleding.

Na wereldreis blijven hangen

Mieke heeft iets weg van een struise blonde Hollandse deerne die van aanpakken weet. Ze is van oorsprong een boerendochter uit Baarle -Hertog, heeft in de verpleging gezeten, een kroeg in Breda gerund en is uiteindelijk hier terecht gekomen na een zwerftocht over de wereld. In het begin kreeg ze van de dorpsoudsten een slechte plek aangewezen om te bouwen, aan het einde van de nederzetting aan de rand van een ravijn. Inmiddels zwaait zij de scepter over een heus hotel met een uitgebreide staf aan personeel en is zij door de dorpsoudsten geaccepteerd als een volwaardig lid van de gemeenschap, ondanks haar buitenlandse komaf en haar vrouw zijn. Ze heeft het razend druk, want ze bemoeit zich nog steeds overal mee. Daarnaast heeft zij  ook nog eens de zorg over twee kinderen, die overigens bijna geheel verindiaanst zijn. Door de week studeert haar man hoger hotelmanagement aan de universiteit, dus die kan haar dan niet terzijde staan. Ze heeft duidelijk te veel hooi op haar vork genomen, al komt deze aardige, bijna 40-jarige vrouw nog zo energiek over. We vragen ons af hoe lang dat goed gaat.

Wandelexcursie door het dorp

Mieke verzorgt voor ons een rondleiding door het dorp. Als dorpelinge kan  zij overal binnenkomen, maar na elk bezoek aan een werkplaats, atelier of winkel stopt zij de bewoners steeds een kleinigheid in handen. Peguche is een typisch textieldorp; hier wordt gesponnen en geweven, niet zelden door kinderen in de schoolgaande leeftijd. Vaak is het handwerk, maar hier en daar zien we ook nog ouderwetse weefmachines. We bewonderen het magisch-realistische oeuvre van een schilder die niet alleen plaatselijke bekendheid geniet; enkele van zijn schilderijen zijn zelfs uitverkoren om opgenomen te worden in de kerstkaartencollectie van de Unesco (verkrijgbaar bij NOVIB en Wereldwinkel). De bevolking behoudt tegenover ons een zekere distantie. Dat kan niet gezegd worden van de schare vuile kindertjes die om ons heen drommen om allerlei prullaria van stof aan ons te slijten. Clim koopt een sjaal van een lief meisje met koolzwarte ogen, nodig heeft hij die niet. Beschouw het maar als ontwikkelingshulp schijnt hij te denken. De biggetjes en kippen lopen er los over straat rond.

Hoe idyllisch de omgeving van hostal Aya Huma dan ook is, we zijn niet overal mee tevreden. Zo heeft Mieke van de ene op de andere dag haar prijzen drastisch verhoogd, in de hoop daarmee de would-be hippies en rugzaktoeristen af te schrikken en zo meer kapitaalkrachtige gasten te trekken. Dat moet je dus niet bij Hollanders doen, zeker niet als de kwaliteit van het gebodene niet navenant stijgt.

 Ook organisatorisch loopt af en toe alles in het honderd. Een keer moeten we met de hele groep dineren temidden van een cursus videotechniek! En bij het afrekenen stapelt zich het ene na het andere misverstand op. Later moeten wij onderweg bij Erna geld bijleggen om alles kloppend te krijgen.

   

 

Otavalo is een provinciestad die praktisch volledig afgestemd is op toerisme. Het is met dagtochten vanuit Quito gemakkelijk bereikbaar, hetgeen al veel verklaart. De binnenstad is één grote bazaar, een eindeloze straatmarkt van tenten, kraampjes en winkeltjes. De Indianen uit deze streek worden als gewiekste handelaars beschouwd, de meeste spreken zelfs een woordje Engels. Alle soorten handwerk wordt hier aan de man gebracht. We brengen er echter niet al te veel tijd door, per slot van rekening hebben we al op een aantal van soortgelijke markten rondgestruind. We gaan wel enkele kerken bezoeken, daar krijgen we niet genoeg van, ondanks onze atheïstische inzichten. We doen het voor de kunst, natuurlijk, en de esthetica. Bovendien genieten we er altijd van de stilte.

Madame El Houri

Als we op het gazon van de Plaza Mayor liggen uit te rusten spreekt een vrouw van onze leeftijd ons aan. We praten een hele tijd met haar, over koetjes en kalfjes ("Zijn de caballeros ook getrouwd?"), over politiek en over Ecuador zelf uiteraard. Zij is van Syrische afkomst, haar familie woont al vier generaties in dit land. In haar familie zit een beroemd pianist en een vaardig chirurg; beide opereren in de Verenigde Staten. Zij heet El Houri, een Arabische achternaam. Ze weet niet dat deze naam in haar verloren moedertaal "mooie vrouw in het paradijs" betekent, dat moet Jos haar duidelijk maken. Nog erger, hij beweert dat die naam erg toepasselijk is op mevrouw, wat haar doet blozen. Na aanvankelijk gestuntel weet Jos na verloop van tijd zelfs enige volzinnen te produceren, hetgeen hem complimenten oplevert. Het zoontje van de vrouw staat er ongeduldig bij, zo te zien wil hij liever gaan basketballen.

Laguna  San  Pablo

Twee keer gaan we de stad uit. Een middag verkennen we het nabijgelegen meer, de Laguna San Pedro (Jos vraagt steeds naar de Lago de San Pedro, waarop de mensen hem niet begrijpend aanstaren.) We komen er met de streekbus. Het meer ligt in een kom aan de voet van de gedoofde vulkaan de Imbabura (4600 meter, Mont Blanc-klasse dus). De oevers zijn niet spectaculair, veelal drassig en nauwelijks toegankelijk. We pauzeren in een luxe toeristenoord, waar welgestelde Ecuadorianen en Yankees zich onzes inziens te pletter vervelen ondanks aanwezigheid van bootjes, midgetgolf, sportvelden en siertuinen met exotische vogels. De meesten zitten gewoon binnen te vreten en te zuipen.

Met bus naar de stad

We houden een bus aan die naar Otavalo gaat. Daar verkennen we een ander deel van de stad. We zoeken er vergeefs naar het Museo Municipal, dat blijkt verhuisd te zijn naar een andere stadswijk. Clim heeft al een paar dagen een zeurende hoofdpijn. We kopen een flesje met 250 aspirines voor een tientje. We zijn door de voorraad fotorolletjes heen, dus die wordt tevens aangevuld. Erna met vriend José zwerven op hun eentje door de straten, opgelucht dat ze bevrijd zijn van de druk van de groep. Ze gaan erg leuk met elkaar om en plagen elkaar heel lief. Daarna kunnen ze het weer goedmaken, en dat lijkt ons juist de bedoeling.

Als het duister valt charteren we een taxi en laten ons naar Peguche brengen. Bij Mieke is feest, er is live music van een Indio-orkestje. De groep zit aan lange tafels bij elkaar. We gaan apart zitten en krijgen gezelschap van jonge indigena meisjes die snuisterijen verkopen, al ginnegappend kopen we enkele fluitjes voor wat centen. Als blijkt dat het bier lauw is (slechte planning Mieke!) houden wij het al gauw voor gezien. Op onze kamer hebben we zelf nog iets sterkers onder de kurk. Onze medereizigers zijn daar trouwens ook niet vies van....

Cascade  in  Arcadië

Een dag later gaan we te voet de bergen in. We volgen het spoorlijntje, dat sinds kort niet meer in gebruik is, tot halverwege Otavalo. Dan gaan we de bossen in, lommerrijke paadjes volgend die naar een hoge waterval leiden, de Cascade de Peguche. Onderweg versperren enkele vervaarlijke stieren ons de weg; wij kunnen geen kant op (links de afgrond, rechts de berg) en de lodderig kijkende beesten weigeren te wijken. Dit duurt een tijdje tot ze uiteindelijk toch in het struikgewas naar beneden gaan. De afgrond blijkt niet zo steil als we denken.

Gebeten door teken

We zitten bij de cascade als we ineens overal jeuk krijgen; blijkbaar hebben teken, mijten of muggen toch kans gezien ons te pakken te krijgen. Weken later, al lang terug in Nederland, blijven we hiervan last hebben. (Het kan ook zijn dat we in een hotel  door bedwantsen bewerkt zijn, wie zal het zeggen.) Via een omweg lopen we verder de berg op, soms zijn de hellingen te steil voor Jos met zijn wankele knieën. We belanden in een dorpje dat door de methodisten is bekeerd. Voor de pas gebouwde kerk zijn de jongemannen op een verhard veldje aan het volleyballen. Het dorpshoofd meldt zich bij ons en informeert wie we zijn. We zijn er welkom en slaan het fanatieke spel gade, ondertussen aan een cola nippend. Dit Amerikaanse drankje is hier in ruime mate aanwezig.

Otavalo

Indianen op lama's. De indianenmarkt van Otavalo is de beroemdste van Ecuador. Kopers en verkopers komen hier op zaterdag van verre in traditionele klederdracht naar toe. Het dorpsplein vult zich met kraampjes waar bloemen, groenten, aardewerk, kleurrijke poncho's en indiaanse juwelen worden aangeboden. In de vroege ochtend ligt de nadruk op dieren en kun je er kippen en zelfs lama's kopen. Een andere attractie is het deel waar kleding wordt aangeboden. Naast traditionele kledij vind je er ook rugzakken en hangmatten. Vanuit de hoofdstad Quito is Otavalo goed te bereiken via de Panamerican Highway. Een mooie route met onderweg prachtige uitzichten. www.ecuadorexplorer.com/htmI/otavaIo/htm

 

Wassende vrouwen, grazend vee

Na deze verkwikking volgt een tocht door een haast arcadisch groen landschap, vredig en stil. Vrouwen zijn kleren aan het wassen in heldere bergbeekjes, waarin ook uitgelaten kinderen zwemmen en zich baden. Hier en daar wordt gewerkt op akkertjes. Vee graast op welig begroeide oevers. Met op de achtergrond steeds die dreigende kolos van een berg, nu eens in al zijn glorie zichtbaar, dan weer verscholen onder een dicht wolkendek. Uiteindelijk komen we weer terecht bij de Laguna San Pablo. Er loopt geen bus op dit gedeelte van de weg en we besluiten te voet terug te gaan, een hele tippel. Een eind verderop scheurt een bus zonder te stoppen ons voorbij, maar geen nood, direct daarna stopt een personenauto. De inzittenden uit Quito bieden ons een lift aan. Aangekomen in Otavalo biedt Jos verbaal zijn dank aan, maar dat is geenszins de bedoeling: we moeten gewoon betalen en daarmee uit. Daar gaat onze illusie van gastvrije en hulpvaardige autochtonen!

Groep uitgeput na trekking

Een mooie zonsondergang hebben we vandaag met onwerkelijk licht, veroorzaakt door zonnestralen die reflecteren op inktzwarte onweerswolken die naderbij komen. In dit onheilspellende weer komen we bij onze hostal aan. Daar zit de groep uitgeteld aan tafel; ze hebben vandaag veel moeten dalen en stijgen in een krater. Ruud, een ietwat grof uitgevallen loodgieter met een bijna onverstaanbaar polderdialect (hij komt uit een polderdorp aan de IJssel) zit te morren. Hij heeft het gehaald, maar vraag niet hoe. Hij vormt een dissonant in deze groep van over het algemeen hoog opgeleiden. Hij past niet echt bij zijn echtgenote, een gereserveerde vrouw die werkzaam is als secretaresse bij een notaris. Met zijn achtergrond als leraar in de Installatietechniek maakt Jos wel eens een praatje met Ruud, over het vak natuurlijk. Ruud  zou graag voor zichzelf beginnen, maar daarvoor heeft hij te weinig durf en poen. En te weinig scholing, denkt Jos er stilletjes bij, want diploma's heeft onze Ruud niet. Die avond slikken we onze eerste malariapillen, want de volgende dag is het reisdoel het laagland aan de kust. Daar heerst wèl malaria, in tegenstelling tot het hoogland. Daar is het koud en is weinig stilstaand water, een levensvoorwaarde voor die verfoeide muskiet.

 

BEGINPAGINA VOLGENDE VORIGE

 

FOTOGALERIJEN

INDIGENAS NATUURSCHOON MARKTEN STEDEN
vrouwentrap.jpg (30092 bytes) landschap.jpg (17187 bytes) marktOtavalo2.jpg (15779 bytes) GranPlaza1.jpg (15955 bytes)


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   / ARMENIË  /  AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GEORGIË  /  GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /  LUXEMBURG /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  /  WERELDFOTO'S  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN  /  ZWITSERLAND  

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen  /  De stad Roermond