|
|
|
| ||||||||||||||
|
Hemelsbreed
("As the crow flies", een mooie Engelse uitdrukking) ligt Quito
slechts vijfendertig kilometer
van het park vandaan. Toch wordt dat nog twee uur rijden. We passeren de col
opzij van de Pinchincha en bezoeken nog heel even het Mitad del Mundo-circus.
De anderen vinden er ook niet veel aan, hetgeen getuigt van goede smaak. Op
verzoek van de twee oudere dames - degenen die ons mijden als de pest - rijden
we om naar het dorp Calderon waar men gespecialiseerd is in souvenirs in de
vorm van brooddeegfiguurtjes.
Onderweg hebben we ook nog gestopt bij een rumstokerij, spiritualiën stoken is hier niet illegaal. Als basis voor de rum wordt suikerriet gebruikt en dat is hier overvloedig aanwezig. De arbeidsomstandigheden zijn er middeleeuws. Om de persen te bedienen worden muildieren gebruikt, die blindelings duizenden rondjes per dag lopen. |
|
In Quito hebben we dan nog bijna twee volle dagen. We verblijven nu wat meer in het nieuwe gedeelte, onder andere om souvenirs te kopen. Bij de balie liggen twee pakjes en een brief van Sandra. We hebben beloofd die in Nederland af te geven. Zij vraagt of we haar nog even voor vertrek willen bellen, maar dat vergeten we gladweg. 's Avonds is op ons plein voor het hotel een popconcert, dat met een aardig vuurwerk wordt afgesloten. We zitten dan net bij onze bakker/kastelein die ons amicaal begroet als we na twee weken opnieuw zijn zaak binnen stappen. We gaan nu met elkaar om als waren we oude bekenden.
De groep moet 's morgensvroeg al weer door naar het vliegveld op weg naar de Galápagos-eilanden. Daar stappen ze op gammele bootjes om in zeven dagen tijd van eiland naar eiland te varen, eten en drinken inclusief. Dat opgepakt zitten, dat nachtelijke varen (grote kans op zeeziekte), de precaire situatie van een unieke fauna en de prijs (tweeduizend gulden voor een week extra) zijn voor ons de redenen geweest om niet voor deze verlenging te kiezen. Alleen de Belgische Anike en Paul vliegen rechtstreeks terug naar hun vaderland. En wij dus, die de terugreis onderbreken voor een zesdaags verblijf op Curaçao.
We nemen afscheid van de reisgenoten als zij zich opmaken voor vertrek. Tot onze verrassing gebeurt dit allerhartelijkst. Er worden nog wat gegevens uitgewisseld, bijvoorbeeld voor een mogelijke reünie te zijner tijd. Onze fooi voor Erna voor bewezen diensten stoppen we stiekem Peter toe, deze verzamelt de bijdragen en biedt die later aan. Gonzalo hebben we al eerder persoonlijk een geldelijke blijk van onze waardering gegeven. Toen hij zag hoeveel het was begonnen zijn ogen letterlijk begerig te glanzen. Van fooi moeten die lui hier het hebben.
Het hotel reserveert voor ons een taxi voor half zes 's morgens, we zijn benieuwd of dat lukt. En jawel, hij staat er, met een vrouw achter het stuur die zich als een ware mannetjesputter ontpopt. Ze negeert stelselmatig alle rode stoplichten en houdt haar gaspedaal stevig ingedrukt. Toegegeven, het is nog niet druk op straat. Pas nabij de luchthaven laat ze de teugels vieren. Een echte machista, die heeft extra fooi verdiend. De vertrekhal is veel te klein voor al die dringende passagiers. Geduld is een schone zaak, denken we maar en we doorlopen alle controles (ook de hasjhonden die uitgelaten over de koffers trippelen) zonder problemen en voldoen onze airport tax. Via een tussenstop in Guayaquil komen we om half twee in Willemstad, Curaçao aan.
FOTOGALERIJEN |
|||
| INDIGENAS | NATUURSCHOON | MARKTEN | STEDEN |
|
|
|
|
|