|
|
|
|
De stad heeft talrijke bezienswaardigheden. Ze kent twee stadsdelen: Punda en Otrabande (letterlijk “de andere kant"), verbonden door een uit 1888 stammende pontonbrug. Centraal in Punda ligt de Mikve Israel Synagoge, de oudste nog in gebruik zijnde synagoge in de Nieuwe Wereld (het westelijk halfrond). De stad biedt vele prachtige staaltjes van 18e-eeuwse architectuur. |
|
|
Levendig op straatAls we tegen het vallen van de avond teruglopen is het veel levendiger op straat. Vooral veel jonge sexy geklede vrouwen komen ons tegemoet, waarschijnlijk op weg naar de casino's om een graantje van de rijke Macomba's (dat is de bijnaam voor de blanken in deze contreien) mee te pikken. In de duisternis doen de nauwe straatjes van Otrabande al iets griezeliger aan. Onderweg ontdekken we vlakbij het hotel een straatwinkel waar we drank kunnen inslaan. Elke dag gaat Clim daar zijn voorraadje ophalen. Drank en eten zijn relatief duur op dit eiland, dat naast de olieraffinaderijen en toerisme eigenlijk geen echt middel van bestaan heeft. Een halve liter bier kost hier vijf gulden of meer, en dat terwijl we voor hetzelfde flesje in Ecuador gemiddeld een gulden vijftig hebben moeten neertellen. We zijn van mening dat de eilandbewoners zichzelf zo uit de markt prijzen. De lokale bevolking die niet van het toerisme kan meeprofiteren klaagt immers ook steen en been over de onrealistisch hoge prijzen die ook zij met hun lage inkomens moeten betalen. De rest van de avond blijven we op onze kamer. We proberen verfrissing onder de druppeldouche te vinden, tevergeefs. Jos krijgt last van diarree, waarschijnlijk speelt de vette mayonaise hem nu al parten. We hebben allebei last van een hardnekkige jeuk op de voeten en aan de onderbenen. Daar zitten ook minuscule beetjes, waarschijnlijk vlooienbeten opgelopen aan het zandstrand van de Pacifico of tekenbeten die we in de nevelwouden van Ecuador hebben meegekregen. |
Midden in de nacht moet Jos uit bed om te kotsen. En wat we vrezen gebeurt ook: de eerste twintig uur blijft hij om het halve uur, later om het uur, tussen bed en badkamer op en neer pendelen om over te geven. Dit is misschien al de twintigste keer dat hij van deze geheimzinnige kwaal last heeft. Het heeft al de nodige vakantiedagen verpest: in Marokko, Jordanië, China, Keulen, Istanbul, Thailand. Nu kunnen we Curaçao dus aan het rijtje toevoegen. Tot overmaat van ramp begeeft het sanitair het definitief. Clim dient direct een klacht in bij de leiding van het hotel, een hooghartige donkere dame met stijl. De toegezegde loodgieter verschijnt echter niet, wat ons doet besluiten morgen te gaan verkassen. We zien wel waarheen. Terwijl Jos op de donkere kamer tussen de hazenslaapjes door aan zijn thee nipt (en die vervolgens weer uitkotst) is Clim de fatsoenlijke kant van Willemstad aan het verkennen.
Hij steekt de Juliana-brug over, een ophaalbrug vlak bij de drijvende markt waar 's morgens de vissers uit Venezuela hun verse vangsten aanbieden. Hij verkent ook de villabuurt waar het ene na het andere koloniale pand in handen van Nederlandse accountantbureaus en banken gevallen is. In een schamele uitspanning met uitzicht op zee puft hij uit op een plek waar de oorspronkelijke arme bewoners de druk van de projectontwikkelaars nog hebben kunnen weerstaan. Volgens hem was hij hier de eerste blanke sinds mensenheugenis die voet durfde te zetten in dit wijkje-aan-zee. Een beetje gechargeerd vind ik dit toch wel.
De volgende dag is Jos weer de oude. Douchen en poepen doen we in de gemeenschappelijke badkamer op de gang. Terwijl Clim een uitgebreid American breakfast verorbert, houdt Jos het voorzichtigheidshalve bij een zacht gekookt eitje met een sneetje brood. Daarna gaat hij op zoek naar een beter hotel. Op een steenworp afstand ligt Hotel Pelikaan en dat blijkt direct in aanmerking te komen. Er is plaats en het is er veel schoner. Het sanitair is er gewoonweg perfect, maar de prijs ligt dan ook vijftig procent hoger: niet vijfenveertig, maar zeventig gulden per nacht per persoon. Hoe dan ook, een schot in de roos, want we kunnen hier ook nog met de creditcard betalen. Pas tegen de avond trekken we hier want we gaan eerst nog wat sightseeing doen in de buurt.
![]() |
![]() |
Het museum ligt aan de Otrabanda-zijde van Willemstad, aan de westkant dus, iets buiten de volkswoonwijken. We gaan er te voet naar toe. Het is lekker weer, zo'n dertig tot tweeëndertig graden weliswaar, maar er waait constant een zeebriesje op dit Benedenwinds eiland waardoor de temperatuur dragelijk blijft. Dankzij deze passaatwind is het er nooit echt verstikkend warm. Onderweg krijgen we een indruk van het rustige en van alledag op dit relaxte eiland. Een voormalig koloniaal gebouw doet dienst als museum, zo sla je twee vliegen in één klap. Het ziet er allemaal niet echt slecht uit, maar het is niet bepaald adembenemend. Antieke meubels, schilderijen, gebruiksvoorwerpen en snuisterijen uit de tijd van West-Indische Compagnie. In de kelder liggen archeologische vondsten van oude preColumbiaanse Indianenculturen tentoongesteld en keuken is in originele staat bewaard gebleven. In de tuin is een speciaal paviljoen opgericht om de Snip te bergen, althans het voorste gedeelte ervan. De Snip was het eerste vliegtuig dat er in jaren dertig van deze eeuw in slaagde vanuit Nederland via Afrika het eiland Curaçao te bereiken. Gezagvoerder was ene kapitein Hondong, een oudoom van Hein Hondong, een collega van ons. Aan de achterkant van het museumgebouw vindt zich nog een fraai in Nederland gebouwd carillon.
INFO IN HET DUITS:
Willemstad, Klein Amsterdam in der KaribikAls holländische Idylle liegt Willemstad in der Karibik. Die Hauptstadt von Curacao ist das Werk jüdischer Siedler. Sie waren vor der Inquisition aus Spanien erst nach Amsterdam geflohen und hatten dann auf Curacao eine neue Heimat gefunden. Vor 350 Jahren. Die holländische Krone nutzte die Insel derweil als Stützpunkt für den Sklavenhandel und ein bisschen Seeräuberei. Auch das ist lange her. Geblieben sind die Nachfahren der Sklaven, die sich auf Curacao jetzt autonom verwalten. Holländer und Juden lenken nur noch die Wirtschaft. Denn: Lohnende Geschäfte gibt es so fern vom Mutterland auch nach dem Verbot der Sklaverei noch. Das in leuchtenden Farben herausgeputzte "Klein Amsterdam" ist ein beliebtes Ziel für Kreuzfahrttouristen - und für nicht versteuertes Geld. Ziemlich anrüchig auch die qualmende Raffinerie gleich hinter dem Weltkulturerbe. Doch hinter der historischen Fassade gibt sich Willemstad ganz ungerührt wie die Unschuld vom Lande der Windmühlen. Daten & Fakten Kulturdenkmal: historisches Willemstad mit St. Anna-Bucht, Punda und Otrobanda sowie Scharloo und Pietermaai UNESCO-Ernennung: 1997 1499 spanische Entdecker landen auf Curaçao 1634 niederländischer Handelsposten der Holländischen Westindien-Gesellschaft 1634-38 Bau des Fort Amsterdam 1732 Bau der Mikwe-Israel-Emanuel-Synagoge 1795 Tula-Rebellion, ein Sklavenaufstand im Geiste der Französischen Revolution 1797 Bau des Fort Nassau 1800-03 und 1807-15 unter englischer Oberhoheit 1804 Belagerung des Fort Waakzaamheid Um 1865 Bau des Herrenhauses Belvédère 1866 Zerstörung eines Teils der Stadtmauer des 17. Jh. 1888 Bau der Königin-Emma-Brücke 1969 durch Brandschatzung fast vollständige Zerstörung der Gebäude der Plaza Brion (Otrobanda) 1970 Eröffnung des Jüdischen Kulturhistorischen Museums in zwei Stadthäusern von 1728 1997 Umgestaltung des Hotels Venezuela in ein Museum |
0m twaalf uur zitten we uit te rusten in de koele lounge van het Holiday Beach Hotel. Hier wordt al druk gegokt aan de talloze 'slotmachines' (de bekende - of beruchte? - eenarmige bandieten), het zijn vooral vrouwen die het vroege gokken niet kunnen laten. Voor we dit gokpaleis verlaten nemen we nog een kijkje in de tuinen met een zwembad erin. In de zee zelf wordt hier nauwelijks gezwommen, want er is hier geen echt strand aanwezig.
|
|
Clim mediteert als een geboren Jood
|
Een fikse wandeling brengt ons weer naar de overkant van het water, waar we de Fortkerk een bezoek brengen. Deze wordt speciaal voor ons geopend. De protestantse kerk bevalt ons wel met die fraaie lichtinval, de geboende vloeren en banken en het schitterende orgel. Ernaast ligt nog een museum met allerlei manuscripten en siervoorwerpen van oud-kolonialen. Een interessanter museumpje bevindt zich bij de synagoge van Nikve Israël. Clim voert een lang gesprek met een Joodse vrouw over haar geloof. De synagoge is indrukwekkend en doet bijzonder authentiek aan, hoewel er niet meer veel Joden op het eiland wonen. Er ligt een dun laagje zand op de vloer. We moeten allebei een keppeltje op onze blote schedel dragen uit respect voor Jahweh. Ook hier staat weer een magnifiek orgel. Af en toe komt er nog wel eens een toerist binnenvallen. Rondom de synagoge in de wijk Punda liggen nog meer oude gebouwen, onder anderen het Postkantoor. Voor we teruggaan eten we op een winderige hoek nog een sandwich, terwijl we naar de dikke konten kijken van de voortdurend voorbijtrekkende vrouwen. De toeristen die we ontmoeten zijn zonder uitzondering karikaturen met verbrande armen, melkwitte blote benen, flitsende zonnebrillen en bungelende fototoestellen boven hun onafscheidelijke kangaroetasjes om hun bollende buiken.
|
Curaçao is het grootste van de Benedenwindse eilanden en heeft ongeveer 160.000 inwoners. Daarvan noemt de hoofdstad Willemstad er 100.000 voor haar rekening. Al in de zeventiende eeuw floreerde de handel op het eiland dankzij de gunstige ligging ten opzichte van het Zuid-Amerikaanse vasteland en de grote natuurlijke haven. Toen in de tweede helft van de negentiende eeuw Venezuela importbeperkende maatregelen trof, ontstond er op Curaçao een economische crisis. Een ommekeer kwam toen do Shell-raffinaderij zich in 1918 op het eiland vestigde. De automatisering in de afgelopen jaren leidde echter tot een hoog werkloosheidspercentage, waarna de emigratie naar het moederland Nederland een hoge vlucht nam. In de laatste decennia is het toerisme er sterk toegenomen. Dit geeft wel enige compensatie, maar het werkloosheidsprobleem is er niet structureel door veranderd. |
Ons avondeten gebruiken we in het restaurant van ons nieuwe hotel Pelikaan: biefstuk en 'porc chops'. Jos krijgt de helft van zijn portie niet op. De hoofdober is een blanke jongen die ons in knauwelend Amerikaans te woord staat. Hij komt toch van Curaçao, zo blijkt, het authentieke Yanks heeft hij geleerd op de plaatselijke American School. Het hotel wordt goed beschermd, op het terrein loopt zelfs een heuse nachtwaker rond.