|
3
Voormalig Piratennest Penzance
Om 08.00 uur in de morgen bereikten we Penzance, een voormalig zeerovershol,
gelegen aan een baai en gebouwd tegen een rotsachtige helling. Het was eb en de
vissersboten lagen op het droge op apegapen. Het tij is hier in het Engelse
Kanaal erg sterk en zuigt de haventjes om de zes uur min of meer leeg. Westelijk
van het stadje lag Mouse Hole, een kaap die je moet ronden om in de Ierse Zee te
komen. Daar zijn al talloze schepen in slecht weer vergaan. Schipbreuken en
strandjutten waren trouwens een welkome bron van inkomsten voor de arme
Cornishmen. Later kwam daar ook nog de kaapvaart bij, vooral in de grote
oorlogen met Spanje, Frankrijk en Portugal in de 16e t/m 18e eeuw.

We wonnen informatie over de omgeving in en slenterden door het dorp. De
krijsende en agressieve meeuwen maakten veel indruk op ons, plattelandsjongens
als we waren (en nog zijn). We kochten een tros bananen om de diarree van Clim
te stoppen. Helaas vergeefs, want onderweg naar de camping (een zogenaamd
‘leisure park’ pal naast een helihaven gelegen) kotste hij de hoopvol genuttigde
bananen al onverteerd uit. Om 12.00 uur zetten we ons tentje (geleend van een
kennis) op. Terwijl Clim onder zeil ging, deed Jos inkopen en nam hij een bad
dat hem na de vermoeiende reis geheel verkwikte. Clim wilde niets eten en werd
hoe langer hoe zieker. Uiteindelijk moest Jos toch weer helemaal naar Penzance
om medicijnen bij een apotheek te kopen.
's Avonds bleef Clim in zijn slaapzak achter, terwijl Jos vertrok naar een
nabij gelegen kroeg. Daar leerde hij een zekere Leen kennen, een Rotterdamse
taxichauffeur, oud Indië - ganger en ervaren parachutist, uit wier hoofde hij de
Roermondenaren Victor C. (ex-man van een vriendin) en Fer T. (handbalcollega)
kende. Er werd behoorlijk getetterd. Toen Jos om 23.00 uur bij de tent aankwam,
trof hij er Clim kokhalzend aan. Even later moest hij zelf ook overgeven en kwam
er een sloot lagerbier uit. Met een steen als kussen sliep hij in.
|
Penzance
Mount's Bay, de 'Rivièra van Cornwall', is een
bijzonder beschut gelegen, mooie wijde baai met voor de kust het
eiland St. Michsel's Mount. Bij eb kan men de nog geen kilometer
lange afstand te voet afleggen.
De voornaamste plaats aan de 'Rivièra' is
'Penzance (20.000 inwoners) een levendige winkelstad en in zomer en
winter een geliefd vakantiedoel. In de Morrab - tuin groeien
tropische planten. In de nabijheid prehistorische monumenten: Lanyon,
Quoit, Nine Maidens, de hutten van Chysauster en nog een aantal
andere. Vanaf Penzance kan men met een boot (3 uur varen) of met een
helikopter (1/2 uur) naar de Scilly - eilanden. |
4
Land’s EndOm half elf stonden we op. Na een behoorlijk
ontbijt gingen we met de bus naar de andere kant van Cornwall, naar
het stadje St. Ives, een stuk toeristischer dan Penzance, maar dan
ook veel schilderachtiger en gezelliger. We bezochten er het
Fisher's Gate, een Maritiem Museum en luierden wat op en rondom de
rotsen aan de kust. Opvallend was dat de kleine zandstranden in
particulier bezit waren. Jos kocht in een bazaar een bizar Indiaas shirt.
We aten voor het eerst (Clim althans) “fish and chips” en we
bewonderden een “life boat”.
|
 |
|
St.
Ives
Op weg naar St. Ives ligt de westelijkste
stad van Engeland, St. Just met het amfitheater (St. Just Round)
en een kerk uit de 15de eeuw. Hier lag het centrum van de koper
en tinmijnbouw. Een van de gebouwen is nog bewaard gebleven.
In St. Ives (10.000 inwoners) woonden aan
het eind van de vorige eeuw veel kunstenaars en ook nu nog zijn
er veel werkplaatsen, ateliers en galeries te zien. Op het
ogenblik echter is het in de eerste plaats een zeer geliefde
badplaats met een zandige baai en klippen. De bezienswaardige
kerk stamt uit de 14de eeuw. |
Terug in Penzance maakten we zelf nog iets te eten klaar,
waarna we met een andere bus naar Land’s End reisden door een licht glooiend
landschap met talrijke laantjes. In dat toeristische, meest westelijke
stukje Engeland met een vuurtoren vijf mijl uit de kust bleven we een
tijdje. We misten de als onvergetelijk geadverteerde zonsondergang. Tot 11
uur bezochten we nog een pub, waarna we ons te ruste legden.
|
Land’s End
Vanuit Penzance kunt u over het
schiereiland wandelen. Bij Land's End sta je op het meest
westelijke punt van Engeland. Op een heldere dag kun je zelfs de
Scilly Eilanden zien liggen. De bizarre rotsformaties hebben
sprekende namen als: Bewapende Ridder, Ierse Lady, Ketelbodem en
Haaienvin. Voor de scheepvaart was de kust altijd onvriendelijk
door de onderzeese rotsformaties. De locale bewoners baden in
vroegere tijden het volgende gebed; ' Heer, bescherm de
scheepvaart! Behaagt het u echter om een schip te laten
stranden, laat het dan hier op de klippen van Cornwall lopen.'
Mocht dat niet geheel vrijwillig gaan dan 'hielpen' de
kustbewoners soms door vuren ver landinwaarts aan te steken om
zo de schepen naar de kust te lokken. |
5
Michaels Mount
Tegen het middaguur liepen we over het kiezelstrand, dat
grotendeels bedekt was met groen kelp, naar de andere kant van de
baai. Daar lag, gesitueerd in een bocht, een bezienswaardigheid die
erg veel lijkt op de Mont Saint Michel aan de andere kant van het
Kanaal in Bretagne. Hier is de vesting op een eilandje de Michaels
Mount genaamd. (Clim noemde het een keer abusievelijk Mitchell’s
Mountain…) Het eiland is bij heel laag tij bereikbaar via een stenen
pad. Maar het was nu geen eb maar vloed, dus met een sloep moesten
we de een km lange waterstrook tussen land en eiland oversteken.
Onder een warm zonnetje bestegen we de met pijnbomen begroeide
helling. Het op een hoogte van 90 meter gelegen klooster en kasteel
waren niet zo bijzonder, hoewel de specifieke "showrooms" er wel
mooi uitzagen. Het stamt uit de elfde eeuw en was in bezit van
monniken, Later toen het in adellijke handen kwam, is er natuurlijk
nog veel bijgebouwd in de destijds gangbare stijlen.
Via een andere weg keerden we naar de camping terug. 's Avonds deden we weer
een pub aan, waar we poolbiljart speelden tegen een drietal Engelsen. We kregen
zwaar klop. Om half twaalf gingen we onder zeil.
|
St.
Michael's Mount
Dit was een benedictijner kloostervesting uit
de 14de eeuw. De burcht lijkt gegroeid te zijn uit de 70 m hoge
granieten rots; een dorp met een kleine haven ligt genesteld tegen
de rots. Het uitzicht vanaf de burcht is indrukwekkend. De
kloostervesting is later verbouwd tot woonruimte en kan bezichtigd
worden. |
6
Heliport naar Scilly Isles
| Ook
nu een rustige dag. We hielden ons een tijdje op rond de "'heliport", de
helikopter - luchthaven van waaruit een lijndienst onderhouden werd met de 30 km
uit de kust gelegen met subtropische vegetatie begroeide Scilly Isles. Daarna
moest Clim zo nodig de skelter op. Op de kartingbaan was het gelukkig niet zo
druk, zodat het niet tot ongelukken kwam. 's Middags vertoefden we in een mooi
aangelegd parkje in Penzance, dat alleen bezocht werd door ouden van dagen en "vino's"
(alcoholisten) die op de banken hun roes lagen uit te slapen. Terwijl Clim lag
te soezen in de zon of een wandeling maakte, schreef Jos in een tuinhuisje twee
brieven, een naar mam en een naar zijn vriendin. |
 |
's Avonds deden we nogmaals inkopen in de provisorisch uitgeruste kampwinkel
(iedereen werd daar "my dear", "my love" of "my sweet" genoemd, een vreemde
ervaring voor kerels als ons), gebruikten een uitgebreid stortbad en bezochten
andermaal een kroeg.


|