|
INLEIDING
1984. We waren in Turkije op vakantie
geweest.
Vanuit Istanbul keerden we met de trein naar Nederland terug.
Aan de grens met Bulgarije kregen we visumproblemen.
Dat kostte ons enkele vervelende dagen oponthoud. Lees verder...
Woensdag 3 augustus
Norse douanier
sommeert ons iets, maar wat?
Midden in de nacht, pas om 03.00 uur, bereikten we Kapikule, de Turks
- Grieks - Bulgaarse grensplaats. Daar begonnen weer de eindeloze
formaliteiten van de douane. Om 06.00 uur waren we 30 km verder, in de
Bulgaarse grensplaats Svilengrad. Daar kwam een norse douanier binnen
die onze paspoorten controleerde. Toen hij bemerkte dat we geen visum
hadden (we zaten allebei al met DM 60 in de hand klaar om dat alsnog te
kopen zoals op de heenreis mogelijk was geweest), gebaarde hij dat we
onze bagage moesten openen. Daarna liep hij weg. We dachten dat controle
van de bagage een karweitje voor een andere beambte was, lieten de
tassen open en bloot staan en dutten weer in, ons van geen kwaad
bewust.
|
Trein vertrekt, weg paspoorten!
We schoten pas wakker toen de trein zich weer in beweging zette.
Die douanier had onze passen nog niet teruggegeven en bovendien
hadden we geen visum! In paniek keken we naar buiten en we konden
nog net een bedremmeld groepje toeristen ontwaren dat met hun bagage
op het perron stond te wachten. Toen pas drong de volle waarheid tot
ons door... Men had ons vergeten! Als gevolg daarvan reisden we nu
illegaal en zonder enig identificatiebewijs op zak door een streng
communistisch land.
Illegaal door naar Sofia
Na ampel overleg besloten we door te reizen naar Sofia. De
conducteurs vroegen niets, onze kaartjes waren immers in orde. In
Sofia aangekomen (het was inmiddels middag geworden) moesten we ons
opnieuw bezinnen op wat we gingen doen. Regelrecht naar de
Nederlandse ambassade om daar bescherming te zoeken? Waar was die
ambassade? Hoe daar te komen zonder Bulgaars geld? Het leek ons te
overhaast en we hoopten op de welwillendheid van de Bulgaarse
autoriteiten. |

Alexander Nevski - Kathedraal
in Sofia
|
Ongelovige militia
Allereerst moesten we de politie zoeken. Niemand kon ons vanwege
taalproblemen helpen. Jos nam een half uur tijd om het Cyrillisch
alfabet te ontcijferen en vond toen eindelijk een deur met het bordje
militia erop. De politieagenten geloofden ons verhaal niet en troonden
ons mee naar de juffrouw van het internationale loket, de enige persoon
in het grootste station van Bulgarije die Engels en zowaar ook nog
Frans sprak. Die juffrouw had alles direct in de gaten en was voor ons
een grote hulp. De militia belde naar de grens op en hoorde daar ook hun
versie, wat ons verhaal bevestigde. Toen geloofde men ons pas. We
moesten zelf maar zien hoe we daar kwamen, we moesten in ieder geval
terug naar de grens om onze paspoorten op te halen. Die gaven ze echt
niet aan de eerstvolgende trein mee, er liep trouwens geen volgende
trein. In Sofia waren we overigens niet de enige die pech hadden. Er zat
ook een West - Berlijner die met een speciale pas op weg was geweest
naar Iran. Onderweg werd hij ’s nachts in de trein beroofd,
waarschijnlijk door Oost-Duitse volksgenoten die het vooral op zijn
West-Duitse paspoort gemunt hadden. Aldus onze Duitse pechvogel.
 |
 |
Geld op de kop tikken
Enfin, de volgende problemen doemden al weer op. Hoe moesten we geld
wisselen zonder paspoort (want bij zo’n transactie moest je altijd je
pas tonen) en hoeveel geld moesten eigenlijk wisselen? Hoe kwamen we aan
kaartjes voor de reis, via welke weg en hoe duur waren die kaartjes?
Gelukkig kwamen we met enige creativiteit en vooral moeite uit die
problemen. We wisselden DM 80, waarvoor we Bulgaarse leva terugkregen,
kochten met behulp van topografische tekeningen en Cyrillisch geschreven
plaatsnamen twee enkeltjes Sofia – Plovdiv - Svilengrad 2e klas en
hadden toen nog genoeg geld over om onder in het imposante en moderne
stationsgebouw (1973, prestigeobject) nog wat bier te drinken en worst
te eten. Om 14.00 uur zaten we opnieuw in de trein. In plaats naar de
vrijheid van het Westen reden we nu terug het schemerende Oosten in,
terug naar de Turks - Bulgaarse grens dus.

Velen weten het niet, maar Plovdiv is een mooie, oude stad die best
de moeite waard is.
|
|

|
Mooie stad, afgrijselijke toiletten
Om 16.30 uur kwamen we in Plovdiv aan. Het was een benauwend reisje
geworden in een bomvolle coupé, bezwangerd met de zoete aroma's van
goedkope Oost-Europese sigaretten. In Plovdiv kregen we pas om 19.30 uur
aansluiting naar de grens, drie uur wachten dus. Dat gebeurde op een
terrasje waar Jos voor het laatst aantekeningen maakte en Clim de
plaatselijke toiletten aan een nader onderzoek ging onderwerpen. Walgend
kwam hij terug. Wat hij daar aan onhygiënische toestanden gezien had
tartte elke beschrijving. Tot zijn enkels had hij in de prut gestaan. Na
zoiets gezien te hebben, beweerde hij, vond hij Turken op sanitair
gebied nog propere mensen. Jos hield zijn behoeften wijselijk op. We
zaten nog wat naar de meisjes te kijken (zeer appetijtelijk daar, hoe
doen die het eigenlijk op zo'n smerig wc?) en aten op het stationsplein,
gekoesterd door het zachte avondzonnetje, nog wat Turks brood en eieren.
Het centrum is zeer bezienswaardig met zijn eeuwenoude sloppen en
stegen. Ook staan er nog veel Jugendstil - gebouwen van rond 1900 toen
de stad nog welvarend was.
|
Compartiment voor zwangere vrouwen
In de stoptrein naar Svilengrad werden we afgesnauwd door
verschillende vrouwen. We hadden geen flauw idee waarom eigenlijk. Later
kwam een smoezelige Bulgaarse student van de Militaire Academie bij ons
zitten en hij vertelde ons in vlekkeloos Frans waarom. We hadden
namelijk plaats genomen in een coupé die speciaal gereserveerd was voor
zwangere vrouwen en moeders met zuigelingen. Die knaap deed trouwens erg
vervelend, hij wilde allerlei cadeautjes en Jos, die hem tot vriend
wilde houden (je weet maar nooit in zo'n totalitaire staat) gaf hem een
gratis pen van de Rabo - bank. Clim werd door hem aan de tand gevoeld
over wiskundige vraagstukken. Gelukkig hoefde hij niet al te ver te
reizen en was hij al gauw verdwenen. Bij elk stationnetje stapte Clim
uit op zoek naar fris water. Steeds vergeefs. Een keer vertrok de trein
erg snel en moest hij een sprintje trekken om hem nog op tijd te halen.
Jos stond hem vanuit het raam toe te gillen en zijn onvoorzichtigheid te
vervloeken. |
Donderdag 4 augustus
Bewaakt door douaniers
''Passporten, bitte.” Dat was het enige wat die douaniers in het
Duits konden zeggen. Wij antwoordden: "Kein Passport. In Svilengrad,
Douane, Zoll, Grenze.” Hij begreep ons niet en dacht dat wij pas aan de
grens ons paspoort wilden laten zien. Hij werd kwaad en begon te
schreeuwen. "Ich Douane", zei hij, wees op zijn borst en deed vervolgens
een schijnaanval naar zijn pistoolholster. We hielden ons maar gedeisd.
Hij maande ons mee te gaan naar zijn meerdere.
Die superieur sprak wel zijn talen, maar was te lui om zich ook maar
iets in te spannen, dus liet hij zijn ondergeschikte de kastanjes uit
het vuur halen. Hijzelf zat met zijn vadsige kont prinsheerlijk in een
geblindeerde coupé zichzelf koelte toe te wuiven. We werden verplicht
bij hem te blijven zitten en in diverse talen over koetjes en kalfjes te
keuvelen. Het werd nog bijna gezellig ook... |
 |

Terug naar Turkije
Aan
de grens werden we direct uitgeleverd aan de lokale politie. We moesten
onze intrek nemen in een aparte stationshal en mochten die niet
verlaten. We kregen geen nieuw visum, ook niet tegen het dubbele van de
oorspronkelijke prijs. Wel kregen we onze paspoorten terug en mochten
we met de eerstvolgende trein terug naar Turkije. Daar moesten we maar
een visum trachten te kopen. De douanier liet zich niet vermurwen en er
zat dus niets anders op dan wachten op de volgende internationale
Istanbul Express. Die verscheen om vijf uur ‘s nachts. Op Kapikule in
Turkije stapte Jos uit om poolshoogte te nemen. De Turkse politie was
met ons geval bekend en adviseerde ons vriendelijk niet naar Istanbul te
gaan, maar in Edirne (zo'n 15 km verderop) bij het consulaat een visum
te halen. Clim zat ondertussen in de coupé met een jongen uit Zwolle te
praten; in Joegoslavië hadden ze hem van al zijn kontanten beroofd.
Gelukkig had hij in Istanbul kennissen, waar hij geld zou kunnen lenen.
Zijn paspoort had hij nog.
WE VERBLEVEN VERVOLGENS EEN EXTRA
DAG IN TURKIJE,
WAAR WE IN EDIRNE BIJ HET BULGAARSE CONSULAAT EEN VISUM KONDEN
BEMACHTIGEN.
|

KAPIKULE / GRENS MET BULGARIJE
Uren afzien zonder
drinken
Op het station aangekomen kocht Jos direct de enkeltjes Sofia, waarna
we ons weer in de wachtkamer installeerden. Daar was het niet uit te
houden van de hitte. Nergens was het uit te houden: niet in de pergola
onder het borstbeeld van Atatürk, niet op de banken buiten,
nergens was schaduw te bekennen. Tot overmaat van lamp had de waterpomp
het begeven, zodat we ook verstoken bleven van fris water. We leden echt
dorst. Op het station liep nog een eenzaam dolende ziel rond. Een oudere
Turkse vrouw, in Zwitserland wonend, was er gestrand en wist in haar
wanhoop niet meer wat te doen. Ze zat er al dagen zonder enige hulp. Een
nieuwe dag brak aan. We voerden lang gesprek over religie met een
spoorwegbeambte. Daarna verveelden we ons weer dodelijk. De waterpomp
werd niet meer hersteld en we bleven blauwbekken. Jos legde zich in een
moeilijke houding op ’n klein zitbankje te slapen en, verdomd als het
niet waar is is, het lukte hem ook nog. Clim was jaloers en kwam
regelmatig kijken of hij nog lag te ronken.
Vrijdag 5 augustus 2004
Contacten in de trein
Toen ons geduld lang genoeg op de proef leek gesteld, verscheen
eindelijk de trein. Hij zat bomvol, zodat we genoodzaakt waren op de
gang te blijven zitten. Daar hadden we vrede mee, daar we wisten vanaf
Sofia weer een 1e klas - coupé te mogen bezetten. We keuvelden wat met
een aardige Duitse, die naar haar Turkse aangetrouwde familie in Denizli
op vakantie was geweest, en een Turk uit Keulen. De vrouw gaf ons een
fles cola om onze dorst te lessen. Die ging er in als pils, maar Clim
was zo verstandig om de inhoud te rantsoeneren. Om zes uur was de trein
nog steeds niet vertrokken. Jos liep maar weer eens het perron op en
kwam in contact met een sandwichverkoper uit Kayseri. Hij peuterde hem
met wat losse Duitse munten twee sandwiches los en ging toen met deze
sympathieke, rondreizende neringdoende ergens thee versieren. Dit lukte
bij de douane. Daar stonden nog enkele Turkse jongeren uit Delft, ook
berooid, wachtend op familieleden die hen zouden komen afhalen. Om zeven
uur kwam de trein in Bulgarije aan. De douane toonde zich nu poeslief.
We zaten stilletjes op het gangpad en hadden weinig te missen. Af en toe
maakten we een praatje met wat Turkse kinderen; we hadden de indruk dat
die blij waren dat ze eindelijk weer eens Duits of Nederlands konden
praten. |

"Turks" straatje in Plovdiv

|