|
4. HET NACHTKWARTIER
Pas om een uur of tien ging ik op pad. Ik zwierf door de vele onheilspellende
sloppen en stegen van de Barrio Chino (waar dus geen Chinezen zijn) en wipte
regelmatig een kroegje binnen. Het is een verlopen buurt die toeristen volgens
de reishandboeken dienen te mijden in verband met het hoge criminaliteitscijfer
(berovingen, zakkenrollers, dealers). Ik veelde me er echter geen moment
angstig. Trouwens, de politie was er alom aanwezig, evenals de heroïnehoertjes
met hun hologige blikken, uitgemergelde gezichten en te gronde gerichte jonge
lijven; ja, het witte poeder heeft een intens verwoestende uitwerking op iemands
constitutie. Toch hing er in elk café een bordje met de tekst: "Porros fumar
prohibido", hetgeen zoveel betekent als "Verboden hasj te roken".
Over coke en horse werd niet gerept. In een armetierige kroeg kreeg ik een niet
mis te verstane uitnodiging om met de kasteleinse naar boven te gaan. Zij gooide
daarbij het volle gewicht van haar imposante boezem in de strijd c.q. op de bar,
bij welke actie een onopgemerkt glas bier aan diggelen ging. Volgens
mij was ze zo stoned als een garnaal. Voor de kenners: zij was
een welig Rubensiaans type.
Weer bij mijn sjofele hotelletje aangekomen, besloot ik nog een afzakkertje te
nemen in cervecería "Dortmund". Er heerste een aangename ambiance en de kelners
waren er zeer bekwaam. Het werd dan ook mijn stamcafé, per slot van rekening
heeft ieder mens behoefte aan een stekkie waar hij zich op zijn gemak voelt.
Meestal zat ik er recht tegenover de tapkraan, een plaats die me het meest
vertrouwd was. Ik kon er op rekening drinken. |
 |
RUST EN KROEGLEVEN
Urenlang bleef ik in het hotel luieren. Die dag had ik veel gewandeld en mijn
voeten schreeuwden om rust. Ondertussen las ik wat ik die dag had gezien en
bewonderd en wat ik de volgende dagen nog zou zien en bewonderen. Ik maakte nog
een aardig praatje met de manager van de hostal. Hij sprak even slecht Engels
als ik Spaans, maar we begrepen elkaar opperbest. Hoewel het hotel de toets van
de kritiek op hygiëne niet kon doorstaan (maar ja, wat verwacht je voor dat
prikje) was de veiligheid er wel redelijk gewaarborgd. Met een gerust hart ging
ik de stad in. Allereerst wilde ik sfeervolle nachtopnamen maken; daartoe begaf
ik me naar Plaza de España. Vergeefs, want ook nu waren er wel fonteinen, maar
in het geheel niet geïllumineerd. Ik deed in die buurt enkele drankgelegenheden
aan, waarna ik maar weer mijn heil zocht in mijn eigen buurt, lekker dichtbij
mijn hostal.
Na een half dozijn kroegen hield ik het voor gezien en belandde ik in mijn
stamcafé dat tot tegen 02.00 uur open bleef, al naar gelang de omvang van de
klandizie. Er bleek ook een groep Nederlanders het café te frequenteren. Ik
raakte er in gesprek met een oude Catalaanse postbode die een beetje Frans
sprak. Tussendoor sloeg ik met bewondering de vaardigheid van de kelners gade;
ze behandelden 6 of 7 bestellingen tegelijk af (met veel eten er tussen: bakken,
braden, frituren, grillen, brood en salade snijden, etc.) met ogenschijnlijk
speels gemak. Echte vaklui.
De kastelein van mijn eigen stamcafé zie ik dat nog niet zo snel doen, wél die befaamde Turk in
het morsige zaakje in de Istanbulse wijk Beyoglu, die ons destijds in 1983 met zijn
onnavolgbare vakmanschap verbijsterde.
|
DINER - TV - CERVECA
In een zijstraatje van de Ramblas ontdekte ik een seks shop met peepshow en erg
dure (f 30) pornobladen. In Spanje is handel in seks oogluikend toegestaan. Op
de Ramblas zelf lopen dan ook genoeg opvallende vrouwen die zich te koop
aanbieden, vooral aan de zeezijde ervan.
Om 21.00 uur dineerde ik copieus in een fantastisch Jugendstilrestaurant; de
vissoep zat volgestouwd met garnalen en de malse kalfsbiefstuk en het
chocoladegebak met slagroom zal ik niet gauw vergeten. In een bodega zag ik kans
om de tweede helft van de voetbalwedstrijd FC Barcelona - Athletico Madrid te
volgen, te midden van opgewonden socios. De ploeg van Cruijff verloor niet
alleen de wedstrijd, maar ook de aansluiting met aartsrivaal en koploper Real
Madrid. De cafébezoekers gaven met veel misbaar uiting aan hun ongenoegen. Naast
mij zat trouwens een groep Engelse jongens uit Leeds, allerminst "hooligans" in
weerwil van hun punkachtig uiterlijk. |
 |
Zoals altijd beëindigde ik mijn rondgang in mijn stamkroeg "Dortmund". Een
drietal opgedirkte vrouwen gaf met hun harde stemmen hun identiteit prijs:
Hollandsen, en wel KLM - stewardessen. Toen ik naar het hotel terugkeerde, begon
het te regenen.

 |