|
DAG 5
1. POBLE ESPAGNOL EN MUSEO JOAN MIRO
| Allereerst 15.000 ptas met een EC opnemen, daarna foto's afhalen. Een bittere
teleurstelling, de kwaliteit ervan was beneden de maat. Met de M naar de Plaza
de España, waar in de buurt het moderne plein Joan Miró lag. Vol palmen en in
een vijver het bekende kunstwerk Dame met Vogel. Mannen en een enkele vrouw
speelden er jeu de boules. Ik at 12 mosselen in een pittige saus, heerlijk. Met
de bus ging ik vervolgens naar het Poble Espagnol, een kunstmatig dorp met
karakteristieke gebouwen uit geheel Spanje. Voor de ingang stond een
lange rij. Samen met een kittige Spaanse joeg ik voorkruipende
middelbare scholieren weg. Het dorp ademde een ingetogen sfeer,
jammer genoeg was het geen geschikt fotoweer voor dit
openluchtmuseum.
Te voet liep ik de Montjuich - heuvel op, langs het Nationaal Paleis en een
tweetal andere paleizen die allen waren gesloten voor bezoekers. 500 Meter
verderop rezen de eerste muren op van het nieuw te bouwen Olympisch Stadion. Ik
deed er drie musea aan: |
 |
- Etnografisch Museum. Modern gebouw met louter fotomateriaal en nietszeggende
exposities van gebruiksmaterialen van o.a. Filippijnse stammen en Papoea's (maar
geen enkele peniskoker te bekennen!)
- Musea Joan Miró. Ik hou niet van zijn kunst, te kinderlijk naïef, te
experimenteel. Veel would-be kunstkenners liepen er bewonderende kreetjes
slakend rond. Futuristisch gebouw. Restaurant schandelijk duur.
- Archeologisch Museum. In een al ouder gebouw (18de-eeuws), vooral collecties van
Romeinse vondsten uit de buurt.
De eerste twee musea zijn fraai gelegen op de noordelijke hellingen van de Montjuich en worden omgeven door zorgvuldig onderhouden parken en tuinen. In een
restaurant bij het kabelbaanstation at ik een enorme uitsmijter met veel Serrano
- ham en dronk ik een liter "aqua mineral con gaz" toe.
2. PALEIS PEDRALBES -
ZONA UNIVERSITARIO
Via steile sluipweggetjes belandde ik voor het eerst in een sloppenwijk, waar ik
belaagd werd door haveloze straat-honden die ik me met stenen van het lijf kon
houden. Op de Parallello nam ik de metro naar de zuidwestelijke kant van de
stad, waar bovenvermeld paleis lag. Ook hier weer prachtige tuinen; het paleis
viel ietwat tegen. Het was klein, sober en je kon er niet in. In het warme
zonnetje zaten en lagen talloze studenten te dromen of te studeren. Ik voegde me
bij hen en begon met een nieuw boek: Koko van Peter Straub. Om half zeven ging
ik terug naar het centrum.

 |