|
|
Inleiding
In 1976 reisden Clim en ik met de trein een stuk
West - Europa af. Via Engeland (Cornwall), Bretagne en Baskenland
belandden we op doorreis in Barcelona. Van daaruit spoorden we terug
naar Nederland, onderweg nog La Grande Motte en Parijs aandoend.
Deze reis duurde een kleine vier weken. |
Met de nachttrein reisden we via Zaragoza naar de Costa Brava
(meer info), die we bij
Tarragona bereikten. Gelukkig hadden we een coupé alleen en konden we in alle
rust slapen. Om 7 uur 's morgens kwamen we in de Catalaanse miljoenenstad en
hoofdstad Barcelona aan. In een cafeetje aan de haven dronken we koffie en
knapten we ons op. Daarna ging het de stad in. We bleven er tot 6 uur 's
middags. We slenterden over de Ramblas, zagen het Christoffel Columbus Monument
tegenover het imposante postkantoor, zaten op het Plaza Real, kochten fruit op
de overdekte markt en gingen met de metro naar de Sagrada Familia - kerk, een
wonderbaarlijke schepping van de Catalaanse architect Antonì Gaudí, waaraan nog
steeds wordt gebouwd, maar waarvoor geen of nauwelijks meer geld beschikbaar is.
We beklommen er een van de sprookjesachtige torens vol tierelantijntjes. Er was
verder nog een expositie en een maquette van hoe het bouwwerk er eigenlijk zou
moeten uitzien wanneer het geheel voltooid is.
Om 5 uur zouden we met de trein naar het Noorden gaan, maar dat had heel wat
voeten in de aarde. a) Kaartjes kopen bleek een heuse heksentour te zijn;
b) het perron waar we moesten vertrekken was voor ons spoorloos. De
bewegwijzering in deze landen is abominabel. Jos wond zich weer eens mateloos
op: hij kon Spaans lezen, maar daar had hij nu niets aan, want er viel
eenvoudigweg niets te lezen! Tot overmaat van ramp bleek het treintje (toen we
het eindelijk buiten het station hadden gevonden) tjokvol jongeren te zitten die
naar een pop- of jazzfestival iets verderop moesten. We moesten dus bijna de
hele reis blijven staan en vraag niet hoe!
Sant Pauhospitaal
(Barcelona)
De schoonheid van
Domènechs meesterwerk moest het welzijn van de patiënten bevorderen
Een bouwstijl waarin alle
figuratieve en decoratieve kunsten zijn vertegenwoordigd."
Ezio Godoli, kunsthistoricus
Barcelona's Santa Creu i Sant Pau - hospitaal
is een fraai voorbeeld van Catalaanse art nouveau - architectuur en
werd gebouwd tussen 1901 en 1930. Het hospitaal zelf werd gesticht
in 1401 en de oorspronkelijke middeleeuwse gebouwen zijn nu een
kunstacademie. Het 20e-eeuwse complex is nog altijd een ziekenhuis.
De bouw van het ziekenhuis werd gefinancierd
door de plaatselijke bankier Pau Gil, die wilde dat Barcelona een
modern ziekenhuis kreeg dat voldeed aan de hoogste eisen van de
medische wetenschap. Oorspronkelijk zou er een complex van 48
gebouwen komen, maar het werden er 27 op een oppervlakte van 13,5
ha, inclusief een kerk, een museum en een bibliotheek. Tussen de
drie verdiepingen hoge gebouwen liggen tuinen.
De sierlijke, zwierige bouwstijl van het
ziekenhuis en het gebruik van kleurige tegels, mozaïeken en
gebrandschilderd glas doen denken aan het werk van de beroemde
Catalaanse architect Antoni Gaudí i Cornet, die de kerk La Sagrada
Familia in Barcelona ontwierp. Het hospitaal werd echter ontworpen
door Lluis Domènech i Montaner, een andere Catalaanse architect en
tijdgenoot. Na zijn dood voltooide zijn zoon het werk. Domènech was
politicus, architect en voormalig docent en directeur van
Barcelona's architectenschool. Hij had grote invloed op het ontstaan
van de Catalaanse art nouveau - stijl, zowel door zijn eigen werk
als door zijn publicaties over dit onderwerp. Het ziekenhuis is een
van zijn opvallendste creaties, waaraan ook andere Catalaanse
kunstenaars en vaklieden meewerkten. Zo bevatten de gebouwen
beeldhouwwerk van Eusebi Arnau en Pau Gargallo en schilderijen en
mozaïeken van Francesc Labarta. Domènechs keuze om een ziekenhuis to
voorzien van kunst en tuinen kwam voort uit zijn overtuiging dat het
kijken naar mooie dingen een heilzaam effect heeft. |
GERONA
We hadden in Massanet willen uitstappen (zomaar een willekeurige plaats), maar
besloten (waarom weten we niet meer) door te reizen naar Gerona. Daar kwamen we
heel laat aan. We vonden onderdak in een Jezuïetencollege, tijdelijk omgebouwd
tot jeugdherberg. Helaas hadden we geen peseta’s meer over, want we hadden
erop gerekend tot in Frankrijk te komen. De banken waren inmiddels al lang dicht.
Vandaar dat we met de bus naar het vliegveld gingen om te kijken of daar iets te
wisselen viel, maar daar kregen we ook nul op ons rekest. Uiteindelijk vonden we
een restaurant waar men bereid was geld te wisselen, echter niet nadat we uitgebreid
spijzen als paella, salade, wijn en kaas hadden moeten nuttigen. Toch erg lekker, we
waren er aan toe! We bleven nog een dag langer in Gerona hangen, maar er was
echt niets te doen en heel weinig te bezichtigen. (Later bleek dat we het echte
centrum van de stad gemist hadden. Dat krijg je als je niet de beschikking hebt
over een goede kaart van een stad of streek.)
Meer info Gerona

 |