|
|
|
MEER INFO ATHENE EN GRIEKENLAND MEER GRIEKENLAND 1 / GREECE 2 / GESCHIEDENIS ATHENE |
![]() |
![]() |
De kracht van het toerisme
De opkomst van de
dienstensector compenseert
de stagnerende landbouw en industrie.
Griekenland was altijd een overwegend agrarisch land en hoewel de boeren nog steeds een kwart van de actieve bevolking uitmaken, is de landbouw weinig productief Door het geringe debiet van de rivieren is ook de waterkrachtproductie teleurstellend. De bodem bevat hier en daar delfstoffen en de mijnbouw draagt momenteel 3% bij aan het BNP De oliewinning dekt nog geen 10% van de nationale behoefte en daardoor is de economie hoe langer hoe meer aangewezen op import. Tussen 1970 en 1980 bedroeg de industriële groei 93%, maar sindsdien is de rek eruit. De Griekse industrie wordt gehandicapt door sterke staatsbemoeienis en het beperkte rendement van het bedrijfsleven. Hoewel 24% van de actieve bevolking werkzaam is in de industrie, blijft deze sector weinig productief en dat geldt vooral voor de zware industrie. Daartegenover staat de opkomst van de dienstensector, met name het toerisme, dat voor talrijke eilanden de enige bron van inkomsten is.
CIJFERS
Belangrijkste leveranciers: Europese Unie 57,9% (Duitsland 17,3%), ontwikkelingslanden 24,8% Belangrijkste afnemers: Europese Unie 58,5% (Duitsland 22,4%), V.S. 16%, ontwikkelingslanden 29,6%
WETENSWAARDIGHEDEN
Officiële naam: Elliniki Dimokratia
Bestuursvorm: republiek
Oppervlakte: 131 957 km2 (3,2 x Nederland)
Hoofdstad: Athene
Bevolking: 10,2 miljoen inwoners
Bevolkingsdichtheid: 76 inw./km2
Munteenheid: drachme (vroeger) / euro
Bevolkingsgroei: 0,4%
Werkloosheid: 10,7% (1994)
Uit de pas bij Europa
Ondanks toetreding tot de Europese Unie, blijft Griekenland, alle inspanningen ten spijt, economisch in de achterhoede.
De Griekse uitvoer bedraagt slechts 8% van het BNP, terwijl de invoer 25% voor zijn rekening neemt. Door deze chronische wanverhouding is ook de betalingsbalans overwegend deficitair. De producten van het Griekse bedrijfsleven voldoen nog steeds niet aan de hoge eisen van de Europese importeurs en kunnen daardoor niet tegen de concurrentie op. Voor een verbetering van de exportpositie zijn meer investeringen nodig en vooral modernisering van de industriële infrastructuur. Het tekort op de handelsbalans wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de dienstensector, zoals de omvangrijke koopvaardijvloot, het toerisme, de geldovermakingen van emigranten en niet to vergeten de forse subsidies van de Europese Unie. Onder de OESO - landen behoort Griekenland met Turkije tot de economische hekkensluiters. In dit opzicht heeft het lidmaatschap van de EU niet aan de verwachtingen beantwoord.
GROTE CENTRA VAN INDUSTRIE
Athene (olieraffinaderij, petrochemie, cementfabriek,
thermische centrale)
Thessaloniki (olieraffinaderij, staalfabriek, thermische centrale)
Volos (ijzer en staal)
Aliveri (cementfabriek, thermische centrale, ijzer en staal)
Patras (cementfabriek, aluminium)
Missolonghi (petrochemie)
Korinthe (petrochemie)
Kalamata (kunstmest)
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Landbouw (in miljoenen tonnen, 1992): suikerbieten (3350),
graan (2750), olijven (1800), tomaten (1990), maïs (1700), druiven (1300),
aardappelen (1100), citrusvruchten (1047)
Visserij (1991): 149 000 ton
Delfstoffen: bruinkool , bauxiet, aardolie, ijzer, nikkel
Energie: aardgas (reserves: 113 miljard m3); aardolie (10992): 560 000 ton.
![]() |
![]() |
Geboren uit de liefde tussen Demeter en Poseidon
Stevig verankerd in de
Balkan verbrokkelt Griekenland naar het zuiden toe
door de onstuimige liefde
tussen de zeegoden en het vruchtbare land.
Griekenland, gelegen in het zuidelijke deal van het Balkan - schiereiland, is een bergachtig land met een complex en fragmentarisch reliëf. Toch zijn er twee geologische eenheden te onderscheiden. Aan de oostzijde strekt zich een oude, door recente tektonische bewegingen ontwrichte shelf uit van Macedonia en Thracia (Rhodopegebergte) tot aan Thessalia (Olympus, Pilio) en het eiland Euboea. Wellicht zijn de eilanden (behalve Kreta) de overblijfselen van een continent (Atlantis) dat door aardbevingen uiteengevallen en door de zee overspoeld is. Er zijn overigens nog steeds actieve vulkanen te vinden (Santorini).
In het westen strekt zich, in het verlengde van de Joegoslavische Dinarische Alpen, in noordwestzuidoostrichting een tertiaire gebergteketen uit tot aan Kreta. Deze gebergteketen omvat het Epirosgebergte, het Pindusgebergte en de Ionische Eilanden, evenals de massieven op de Peloponnesos en de Kretenzische bergrug. De kustlijn wordt onderbroken door diepe baaien. De Golf van Korinthe hoort bij de Peloponnesos, een schiereiland dat met het vasteland is verbonden via een smalle landstrook, waar tegenwoordig een kanaal doorheen loopt (aangelegd in 1893). Waar deze twee geologische zones bij elkaar komen hebben zich enkele vlaktes gevormd, waaronder de Vardavlakte, die uitloopt in de Golf van Saloniki, de Oostthracische Vlakte, de Thessalische en de Beotische Vlakte. Op deze vlaktes en langs de kust woont het merendeel van de bevolking.
CIJFERS
Oppervlakte: 131.957 km2 (eilanden 25.166
km2, waarvan onbewoond 257 km²)
Bevolking: 10,2 miljoen inwoners (Grieken 95%, Macedoniërs 2%, Turken 1%,
Albanezen 1%) Bevolkingsdichtheid: 76 inw./ km²
Hoogste punt: Olympus (2 918 m) Kustlengte: 15 020 km (4 000 km op het
vasteland)
Staatsgrenzen: 1 180 km (waarvan 274 km met Albanië, 474 km met Bulgarije, 203
km met Turkije, 256 km met de republiek Macedonië.
Eilanden: 154 bewoonde / Bos: 88 148 km²
Een zwaarbeladen verleden
Met zijn drie duizend
jaar oude geschiedenis kan het Griekenland van vandaag
de vergelijking met zijn
indrukwekkende verleden niet doorstaan.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Bruinkool, bauxiet, nikkel, olie, gas. Landbouw: olijven, wijn, tabak, wol. Koopvaardij (derde plaats van de wereld). Toerisme.
Hoewel drie duizend jaar geleden al de bakermat van de westerse beschaving, is Griekenland pas sinds anderhalve eeuw een zelfstandige staat (1830). De opstand tegen vijf eeuwen Turkse overheersing (in 1821) leidde tot het ontstaan van een nationaal bewustzijn, maar voordat de eenheid een feit was, moesten de Grieken eerst strijd leveren. Door zijn ligging aan de rand van Europa werd het land de speelbal van de grote mogendheden en kon het pas in 1947 zijn huidige grenzen vastleggen. Daarna brak er een burgeroorlog uit (1947-1949) en vonden er verscheidene staatsgrepen plaats. De laatste daarvan bracht het "kolonelsbewind" aan de macht (1967). Toen deze dictatuur in 1974 ten val kwam, was voor het land de weg vrij om lid to worden van de EEG (1981). Momenteel hoort Griekenland tot de armste landen van de Europese Unie, die het land veel steun verleent.
KLIMAAT
Middellandse - Zeeklimaat in het zuiden
lange, warme en droge zomer, zachte winter). Semi-continentaal in het noorden
(strenge, droge winter).
Athene: gemiddelde temperatuur in januari 10,5° C; in juli 28° C. Thessaloniki:
gemiddelde temperatuur in januari 5,5° C.
WETENSWAARDIGHEDEN
Verdeeld in 7 provincies, 13 regio's en 55
departementen
Staatsvorm: republiek
Hoofdstad: Athene
Godsdiensten: Grieks-orthodox 97% (staatsgodsdienst), Islam 1,2%
Belangrijkste gebergten: Olympus, Parnassus, Parnon, Pindus, Rhodope
Grootste steden: Kavala, Korinthe, Heraklion, Patras, Thessaloniki
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Meteoren in het noorden, Delphi, Athene, Kaap Soenion, Peloponnesos, Mykene, Epidaurus, Olympia, Mistra). Archipel der Cycladen (Delos, Santorini). Patmos, Rodos, Kreta (Knossos). Corfu.
![]() |
![]() |
GESCHIEDENIS ATHENE
Prehistorie: de koningen (mythologie ?)
± -3500: oudste bewoners op de Acropolis
± -1300: regering van Theseus
± -1065: regering van Kodros --> einde van de monarchie
Archaïsche tijd: op weg naar de democratie
-620: (draconische) wetgeving van Draco
-594: wetgeving van Solon
-560 tot -510: tirannie van Peisístratos, opgevolgd door zonen Hippias en
Hipparchos
-514: moord op Hípparchos; Hippias vlucht en loopt over naar de Perzische
koning.
-509: Kleisthenes --> democratische hervorming
Klassieke tijd: bloei en verval
-490: (1e) Perzische Oorlog: Perzen verslagen bij Marathon
-480: (2e) Perzische Oorlog: Perzen verwoesten stad en Acropolis (MAAR: Atheense
overwinning in zeeslag bij Salamís
-478: Delisch-Attische Zeebond; bouw van de Lange Muren
-461 tot -429: bewind van Pericles
± -450 tot -430: prestigieuze bouwprojecten op de Acropolis
-431 tot -404: Peloponnesische Oorlog (--><-- Sparta)
-430: pestepidemie (een "biologisch wapen"?)
-415: mislukte expeditie naar Sicilië (Alcibiades): begin van verval
-404: capitulatie: bezetting door de Spartanen & dictatuur van de "Dertig"
-399: proces en executie van Socrates
-338: nederlaag --><-- Philippos II van Macedonië: bezetting door Macedoniërs
Hellenistische en Romeinse tijd: relatieve zelfstandigheid
(heel de tijd kunst- en universiteitsstad & centrum van wijsbegeerte)
-336 tot -323: regering van Alexander de Grote
-318/307: Demetrius van Phalerum met de regering van Athene belast
-168: "bevrijding" (?) door de Romeinen
-86: plundering door Sulla als straf voor een poging tot opstand tegen de
aanwezigheid van de Romeinen
+53: de apostel Paulus te Athene
± +130: bezoek van keizer Hadrianus "de filhelleen" (start van grote
bouwprojecten)
+140 tot +177: Herodes Atticus en verfraait de stad met gebouwen (compleet
openluchtmuseum)
+267: plundering door de Goten +395: plundering door Alarik
+429: keizer Theodosius II verbiedt de eeuwenoude godsdienst --> Parthenon wordt
christelijke kerk
+529: keizer Justinianus sluit de filosofenscholen = einde van alle glorie
Middeleeuwen: ook als cultuurcentrum geheel door Constantinopel verdrongen
1018: bezoek van keizer Basileios II
1204: veroverd door Franse kruisvaarders: boze Atheners vernielen de Athena
Promachos (Otto de la Roche sticht het hertogdom Athene)
1311: Catalaans-Siciliaanse bezetting
1387: Florentijnse bezetting (geslacht van de Acciaiuoli)
1394: Venetiaanse hulp tegen de opdringende Turken (daarmee ook onder
Venetiaanse invloed)
1458: veroverd door de Turken: !! uit eerbied voor het verleden toch bepaalde
privileges
1460: Parthenon wordt moskee
Nieuwe Tijd
1687: tijdelijke verovering door Venetie (onder doge Francesco Morosini);
Venetiaanse bom ontploft in het Turkse kruitmagazijn onder de Parthenon
18e eeuw: Westerse schrijvers en kunstenaars (Filhellenen) reizen naar Athene &
geheime genootschappen --> herleving van nationaal besef
1801: Lord Elgin verwijdert beeldhouwwerk van de Acropolis --> Londen
1821: opstand tegen de Turken: de Acropolis bevrijd
1827-1829: herovering door de Turken
1829: Griekse onafhankelijkheid erkend onder pressie van de grote mogendheden
1833: Athene wordt hoofdstad van het Griekse koninkrijk: aanzienlijke
stadsuitbreiding (neo-classicisme)
1837: opening van de Universiteit
1842: wijding van de nieuwe orthodoxe kathedraal (Mitropolis)
1843: opstandige Atheense volk dwingt grondwet af van koning Otto
1891: opening van het Nationaal Archeologisch Museum
1896: 1e Olympische Spelen van de Nieuwe Tijd
20e eeuw: miljoenenstad
1917: tijdelijk door Franse troepen bezet
1922: Grieks-Turkse oorlog: honderdduizenden vluchtelingen uit Turkije (o.m.
Smyrna)overspoelen Athene
1941: 20 april door Duitsers bezet --> ernstige hongersnood eist duizenden
slachtoffers
1944: 12 oktober bevrijding door Britse troepen
1946-1949: burgeroorlog in heel Griekenland
1967: militaire staatsgreep en dictatuur van "de Kolonels" tegen koning
Constantijn
1973-1974: massale betogingen --> val van de dictatuur
jaren 90: de luchtvervuiling (nefos = smog) neemt ongeziene proporties aan:
strenge (?) maatregelen
2001: aanzienlijke uitbreiding van het metronet, moet o.m. het verkeersprobleem
aanpakken
2004: opnieuw Olympische Spelen