ALBANIË   

Start TIRANA


 

  Dit is een aflevering uit de reissite van Jos en Clim Schmitz

 

Jos Schmitz

Dit is een aflevering uit de reissite van Jos en Clim Schmitz.

Dit web behoort bij een serie landen die we tijdens een Balkanreis in 2009 bezochten.

E-mail webmaster Jos

Ga ook naar onze andere websites:
tientallen landen, honderden verhalen, duizenden foto's!

Clim Schmitz

Reissite Jos en Clim

 Werelderfgoed Unesco Eigen reisfotoserie

MEER INFO ALBANIË I  MEER INFO ALBANIË  II  /  MEER INFO HOOFDSTAD TIRANA

Van de volgende landen hebben we een verslag gemaakt.

MEER ALGEMENE INFO:  albanie.startpagina.nl   /   reisverhalen.startpagina.be

Bekijk ook onze video!

Dag 11

Groene landbouwstreek
Om negen uur gaan we op weg naar Albanië. Bij het plaatsje Struga nemen we afscheid van gids Darko die ons drie dagen lang bijgestaan heeft. Hij is echt een voorbeeld van een jonge, startende ondernemer in een land dat in opbouw is. We rijden langs de westoever van het meer van Ohrid. Een stukje landinwaarts ligt de grens met Albanië, waar we geen noemenswaardig oponthoud hebben. Al gauw na het passeren van de grens duiken we een diep groen dal in. Mijn eerste indrukken zijn dan ook positief: een vruchtbaar land klaarblijkelijk. Naarmate we dieper in het land doordringen besef ik dat een vruchtbare bodem nog niet betekent dat de bewoners rijk zijn. De kleine percelen (het communisme kende hier blijkbaar geen kolchozen of staatsboerderijen) worden door noeste handarbeid bewerkt: greppels worden met de schop gegraven, hooi wordt met de hooivork geoogst en het onkruid wordt met schoffels gewied. Ik zie hier dan ook meer mensen op de akkers werken dan in vergelijkbare landbouwstreken van Nederland of Duitsland. Daar werpen gigantische landbouwmachines met brullende motoren stof op en verscheuren de landelijke stilte. Af en toe zie ik een krakkemikkig tractortje van lokale makelij voorbijtrekken, dat zijn de enige sporen van mechanisering op het platteland. Opvallend weinig auto’s in de dorpen. In de steden rijden meer auto’s rond, veel nog met de originele nummerborden uit Duitsland. Dat doet me denken aan het grapje hoe bezoekers aan dit land verwelkomd worden: “Welcome to Albania! Your car is already here!” In een van die stadjes zie ik een bestelauto met de reclame van een bakkerij uit Dordrecht nog op de zijkant.

Een land in het defensief
Een ander opvallend fenomeen in dit voor ons westerlingen nog vrij onbekend land zijn de met beton overdekte schuttersputjes. Het zijn kleine bunkertjes die zich als egels of schildpadden in de nabijheid van strategische punten bevinden. De schietopeningen zijn steeds naar de buitenlandse vijand gericht. De vroegere dictator Hoxha moet wel aan een bepaalde vorm van paranoia geleden hebben, achter elke struik vermoedde hij een overvaller. Verspreid over het hele land waren destijds ook wapendepots gevestigd, maar die bestaan niet meer nadat die de opstandige bevolking geplunderd waren. Niet geheel onbegrijpelijk dat daarna een golf van criminaliteit het land teisterde. Er zijn meer dan een half miljoen van die bunkertjes gebouwd, maar vele zijn inmiddels gesloopt of hebben een andere bestemming gevonden, bijvoorbeeld als veestal, opslagplaats of schuilhut.

Huizen in aanbouw
Een ander opvallend verschijnsel zijn de huizen in aanbouw. Zelfs in de kleinste dorpjes duiken woningen in diverse staddia van bouw op. De bewoners bouwen zo’n huis zelf met behulp van familie, vrienden en kennissen. Het geld wordt gefourneerd door familie in het buitenland (veelal Italië en het aangrenzende Griekenland, maar ook Nederland en Duitsland) die daar hun geluk beproefd en gevonden hebben. Blijft de geldzending uit, dan stokt ook de bouw. Het resultaat is vaak verbluffend: ware herenhuizen en kapitale villa’s als paleizen verrijzen tussen de schamele woninkjes van de dorpelingen die de pech hebben geen vrijgevig contactpersoon in het buitenland te hebben. Daarbij dient aangetekend te worden dat de voornoemde paleizen vaak gebouwd worden door de bazen van criminele bendes die hun illegale inkomsten op deze manier ongestraft kunnen witwassen. De Albanese maffia houdt zich vooral bezig met smokkel, prostitutie en het daaraan gelieerde mensenhandel en drug trafficking. Hoe dan ook, al die bouwactiviteiten geven aan dat er in de staat Albanië economische beweging vooruit aan het ontstaan is. Sommige economen gebruiken de mate van bouwnijverheid als meetpunt voor economische vooruitgang. In een land met stagnatie en recessie wordt volgens hun niet of nauwelijks gebouwd.

Het stadje Elbasan
We stoppen voor een lange lunchpauze in een van de grotere steden, Elbasan, in het midden van het land gelegen. Het is er opvallend druk op straat. In de ietwat kale parken (bomen gebruikt voor brandhout in de winter?) zijn alle bankjes in de schaduw bezet, de vele terrassen zijn ook goed bezet, meestal door slanke jongemannen met sterke baardgroei en duistere blikken. In de achterafstraatjes tref ik bedompte theehuizen aan die zich ook in Turkije hadden kunnen bevinden. De brede hoofdstraat wordt omzoomd door haveloze woonflats, de onderverdieping is in gebruik als café, restaurantje of winkel. Alleen al in deze straat tel ik vier bruidswinkels: trouwen al die Albanese vrouwen in het wit? Iets verder van het centrum staan dichtbevolkte huurkazernes van tien hoog in verregaande staat van ontbinding. In Nederland zouden die al lang tegen de vlakte zijn gegaan. In de stegen en sloppen vindt markt plaats. Het lijkt meer op een rommelmarkt met vooral tweedehands kleren en schoenen van bedenkelijke kwaliteit in de kraampjes. En soms staan er als parels tussen de zwijnen flitsende moderne gebouwen, meestal behorend tot een bank of andere financiële instelling.

Mensen niet opvallend anders
Ondanks al die tekenen van verval vind ik dat de meeste mensen er netjes bijlopen. Ook de meisjes en jonge vrouwen zijn goed gekleed en hebben een zelfbewuste blik in de ogen. Natuurlijk, sjofele figuren tref je er ook aan, maar per slot van rekening hebben we die ook in Velsen, Vlissingen of Veendam. Ik zie eigenlijk weinig verschil met de volkeren die we zojuist verlaten hebben: de Serviërs en de Macedoniërs. Veel mensen zien er Italiaans uit, wat historisch gezien ook kan kloppen. Ook cultureel is Italië het gidsland voor de doorsnee Albanees. In dat land zijn de illegale Albanezen zo langzamerhand tot een nationale plaag geworden, hoewel illegale spotgoedkope Albanese dienstmeisjes en poetsvrouwen uiteraard bij de klagende middenklasse zeer in trek blijven. Als ik koffie drink op een terras word ik in het Italiaans aangesproken, gelukkig kan ik me daarin een beetje redden. Bij het afrekenen weigert de ober mijn geld. Misschien wil hij dat ik in euro’s betaal, denk ik, en bied hem die aan. Nee, hij weigert pertinent dat ik voor de koffie betaal. Gratis koffie in een bankroet land? Dat moet nog kunnen! En ja dus, het kan.

Skanderbeg, Albanese held Meer van Shkoder

Van Dürres naar Tirana
Vanaf Elbasan kunnen we rechtstreeks naar de hoofdstad Tirana rijden, maar we moeten dan een bergpas over die de bus niet kan passeren vanwege haar lengte: de haarspeldbochten van de 20% helling zijn te kort. Dat betekent een omweg via de havenstad Dürres aan de kust. Daar zijn we dan beland in de kustvlakte die veel dichter bevolkt is. De haven is letterlijk de poort naar het buitenland, maar ook de plek waar alle importgoederen Albanië binnenkomen. We doorkruisen een voorstad met grote, luxe woningen in aanbouw; economisch gaat het de bevolking hier voor de wind, maar dat is slechts schijn. We nemen de autobaan of wat daarvoor door gaat richting Tirana, maar vlak voor de hoofdstad buigen we naar het noorden af. Tijd om Tirana te bezoeken hebben we dus niet. Jammer, ik had er graag eens een kijkje genomen. Verder gaat het richting Montenegro. Ik lunch met een groepje dissidenten in een hotelrestaurant dat bijzonder weelderig is ingericht. Het straalt een en al luxe uit. Waar halen ze dat geld vandaan? De obers spreken er alleen Italiaans. Bijna overal in Europa is zo langzamerhand Engels de tweede vreemde taal geworden, maar in Albanië kennelijk niet.

We bereiken later op de middag het Shkoder – meer, het grootste meer van de Balkan. De grens met Montenegro loopt er dwars doorheen. Hier beginnen ook weer de bergen die in Montenegro hun hoogtepunt bereiken. Rondom het meer bevinden zich wetlands, moerassen zo u wilt. In het voorjaar stijgt de waterspiegel van het meer door al het smeltwater met enkele meters zodat steeds opnieuw de laaggelegen oevers worden overstroomd. Goed voor de watervogels in ieder geval.

Algemene indruk van Albanië
Mijn indrukken van Albanië zijn niet direct ongunstig. Het land van de “Witte Bergen” (letterlijke betekenis van de naam Albanië) kruipt duidelijk uit een diep dal omhoog. Ik ben me ervan bewust dat ik maar een heel klein gedeelte van het land gezien heb, maar het lijkt me voldoende om er een voorlopige mening op na te houden. Het zal nog vele jaren duren voor dit land rijp is voor de EU, maar wie weet? Tenslotte heeft men notoir corrupte landen als Roemenië en Bulgarije ook zonder al te veel plichtplegingen als lid aanvaard. Van de islam als dominerende godsdienst heb ik weinig gemerkt. In mijn woonplaats Roermond lopen meer gesluierde en gehoofddoekte moslimvrouwen rond dan in bijvoorbeeld Elbasan, een vergelijkbare plaats. Hoe dat zit op het echte platteland en in de bergen kan ik echter niet beoordelen. De Turkse invloed is er wel nog goed zichtbaar, met name in de theehuizen en straatmarkten.

GROOTSTE STEDEN IN ALBANIË

DE HOXHA - BUNKERS VAN ALBANIË

Ik kwam mijn eerste bunker tegen op een kilometer rijden van de internationals luchthaven Moeder Teresa. Om te beginners was het vliegveld zelf een aardige curiositeit – hoeveel landen hebben een internationaal vliegveld dat vernoemd is naar een non, ook al is dat 's werelds bekendste non en de beroemdste Albanees? Behalve op een paar ansichtkaarten kwam ik Moeder Teresa pas weer tegen op mijn vertrekdag, maar de Albanese bunkercollectie was een rariteit die me overal. achtervolgde.

In de jaren vijftig was Albanië al ver gevorderd op het monomane pad dat het via stalinisme en maoïsme tot het meest geïsoleerde en minst bezochte land van Europa zou makers. Zelfs toen de Berlijnse Muur verbrokkelde en het communisme ineenstortte, strompelde de partij door als een kip zonder kop. In februari 1991 echter trok een woedende menigte op het Sheshi Skenderbej, het grote plein van de hoofdstad Tirana, de gigantische bronzen Enver Hoxha van zijn voetstuk. Een van de meest bizarre regimes ter wereld was na 45 jaar aan zijn eind gekomen.

De bunkers waren het ultieme symbool van Hoxha's vervolgingswaanzin – een symbool dat niet snel zou verdwijnen. Anders dan de mannen achter de Berlijnse Muur bouwde de geobsedeerde dictator van Albanië voor de eeuwigheid. De bunkers toners ook dat Albanië een superintroverte schurkenstaat was, tamelijk onschadelijk voor de rest van de wereld, maar heilig ervan overtuigd dat de buitenwereld een grote bedreiging vormde. Het is gemakkelijk voor te stellen hoe Enver begin jaren vijftig de eerste van de 700.000 betonnen paddenstoelen inspecteerde waarmee bet landje uiteindelijk bezaaid zou raken.
`U bent er zeker van dat het sterk genoeg is om een tankaanval te weerstaan?' vroeg Hoxha aan de bouwer van het prototype van de bunker.

`Absoluut,' verklaarde de bunkerontwerper, die snel naar binnen werd gebonjourd, terwijl Hoxha aangaf dat er een tank naar voren kon ratelen voor een schot op de schuilplaats. De geschokte ingenieur kwam ten slotte naar buiten, relatief ongedeerd (lichamelijk althans), en Hoxha gaf de Albanese betonfabrikanten opdracht de productie te verhogen. Toen Hoxha in 1985 stierf, was er een bunker voor elke vier Albanezen. Elk strategisch punt was ermee bezaaid, van bergpassen tot afgelegen stranden, van havenmondingen tot aanvliegroutes. Het kostte drie keer zoveel beton als de Fransen gebruikten voor de bouw van hun al even zinloze Maginotlinie.

De Maginotlinie hield de Duitse invasie van Frankrijk in 1940 niet tegen, maar Hoxha's bunkers hoefden nooit een aanval te weerstaan. Waarom zou iemand Albanië binnenvallen? De bunkers staan er nu nog bijna allemaal. Ze zijn niet eenvoudig te slopen en de Albanezen moeten er maar mee leren leven. Het is moeilijk om een ander gebruik voor de lage kleine koepels te, bedenken. Veel bunkers waren maar kleine gevalletjes, amper groot genoeg voor een paar opeengedrongen mensen en alleen nog enigszins geschikt als hondenhok. Boeren gebruiken sommige ervan als stal. De strandbunkers lopen vaak vol met nat zand, maar de meest gangbare bunkerfunctie is dat ze een handige plek voor vluggertjes zijn. De Albanese maagdelijkheid sneuvelt net zo vaak in een Hoxha-bunker als de Amerikaanse ooit bezweek op de achterbank van een auto.


Tony Wheeler (Lonely Planet)

Ga ook naar: reisverhalen.startpagina.be  


MEER INFO ALBANIË

Het fort van de Balkan
Albanië, geïsoleerd door bergketens die het grootste deal van het land bedekken, heeft op economisch gebied heil
gevonden in de drooglegging van de uitgestrekte kustvlaktes die vroeger door malaria werden geteisterd.
 

WETENSWAARDIGHEDEN
Officiële naam: Albanese republiek  /  Staatsvorm: constitutionele republiek
Hoofdstad: Tirana (1991: 251 000 inwoners)  /  Taal: Albanees  /  Munteenheid: lek
Godsdienst: Islam 65% (vnl. soennitisch), Christendom 33% (orthodox 20%, katholiek 13%)
Belangrijkste steden: Durres, Elbasan, Shkoder, Vlore, Korqe, Fier
Belangrijkste meren: Shkoder (370 km2); Ohrid (367 km2); Prespe (285 km2)
Bergen: Prokletije, Jablanica, Grammos

Het kleine Albanië, dat in oppervlakte vergelijkbaar is met België en voor driekwart uit bergen bestaat, zit vastgeklemd tussen Montenegro, Macedonië en Griekenland en ligt in het westen van het Balkanschiereiland. De oostelijke grens wordt gevormd door een krans bergketens. Het sterkste reliëf wordt gevormd door de noordelijke Alpen, boven de Drin, die doorsneden worden door nauwe valleien en ijsketeldalen. Deze Alpen lopen over in het centraal massief dat zich tot aan Osum uitstrekt. Dit massief, dat de hoogste berg van het land (Korab, 2731 m) omvat, kent een minder onregelmatig landschap en is bezaaid met talrijke tektonische meren en ertslagen. Met uitzondering van de zuidelijke bergketen, die zich tot aan de zee uitstrekt, benut Albanië de uitgestrekte kustvlaktes tussen de steden Shkoder en Vlore. De vlaktes die destijds moerassig waren, zijn drooggelegd. De belangrijkste, Myzeqe, die begrensd wordt door Peqin, Berat en de Vjosa, vormt dankzij de veeteelt, de landbouw, de chemische industrie en de oliewinning het economische centrum van het land. In het zuiden wordt in de bekkens gerst en maïs verbouwd en op de hooggelegen gebieden vindt men terrasplantages van sinaasappel- en olijfbomen.
De havens dragen dankzij het diepe water doelmatig bij aan de ontsluiting van het land.

CIJFERS
Oppervlakte: 28.748 km2 (0,7 x Nederland)
Bevolking: 3,36 miljoen inwoners Bevolkingsdichtheid: 117 inw/km2   /   Stadsbevolking: 36% Plattelandsbevolking: 64%
Hoogste punt: Korab, 2731 m Gemiddelde hoogte: 708 m    /   Kusten: 472 km (Adriatische Zee, 4/5; Ionische Zee, 1/5)

KLIMAAT
Middellandse-Zeeklimaat aan kust, koel landklimaat in bergen. Temperaturen: januari 2-12° C (Tirana), -3 tot 4° C (Korqó); 17-31° C (Tirana), juli14-27° C  Korqó. 
 

Een beschermde identiteit
Albanië, eeuwenlang bezet door machtige buurlanden,verwoest door twee wereldoorlogen en door een totalitair communistisch regime tot een autarkisch bestaan gedwongen, heeft tot in de jaren '90 zijn identiteit weten te bewaren.


BRONNEN VAN INKOMSTEN
Landbouw: gerst, mais, fruit, beetwortels. Veeteelt: schapen, geiten enz. Visvangst. Afzettingen: olie, koper, chroom, ijzernikkel, bruinkool. Hydro- elektriciteit. Chemische industrie en textielindustrie.

Onder de directe voorouders van de Albanezen maakt de streek door de invloed van de Griekse beschaving een grote bloei door. Het land dat tot 395 een Romeinse provincie is, wisselt anarchie of met overheersing door de Bulgaren, de Byzantijnen, de Serviërs en zelfs de Anjou's. Tot aan zijn dood in 1468 heeft Skanderbeg de Turkse invasie kunnen vertragen. Albanië moet tot 1913 wachten voordat het onafhankelijk wordt. Wanneer het land, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog ondanks zijn neutraliteit een slagveld is, onder het gezag van Ahmet Zog komt, is het volledig doodgeslagen. Na Albanië financieel van zich afhankelijk te hebben gemaakt, valt Italië in 1939 het land binnen. De door Hilter-Duitsland toegekende onafhankelijkheid verhindert echter niet de vorming van een anti-fascistisch comité, geleid door Enver Hoxha. Als sterke man van de communistische partij wordt hij in 1945 tot president benoemd. Vanaf dat moment valt de geschiedenis van Albanië samen met die van de enige toegestane partij. Ramiz Alia, de opvolger van Hoxha, moet in 1990 door de studentenopstand, de massale uittocht en de internationale druk een meerpartijenstelsel toestaan. Na het opheffen van de socialistische volksrepubliek wordt in 1992 de democraat Sali Berisha president van de Albanese republiek. In 1996 was het de Albanezen gelukt om een economische opleving te bewerkstelligen, die zijnsgelijke in Europa niet kende. De onlusten van 1997 wierpen het land echter binnen enkele maanden terug naar het peil van jaren daarvoor. Het bruto nationaal product daalde naar 670 US$ per hoofd van de bevolking en dat komt ongeveer overeen met het peil van de Ivoorkust.

BEZIENSWAARDIGHEDEN
Berat, Gjirokaster, Lezhe, Shkoder, Kruje, Koro, de archeologische vindplaatsen Feniki en Butrinti, de opgravingen in Apollonia, de zuidkust.

 


    


MEER INFO II  ALBANIË


De republiek Albanië (officieel: Republika e Shqipërisë, kortweg Shqiperi) ligt in het zuidoosten van Europa, op de Balkan. De totale oppervlakte van Albanië is 28.748 km2 en het land is daarmee iets kleiner dan België en 0,8 keer zo groot als Nederland. De maximale noord-zuidafstand bedraagt 370 km en de maximale oost-westafstand 170 km. Albanië grenst in het noorden aan de Servische provincie Kosovo en Montenegro (287 km), in het oosten aan Macedonië (151 km) en in het zuiden aan Griekenland (282 km). In het westen grenst het land aan de Adriatische en Ionische zee; de lengte van de totale kustlijn bedraagt 362 km. De afstand tot de kust van Italië is bij de Straat van Otranto maar 80 km.

Landschap
Albanië bestaat in feite uit twee delen: het lage kustland en het bergachtige binnenland. De gemiddelde hoogte ligt op 708 meter boven de zeespiegel en ongeveer 70% van het Albanese landschap is bergachtig te noemen.
Het kustlandschap bestaat uit een aantal kustvlakten, die door vlakke droge ruggen van elkaar zijn gescheiden en tot maximaal 60 km landinwaarts reiken; waar ze tot aan de zee reiken, vormen ze steile, rotsige kusten. De kustvlakten zijn laag, met her en der meren en moerassen, die overigens voor een groot gedeelte zijn drooggelegd en geïrrigeerd; de winterregens en het voorjaarhoogwater van de rivieren veroorzaken er vaak overstromingen.
Meer naar het oosten ligt een heuvelachtige zone, die geen last meer heeft van overstromingen.
Het oosten van Albanië is woest en moeilijk toegankelijk. In het noorden liggen de Noord-Albanese Alpen. Hier neemt het met diepe kloven doorsneden kalkgebergte zelfs hooggebergtevormen aan (Jezerce, 2693 m). De hoogste bergtop is de Korab, 2784 meter hoog, en deze bevindt zich in het Korabitgebergte op het drielandenpunt met Macedonië en de Servische provincie Kosovo. Voor het overige bestaat het bergland uit langgerekte ruggen, sterk versneden kleine hoogvlakten en kleine bekkens. Karstverschijnselen komen ook voor. Rond de Dessaretische meren in het zuiden ligt de enige grote, voor landbouw geschikte vlakte.

Meren en rivieren
Onbevaarbare rivieren als Drin, Mat, Shkumbî, Seman en Vijosë stromen vanuit het bergland naar de Adriatische Zee en doorbreken de bergketens in grillige en woeste dalen. De grootste rivier, de Drin, ontspringt aan het Ohridmeer (dit gedeelte heet de Zwarte Drin) en in de bergen van Kosovo ( Witte Drin).
De meren liggen allemaal in grensgebieden: in het noorden het Shkodërmeer (460-510 km2; tevens het grootste meer van het Balkanschiereiland); in het zuidoosten de Dessaretische groep op de grens met Macedonië en Griekenland: Meer van Ohrid (270 km2), Prespameer (288 km2) en het kleine Malikmeer, die allen deels buiten Albanië zelf liggen.

ALGEMEEN
Na de breuk met de Sovjet-Unie (in 1961) en China (in 1978) voorzag het communistische Albanië in economisch opzicht volledig in eigen behoeften. Door deze isolationistische politiek raakte de economie echter totaal verouderd. Met de val van het orthodoxe communisme stortte ook het economische leven in de jaren 1990-1992 geheel in, onder andere door de grootschalige vernielingen en plunderingen van veel staatsondernemingen. Albanië werd toen voornamelijk afhankelijk van noodhulp, buitenlandse leningen en overboekingen van in het buitenland werkende Albanese gastarbeiders.
Vanaf 1992 werd economische leven snel geprivatiseerd. Zo werd de collectivisatie van de landbouw ongedaan gemaakt en de grond onder de boeren verdeeld en kwam er een kleinschalige industrie en dienstverlening op gang. Als gevolg daarvan steeg in 1994 en 1995 het bnp volgens officiële cijfers met ongeveer 7%. De economie en het vertrouwen in de bancaire sector kregen als gevolg van de sociale onlusten in 1997 echter een enorme klap. Dankzij een macro-economisch stabilisatieproces dat sindsdien samen met IMF is uitgevoerd, is Albanië weer aardig op de goede weg. Er is nu dan ook weer een verbetering in de economie van Albanië zichtbaar.

In 2002 was vrijwel het gehele midden- en kleinbedrijf geprivatiseerd. Naast de legale economische bedrijvigheid werd er ook veel geld verdiend aan de zwarte handel in mensen, olie, drugs en wapens. Veel geld werd bovendien geïnvesteerd in de zogenaamde piramidefondsen, die huizenhoge rendementen beloofden. Toen deze fondsen begin 1997 instortten, viel Albanië ten prooi aan chaos en anarchie. Hierna kwam het normale economische leven vrijwel volledig stil kwam te liggen.
Nadat het centrale gezag hersteld was, werd er volop gewerkt aan institutionele hervormingen die alomtegenwoordige corruptie moesten tegengaan. De economie kroop langzaam uit het dal: de infrastructuur werd verbeterd, buitenlandse ondernemingen investeerden in Albanië, veel van de geldzendingen uit het buitenland werden geïnvesteerd in nieuwe bedrijfjes, en in de periode 1999-2001 groeide het bbp jaarlijks met ca. 7%. Toch is Albanië nog steeds één van de armste landen van Europa. Het bbp per hoofd van de bevolking bedroeg in 2004 1721 euro.

Veel staatsbedrijven zijn ondertussen geprivatiseerd wat ook geldt voor een aantal banken. De privatisering van een aantal belangrijke bedrijven (Albanian National Savings Bank en het telecommunicatiebedrijf) heeft nog wat voeten in de aarde.
In april 2005 publiceerde een internationale commissie onder leiding van de Italiaanse oud-premier Amato een rapport over de toekomst van de Westelijke Balkan. Een van de aanbevelingen van het rapport was dat de landen van de Westelijke Balkan zo snel mogelijk moeten komen tot regionale economische integratie (gemeenschappelijke economische ruimte).

Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij
Ca. 70% van Albanië is bergachtig en slechts ongeveer een vijfde van het land is maar geschikt voor landbouw. Toch drijft de economie van Albanië voornamelijk op landbouw. Meer dan de helft van de Albanese bevolking werkt in de landbouw en deze bedrijfstak is goed voor meer dan de helft van het bruto nationaal product (bnp) van het land. De meeste landbouwgrond kwam in 1992 in particuliere handen, waardoor het inkomen van de landarbeiders steeg. Begin 1996 was de landverdeling vrijwel afgesloten, maar leidde wel tot een geweldige versnippering van de grond. Het landbouwareaal beslaat nu ruim 12.000 km2, verdeeld over ca. 400.000 boeren. De opbrengsten stegen sinds de privatisering elk jaar spectaculair.
De veeteelt neemt een steeds grotere plaats in en zorgt nu al voor ca. 50% van de totale agrarische productie. Het aantal dieren, maar ook de melkproductie per dier is de laatste tien jaar behoorlijk toegenomen. De totale melkproductie bedroeg in 2001 955.000 ton, waarvan 84% koeienmelk, 8% schapenmelk en 8% geitenmelk. Er zijn op dit moment een tiental grote melkfabrieken en enkele honderden kleine bedrijven die zich vooral met kaasmaken bezighouden. Export van deze producten zal veel afhangen van een betere hygiëne en kwaliteit.
De bosbouw is belangrijk; sinds 1950 zijn wat dit betreft goede vervoersmogelijkheden geschapen. Pas in 1973 echter werd een programma voor herbebossing begonnen om de voortdurende erosie van de bodem tegen te gaan.
De kustvisserij is nauwelijks van betekenis. In Albanië overstijgt de binnenlandse vraag naar vis het lokale aanbod waardoor grote hoeveelheden moeten worden geïmporteerd.

Mijnbouw
Albanië beschikt over een behoorlijke hoeveelheid exploiteerbare minerale reserves. De voornaamste delfstoffen zijn aardolie, aardgas en chroomerts (tot 1980 was Albanië een van de belangrijkste chroomexporteurs ter wereld); verder worden onder meer koper-, ijzer- en nikkelerts, bauxiet, bruinkool, kalk en zout gewonnen.
Het belangrijkste olie- en aardgasveld ligt bij Kuçovë, in Centraal-Albanië. Hier wordt ook een deel van de ruwe olie geraffineerd die daarna via pijpleidingen naar de havenstad Vlorë vervoerd wordt. Vanaf begin jaren zeventig werden olie- en gasreserves in de buurt van Patos geëxploiteerd.

Industrie
Ondanks pogingen van de Albanese regeringen om het tij te keren, is Albanië industrieel gezien een van de minst ontwikkelde landen van Europa gebleven. In de jarenb negentig van de vorige eeuw trad het verval in, doordat machines, ooit door de Sovjet-Unie en China geleverd, mankementen begonnen te vertonen die niet meer te verhelpen waren. Geld en kennis ontbraken om dit probleem op te lossen.

De belangrijkste industriële producten zijn textiel, voedingsmiddelen en schoeisel. Aardolieraffinage is een groeisector.
In 1994 was ca. 30% van de weinig geschoolde beroepsbevolking in de industrie werkzaam. Als gevolg hiervan is de kwaliteit van de gemaakte producten vaak van bedenkelijke kwaliteit. Industriecentra zijn te vinden in en rond Tirana, Durrës en Shkodër. Het ouderwetse handwerk en kleinbedrijf zijn in het gehele land van groot belang.

Handel
De buitenlandse handel is kleinschalig vanwege de veelheid aan producten. Met name textiel, schoenen en brandstof worden, voornamelijk via de zeehavens, geëxporteerd.
Na de instorting van het communisme raakte Albanië zijn klassieke markten kwijt (China, Oost-Europa) en moest snel op zoek naar nieuwe handelspartners en op dit moment zijn Griekenland, Italië, Macedonië en Duitsland de belangrijkste.


Samenstelling en spreiding
De bevolking bestaat voor ca. 97% uit Albanezen (die zichzelf Shqiptarë noemen) en verder uit Grieken, enige duizenden Slaven (Macedoniërs, Montenegrijnen, Bulgaren, Serviërs) en Turken, Vlachen (ook wel Aromunen of Balkan-Roemenen genoemd) Armeniërs en zigeuners.
De etnische Albanezen kunnen onderverdeeld worden in twee groepen, die omstreeks de 12e eeuw zijn gevormd en ieder hun eigen Albanees dialect spreken. In het noordoosten van het land wonen ten noorden van de Shkumbin-rivier en in Kosovo de Ghegen, bergbewoners. Ten zuiden van de Shkumbin wonen de Tosken.
In Albanië zelf wonen 3,54 miljoen mensen (2004); meer dan drie miljoen Albanezen wonen in het buitenland, van wie 2,5 miljoen in Kosovo, Macedonië en Montenegro, de rest onder andere in Italië en Griekenland.

De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 129 personen per km2. Het dichtstbevolkt zijn het heuvelland en de kuststrook, met name de districten Tirana en Vlorë. Voor de Tweede Wereldoorlog woonden veruit de meeste Albanezen nog op het platteland. Op dit moment woont meer dan 40% in de stad (Europees gezien erg weinig) en de trek naar de steden neemt nog steeds toe.

Grootste steden
Tirana 340.000 inwoners / Durrës 99.000 inwoners / Elbasan 87.000 inwoners / Shkodër 82.000 inwoners / Vlorë 77.000 inwoners

Samenleving / Staatsinrichting
Tussen 1948 en 1991 was de communistische partij - officieel Albanese Arbeiderspartij (afgekort: PPSh) - de enige leidinggevende politieke macht in staat en samenleving. In 1991 vonden de eerste vrije verkiezingen plaats na de val van het communistische bewind.
De één kamer tellende Volksvergadering of ‘Kuvendi Popullor’ telt 140 afgevaardigden, die elke vier jaar gekozen worden; de Volksvergadering kiest het staatshoofd. Honderd leden van de Volksvergadering worden rechtstreeks gekozen uit enkelvoudige kiesdistricten en veertig via proportionele representatie. Er bestaat een algemene kiesplicht vanaf 18 jaar. De president is het staatshoofd van Albanië, wordt gekozen voor vijf jaar en is eenmaal herkiesbaar. De president benoemt de premier.
In 1998 kreeg Albanië zijn eerste postcommunistische grondwet, die het parlement meer bevoegdheden gaf, zoals het benoemen van de ministerraad. Deze grondwet maakte van Albanië een parlementaire republiek en een eenheidsstaat met regeringssysteem dat gebaseerd is op scheiding en evenwicht van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

 

Bezoekers: 


ONZE ANDERE REISVERSLAGEN
 

ALASKA   /  ARGENTINIË   / ARMENIË  /  AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GEORGIË  /  GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /  LUXEMBURG  /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  /  WERELDFOTO'S  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN   /   ZWITSERLAND

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen  /  De stad Roermond