|
TRENTO
MEER INFO TRENTO
| UIT ONS VERSLAG Het ontbijt is op typisch
Italiaanse wijze karig te noemen, maar toch nog voldoende. (We zijn
in de Duitse hotels verwend...) De
broodjes vinden we evenwel niet smakelijk, de koffie is echte
hotelslobber. Enfin, er is genoeg kaas en vleesbeleg, maar zonder veel
keuze. Om vanuit het geïsoleerd liggende dorp op begaanbare
doorgangswegen te komen moeten we elke dag meer dan een half uur
slingerende bergweggetjes boven het riviertje de Avisio afrijden,
dat vinden we eigenlijk wel een nadeel van die schitterende
situering van het hotel. Hoewel we aanvankelijk naar Bolzano willen,
komen we toch terecht op de weg naar Trento. Soms moeten we dwars
door smalle doorgangetjes in de boerendorpjes heen, elke keer
opnieuw vrezen we tegemoetkomend verkeer. Het komt af en toe voor
dat Clim een eindje moet terugrijden (in de achteruit bedoel ik…),
nu niet direct zijn sterkste punt als chauffeur. In de buurt van
Trento zijn de hellingen glooiend genoeg geworden om er wijngaarden
te kunnen aanplanten.

In Trento kunnen we onze auto in een overdekte garage vlakbij het
centrum kwijt. De stad ademt al een zuidelijke, mediterrane sfeer.
We halen een plattegrond af bij het Tourist Office, bekijken een
nabijgelegen kerk en paleis. Trento staat bekend om het Concilie uit
de zestiende eeuw waar de officiële kerk van Rome plannen smeedde om
met een zgn. Contrareformatie de invloed van Luther, Calvijn en
Zwingli in te dammen. Veel monumentale patriciërgebouwen stammen nog
uit die tijd, jammer genoeg zijn de muurschilderingen op de blinde
muren vaag of afgebladderd. Het Neptunus - fontein op het centrale
plein maakt meer indruk op ons. Het plein zelf ook, hoewel er
kraampjes staan die de sfeer een beetje verzieken en mooie panden
aan het oog onttrekt. Net als we de Duomo willen bekijken worden we
door een jonge priester vriendelijk verzocht het gebouw te verlaten,
het is sluitingstijd.
We slenteren de stad door tot voorbij de
restanten van de oude stadsmuren, waar we afbuigen naar de rivier de Adige. Daar nemen we de kabelbaan naar boven. In de cabine krijgen
we gezelschap van een stel Roemeense zigeunerjongens en –meisjes die
onmiskenbaar naar stront ruiken. Vreemd, hun kleren zien er verder
schoon en gewassen uit. Boven een aardig uitzicht op het dal waarin
de stad ligt. Er bevindt zich een congrescentrum dat voor ons
bezoekers gesloten is.

Na 30 minuten keren we terug naar de stad. We pauzeren een tijdje op
een bankje in het Dante - park (kolossaal beeld van de dichter staat
vlakbij), dat bevolkt wordt door hordes donkere, Afrikaanse
asielzoekers, overwegend lanterfantende jonge mannen. Ze doen de
hele dag niets en zwerven doelloos de stad rond. Sommige proberen
prullaria zoals sieraden en zonnebrillen aan de man te brengen,
andere bedelen (“Io hambre!” - ofwel “Ik heb honger.”), maar de
meeste brengen de dag door in ledigheid. Ze zijn overigens niet
agressief of lastig, ze weten dat ze dan opgepakt zullen worden. Wel
lastig worden veel Roemeense migranten gevonden, zeker diegene die
rovend, stelend en verkrachtend het land doortrekken; vaak zijn dat
zigeuners. Zij hebben
meer rechten dan die Afrikanen, Roemenië hoort immers sinds kort bij
de Europese Unie en haar inwoners kunnen daarom niet zo gemakkelijk
uitgewezen worden. We lopen nog even een straatje om, want we hebben
het plaatselijke kasteel op onze route overgeslagen. Daar is nu een
duur museum gevestigd waarin we geen interesse hebben. Via de Groene
Toren keren we terug naar onze Volvo.
We kiezen voor een andere weg terug naar ons dorp, nu volgen we de
slingerende straatweg ten zuiden van het riviertje de Avisio. We
stuiten op een attractie die men er de Aardpiramiden heeft gedoopt.
Het zijn in de kalksteen geërodeerde kegels met een harde steen er
boven op balancerend, te vergelijken met die van Cappadocië in
Turkije. Halverwege het voetpad omhoog moet Jos afhaken met
verzuurde spieren, Clim gaat tot bovenaan, waar hij een goed
uitzicht op het natuurverschijnsel heeft. De koffie en het
mineraalwater op het terras aan de voet van de helling is naar
Italiaanse begrippen spotgoedkoop. Pas om zes uur zijn we terug in
het hotel.

Aardpiramides |
|
TRENTO
194 m. 98.000 inw.
Trento vormt zo ongeveer de grens tussen het Italiaanse en
Oostenrijkse (Zuid-Tiroolse) kultuurgebied. Van beiden is dan ook de
invloed merkbaar in de bouwkunst, de taal en de volksaard.
De eerste bewoners van de streek waren Veneten, Liguren en Galliërs.
Vervolgens werd het een Romeinse nederzetting onder de naam
Tridentium.
De Christenheid had in Trento enkele martelaren, w.a. San Vigilio,
Romein van geboorte en derde bisschop van Trente, die in 405 om het
leven werd gebracht.
Vervolgens leed de nederzetting onder de invallen van de Lombarden
en Goten en tenslotte werd het een graafschap van het Carolinger
Rijk.
In 1027 werd de macht door de Duitse keizer in handen gegeven van de
bisschoppen van Trento.
Een der meest bekende dezer z.g. Prins-Bisschoppen was Federico
Vanga van 1207 tot 1218, welke de mijnen van de Calisio-berg
uitbuitte en in 1208 een mijnstatuut opstelde, dat tot de meest
antieke statuten van Europa behoort. Hij begon de bouw van de
Domkerk en stierf in het 'Heilige Land' als pelgrim.
In 1409 komt Trento onder bewind van Venetië, maar reeds in 1487
worden de Venetianen verslagen door de keizerlijke legers van
Oostenrijk in de beslissende slag bij het Castel Pietra.
Vervolgens kwamen weer de Prins-Bisschoppen aan de regering.
Haar grootste bloeitijd kende het prinsdom toen in 1534 onder
kardinaal Madruzzo het kerkelijk concilie in Trento begon. De
initiatiefnemer tot dit concilie was paus Paulus III, die een
kerkelijke hervorming nodig achtte om de snelle vorderingen van de
Lutherse hervormers te belemmeren.
Het concilie werd besloten op 3 december 1563, onder paus Pius IV.
In 1796 werd Trento door de Fransen genomen en vervolgens in 1803
werd het aan Toril toegevoegd. Zo eindigde na 8 eeuwen het prinsdom,
dat 51 Prins-Bisschoppen had gekend.
Van 1806 tot 1809 maakte Trento deel uit van de provincie Bayern.
Van 1810 tot 1813 was het provincie van het Italiaanse koninkrijk,
maar de stad kwam weer onder de Oostenrijkers.
Uiteindelijk op 3 november 1918 werd Trento voorgoed een stad van het Italiaanse koninkrijk.
Gedurende de W.O. II verduurde de stad 42 bombardementen, waardoor
diverse historische monumenten en gebouwen ernstig werden
beschadigd.
Piazza Cecare Battisti
In het midden van het plein staat de Neptunusfontein, kunstwerk van
Francesco Antonio Giongo uit 1769.
Het plein wordt omringd door gebouwen, die dateren uit het begin van
de 16e eeuw.
Met de bouw van de Domkerk werd begonnen in de 1e helft van de 12e
eeuw. De kerk werd in 1300 voltooid, de toren in de 15e eeuw. Tegen
de kerk aangebouwd, het Palazzo Pretotio, dat als paleis werd
gebruikt door de Prins-Bisschoppen.
Het
Mausoleo di Cesare Battisti dateert uit 1935. Een van de Italiaanse
helden uit de oorlog 1915-1918, afkomstig uit Trento, is hier
begraven.
Cesare Battisti werd op 12 juli 1916 in het Castello Buonconsiglio
door de Oostenrijkers opgehangen.
Deze plaats vormt zo ongeveer de grens tussen het Oostenrijkse (Zuid-Tiroolse)
en het Italiaanse cultuurgebied.
Van beiden is dan ook de invloed merkbaar in onder meer de
bouwkunst, de taal en de volksaard: het zwierige, lichtzinnige
Ventiaanse en het strengere, meer ingetogen Oostenrijkse.
Al in de prehistorie was deze plek bewoond.
De Romeinen hadden hier een nederzetting van strategisch belang,
tridentium.
Na de val van de Romeinen viel de stad in handen van de Ostrogoten
onder leiding van Theodoric de Grote.
De volgende belangrijke heerser was Karel de Grote, aan het eind van
de 8e eeuw.
In 1027 begon een periode van bijna 8 eeuwen kerkelijke
heerschappij.
Trento is in de geestelijke wereld vooral bekend geworden door het
Concilie dat werd gehouden van 1545 tot 1563 in de San Maria
Maggiore. Hier werd de katholieke leer vastgesteld na de storm die
over de kerk was losgebarsten tijdens de reformatie.
Bovendien ligt Trento middenin een groot wijngebied en is deze stad
een centrum van wijnhandel. Uit dit gebied komen meer dan 100
verschillende wijnen, van landwijn tot champagne.
Trento omgeving
Zuidwestelijk van Trento verrijst de Monte Bondone, een voortzetting
van de Monte Baldo aan het Gardameer. Het is een kleine berggroep
boven het dal van de Adige, met zacht glooiende hellingen, hier en
daar steile rotswanden en fraaie bossen. De laatste jaren wordt dit
gebied steeds meer bezocht voor de wintersport, maar ook voor het
maken van mooie gemakkelijke wandelingen in de zomer.
Op de uitgestrekte bergweiden van de Monte Cornetto (2160 m), die
buitengewoon veel zon opvangen, ligt het Natuurreservaat 'Tre Cime
del Monte Bondone' met bijzonder rijke alpenflora, waardoor de Monte
Bondone over de gehele wereld tot een begrip voor natuurvrienden
geworden is. Voor hen is daarnaast de beroemde botanische tuin het
grote aantrekkingspunt met proefstation bij Viotte, tussen de
Cornetto en de Palon gelegen. Hier vindt u, behalve een verzameling
van de uitzonderlijk rijke flora van de Monte Bondone zelf, ook
specimina van zeldzame planten uit andere zelfs Aziatische
hooggebergten.
Halverwege de autoweg Trento - Monte Bondone ligt het plaatsje
Vaneze (1306 m), een verzameling van hotels en villa's met een
kerkje, beginpunt van een gondel- en een stoeltjeslift naar de Palon
(1729 m).
|

|