| UIT ONS VERSLAG: Het is zondag. We worden gewekt door het geweld van de
kerkklokken. Toch verslaapt Jos zich een half uur, waardoor hij de
douche moet overslaan. De hele dag blijft het bijzonder zonnig weer.
We begeven ons naar Merano, dat dertig kilometer ten noordwesten van
Bolzano ligt. De stad ligt tussen de bergen en staat al eeuwen
bekend als kuuroord. We kunnen de auto ondergronds kwijt bij het
spiksplinternieuwe Badehaus. We wandelen over de boulevard bij het
Kurhaus, Jos maakt foto’s van witgekalkte levende standbeelden. In
de heggen heeft men figuren geknipt; paarden met ruiter, een
pianist, dieren. Een wild bruisend riviertje wringt zich tussen het
negentiende-eeuwse park en de boulevard door. Er hangt een lome
zondagochtendsfeer in de stad met al die doelloos flanerend
dagjesmensen en inwoners. Het stadje is degelijk opgeknapt en
straalt welvaart uit. In de Altstadt onder de eeuwenoude arcaden
bevinden zich exclusieve en dus peperdure modeboetiekjes. Naast de
kerk pauzeren we met cappuccino en gebak op een terras. Als de kerk
uitgaat kunnen we haar bezichtigen. Het interieur valt tegen, een
jongenskoor heeft opgetreden en breekt op. De stad kent net als
Bolzano Lauben, arcades dus, die hier op zijn Italiaans “portici “
worden genoemd.

We ontdekken een stoeltjeslift (Sesselseilbahn) die ons voor vier
euro per persoon enkele honderden meters hoger brengt. Vanaf de top
kun je te voet het recreatieoord Dorf Tirol bereiken, dat doen we
echter niet. Bij het dorp ligt ook het stamslot van de Tiroler
hertogen; ooit was Meran de hoofdstad van Tirol, later werd dat
Innsbruck. Het panorama dat zich voor ons ontvouwt valt tegen, de
boomkruinen op de hellingen onder ons benemen ons het gezicht. Al
gauw keren we terug naar de stad en zoeken we onze auto weer op.

|