|
DOLOMIETEN
| UIT ONS VERSLAG
Via Cavalese (20 km verderop in de Valle de Fiemme gelegen)
rijden we noordoostwaarts in de richting van het Sella - Massief.
Daar pas beginnen de echte, steile en grillige Dolomieten die in
spectaculaire vormen geërodeerd zijn. We stoppen regelmatig onderweg
om foto’s te maken. Eigenlijk moeten we de gehele route aan één stuk
door stijgen en dalen, wenden en keren. De wegen zijn echter
uitstekend onderhouden en goed geplaveid, een compliment voor de
Italianen. Zo rond de 2000 meter hoogte is de sneeuw blijven liggen.
Naarmate we hoger komen wordt het pakket sneeuw en ijs dikker. Bij
een pas vlak voor het wereldberoemde skioord / wintersportplaats
Cortina d’Ampezzo (Olympische Winterspelen van 1960) bestellen we
dure koffie met gebak. Het is koud daarboven, maar het vriest niet.
Het is voornamelijk de harde wind die erg guur aandoet. Wel valt er
een tijdje natte sneeuw.
We blijven niet hangen in Cortina, maar echt kilometers vreten is er
vandaag niet bij. We nemen de weg naar de Tre Cime ofwel de Drei
Zinnen, een van de meest gefotografeerde bergmassieven ter wereld.
Er is een speciale parkeerplaats aan een bevroren meer met berghotel
aangelegd, van waaruit je te voet de spitse bergen kunt gaan
bezichtigen. Daar hebben we echter niet meer de puf voor, dus na een
korte pauze keren we via een andere route terug. We wenden de steven
zuidwaarts. Via een smal dal belanden we bij Bellinzona aan de
zuidelijke rand van het gebergte. Daar zouden we kunnen opschieten,
maar de doorgaande weg voert ons door dorpjes en stadjes met
stoplichten en andere snelheidsbeperkende maatregelen, waardoor we
niet echt kunnen opschieten. Gelukkig mogen ook nog even gebruik
maken van een stukje autoweg. We komen later bij het hotel aan dan
gepland. Een kwartier na aankomst kunnen we al weer aanschuiven voor
de avondmaaltijd. Naast ons zit een Zeeuws echtpaar uit Kapellen bij
Goes, kennissen van Jan-Peter B. Hij is leraar wiskunde op een vMBO,
zij doet iets met verstrekking van hulpmiddelen in de zorg. Achter
ons zit een jong Nederlands echtpaar met een kwebbelende kleuter;
het meisje kan echt geen seconde lang haar mond houden. Verderop
zitten nog enkele Nederlandse echtparen van middelbare en oudere
leeftijd.

Onze tweede rit door de bergen:
Allereerst proberen we twee cols aan de andere kant van ons dal
te passeren. Bij beide lukt dat niet, ze zijn allebei afgesloten.
Wel kunnen we de minuscule dorpjes en gehuchten bereiken die vanaf
ons hotelbalkon zichtbaar zijn. Achtereenvolgens Casato, Dora,
Casanova, Villaglio en tenslotte Sicima. We pauzeren er bij een
kerkje met een cementario, waar op bijna alle graven dezelfde drie
achternamen (Nones, Genetet, Latesta) gebeiteld staan. De tweede
col,de Passo de Manghen, is vooral een toe– en afvoerweg voor de
bosbouwbedrijven die daar driftig met houtkapperij bezig zijn. De
bomen worden hier wel met beleid gerooid, nergens blijven dorre lege
vlaktes vol boomstronken en wortels over zoals we in Canada zagen.
We rijden de andere kant op. In het dorpje Molina di Fiemme /
Castello drinken we koffie op een terras (de cappuccino kost hier
één euro) en tanken we (Clim wordt tot zijn verrassing in het Engels
te woord gestaan).
Via Casales klimmen we door dichte dennenwouden naar de Paso de
Lavaré die wel open is. Op de top ligt een hotel met een bevroren
meer en wat sneeuwhopen die de dooi overleefd hebben. Al dalend en
klimmend maken we een rondje door de omliggende bergen. We zitten op
meer dan 1800 meter hoogte.
In Monte San Pietro nemen we een afslag naar Weissenstein (Pietralba),
waar een enorm kloostercomplex op een heuvel blijkt te liggen. Wij
naar binnen, allereerst naar de crypte en de in barokstijl
ingerichte kloosterkerk. Paus Johannes Paulus II is hier volgens een
plaquette ook geweest om tot Maria te bidden. Het complex blijkt een
soort bedevaartsoord te zijn, met slaapzalen, hotel en restaurant.
Dat laatste is van de self service-stijl en biedt plaats aan meer
dan 300 pelgrims / gasten. We eten er een middaghapje (Jos frites
met worst, Clim goulash met rijst). Achter het dorpje Aldino komen
bereiken we weer de iets beter begaanbare doorgaande weg.
We maken nog een kort uitstapje naar het dorp Truden. Van daaruit
vertrekken de natuurliefhebbers voor een wandeling door een
natuurpark dat volgens de reisgidsen een unieke flora heeft. We
merken daar weinig van, we vinden er zelfs geen café of restaurant.
Wel opmerkelijk veel vogels zingen er hun lied. Ver voor vier uur
zijn we terug in het hotel. Op ons gemak biertjes drinken en lezen
voor we ‘s avonds gaan eten en snooker kijken. Vandaag heeft het
enkele keren licht geregend.

|
FOTOCOLLAGE TRE CIME / DREI ZINNEN
(Klik op een foto voor een vergroting)
|
DOLOMIETEN -
STRASSE
Wat afwisselende en indrukwekkende panorama's betreft wordt de weg
door geen andere overtroffen. De Dolomietenweg begint in het westen
in Bolzano en gaat via Nova Levante en de Passo Costalunga naar
Canazei, dat midden in een schitterende Dolomietenwereld ligt. Van
Canazei, nog steeds in oostelijke richting gaande, slingert de weg
zich over de Passo Pordoi en voert via de plaatsen Arabba en Pieve
di Livinallongo over de Passo Falzarego naar Cortina d'Ampezzo.
Totale afstand 110 km. Bij Cortina is de eigenlijke Dolomietenweg
afgelopen, maar het is zeer de moeite waard om van Cortina
noordwaarts te rijden naar Dobbiaco en die plaats als eindpunt te
beschouwen: Cortina -Dobbiaco 31,5 km, over Misurina 35 km.
Eerst even wat technische gegevens. De weg leidt over drie passen:
de Passo di Costalunga (1753 m), de Passo Pordoi (2239 m) en ten
slotte de Passo Falzarego (2105 m). Het wegdek is uitstekend. Hij is
niet moeilijk berijdbaar, het gemiddelde hellingspercentage is 8%
met uitzondering van het traject tussen Cardano en het Lago di
Carezza (dus de westzijde van de Costalunga - pas: stijging tot 16%).
De passen zijn doorgaans het hele jaar door open, maar het kan
voorkomen dat zowel de Pordoi als de Falzaregopas dagenlang dicht
zijn na grote sneeuwval in winter en voorjaar. Toeristen die zich
graag laten rijden, kunnen dat laten doen door de bussen van de
Societa Automobilistica Dolomiti (SAD). In het traject zijn vele
halteplaatsen. Van half juni tot en met september rijden de bussen
frequent, in het voor en naseizoen is het aantal diensten zeer
beperkt.
Wegwijzer Men kan van mening verschillen over de mooiste
rijrichting: van Bolzano naar Cortina d'Ampezzo of omgekeerd. Het
meest wordt de weg gereden in de richting van Bolzano naar Cortina,
zonder dat daarvoor een bepaalde reden is aan te wijzen. Voor de
omgekeerde richting pleit dat de zonnige vlakte van Bolzano met haar
zuidelijke plantengroei een waardig slot vormt van de lange tocht
door het hooggebergte.

We beschrijven de tocht nu meer in detail. In Bolzano volgt u vanaf
het station oostwaarts de Via del Renon de stad uit naar het
plaatsje Cornedo (Karneid), waar de weg over de rivier de Isarco
voert, het Val d'Ega in. Links heeft u een prachtig gezicht op het
hoger gelegen Castello Cornedo (niet te bezichtigen). Door het mooie
kloofachtige dal met zijn steile porfierwanden slingert de weg omhoog naar het bergdorp Ponte Nova (Birchabruck). De weg gaat
hier door vele tunnels. Halverwege heeft u rechts uitzicht op de
Latemargroep. Bij Ponte Nova zijn links de rotsformaties van de
Cattinaccio (Rosengarten) te voorschijn gekomen. De weg stijgt nu
behoorlijk, totdat u Nova Levante (Welschnofen) bereikt. Vandaar
gaat de weg door mooie naaldbossen naar het prachtig gelegen Lago di
Carezza (1609 m). Ruim vier km verderop is de Passo di Costalunga (Karerpass,
1753 m). Hier heeft u een schitterend uitzicht. De afdaling gaat met
veel bochten gepaard, maar even bijzonder zijn de verrassende
vergezichten. Vigo di Fassa wordt bereikt en na die plaats gaat weg
nr. 48 linksaf door het Val di Fassa langs Campitello naar Canazei
(1465 m).
De Dolomietenweg verlaat bij Canazei het Fassadal en gaat
met vele bochten bergopwaarts. Links ziet u de Sasso Lungo (Langkofel).
Recht voor u rijzen de roze wanden met vochtstrepen van de Piz
Ciavazes op, rechts de enorme muur van de Sass Pordoi en daartussen
ligt het Val Lasties. Even boven Canazei is een wegsplitsing: links
leidt een weg over de Passo di Sella (Sellajoch). Bij
de wegsplitsing staat een gedenkteken voor de beroemde wielrenner Fausto Coppi (overleden 1960), die hier grootse triomfen vierde. U
vervolgt de weg via Pecol die met haarspeldbochten omhoog gaat naar
Passo Pordoi (2239 m). Van de Pordoipas daalt de weg niet
haarspeldbochten af naar Arabba, door boomloze weiden en later door
naaldbossen. Bij Arabba takt een weg af die over de Campo-longopas
naar het Val Badia voert.
De Dolomietenweg gaat nu het Val Livinallongo door. Voorbij Arabba
doemt de berg Peimo als een middeleeuwse burcht op. Even verderop
koerst u recht op de monumentale noordwand van de Monte Civetta aan.
Na een groot bos bereikt u Pieve di Livinallongo (1470 m), gelegen
op een helling boven de Cordevolebeek. Even verderop buigt de weg
linksaf een zijdal in naar Andraz (1430 m). Vlak voor en vlak na dit
gehucht takken wegen rechts af, verder het Cordevoledal in. U gaat
hier richting de Passo Falzarego. Voorbij de tweede wegsplitsing
begint de weg flink te stijgen (8%). Even voor de pas loopt een
haarspeldbocht door een onverlichte tunnel; oppassen hier. Vlak voor
de Passo Falzarego is links een aftakking naar de Passo di Valparola,
waarover een secundaire weg de verbinding vormt met het Val Badia.
De Falzaregopas (2105 m) ligt tussen de Monte Averau (rechts, 2648
m) en de Monte Lagozuoi (links, 2803 m). Ook hier kunt u weer
genieten van een schitterend uitzicht. De afdaling naar Cortina is
hier bijzonder mooi. Rechts ziet u de Averau en het slechte gebit
van de Cinque Torn, vijf schotse en scheve tanden en kiezen.
Verderop voor u ziet u de Monte Cristallo en de Sorapis. De weg in
dit gedeelte is uitstekend, met brede, goedliggende
haarspeldbochten; de hellingen zijn niet steil, met uitzondering van
een kort stukje met 11%. Bij Pocol takt rechts een vrij moeilijke,
maar interessante weg af die over de Giaupas (2236 m) naar Seiva di
Cadore voert.
Na vele bochten bereikt u Cortina d' Ampezzo. De eigenlijke
Dolomietenweg is hier afgelopen. Maar zoals gezegd loont het de
moeite om verder noordoostwaarts door het dolomietgebergte te
rijden. Vanuit Cortina gaat noordwaarts een weinig stijgende weg
door het bovendeel van het Valle d' Ampezzo. Westelijk verheft zich
de kolossale Tofana en oostelijk de Pomagagnon (2450 m). Voorbij het
Castello Podestagno buigt de doorgaande weg scherp naar het oosten.
Aan de rechterzijde ziet u eerst het Lago Nero en daarna het Lago
Bianco; zuidelijk hiervan verrijzen de dolomiettoppen van de
Cristallogroep, in het noorden die van de Croda Rossa (Hohe Gaisl).
Bij het kleine Carbonin buigt de weg dan weer naar het noorden door
het Valle di Landro naar Dobbiaco . Vanuit Cortina kunt u ook de weg
nemen die eerst oostwaarts om de zuidvoet van de Cristallogroep (de
Sorapis verrijst in het zuiden) voert en vervolgens langs de
oostvoet van dezelfde groep (in het oosten de Gruppo di Cadini) via
Misurina met het gelijknamige meer naar Carbonin leidt. Bij Misurina
takt rechts een weggetje af dat uiteindelijk doodloopt onder aan de
voet van de beroemde Tre Cime di Lavaredo (Drei Zinnen) gelegen in
de Dolomiti di Sesto (Sextner Dolomiten). Een mooier en
spectaculairder slot van de tocht is niet denkbaar.

|
DAGTOCHT DOLOMIETEN
BOLZANO: (BOZEN)
Bozen is de hoofdstad van Zuid-Tirol, ambtelijk betekent dit,hoofdstad van de
zelfstandige provincie Bozen.Het gebied telt meer dan 100.000 inwoners waarvan
4/5de deel Italiaans spreekt en 1/5de deel Duits. Sinds de verandering van de
grenzen van het bisdom in 1964 is Bozen ook een bisschopszetel. Bozen is na
Brixen de oudste stedelijke nederzetting van Zuid-Tirol. Door zijn ligging in
een vruchtbare verbreding van het dal aan de samenvloeiing van de rivieren de
Etsch (Adige),de Eisack (Isarco) en de Talfer (Talvera) en door het feit dat
hier de grote wegen van de Brennerpas en de Reschenpas samenkomen werd Bozen het
economische en maatschappelijke centrum van Zuid-Tirol.
De belangrijkste bezienswaardigheden van Bozen zijn:
-de dom,sinds 1964 een bisschopskerk gewijd aan Maria Hemelvaart heeft de
mooiste gotische toren, ontworpen door dezelfde architect die de Munsterkerk in
Ulm heeft gebouwd.
-het Franciscanenklooster bezit een kostbare bibliotheek
-het Dominicanenklooster waar zich in de Johanneskapel muurschilderingen
bevinden van de hand van 2 of 3 Italiaanse meesters waarin de invloed van Giotto
duidelijk voelbaar is. Deze muurschilderingen zijn de oudste en tegelijkertijd
ook de belangrijkste van de sterk door Italië beïnvloede School van Bozen.
KLAUSEN: (CHIUSA)
Hoog boven het dorp ziet u de abdij Saben gelegen. Het klooster wordt bewoond
door zusters benedictessen die in volledige afzondering leven. Het klooster dat
uit de 17de eeuw stamt is daarom niet te bezichtigen. Een keer per 3 jaar is het
klooster het eindpunt van een 3-daagse bedevaarttocht uit de Val Badia, het dal
dat zich evenwijdig uitstrekt tussen Bruneck (Brunico) en de Sella Gruppe(Gruppo
di Sella).
BRIXEN: (BRESSANONE)
In een breed dalbekken bij de samenvloeiing van Rienza (Rienz) en de Isarco
(Etsch) ligt het mooie oude plaatsje Brixen. Het wordt omringd door bergen die
met naaldwouden zijn begroeid en met veel wijngaarden op de zuidhellingen. Ten
oosten van Bressanone verheft zich het Planciosmassief waarin Monte Plose
(2500m) ook wel de "Amsberg" van Brixen genoemd domineert. Brixen is de oudste
stad van Tirol. Door de ligging aan de Brennerweg en aan de weg naar het
Pusterdal werd de Brixener dalketen een aantrekkingspunt voor vroege culturen.
Reeds in de 4de eeuw stond er een christelijke kerk op de rotsen van de Saben.
Hier ontstond een bisdom dat aanvankelijk behoorde tot het patriarchaat van
Aquilera en daarna tot Salzburg. Een eerste maal werd Brixen in 901 genoemd toen
koning Lodewijk de Jonge het landbouwgebied Prichsna aan de bisschop van Saben
schonk. Hier kruisten 2 belangrijke wegen elkaar en dat was de kiem van de stad.
Omstreeks 990 werd de bisschopszetel verplaatst naar Brixen en 8 eeuwen lang
regeerden hier de bisschoppen totdat in 1803 de toenmalige bisschop de
wereldlijke macht overdroeg aan de staat.
FRANZENSFESTE: (FORTEZZA)
Fortezza dankt zijn naam aan de grote vesting die de Oostenrijkse keizer Franz 1
daar liet bouwen. Het is een typische oud-Oostenrijkse onderneming:uit
zuinigheidsoverwegingen kleiner uitgevoerd dan gepland. De Franzenfeste is nooit
betrokken geraakt bij oorlogshandelingen. Bij de inwijding vroeg de door het
Weense hof afgevaardigde aartshertog Ferdinand mopperend of de vesting soms van
zilver was vanwege de enorme bedragen die de bouwers in rekening brachten.
Fortezza is de klimaatgrens tussen noord en zuid.Vanaf hier vindt men tamme
kastanjes, notenbomen en wijnbouw.
Vlak ten zuidoosten van de plaats ligt een stuwmeer met de grote
hydro-elektrische centrale voor de stroomvoorziening van de Brennerspoorlijn.
PUSTERTAL: (VAL PUSTERIA)
Het Pustertal strekt zich vrijwel rechtlijnig van west naar oost uit en scheidt
de uitlopers van de Zillertaler Alpen en de Hohe Tauern in het noorden van de
eigenlijke Dolomieten in het zuiden.Dit zijdal loopt van het Isarcodal tot de
grens met Oosten rijk bij Toblach(Dobbiaco).Op het zich van oost naar west
uitstrekkende dal komen weer verschillende zijdalen uit.Overigens is het
Pustertal niet een doorlopend dal maar het bestaat uit de
vallei van de Rienz(Rienza) en uit die van de bovenloop van de Drau(Drava).
Door het gehele Pustertal voert een druk bereden weg die de belangrijkste
verbinding vormt tussen de Brennerstrasse en de beide Bundeslander Ost-Tirol en
Karnten.
MUHLBACH: (VAL DI PUSTERIA)
Muhlbach is een ouderwets marktplaatsje aan de ingang van het Pustertal.Rechts
ziet u de burcht Rodeneck die aan de overzijde van de rivier de Rienz ligt,en
beheerst de toegang tot dit dal.Met de bouw werd omstreeks 1140
begonnen.Sindsdien werd de burcht herhaalde malen vergroot en in de 16de eeuw
voltooid door de Wolkensteiners.
ST.SIGISMUND: (SAN SIGISMUNDO)
De parochiekerk bezit een van de oudste en belangrijkste vleugelaltaren van
Zuid-Tirol.Het werk van de onbekende St.Sigmund toont een edel gebeeldhouwd
Madonnabeeld,geflankeerd door de apostel Jacobus en koning Sigmund van
Bourgondië.
Een kolossale Christoffel aan de zuidmuur en een pieta zijn allebei opmerkelijke
voorbeelden van de Donaustijl.
St.LORENZEN: (SAN LORENZO di SEBATO)
St.Lorenzen ligt in het midden van het Pustertal en ligt bij de ingang van het
Val Badia met als bekende plaats Alta Badia.In dit dal spreekt de bevolking
hoofdzakelijk Ladinisch.De grootste schat die je hier in St.Lorenzen kan vinden
is de "Traubenmadonna van het voormalige vleugelaltaar van de parochiekerk, een
meesterwerk van de jonge Michael Pacher.Alle delen van het altaar zijn verdwenen
want 4 panelen bevinden zich in Munchen,2 in Wenen en de rest is verdwenen.De
Madonna met het kind oftewel de moedergodin van het Pustertal was een eenvoudige
volksvrouw.
BRUNECK: (BRUNICO)
Bruneck is heden ten dage het centrum van het Pustertal,nl. de hoofdstad.De
plaats werd in 1251 gesticht door bisschop Bruno von Brixen als bestuurlijk
centrum en als zomerresidentie.Tussen de kasteelheuvel en de rivier de Rienz
ligt de goed bewaarde historische kern van de stad.
Op een hoogte aan de zuidkant van de stad verheft zich het slot Bruneck dat uit
de 13de-16de eeuw stamt waar nu nog steeds de bisschop van Brixen woont en
daarom niet te bezichtigen is. Onder
de slotheuvel staat de Rainkirche of Catharinakerk een schilderachtig bouwwerk
met een markante toren.
Op de hoek van de Schiesstandstrasse(de weg naar Dobbiaco) en de Diettenheimer
weg staat een prachtige Bildstock(dit is een zware stenen zuil waarop in nissen
religieuze afbeeldingen zijn afgebeeld,dergelijke zuilen werden vooral in de
14de-16de eeuw opgericht op kruispunten van wegen)met 15de eeuwse fresco's van
de schilder Hans von Bruneck.
Even buiten Bruneck ligt het fraai aangelegde Heldenfriedhof, waar vele
gevallenen liggen van het Oostenrijks-Hongaarse leger uit WO1.
Vanuit Bruneck gaat een zweefbaan naar de Kronsplatz op 2273m waar we een van de
mooiste uitzichtspunten van de Dolomieten hebben,het fantastische bergpanorama
omvat de belangrijkste Dolomieten-groepen,de Zillertaler Alpen,de Grossglockner,
de Ortler en de Brentagroep.
TOBLACH: (DOBBIACO)
Toblach ligt op het hoogste punt van het brede Pustertal en bij de ingang van
het Hohlensteinertal (Val di Landro) dat de toegang vormt tot de
Dolomitenstrasse. Het Toblacher Feld is tevens de waterscheiding tussen de Rienz
en de Drau dus tussen de Adriatische Zee en de Zwarte Zee.
DE DOLOMITENSTRASSE
De beroemde Dolomietenweg is in 1909 voor het verkeer geopend. Het is niet
alleen een technisch meesterwerk op het gebied van de wegenbouw maar behoort
tevens tot een van de mooiste bergwegen ter wereld en wordt door de afwisselende
panorama's door bijna geen andere overtroffen.De weg leidt over 3 passen nl: Falzarego-pas 2117m
/
-Passo Pordoi 2242m
DE DOLOMIETEN
De Dolomieten hebben hun naam te danken aan de Franse bodemkundig Deodat de
Dolomieu(1750-1801).Deze onderzocht het materiaal waaruit het zeer grillige en
hoekige bergmassief tussen Cortina en Bolzano is opgebouwd en hij ontdekte dat
het bestond uit kalkgesteente dat veel magnesium bevatte.Het materiaal is erg
hard en goed bestand tegen erosie. Het gesteente is eigenlijk te beschouwen als
fossiel koraalrif. Ongeveer 150 miljoen geleden strekte zich hier de zee uit waarin
deze riffen werden gevormd. Bij het ontstaan van de Alpen zo'n 90milj.jaar later
werden de riffen omhoog gedrukt. Vervolgens kreeg het gebergte te maken met
erosie waardoor,vooral in de ijstijden toen enorme gletsjers zich een weg
baanden,veel materiaal is afgevoerd. Het
voorlopige eindresultaat ziet u in het hooggebergte de lucht inprikken.
CORTINA D'AMPEZZO
Deze mooie en mondaine zomerverblijf-en wintersportplaats in het Ampezzodal
gelegen,is wel het belangrijkste toeristencentrum van de Dolomietenstreek.Het
ligt lang uitgestrekt temidden van weiden,omringd door bosrijke bergen
waarachter de karakteristieke Dolomietentoppen zich verheffen allemaal zo tegen
de 3200m.
In 1956 vonden hier de Olympische Winterspelen plaats waar een Oostenrijker
wereldberoemd werd nl: Toni Sailer die hier alles won.
De Dolomietenstraat vervolgen we. Rechts van de weg zien we een oorlogsmonument
in de vorm van een toren,de adelaar van Tofane.
Rechts hebben we uitzicht op de steile wanden van de Tofane.Op de Falzaregopas
(2117m) hebben we een mooi uitzicht op de Monte Averau (2648m) links en op de
Monte Lagozuoi (2803m) rechts.
Even voor deze pas takt een weg af naar het Val Badia of Gadertal. Dan afdalen
naar zo'n 1400m naar Andraz en dan stijgen we weer naar zo'n 1600m waar we het
plaatsje Arabba tegenkomen.
PIEVE DI LIVINALLONGO
Pieve de hoofdplaats van het gelijknamige dal ook Buchensteintal genoemd is
buitengewoon mooi gelegen boven het diepe ravijn van de Cordevole en tegen de
steile door weiden bedekte zuidhellingen van de Col di Lana.We krijgen nu een
mooi uitzicht op de Marmolada groep en de Sellagroep.
Door de bloedige gevechten tussen de Italianen en de Oostenrijker in WO1 kreeg
de Col di Lana(2462m) de bijnaam van Col di Sangue oftewel Bloedpas.Hier was
het,dat de Italianen een tunnel boorden in de door de Oostenrijkers versterkte
berg,waarin zij een enorme springlading aanbrachten en de berg met hele
bezetting opbliezen. Een grote krater was het gevolg en in deze krater heeft men
een kapel ter nagedachtenis van de gevallenen opgericht.
ARABBA
In het dal van de Cordevole ligt omringd door weiden en naaldbossen Arabba.Ten
westen van Arabba gaat het naar de Pordoipas en ten noorden van Arabba gaat het
naar de Campolongopas.
MARMOLADA-GROEP
In de oostelijke Dolomieten ten zuidoosten van Canazei en ten zuiden van de
Passo Pordoi ligt de Marmolada-groep.Het hoogste punt is de Punta Penia met
3342m,die gewoonlijk de Marmolada genoemd wordt.De Marmolada is een zeer
indrukwekkende berggroep die een reusachtige gletsjer bezit de grootste van de
Dolomieten. Niet voor niets wordt de Marmolada de "koningin van de Dolomieten
genoemd,dit alles links van ons.
SELLA-GROEP
Omsloten door het bovendeel van het Val Badia(Gadertal),Val Gardena(Grodnertal)
en het Val di Fassa (Fassatal) ligt de Sellagroep in de centrale
Dolomieten.Hoewel uit Dolomitisch gesteente bestaande verschilt het geheel in
vorm van zijn onmiddelijke buur de Marmolada. Eigenlijk is de Sella een
gigantische bergklomp met een bijna rechthoekige basis.De vrijwel loodrechte
wanden van dit massief vormen 3 reusachtige treden met verschillende gekleurde
steenlagen.De onderste trede bestaat uit hel wit ongelaagd kalkgesteente de
daarop volgende treden bestaan uit zachter gesteente weliswaar wit maar met
talloze gekleurde rode banden.
PASSO PORDOI
Op de Passo Pordoi 2242m staat bij de wegsplitsing een gedenkteken voor de
legendarische wielrenner Fausto Coppi die hier een van zijn grootste triomfen
vierde zo rond 1960. Dichtbij de pas vinden we het hoogst gelegen oorlogskerkhof
van de Alpen.Bij de splitsing gaat het rechtsaf naar Passo di Sella en linksaf
naar Canazei.
SASSOLUNGO-GROEP
Ten westen van de Sella ligt de Sassolungo of Langkofel groep. Iedereen die de
Sassolungo heeft gezien vindt deze berggroep een der mooisten van de
Dolomieten.Wij kijken nu tegen de Langkofelgroep aan maar daarachter bevindt
zich het Grodnertal of Val Gardena,een zeer bekend dal voor de Nederlandse
wintersporter.
CANAZEI
Canazei in het Val di Fassa bovendal van de Avisio is een toeristencentrum zowel
voor de zomer als de winter.Door zijn beschutte ligging in een nauwe dalkom
vrijwel door hoge bergen omgeven kan het 's zomers er wel warm zijn.'s Winters
is het en geliefd winterskioord.(DENK AAN CAMPITELLO OMHOOG)
FASSATAL: (VAL DI FASSA)
De rivier de Avisio is na de Isarco de belangrijkste zijrivier van de Adige.Hij
ontspringt op zo'n 2000m hoogte aan de noordvoet van de Marmolada en mondt bij
Trento in de Adige(Etsch) uit.Het van Canazei tot Moena verlopende vrij brede
dal van de Avisio staat bekend als het Val di Fassa.
MOENA
Hier wonen 2 belangrijke wintersporters van dit moment nl: Alberto Tomba of
Tomba la Bomba en Doris de Campagnoni, 2 wereldbekende skiers.
FLEIMSTAL: (VAL DI FIEMME)
Het Fleimstal heeft grote bekendheid verworven door het organiseren van de
W.K.noordse combinatie.Dat houdt langlaufen en ski springen in.Het dal strekt
zich uit van Moena tot aan Cavalese en telt 11 gemeentes.
CAVALESE
Cavalese is het belangrijkste oord van het Fleimstal.In het noorden van Cavalese
duikt de Corno Nero 2439m op en in het oosten rijst de groep Dolomieten van San
Martino omhoog en in het zuiden de Lagorai bergketen.
AUER: (ORA)
Ora is een belangrijk verkeersknooppunt in het Adige (Etsch)dal aan de spoor en
verkeersweg Bolzano-Trento.Het ligt temidden van weiden en boomgaarden en de
omliggende berghellingen zijn dicht bezet met wijngaarden. In het najaar kan men
er druivenkuren doen. Aan de rand van Ora staan 2 bewoonde burchten. De ruïne
Castel Feder,romantisch op een heuvel gelegen,is een ongewoon groot middeleeuws
bouwwerk met een Romeinse wachttoren en een voormalige kluizenaarswoning.
 |
 |
| |
|
|
CORTINA
D' AMPEZZO
WINTERSPORT. Vele skiliften, skischolen en langlauftrajecten,
verschillende skischansen, o.a. de 54 m hoge Olympiaschans in Zuel,
bobsleebaan ijsstadion.
Deze mooie zomerverblijf- en wintersportplaats (1.231 m.) in het
Ampezzodal is wel het belangrijkste toeristencentrum van de
Dolomietenstreek. Hier ziet men o.a. in het noorden de
Pomagagnongroep (2.450 m), in het noordoosten de Monte Cristallo
(3.221 m), in het zuidoosten de Sorapis (3.205 m), in het zuiden de
Croda de Lago - groep (2.701 m) en in het westen Le Tofane (hoogste
top 3.243 m).
Cortina heeft een goed klimaat met bijzonder veel zon.
Daarom is het ook voor de wintersport zeer aan te bevelen. Er zijn
goede ijsbanen, skiterreinen, zweefbanen en stoeltjesliften.
BEZIENSWAARDIGHEDEN. In de altijd gezellig drukke hoofdstraat, de
Corso Italia (voetgangerszone), staat de imposante parochiekerk
(18de eeuw) met plafond en koorschilderingen van Franz Anton Zeiller
(1774) en een Mariaaltaar van Andrea Brustolon (1703); panorama
vanaf de toren. Niet ver hiervandaan in de Ciasa de ra Regoles, de
collectie Mario Rimoldi (hedendaagse kunst) en het museum
(fossielen; folklore). Verder in zuidoostelijke richting, bij de
begraafplaats, de mooie barokkerk Madonna della Difesa. Bij het
ijsstadion een gedenksteen voor de Franse geoloog Déodat Dolomieu
(1750-1801), naar wie de gesteentesoort dolomiet is vernoemd.
OMGEVING Zweefsporen en/of funiculaires gaan over het
Rifugio Mandres (1480 m) naar de bergweide Faloria (2120 m) en
verder naar de berghut Tondi di Faloria (2327 m; panorama), naar de
Belvedere op de Crepa (1539 m) en over de Col Druscie (1770 m) en Ra
Valles (2470 m) naar de Tofana di Mezzo (3243 m; bestijging vanaf
het bergstation in 3 uur).
Stoeltjesliften gaan over de Col Fiere (1466 m) naar de Col Druscie
(1770 m); voorts van de bergweide Rumerlo over het Rifugio Duca
d'Aosra (2098 m) naar het Rifugio Pomedes (2282 m). Bovendien gaat
er een stoeltjeslift van Ra Valles in westelijke richting naar de
Bus Tofana (2823 m) en noordelijk naar de Pian Ra Valles (2150
m).—Tenslotte gaat er in oostelijke richting s winters een
stoeltjeslift naar Piera (1525 m) en naar het Rifugio Mietres (1710
m)
Schitterend is de Dolomietenweg naar Bolzano; vervolgens naar het
Misurinameer en naar de Tre Croci - pas (drie kantelen), naar de
Nuvolau in het Ampezzo en Piavedal.
|


|