|
BRENNERO PASSO
| UIT ONS VERSLAG: Via München en Rosenheim
bereiken we rond twaalf uur de grens, onderweg hebben we nog even
getankt. Dan beginnen de bergen, zeker achter Innsbruck waar de
Brennerpas nog voor een gedeelte in sneeuw gehuld is. We stoppen bij
de Europabrücke, drinken koffie en eten wat. We wandelen nog even
naar de brug voor het uitzicht en bekijken de overblijfselen van een
Romeinse weg.
|
 |
 |
| Europa - Brücke |
Romeinse weg |
Brennerpas
(Ital.: Passo di Brennero), bergpas op de grens tussen Oostenrijk en Italië, in
de centrale kam van de Oost - Alpen, tussen de Stubaier en Zillertaler Alpen, 1372
m hoog. De pas verbindt het dal van de Wipp met dat van de Isarco en vormt een
deel van de waterscheiding tussen de stroomgebieden van de Inn en de Adige. Hij
is het gehele jaar begaanbaar. De pas werd reeds door de Romeinen gebruikt;
sinds 1772 bestaat er een weg, sinds 1867 een thans geëlektrificeerde spoorweg,
sinds 1969 ook een Autobahn (It.: autostrada), die over de 785 m lange en 190 m
hoge Europa - brücke loopt. De pas is de kortste en drukste verbinding tussen
Midden - Duitsland en Italië
Tussen Brennerpas en Bressanone
Na de Tweede Wereldoorlog nam het wegverkeer zo snel toe, dat de
bestaande weg het verkeer moeilijk meer kon verwerken. De aanleg van een
autosnelweg bood enig soelaas, maar de laatste jaren groeien de files weer.
Vandaar dat er nu plannen worden ontwikkeld voor de aanleg van een auto- en
treintunnel onder de pas. Op de pas zijn 24 rijbanen
aangelegd, waarvan 20 voor personenauto's, terwijl het verkeer door middel van
tv-camera's in de gaten wordt gehouden om opstoppingen te voorkomen. Evenals op
het Tiroolse deel wordt tol geheven. Als technische bijzonderheid kan nog
vermeld worden dat in het stuk Brennero - Bolzano 14 tunnels met gescheiden
rijbanen over een totale lengte van 6 km en bruggen en viaducten met een totale
lengte van bijna 18 km zijn aangelegd. De oude weg kronkelt onder de autosnelweg
over de bodem van het dal. Het hellingspercentage van deze weg ligt aanzienlijk
hoger dan dat van de autostrada (13% tegen 6%). De spoorlijn over de Brenner is
de enige noord - zuidhoofdverbinding (München - Rome) via de Alpen die over een
pashoogte loopt en niet met een tunnel er onderdoor. Wel moest op de trajecten
voor en na de pas een groot aantal kleinere tunnels worden aangelegd, in totaal
tussen Innsbruck en Bolzano 90 en voorts ook 60 bruggen, maar de spoorlijn gaat
wel door de oude steden langs de route. De zuidhelling van de Brennerpas ligt
in een omgeving van dichte naaldwouden.
Bressanone
(Brixen; 559 m; 15.000 inw.), zeker een van de mooiste stadjes van zorgen voor
een zuidelijke sfeer. Bij Bressanone maakt de reiziger die uit het noorden komt
voor het eerst kennis met de Dolomieten, die ten oosten van de Brennerweg
beginnen. Daar verheft zich het Planciosmassief, het recreatiegebied van
Bressanone. In dit massief domineert de Monte Plose, ook wel de 'huisberg' van
Bressanone genoemd. De stad Bressanone heeft als bisschopsstad een belangrijke
rol gespeeld in de geschiedenis van Südtirol. In de 15e eeuw was Nicolaas van
Cusa bisschop van Brixen. Hij gold als een van de geleerdste mannen van zijn
tijd: wiskundige, filosoof, historicus en sterrenkundige tegelijk. In het
conflict met de Tiroolse hertog Sigismund der Münzreiche over de voogdij over de
kloosters moest hij ten slotte het onderspit delven. Uit deze 15e eeuw, tevens
cultureel een bloeiperiode, zijn nog heel wat kunstwerken bewaard gebleven. De
laatgotische schilderkunst van de zogenaamde Brixner Schule hield tot in de 16e
eeuw vast aan de gotische vormtaal, terwijl in het nabije Val Pusteria meer
stijlelementen uit de Renaissance werden overgenomen (zie het werk van Michael
Pacher). De oude binnenstad is omgeven door een stadsmuur met op iedere hoek een
toren. Het middelpunt is het sfeervolle domplein, waar ooit onder grote publieke
belangstelling de terechtstellingen
Chiusa
(Klausen; 525 m; 4100 inw.) Het ligt samengedrongen aan de voet van de burcht
Branzoll en het klooster Saben (di.-vr. 14-17 u.; za. 10-12 en 14-17 u.), dat op
een steile rotsachtige hoogte ligt, waarvan de hellingen met wijnstokken zijn
beplant. Aïbrecht Dürer ontdekte de schilderachtige bekoring van Chiusa en legde
dit vast op zijn ets 'Het grote geluk'. Het klooster is niet te bezichtigen, wel
te bezichtigen is de Heittgkreuzkirchf, met fraaie
perspectivisch - illusionistische fresco's uit 1679 van een Italiaanse schilder.
Het stadsbeeld is bijzonder aardig met zijn smalle hoofdstraat, waaraan
schilderachtige huizen met vooruitspringende erkers en ijzersmeedwerk zich
scharen. Bij de Thinnebachbrücke ligt het kapucijner klooster, dat een bekende
kerkschat bezit in de daarbij behorende Loretokapel: veel misgewaden,
monstransen en schilderijen van Spaanse herkomst. Deze schilderijencollectie was
een geschenk van de Oostenrijkse aartshertogin Maria Anna, later Spaans koningin
geworden, aan haar biechtvader in 1699. De Apostelkerk (1478) herbergt mooie
houtsnijwerken, die uit andere kerken uit de omgeving hierheen verplaatst
werden; voornamelijk laatgotisch werk. Op de Isarcopromenade staat een bronzen
gedenkteken voor pater kapucijn Joachim Haspingen, een bekende vrijheidsstrijder
uit 1809. Het H. Sebastiaan - kerkje (buiten het stadje aan de linkerkant van de
weg naar Bressanone) is een mooi voorbeeld van romaanse rondbouw, uitgevoerd met
twaalf apsiden; het portaal is gotisch.


|